Toen Niña Weijers in de maanden september 2020 tot maart 2021 gastschrijver was in Almere hoorde zij op een dag over het zeventienjarige meisje Cassandra van Schaijk dat in 2007 na drie weken vermist te zijn, dood werd gevonden in de Noorderplassen. Ze was het laatst om vier uur ‘s nachts gezien bij de bushalte van discotheek Almere Event Centre. De dader van de eventuele moord is nooit gevonden. De affaire duikt daardoor van tijd tot tijd weer op wanneer er toch weer aanwijzingen lijken te zijn die om nader onderzoek vragen.
Weijers werd door de affaire geïntrigeerd, het was een mysterie. Ze wist zeker dat ze er geen roman over wilde schrijven, terwijl dat voor haar, na haar romans De consequenties en Kamers antikamers, toch meer voor de hand lag dan een reconstructie of thriller. Ze noemt het niet, maar misschien speelde op de achtergrond van haar beslissing zich in Cassandra te gaan verdiepen haar Abraham Kuyper Lezing ‘Hoe het licht binnenvalt’ uit 2016 een rol. Weijers had het daarin over de toekomst van de roman. Dat we niet langer door konden gaan met Flaubert, Tsjechov, Tolstoj of Thomas Mann als voorbeelden te nemen. Dit ‘parasiteren op de klassieken’ kon niet eeuwig doorgaan. Er moest iets nieuws bedacht worden. Een schrijver is iemand die iets te weten wil komen. Wat hij te zeggen heeft kan op geen andere manier aan het licht komen dan in de vorm van een roman. Die biedt de mogelijkheden om verkennend en onderzoekend te werk te gaan, experimenterend, op zoek naar de randen van de werkelijkheid, stuitend op mysteries en ambiguïteiten.
alles hangende
Cassandra is geen roman, zoals je zou verwachten na deze oproep tot een nieuwe aanpak van het genre. Het is een boek waarin Weijers geleidelijk met de hulp van een ervaren politieman steeds verder in de affaire doordringt. De affaire wordt een lens waardoor ze ook heel wat andere heikele onderwerpen te zien krijgt. Ze verzeilt in Cassandra’s familie, milieu, haar school, de bijbaan, haar vriendje, haar vrienden en vriendinnen. En de politie van Almere. Alles wat zich rond de vermissing afspeelde komt boven water in gesprekken, steeds komt er iets nieuws bij, hoe klein ook. Weijers noemt zich ‘de meest omzichtige en minst succesvolle ondervrager uit de geschiedenis’ omdat ze zich ondertussen maar ongemakkelijk blijft voelen.
Is ze eigenlijk niet een ordinaire, op sensatie beluste reporter die zich onhandig voordoet maar in werkelijkheid in de geest van Truman Capotes In Cold Blood aan het werk is? Ze blijft maar niet weten wat haar positie precies is. Ze hoopt erop dat ze door een ‘zijdelingse blik’ op de details ineens de sleutel zal vinden. De rechtstreekse blik stuit steeds af op dezelfde halve feiten.
De lezer wordt ook betrokken bij Weijers zorgen: wordt het wel een boek waar ze mee voor de dag kan komen in Almere, of beschrijft het alleen een fiasco?
Hoe onzeker Weijers zich ook voelt, ondertussen ontstaat wel bij stukjes en beetjes een sociologisch en antropologisch beeld van een bepaald deel van Almere, ‘de stad die zelf een soort adolescent is’. Veel jongeren uit Cassandra’s kring moeten niets van ‘buitenlanders’ hebben en zijn behoorlijk rechts, gaan gekleed in Lonsdale jacks, legerkistjes, hebben kale hoofden en de vaderlandse vlag op hun rug. Is het oppervlakkig racisme van de Lonsdalejongeren, of diepgaand? Cassandra hield van ‘darkcore, hardcore, speedcore en terror’ en noemde zich op de site Partyflock ‘Ontspoorde Terror-Helga’. Maar ze was ‘een lieve meid’ volgens haar vader Ben en haar broer Benny. Zo klopte ze altijd op de slaapkamerdeur van haar vader en stiefmoeder om te laten weten dat ze in de nacht op tijd thuis was gekomen. Omdat Cassandra wel eens met slaande deuren ruzie had met haar echte moeder, verzeilt Weijers op verwante terreinen, zoals bij de roman Schaamte van Annie Ernaux waarin ouders onder de ogen van kinderen slaande ruzie hebben. Ze duikt in allerlei Cassandra’s in toneel en geschiedenis, zoals de klassieke profetes van rampspoeden. Misschien was de echte Cassandra van Schaijk wel een meisje met twee gezichten.
Wanneer ze te weten komt naar wat voor vaderlandse muziek er geluisterd wordt (vaak smartlappen) brengt dat Weijers uit een soort solidariteit terug naar haar eigen jeugd. Daarin moest elke avond in dat genre gezongen worden over de contrasten schoonheid en dood, het liefst opgehangen aan in lompen geklede bedelmeisjes. Alleen al die lompen brachten haar ‘in vervoering’. Weijers emotionele positie in de omgang met zoveel verschillende mensen wordt nog gecompliceerd door het feit dat ze zwanger is. Tijdens het werken aan het boek wordt haar zoon geboren.
De lezer wordt ook betrokken bij Weijers zorgen: wordt het wel een boek waar ze mee voor de dag kan komen in Almere, of beschrijft het alleen een fiasco, een boek waarin niets wordt opgelost, alles hangende blijft zoals het al zo lang hangende is?
.
een vruchtbaar fiasco
Hoeveel twijfels Weijers ook heeft, ze gaat toch door met zoeken op allerlei internetsites en met het voeren van gesprekken. De lezer hoopt en verwacht dat ze iets zal vinden dat haar ‘fijnzinniger aanpak’ zal belonen. Zoals in de vele gesprekken met de zwakbegaafde Ariana, naar eigen zeggen een vriendin van Cassandra. Door professioneel wantrouwen en volhardend zoekwerk onthult Weijers uiteindelijk licht euforisch dat Ariana die groots met allerlei details opgetuigde vriendschap gewoon heeft verzonnen.
Cassandra is een vruchtbaar fiasco, een persoonlijke zoektocht. Ook al lost Weijers niets op, ze heeft heel wat opgestoken, een glimp van andere milieus, andere werelden.
Zich verdiepen in wat voor soort politiek in Almere wordt bedreven brengt Weijers bij haar schrijverschap en eigen ‘benul’ van politiek. Dat er zoveel PVV-stemmers zijn, nogal wat mensen hebben ‘afgehaakt’, dat velen denken dat de migrant ‘alles inpikt en afpakt’, dat bij gemeenteraadsverkiezingen maar zo’n 40% komt opdagen. In de kleine geschiedenis van haar eigen politieke benul duurde het lang voor ze iets begreep. Niet alleen wist ze lang niets van politiek, ook haar kennis van de wereld was gering. Haar honger naar bepaalde kennis hield in dat er veel buiten viel. Wat haar interesseerde was filosofie, literatuur, kunst en wat kennis over de manier hoe met mannen om te gaan. Dit was allemaal kennis die was losgezongen van concrete, praktische, politieke en maatschappelijke werkelijkheden. Die losgezongenheid was voor de jonge Weijers precies de bedoeling, ze ‘wentelde’ zich in ‘luxe’ en zag de complete autonomie van kunst en denken als een noodzaak.
Weijers schrijft in het begin van Cassandra dat men wel zal denken dat ze lang getwijfeld heeft of dit wel een verhaal was dat door haar verteld moest worden. Het is tenslotte bepaald geen van de werkelijkheid ‘losgezongen’ verhaal. Maar nee, ze heeft er zelfs geen moment aan getwijfeld of het iets voor haar was. Dit was voor haar. Met Cassandra heeft Weijers zich in de werkelijkheid gestort. Het boek is een vruchtbaar fiasco, een persoonlijke zoektocht. Ook al lost ze niets op, ze heeft heel wat opgestoken, een glimp van andere milieus, andere werelden. En haar ‘innerlijke plek’, haar onafhankelijkheid, blijkt nog te bestaan nadat ze zich zo lang in uiterlijkheden heeft begeven. Het boek toont dat ze niet langer losgezongen is van de werkelijkheid: dit is een affaire die aan alle kanten vastzit aan het concrete, praktische en politieke van jongeren, hun uitgaansleven, muziekstijl, drugsgebruik, emoties, bizarre verlangens, subculturen, smaken, normen, onverschilligheid, grote bek en kleine hartjes. Op de altijd als pijnlijk ervaren vraag ‘Waar gaat je boek over?’ heeft ze nu een stevig antwoord.
Cassandra door Niña Weijers is uitgegeven door AtlasContact
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.