Nee, ze zouden niet metéén de wapens willen oppakken, máár… Er komt een burgeroorlog aan waarin ze zichzelf moeten verdedigen. Het gaat straks een keer los. De grotere strijd is al gaande en zal uitmonden in een slag om het voortbestaan van het ‘blanke ras’. Maar nu is het nog te vroeg om te gaan vechten. Daarom wachten ze. Tot het onvermijdelijke gebeurt. 

Ik hoorde deze argumentatie de afgelopen jaren tientallen keren langskomen in de gesprekken die ik voerde voor mijn (nog af te ronden) proefschrift naar motieven van radicaal- en extreemrechtse activisten in Nederland. Het is dezelfde retoriek die de Australische terrorist Brenton Tarrant gebruikt in zijn manifest The Great Replacement, dat hij schreef voorafgaand aan zijn massale slachting bij twee moskeeën in de Nieuw-Zeelandse plaats Christchurch. ‘Make your plans, get training, form alliances, get equipped and then act,’ zo sommeert hij in het manifest. En: ‘Prepare for war, prepare for violence and prepare for risk, loss, struggle, death.’

Geestverwanten van Tarrant

Ik doe sinds 2015 onderzoek naar radicaal- en extreemrechts. In mijn onderzoek zitten straatactivisten die demonstreren of moskeeën bezetten, maar ook de ‘online etno-nationalisten’ die Tarrant met zijn manifest probeert aan te sporen tot actie. Deze etno-nationalisten vormen binnen het radicaal- en extreemrechtse landschap haast een aparte zuil. Ik kon er voor mijn proefschrift een tiental interviewen – allen mannen in de leeftijd van twintig tot vijftig. Ze zijn hoogopgeleid, succesvol, voorkomend en hebben vaak al (tien)duizenden uren besteed aan online ideologische vorming.

Doorgaans is er voor hen geen directe aanleiding voor het omarmen van hun ideeën: ze ervaren geen persoonlijk onrecht en de meesten hebben geen slechte ervaringen met mensen met een migratieachtergrond. Desondanks verlangen ze naar een ‘blanke etnostaat’. Zo zei een van hen: ‘Ik ben gewend mezelf te omgeven met alleen maar blanken. Ik zie dat niet als iets engs. Ik weet wat de voordelen zijn. Laten we ze maar opnoemen: je kunt de deur van je huis open laten staan, je fiets hoeft niet op slot, iedereen vertrouwt elkaar.’

Deze etno-nationalisten vormen binnen het radicaal- en extreemrechtse landschap haast een aparte zuil.

Deze etno-nationalisten voelen zich niet aangetrokken tot bestaande Nederlandse radicaal- en extreemrechtse formaties als Identitair Verzet, Voorpost of kleinere groepen: te weinig intellectueel, te rigide, te stereotiep, te veel tegen de maatschappij schoppend, of gewoon een verkeerd soort nationalisme. Sommige etno-nationalisten zijn actief geworden bij studiegenootschap Erkenbrand, anderen volgden er slechts een lezing en trokken zich daarna weer terug in hun virtuele wereld van Amerikaanse alt-right sites en alternatieve media als Red Ice Radio. Hoewel ik van de meeste geïnterviewden niet verwacht dat zij gewelddadig zullen worden, steek ik er ook mijn hand niet voor in het vuur. Want in ideologisch opzicht zijn zij geestverwanten van Tarrant.

‘Vreemde invloeden’

Grofweg kan de moderne radicaal- en extreemrechtse beweging in West-Europa ideologisch worden opgedeeld in drie stromingen, een indeling die onlangs door de Noorse onderzoekers Tore Bjørgo en Lars Erik Berntsen is ontwikkeld. Allereerst zijn er cultuurnationalisten die streven naar een monocultuur. Zij pleiten ervoor om de grenzen te sluiten en mensen met een migratieachtergrond niet meer toe te laten. Wie een migratieachtergrond heeft en hier al woont, krijgt de keuze om ofwel te assimileren, ofwel te vertrekken.

Daarnaast is er het etno-nationalisme. De aanhangers daarvan vinden dat elk volk een eigen staat moet hebben, gevrijwaard van ‘vreemde invloeden’ en andere etniciteiten. Mensen met een migratieachtergrond moeten worden geweerd en gedeporteerd. Tot slot zijn er de raciaal-nationalisten, die het ‘blanke ras’ superieur vinden. ‘Inferieure rassen’ moeten zich onderwerpen of moeten worden gedeporteerd, en sommige raciaal-nationalisten spreken zelfs over uitroeiing.

Omvolking

Brenton Tarrant verklaart in zijn manifest dat hij een etno-nationalist is. Naar eigen zeggen heeft hij niets tegen moslims, zolang ze maar in hun landen van herkomst wonen. Het is een bekend riedeltje waarmee etno-nationalisten graag mogen betogen dat ze geen racist zijn: ze hebben immers niets tegen andere volkeren, zolang ze er maar niet mee hoeven samen te leven. Dat het wel degelijk een vorm van racisme is omdat het mensen uitsluit op grond van ras en identiteit, gaat aan hen voorbij. Zelf vinden ze dat ze niet racistisch zijn, want ze achten Japanners doorgaans slimmer dan hun eigen ras – dit mede als gevolg van de vermeende zuiverheid van het Japanse volk.

Tarrant vreest dat het ‘blanke ras’ op den duur een minderheid zal worden. Als gevolg van dalende geboortecijfers en migratie zullen andere volkeren uiteindelijk de blanke groep gaan vervangen. Hij opent zijn manifest dan ook met: ‘It’s the birthrates. It’s the birthrates. It’s the birthrates. If there is one thing I want you to remember from these writings, it’s that the birthrates must change.’

Het is een bekend riedeltje waarmee etno-nationalisten graag mogen betogen dat ze geen racist zijn: ze hebben immers niets tegen andere volkeren, zolang ze er maar niet mee hoeven samen te leven.

Bij de etno-nationalisten die ik voor mijn onderzoek interviewde, waren demografische ontwikkelingen ook de eerste zorg die ze in interviews uitten. In het licht van de op handen zijnde ‘omvolking’ ben ik volgens etno-nationalisten een waardeloze vrouw, omdat ik 34 ben en ‘pas’ twee kinderen heb. Want hoe meer ‘blanke kinderen’ er worden geboren, hoe beter. Soms kreeg ik bij binnenkomst een preek dat ik niet zoveel tijd moest spenderen aan mijn werk, maar mezelf vooral nog meer moest gaan voortplanten.

Het is om die reden dat etno-nationalisten sterk gekant zijn tegen het feminisme, dat er volgens hen voor zorgt dat vrouwen hun primaire moedertaak zijn vergeten. Ook keren ze zich tegen het individualisme, waardoor het individu het belang van de eigen groep (oftewel: het voortbestaan van het eigen volk) niet meer vooropstelt. Over homoseksualiteit verschillen de meningen: de een vindt het verwerpelijk, terwijl een ander er minder moeite mee heeft.

De genetische component

Etno-nationalisten geloven niet dat een multiculturele samenleving überhaupt kan slagen – zelfs niet wanneer nieuwkomers volledig zouden assimileren. Waar sommige cultuurnationalisten Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond onder strikte voorwaarden nog wel als medelanders beschouwen (‘zolang ze zich maar aanpassen, belasting betalen en dat geloof achter de voordeur houden’), is dat voor etno-nationalisten onbespreekbaar.

‘Ik wil dat mijn volk blijft voortbestaan,’ zei een van de geïnterviewden. ‘En als iedereen mixt, dan blijft mijn volk niet voortbestaan. Want een halfbloedje is niet mijn volk. En dan kunnen mensen wel zeggen: “Hij kan onze cultuur overnemen en heel erg op ons lijken.” Maar voor mij is de genetische component ook van belang. Kijk, als je herdershonden hebt en je kruist er eentje met een poedel, dan komt daar geen herdershond uit. En als alle herdershonden dat doen, dan zijn er geen herdershonden meer. Ik hou van de specifieke eigenschappen van mijn volk. En ik wil dat mijn nakomelingen en mijn volk kunnen leven tussen hun eigen volk.’

Burgeroorlog

Hoewel niet iedereen er hetzelfde in staat (sommigen zien vooral een culturele strijd die moet worden gevoerd tegen ‘cultuurmarxistische invloeden’), vrezen veel etno-nationalisten dat Europa afstevent op een burgeroorlog. Volgens hen zullen mensen met een migratieachtergrond een greep naar de macht doen zodra ‘blanken’ een minderheid in eigen land gaan vormen.

Dat er in 2015 meer dan een miljoen asielzoekers en vluchtelingen naar Europa kwamen, heeft dat gevoel alleen maar versterkt. Etno-nationalisten menen dat zij als enigen de onvermijdelijke strijd zien die gaat komen. ‘Er blijven maar meer mensen binnenkomen die ons gaan haten. Er is geen enkel realistisch scenario waarin dat goed gaat. Het wordt alleen maar erger,’ zei een geïnterviewde. ‘Maar kijk, hoe ga je je voorbereiden op iets dat helemaal fout gaat? Je moet zorgen dat je jezelf kunt verdedigen.’

‘Ik hou van de specifieke eigenschappen van mijn volk. En ik wil dat mijn nakomelingen en mijn volk kunnen leven tussen hun eigen volk.’

De meesten zeggen op te zien tegen de oorlog die volgens hen onvermijdelijk is: ‘Ik heb ook altijd gezegd dat ik hoop dat het op een niet-gewelddadige manier kan.’ Maar een enkeling denkt zelfs na over hoe hij zoiets kan forceren. ‘O jongen, dan begint het. Ik zou die vlam wel willen laten… Want hoe eerder het hier gaat beginnen, hoe minder slachtoffers we hebben. Want er gaan doden vallen. Ik ben een vreedzame jongen, maar als het dan losbreekt… Ik vermoord ze. Ik vermoord ze graag. Echt. Dan. Snap je? En zo zijn er meer jongens zoals ik.’

Ook Tarrants manifest staat bol van het politieke ongeduld over die op handen zijnde strijd. Zo schrijft hij dat deze het beste nú kan plaatsvinden, omdat oosterse landen nog minder sterk zijn dan het Westen: ‘We must not be in a chaotic, life or death civil war at a time when our rival nations are at peak of dominance. The risk is too great. We attack as soon as possible, we attack with force and we achieve stability.’

Normalisering van etno-nationalistisch gedachtegoed

Het etno-nationalisme van Tarrant en mensen uit mijn eigen onderzoeksgroep is niet nieuw – denk bijvoorbeeld aan het streven van de nazi’s om het ‘Arische ras’ zuiver te houden. Wat wél nieuw is aan deze online generatie etno-nationalisten, is hoe zij zich de afgelopen jaren op internet hebben gemanifesteerd. Op internetfora is een ideologische subcultuur ontstaan die aan de hand van racistische grappen, memes en ophitsende argumenten wordt verspreid en levend wordt gehouden door een transnationaal netwerk.

Door sociale media komt vrijwel iedere internetgebruiker wel eens etno-nationalistisch gedachtegoed tegen. ‘Als je het internet ziet als stadsplein – een forum – waar iedereen langs kan komen, dan zijn deze bewegingen de mensen die op het plein folders uitdelen over rassenleer. Je kan het negeren, maar ze zijn duidelijk in beeld,’ zo schreef onderzoeks- en adviesbureau NTA in hun eind 2018 uitgebrachte onderzoek De nieuwe generatie extreemrechts en haar online schaduw.

Hoewel Twitter, YouTube en Facebook er veel aan doen om zulke propaganda te weren en etno-nationalisten hun eigen internetplatformen hebben zoals Gab en 8chan, vinden veel afbeeldingen en boodschappen toch nog steeds hun weg naar reguliere sociale media. En dat leidt volgens het NTA-rapport weer tot nieuwe aanwas omdat mensen op zoek gaan naar meer informatie en vervolgens op extremere pagina’s terecht komen. Hun conclusie wordt ook ondersteund door onderzoekscollectief Bellingcat, dat onderzoek deed naar 75 online ‘fascistische activisten’

Lees ookElk land met een slecht geweten moet vrezen voor Christiaan Triebert18 december 2018

Maar het is niet alleen de verspreiding en normalisering van etno-nationalistisch gedachtegoed die zorgen baart. Met zijn daad, de manier waarop hij die filmde én zijn manifest, is Brenton Tarrant erop uit om in etno-nationalistische kringen een cultheld te worden – dit alles naar het voorbeeld van zijn eigen held Anders Breivik, die in 2011 in Noorwegen een bloedbad aanrichtte waarbij 77 mensen om het leven kwamen, onder wie veel tieners. Het Noorse weekblad Morgenbladet bracht eind 2014 een verhaal over de online verheerlijking van Breivik.

Wanneer ik kijk naar de etno-nationalisten die ik heb gesproken en hun online subcultuur, zie ik eenzelfde soort politiek ongeduld als bij de jihadisten.

Het aantal bewonderaars van Breivik is onbekend, maar jaarlijks zou hij in de gevangenis honderden brieven ontvangen – met name van vrouwen. Morgenbladet had diverse aanwijzingen dat de online verheerlijking van Breivik werd aangevoerd door een Nederlander die in de Verenigde Staten woont.

Jihad-sympathisanten

Hoe groot de kans is dat een aanslag als die in Christchurch ook in Nederland zal plaatsvinden, is moeilijk in te schatten. Maar de laatste tijd zie ik steeds meer parallellen tussen Nederlandse etno-nationalisten nu en jihad-sympathisanten in 2012. Ook onder jihad-sympathisanten zag je destijds een groep jongeren die bevangen was geraakt door het idee van een onvermijdelijke strijd, en die het momentum afwachtte. Velen wilden wel op jihad, maar niemand wist hoe zoiets te doen. Landen van strijd waren moeilijk te bereiken en vaak werden Europese aspirant-jihadisten er opgepakt en teruggestuurd.

Dus tot het juiste moment daar was, hielden ze zich vooral bezig met demonstreren en scanderen, onder andere in 2012 op het Museumplein tegen de anti-islamitische film Innocence of Muslims. En ze roerden zich online. Het had iets onbestemds, maar niemand had verwacht dat ze enkele jaren later zo massaal zouden afreizen naar Syrië en Irak. Ik heb me wel eens afgevraagd wat er van hen zou zijn geworden als zij geen concrete mogelijkheid hadden gehad om deel te nemen aan een gewapende strijd. Zouden ze dan na enkele jaren hun radicale gedachtegoed hebben ingewisseld voor een burgerlijk bestaan?

Wanneer ik kijk naar de etno-nationalisten die ik heb gesproken en hun online subcultuur, zie ik eenzelfde soort politiek ongeduld als bij de jihadisten. Ze zeggen te willen strijden, maar hebben het idee dat de juiste context nog ontbreekt. Dat betekent echter niet dat ze zich niet voorbereiden of dat ze geen maatregelen treffen. Het is te hopen dat etno-nationalisten niet massaal het idee zullen krijgen dat hun momentum is aangebroken – noch dat ze menen dat ze die strijd dan maar zelf moeten forceren.