In de afgelopen decennia is de mondiale politiek van een bipolair systeem naar een multipolaire wereld getransformeerd. De val van de Berlijnse muur in 1989 betekende het einde van de Koude Oorlog en luidde een kort intermezzo in van Amerikaanse hegemonie, door Bush jr. en Clinton verzilverd in een spectaculaire uitbreiding van de Navo. Daarmee schoof de grens van het liberaal-democratische gebied oostwaarts op naar het chaotische Rusland. De jaren negentig waren het decennium van pogingen om een nieuwe wereldorde te consolideren, een stabiel paradijs waarin langdurige globalisering en vredeshandhaving (naar westerse snit) de sleutel waren tot aanvaarding van de Pax Americana.
Maar de geschiedenis bleek grimmig door te zetten, globalisering riep verzet op, de Pax Americana werd lang niet door de hele wereld aanvaard, en het intermezzo is inmiddels afgelost door een riskante versie van ordeloosheid die door de oude hegemoon (de VS) zelf great power competition wordt genoemd, een term die eigenlijk al erkent dat de kaarten opnieuw worden geschud.
https://www.vn.nl/product/vn-de-grote-verandering-2019/Wat tien jaar geleden nog welwillend als BRICS werd aangeduid – Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika: een groep opkomende grootmachten die misschien nog wel aan de bestaande tafel pasten als de oude grootmachten een beetje zouden willen inschikken – is inmiddels uitgegroeid tot een ruziënd gezelschap dat zich onder leiding van strongmen de kortste weg naar de koppositie bevecht. Oude én nieuwe middelen zijn geoorloofd, multipolair betekent niet alleen veel spelers, er horen ook nieuwe gedragsregels en methoden bij die tot een veel riskantere wereld hebben geleid dan de idylle die ons na de val van de muur leek te wachten.
Nationalisme, grenzen, zelfs protectionisme, patriottisme en macht doen er ineens weer toe.
Intussen doet de wetenschap die zich met wereldpolitiek bezighoudt, de leer der Internationale Betrekkingen, amechtig pogingen de werkelijkheid bij te houden en te begrijpen. Theoretici vonden een jaar of twintig, dertig geleden in het einde van de Koude Oorlog ruimte voor verklaringen die verschijnselen als gender, klimaat, demografie, godsdienst en niet-westerse benaderingen van macht en staat een plaats gaven, maar het klassieke realisme sloeg terug. Volstrekt uit de mode geraakte begrippen als nationaal belang, machtsevenwicht en geopolitiek keerden terug in het repertoire van diplomaten en ‘echte’ politici.
Ook door academici worden ze nu weer schoorvoetend toegelaten tot het discours, moeizaam gecombineerd met nieuwe inzichten die oude begrippen als soevereiniteit, onafhankelijkheid en nationale macht relativeren en in een nieuw jasje steken. Nationalisme, grenzen, zelfs protectionisme en patriottisme en macht doen er ineens weer toe, en wie nog de voordelen van globalisering, integratie en multilateralisme verdedigt, loopt kans om voor niet streetwise genoeg en naïef te worden versleten.
De wereld als een lange machtscyclus
Niets bijzonders, zegt een oude expert die zijn sporen heeft verdiend in wetenschap en praktijk: de 94-jarige Henry Kissinger, ex-minister en hoogleraar Internationale Betrekkingen en nog altijd actief als veiligheidsadviseur. Er zijn nu eenmaal transitieperioden in de wereldgeschiedenis en het is the art of diplomacy om de turbulentie zonder kleerscheuren door te komen.
Op den duur herstelt het evenwicht zich en kan weer een nieuwe ‘naoorlogse’ periode van stabilisatie optreden, waarin veiligheid en welvaart een kans krijgen tot er weer nieuwe kapers op de kust zullen verschijnen. De wereld als een lange machtscyclus waarin je van je fouten kunt leren en waarin machtsmiddelen elke ronde beter en anders kunnen zijn.
Conflicten als handelsoorlogen zijn in Kissingers visie tijdelijke bijwerkingen, wat niet wil zeggen dat ze ongevaarlijk zijn.
In het huidige tijdsgewricht is er dubbele turbulentie: naast die van de aflossing van de ene supermacht (de VS) door een andere (China) ook de overgang van een bipolaire naar een multipolaire wereld. Fenomenen die enigszins geregeld waren (wie is de baas, hoe gedragen we ons in de jungle, hoe overleven we en waar profiteren we ondanks alle vijandschap van win-winsituaties, hoe vermijden we een atoomoorlog) moeten daardoor steeds opnieuw worden uitgevonden.
Veel van de conflicten in de wereld van nu zijn in Kissingers visie tijdelijke bijwerkingen van die turbulentie, wat niet wil zeggen dat ze ongevaarlijk zijn. Handelsoorlogen, gevechten om invloedssferen, ontdooien of zelfs desintegratie van oude structuren (EU, ex-Joegoslavië, ex-Sovjet-Unie): het hoort er allemaal bij.
Opgewekt de loopgraven in
We moeten alles steeds opnieuw uitvinden, maar gaan we intussen toch niet een beetje vooruit? Sommigen zeggen van wel: honderd jaar geleden gingen we nog opgewekt de loopgraven in, en nog iets langer geleden was oorlog een legitiem middel om een verstoorde machtsbalans te herstellen. Nu zijn we ondanks alles een pietsje opgeschoven in de goede richting: we benoemen mensenrechten, zoiets als een internationale gemeenschap, een broos weefsel van regels, en het voeren van oorlog is sinds de uitvinding van de atoombom als zelfmoord erkend. Het beeld is wel eens rooskleuriger geweest, maar de rauwe statenanarchie van de negentiende eeuw ligt in ieder geval achter ons.
Lang niet iedereen gedraagt zich naar een ergens aan een Amerikaanse universiteit uitgevonden etiquette.
Wacht even, protesteert een deel van de wetenschap, het realisme is vooral een masculien frame van westerse staten die redeneren vanuit de noodzaak van het behoud van hun organisatie, hun dominantie. Klimaat, gender, demografie, niet-westerse waarden, andere opvattingen over de grens tussen privaat en publiek, vragen om sterke relativering van het westerse realisme (intussen, na wat amendementen, herdoopt tot neorealisme). Uitgaan van staten die als gelijkwaardige systeemeenheden los van hun cultuur en geschiedenis in een machtsspel verwikkeld zijn, is kortzichtig, technocratisch en bovendien gevaarlijk: lang niet iedereen gedraagt zich naar een ergens aan een Amerikaanse universiteit uitgevonden etiquette.
Tegenover deze kritiek staat de opvatting dat er een alternatief is: oog hebben voor aanknopingspunten met de nieuwe uitdagers en niet (alleen) voor koele belangentegenstellingen, ‘banden ontwikkelen met partijen die vanuit lokale tradities affiniteit met ons hebben’ (aldus filosoof Haroon Sheikh in NRC Handelsblad). Of dit neerkomt op een pleidooi voor westers waardenrelativisme (een beetje minder democratie en individuele vrijheden?) is onduidelijk en bovendien kun je ’t het realisme moeilijk kwalijk nemen dat het de status quo verdedigt. Het heeft als het ware een thuisvoordeel: staten en hun omgangsvormen bestaan, en macht is een veelkoppige maar bovenal universele valuta in de wereldpolitiek.
Het is ongeveer als met het Engels: een lingua franca die tegen wil en dank de universele voertaal is geworden. De verdienste van de realisten is in elk geval dat zij abstraheren en veiligheid niet zien vanuit het enge perspectief van één land of bondgenootschap, iets wat je een politicus of diplomaat die voor zijn/haar land opkomt overigens moeilijk kunt aanrekenen. Die zien de transitie naar de multipolaire orde niet als een systeemverschijnsel, maar reduceren haar tot een concrete uitdaging die gepareerd moet worden: de opkomst van China, het revanchisme van Rusland, de superioriteit van westerse waarden. Dat is een politieke stelling, geen politicologische.
Roekeloos
Exemplarisch voorbeeld van een eenzijdige analyse biedt de Belgische auteur Jonathan Holslag, die onlangs voor het Marineblad de toestand in de wereld ontleedde vanuit het beperkte Navo-perspectief. Zijn bijdrage heet dan ook ‘China: nagel aan de doodskist van de Navo?’ China zal ‘binnenkort meer aan zijn defensie uitgeven dan alle Europese landen bij elkaar’ (de Navo geeft nu ruim vier keer zoveel uit als China) en ‘zaagt bovendien aan het fundament onder de veiligheid van de Navo’. Welk fundament? ‘Onze westerse manier van leven, onze waardigheid, democratie en vrijheid.’
Afgezien van de twijfels die je kunt hebben bij de wijze waarop Trump, Orbán, Erdogan of Kaczyński die waarden beleven, schrijft Holslag dat de Navo niet meer dan een ‘veiligheidsfaçade’ is geworden, en ‘ten slotte is het zo dat Westerse leiders verwijderd zijn geraakt van de kernwaarden in het Noord-Atlantisch Verdrag’, zodat de lezer zich moet afvragen wie nu eigenlijk de nagel aan de doodskist is: China of Europa zelf?
Door handeldrijven met de vijand in plaats van die te weerstaan is Europa ‘een van de effectiefste sponsors van dictatuur in de wereld’ geworden.
De ‘Chinese uitdaging’ kan volgens Holslag alleen aangegaan worden ‘als de Navo mentaal sterker wordt en de eigen kernwaarden herontdekt’. Door mentale slapte (handeldrijven met de vijand in plaats van die te weerstaan) is Europa ‘een van de effectiefste sponsors van dictatuur in de wereld’ geworden. Wat staat ons militair te doen? ‘Indien de Europese landen hun verantwoordelijkheid nemen, kunnen de VS hun pogingen om China in de Pacific in bedwang te houden versterken. De Navo moet in ieder geval militair dominant blijven langs de voornaamste toegangswegen naar Azië en het Noord-Atlantische gebied: de Noordpool, Oost-Europa, de Rode Zee, de Golf van Guinee en het Panamakanaal en de Caribische Zee’.
Gevoegd bij het eigenlijke verdragsgebied (dat is de Noord-Atlantische regio boven de Kreeftskeerkring) komt het pleidooi van Holslag neer op een aanzienlijke uitbreiding van Navo-activiteiten, en een vanzelfsprekende morele aanspraak op universele dominantie in gebieden waar dat ‘recht’ niet bestaat en wellicht zelfs roekeloos is.
De Thucydides-fuik
De befaamde Harvard-hoogleraar Graham Allison beschrijft in zijn boek Destined for War: Can America and China Escape Thucydides’ Trap (2017) hoe in de afgelopen vijfhonderd jaar tanende grootmachten zestien keer door een rijzende ster werden afgelost, zoals China nu de VS opzij lijkt te schuiven. Hij concludeert dat in twaalf van de zestien gevallen een mega-oorlog tussen die twee uitbarstte volgens het patroon dat door de Griekse schrijver Thucydides al honderden jaren voor Christus haarfijn was beschreven in zijn verslag van de Peloponnesische Oorlog.
Sparta was de gevestigde grootmacht en voelde zich uitgedaagd door de opkomende macht van Athene. De vrees van Sparta door het steeds sterker wordende Athene te worden overvleugeld en de neiging om het Uur U niet af te wachten, en de overweging van Athene om volgens het principe de-eerste-klap-is-een-daalder dan maar alvast een preventieve oorlog te beginnen, zijn zo dwingend dat beide partijen niet rationeel en terughoudend zullen handelen. Ze zullen niet kiezen voor de diplomatieke win-win-optie van een ordelijke aflossing van de wacht, maar worden meegezogen in het gemeenschappelijke drama van een clash.
Het dringende en hooggeleerde advies van Allison is de feiten onder ogen te zien en ondanks alles tot een vergelijk met China te komen.
In vier van de zestien gevallen liep het nog vrij goed af omdat de verblekende grootmacht in die gevallen wel zo wijs was de new kid on the block te accommoderen, maar Allison c.s. herkennen in het gedrag van China en de VS (en dat was nog vóór de huidige handelsoorlog) vooralsnog het fatale scenario: op handelsgebied was zelfs de voorzichtige Obama al van plan om China buiten het grote Trans-Pacific handelsverdrag te houden en Trump gooit olie op het vuur door China ultimata te stellen, van ‘rape’ te beschuldigen en de (handels-)oorlog te verklaren.
Xi Jinping bezigt iets beschaafder bewoordingen maar verkondigt sinds 2012 de ‘Chinese Droom’, wat neerkomt op het vestigen van de Chinese superioriteit. Geluk bij een ongeluk is dat althans Xi bekend is met de Thucydides-fuik, er met Obama zelfs openlijk over heeft gesproken en er ook tegen waarschuwde aan de vooravond van zijn staatsbezoek aan Trump, maar absoluut niet van plan is bij voorbaat de handdoek in de ring te gooien. Het dringende en hooggeleerde advies van Allison is de feiten onder ogen te zien en ondanks alles tot een vergelijk met China te komen. Zo deed Henry Kissinger, al pingpongend in 1972, het ook. Dat is geen appeasement, maar realisme.

Neo-neorealisme
Is er dan geen unieke verandering in de wereldpolitiek? Zet de digitale revolutie niet alles op zijn kop, staat terrorisme en cyberoorlog niet garant voor een totaal andere transitie? Ik dacht het niet. Na 9/11 werd ons het tijdperk van het ‘catastrofale terrorisme’ voorspeld, maar het is er ondanks afschuwelijke incidenten niet van gekomen.
De digitale revolutie heeft de hele maatschappij kwetsbaar gemaakt voor verlamming, maar is die situatie wezenlijk onstabieler dan de situatie van Mutual Assured Destruction die in de bipolaire era voor stabiliteit zorgde? Je zou wel kunnen zeggen dat terrorisme en cyberoorlogsvoering ‘equalizers’ zijn: wapens in handen van kleintjes die schrik en verderf kunnen veroorzaken in grote landen en ons wat angst betreft in een multi-multipolaire orde hebben doen belanden.
Wezenlijk anders dan The Delicate Balance of Terror in de Koude Oorlog is dit toch niet. Het antwoord: 21ste-eeuwse wapenbeheersing. Neo-neorealisme.
Ruim zeventig overheden (van de bijna tweehonderd) hanteren ‘desinformatie’ als digitaal wapen tegen de eigen bevolking, maar kunnen digitale aanvallen ook onderdeel van hun buitenlandse politiek maken. Meer dan twintig landen beschikken over kruisraketten waarmee zij andere landen kunnen bestoken, naar schatting 95 landen hebben drones boven het slagveld van de buren.
Het proliferatieprobleem is dus veel breder dan bij kernwapens (negen landen), maar dat kan ook betrekkelijk geruststellend zijn: weinigen durven ze in te zetten uit vrees voor onbekende vergelding. Het zogeheten attributieprobleem (wie heeft het gedaan? Zie de drone-aanval op Saoedische olie-installaties en de talloze grensoverschrijdende cyberaanvallen in de wereld) is wel véél groter dan in de koude oorlog. En dan hebben we het alleen nog maar over regeringen, niet over non-state-actors.
Beheersing daarvan is een enorm probleem. Kleinmachten en non-state actors (en zelfs individuen) kunnen voor assured destruction of mass disruption zorgen. Maar wezenlijk anders dan The Delicate Balance of Terror in de Koude Oorlog is dit toch niet. Het antwoord: 21ste-eeuwse wapenbeheersing. Neo-neorealisme.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.