De Vlaamse essayist en columnist Bernard Dewulf (1960-2021) was ‘een sterke beer’. Althans, dat zei een vriend eens van hem. Daarvan keek Dewulf op: de zoveelste keer dat hem een fysieke en mentale eigenschap werd toegedicht die hij echt niet meende te hebben. Zelf was hij onlangs juist gaan roeien om iets van dat beerschap te gaan verwerven, als tegenwicht tegen het kleine verval dat inherent is aan het ouder worden. Dewulf herkende zich niet in die beer en schrijft daar in zijn posthuum verschenen boek Jaargetijden een column over die op een subtiele manier aan de vluchtigheid van een column voorbij gaat.

Het gaat daarin over hoe je jezelf ziet en hoe anderen je zien: ‘hoe lijken wij van binnen en wie schijnen wij van buiten.’ Hoe mensen elkaar met liefde verkeerd begrijpen. Je als iemand zien die je niet bent. Zich een heel andere voorstelling van je maken. Dat we elkaar, om het ironisch-pathetisch met Dewulf te zeggen, ‘nooit zullen bereiken’. Dewulf gaat naar de dokter omdat hij denkt van alles te hebben. De dokter ziet dat toch anders. Dewulf krijgt doodleuk te horen dat hij in medische termen ‘nog piepjong’ is en dat zijn hart ‘perfect in orde is’. Toch had hij graag een pilletje gehad want op de vraag ‘hoe gaat het?’ zou hij antwoorden dat het niet zo gaat. Waar de dokter dan weer van opkijkt. Wanneer hij daarna thuis komt merken zijn vrouwen en zijn kinderen niets aan hem. Alsof hij gewoon een sterke beer is.

Dewulf mag in zijn binnenste geen sterke beer zijn, de vraag doet zich regelmatig voor of hij dat voor de buitenwereld wel wil zijn. Natuurlijk wil hij voor zijn gezin van graniet zijn en niet van zandsteen. Maar hij wil ook dat alle nuances van zijn binnenste en buitenste hun rechtmatige plaats krijgen, hij is tenslotte ook nog dichter. Daarom is Jaargetijden, net als zijn eerdere boeken, het verslag van een permanent gedachteproces, gestuurd door observaties, verlangens, fascinaties, opwinding, afwezigheden, nieuwsgierigheid en stiltes. Alles wat zich in een binnenste afspeelt.

het deurtje

Wanneer Dewulf het over ‘zinnelijkheid’ heeft gaat het vaak over vrouwen en hun uitstraling. Maar zinnelijkheid slaat bij hem op veel meer: het gaat om het gebruik van al zijn zintuigen in zijn verhouding tot de buitenwereld. Er is dan niet veel dat Dewulf onberoerd laat. Zoals schilderijen van Bonnard op Hopper iets in hem los maken, zo kan dat gebeuren bij een lichtval, een lied, een boom, een herinnering. Hij wordt ontroerd, het fascineert hem, verbaast hem, roept vragen op. Wanneer Dewulf schrijft dat vriendschap en zinnelijkheid hem grotendeels in leven houden, slaat dat op zijn permanente honger naar betekenisvolle indrukken, niet alleen op de blote rug (het rugdecolleté) van een vrouw in de zomer. Kleine sensaties.

Meer dan in zijn andere boeken gaat het in Jaargetijden over Dewulfs behoefte om in zijn verbeelding te leven. Drie of vier keer heeft hij het daarover. Zoals in het stuk over ‘het deurtje’ (p. 54, de stukken hebben geen titel), dat hem in gedachten toegang geeft tot een parallelle wereld. Dat deurtje kan veel gedaanten aannemen: ‘Zolang ik me kan herinneren is er een deurtje geweest. Soms was het een klasraam, soms een boek, soms een kruipzolder of een “kamp” in een bos, soms de maan.’ Het deurtje zorgt ervoor dat hij zich kan terugtrekken, weg kan dromen, met zijn gedachten elders kan zijn. Hij werd dan ook getroffen door de titel van Milan Kundera’s roman Het leven is elders. Door ‘het deurtje’ kon het leven zich elders afspelen.

Op zijn Vlaams heet het dat Dewulf een chroniqueur van het ‘dagdagelijkse leven’ is. Dat is zeker het geval, maar altijd als opstapje.

Een variant van het stuk over het deurtje is dat over het verdwijnen (p. 163). Hij wil daarin de vraag beantwoorden waarom hij zijn tijd doorbrengt in de werkelijkheid. Het antwoord is: om eraan te kunnen ontkomen. Dat is dus net zoiets als het ‘elders’ waartoe het deurtje toegang geeft. Hier moet het verdwijnen veroorzaakt worden door ergens helemaal in op te gaan, zoals vroeger als kind met, ‘het tongpuntje uit de mond’, het inkleuren van een bonte vlinder. Dat verdwijnen laat Dewulf nu gebeuren door onverschillig naar het televisiescherm te kijken, of een thriller te lezen dan wel door ‘domweg de tijd weg te staren’.

Op zijn Vlaams heet het dat Dewulf een chroniqueur van het ‘dagdagelijkse leven’ is. Dat is zeker het geval, maar altijd als opstapje om er zo zijn gedachten over te laten gaan dat de lezer door Dewulf soepele stijl wordt ingepakt. En mee gaat denken.

Jaargetijden door Bernard Dewulf is uitgegeven door Atlas Contact.