Bij het zien van het boek dat Arnon Grunberg heeft samengesteld uit de columns die hij sinds 2015 wekelijks in de VPRO Gids schrijft, is er alle reden om even peinzend voor je uit te kijken. Met de titel van deze heterogene verzameling ‘korte verhandelingen’ is niets mis: Van achterdocht tot zelfgenoegzaamheid.

Maar dan de ondertitel: Korte verhandelingen voor de moderne mens. Dat is niet zo maar een categorie mensen, dat is een heel specifieke doelgroep. Niet de neutrale hedendaagse mens die zijn tijd ondergaat. De ‘moderne mens’ staat tot zijn liezen in de moderniteit, is zich scherp bewust van alles wat deze tijd modern maakt. Dat wil zeggen: alles wat zich op het scherp van de snede bevindt, on the edge.

Een moderne mens is door de wol geverfd. Die ziet alles en heeft alles gezien, die weet hoe het in de wereld toe gaat: die is bekend met terrorisme en aanslagen, met globalisering en pervers kapitalisme. Die mens weet van de invloed van fundamentalisme en van pornografie. Van de verrechtsing van de wereld en de spanningen over het klimaat.

Die moderne mens weet dat hij in een dubbele, vergoogelde wereld leeft: hij wordt verleid door alles wat de computer kan en weet, en tegelijk wordt hij digitaal gebruikt. Die moderne mens bevindt zich elke dag te midden van tegenstrijdigheden. Hij krijgt de misdaad elke dag als realiteit én als vermaak op zijn schoot. Modern is dat alles gepaard gaat met berekening, met planning, met strategie, met manipulatie. Met een dosis cynisme. Alles heeft een dubbele bodem, alles heeft een achterkant.

Een scheut idiotie

Dit is de achtergrond van Grunbergs ‘kleine verhandelingen voor de moderne mens.’ Maar dan op willekeurige momenten doorschoten met ironie, onzin, absurdisme of dadaïsme, alsof Grunberg zijn ernst niet verdraagt zonder een scheut idiotie. Grunberg heeft het over alles, over trivialiteiten en serieuze aangelegenheden: de Dood, Nagels, Schuld, Rouwen, Nationalisme, Porno, Fooien, Snobisme, Straf, Vriendelijkheid, Vals bewustzijn, Wreedheid, Schaamhaar, Gelatenheid en Douchen.

Lees ookLiefde en seks in Amerika, deel 1: ‘Alle liefde begint met een visioen’26 mei 2019

Geen aparte verhandeling, maar wel alomtegenwoordig: Seks. Het is alsof hij in het woordenboek willekeurig een woord prikt en daarop improviseert. Je zou het een columnistisch allegaartje kunnen noemen als hij ook niet de ambitie lijkt te hebben om van tijd tot tijd toch iets steekhoudends te zeggen. En dat doet hij van tijd tot tijd.

‘Misschien zou u liever uw kind verliezen dan uw partner, dan weten partner en kind dat ook weer.’

Je leest er makkelijk overheen, maar er staat wel de nodige onzin in deze verhandelingen: ‘Een liefdesrelatie bestaat in de praktijk uit elkaar bestraffen.’ Of: ‘Het sociale verkeer bestaat grotendeels uit afgekeurd en goedgekeurd worden.’ En, met een pijnlijke touch: ‘U moet niet bang zijn mensen te kwetsen. Misschien zou u liever uw kind verliezen dan uw partner, dan weten partner en kind dat ook weer.’

Of deze sinistere nonsens, in een verhandeling over ‘Afwijzing’: ‘Geef degene die ontslagen wordt het gevoel dat ú [de ontslag-aanzegger] getroost moet worden.’ Onzin met een hilarisch kantje is een stukje over ruzie waarin staat dat ruzie goed beslecht kan worden met het knippen van elkaars schaamhaar.

Leven is falen

Grunberg wil een prikkelende column schrijven. Daarvoor is het nodig om krachtig en apodictisch uit de hoek te komen en te schrijven hoe iets volgens hem in elkaar zit. Dus staat er vaak in absolute woorden dat iets zus of zo is of bestaat uit. Het Leven zelf, in al zijn luister, wordt daarvoor nog al eens aangewend: ‘Leven is falen’, of het leven ‘bestaat uit kleine en grotere transacties’, dan wel het leven bestaat uit ‘in de rij staan.’

En: het leven bestaat ‘uit kleine en grotere teleurstellingen.’ Of: ‘Elke gemeenschap bestaat bij de gratie van het verbod.’ Het leven is ook ‘een morsige aangelegenheid.’ Alles wordt door Grunberg verabsoluteerd: we zijn onze persoonlijke hygiëne, we zijn de inhoud van onze toilettas. Je zou zeggen dat het leven met dit alles aardig gevuld is. Maar dan blijkt ineens dat voor Grunberg het leven, naast een morsige aangelegenheid, ook ‘een bedrieglijke opflakkering van opluchting tussen het ene niets en het andere’ is. Eenduidig is het allemaal niet.

Net als de vrouw van Odysseus haalt Grunberg elke nacht wat hij overdag gebreid heeft ‘s nachts weer uit.

Hoe dan ook, Arnon Grunberg is als de vrouw van Odysseus, Penelope. Net als zij haalt Grunberg elke nacht wat hij overdag gebreid heeft ‘s nachts weer uit. Hij begint gewoon weer opnieuw alsof hij niets eerder gedacht of geschreven heeft. Was het leven vandaag morsig, dan is het de volgende dag opluchtend. Moet je op de ene dag ruzie vermijden omdat het verspilde energie is, dan is op de andere dag een leven zonder pijn doen onmogelijk. Grunberg hecht niet aan consistentie, al zal hij over bepaalde onderwerpen zinnig blijven denken (zoals over het nut van de Europese Unie. Daar is hij ‘zeer gematigd optimistisch’ over, als middel om een oorlog zo lang mogelijk uit te stellen).

Grunberg is een schoffelaar

Grunberg hecht niet zo aan consistentie omdat hij een schoffelaar is. Net als Penelope die haar breiwerkje ’s nachts weer uit haalt, zo is de schoffelaar iemand die het land van meningen, opvattingen en overtuigingen ’s nachts omwoelt, ook grotendeels zijn eigen landje. Dus zul je van tijd tot bij Grunberg lezen dat het schrijven voor hem een spel is. En dat hij wel iets in een zelfbewuste snob ziet. Daarmee schept hij steeds ruimte en onduidelijkheid: in hoeverre is hij als speler serieus te nemen?

In Van achterdocht tot zelfgenoegzaamheid wisselen ernst en onzin elkaar af. Wat te denken van: ‘Rouw en genot zijn bijzondere vormen van performancekunst, waarmee niet is gezegd dat de pijn en het plezier niet echt zijn.’ Is het niet eerder zo dat men zichzelf tijdens rouw en genot totaal vergeet? Men is dan toch rouw en genot?

‘Wie in de ander per definitie een vijand ziet, heeft de achtervolgingswaan te gretig omarmd.’

Grunberg wil dat niets is wat het is, het moet altijd ook iets anders zijn, iets dat het verdacht maakt, onzuiver, de andere kant laat zien. Dat is het door de wol geverfde moderne. Dan kan zelfs rouw performance worden. Dan heeft genot doodsdrift in zich. Dan is opvoeden ‘een smerige taak.’ Dan zijn ‘alle relaties feitelijk performancekunst.’

Het is dan ook verrassend dat Grunberg in het lemma ‘Achterdocht’ een beetje ‘gif’ aan achterdocht wel noodzakelijk vindt. Maar hij geeft wel de voorkeur aan het nemen van het risico van vertrouwen: ‘Sterker nog, vertrouwen zou het uitgangspunt moeten zijn. Wie in de ander per definitie een vijand ziet, heeft de achtervolgingswaan te gretig omarmd.’ Dat is opmerkelijk omdat Grunberg onlangs in zijn essay Vriend & vijand de verdediging op zich nam van de Duitse politicoloog Carl Schmitt, voor wie de wereld bestond uit vrienden en vijanden.

Grunberg vindt dat mensen het ongemak moeten opzoeken. Daar wringt het en daar kan dan iets nieuws uit voortkomen. Zelfgenoegzaamheid staat daar haaks op. Maar tussen de ongemak opzoekende verhandelingen (Onzekerheid, Zelfgenoegzaamheid, Snobisme, Vals bewustzijn) staan stukken waarin hij het zich te makkelijk maakt. Dan is het alsof hij de ruimte moet vullen. De afwisseling van trivialiteiten en diepzinnigheden op deze korte baan mag on the edge modern zijn, ze komen geen van beide uit de verf.

Van achterdocht tot zelfgenoegzaamheid. Korte verhandelingen voor de moderne mens door Arnon Grunberg is uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar.