Het woord valt niet in Bas Heijne’s essay Mens/onmens, maar daardoor krijgen het liberalisme en de sociaal-democratie de volle laag, terwijl ze maar voor een deel verantwoordelijk zijn. Het woord dat niet valt is neoliberalisme. Volgens Heijne zou het liberalisme, of de liberale democratie, zijn idealen van meer vrijheid, meer gelijkwaardigheid, geloof in de vooruitgang en het beperken van te veel macht voor wie dan ook, verwaarloosd en verloochend hebben.
De werkelijkheid is dat het liberalisme zich heeft laten kapen door de expansiedrift van het neoliberalisme. Met behulp van de Chicago-economen maakte het neoliberalisme gebruik van de ruimte die het liberalisme altijd laat aan het expansieve, pragmatische initiatief, ten koste van het sociaal-liberalisme.
Het neoliberalisme greep zijn kans met privatiseringen en kwam op de proppen met de participatiemaatschappij. Daarmee ontstond de zzp’er en zijn precaire lot. Ongeveer gelijktijdig schudde de sociaal-democratie haar ideologische veren af.
tribalisme versus unversalisme
Het valt niet te ontkennen dat het liberalisme en de sociaal-democratie zich hebben laten inpakken door het neoliberalisme.
Ondertussen vergroot het neoliberalisme op een groteske manier de kloof tussen arm en rijk en wakkert het tegenstellingen aan. Maar Heijne heeft het in Mens/onmens niet zozeer over deze ideologische ommezwaai op de achtergrond, maar eerder over de maatschappelijke mentaliteit die er een uitvloeisel van is. Denk aan de opkomst van het nationalisme, het politiek worden van emoties, het groeps- en identiteitsdenken, de behoefte aan autoriteit.
Hij signaleert de opmerkelijke tegenstelling binnen het kabinet tussen minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok en minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Zo vroeg Blok zich in een besloten bijeenkomst af of mensen met een verschillende culturele achtergrond wel vreedzaam samen kunnen leven. Hij kende geen voorbeelden van een diverse, vreedzame samenleving. Diep in onze genen, meende hij, willen we een overzichtelijke groep om ons heen. We zouden daarom niet goed in staat zijn binding aan te gaan met onbekenden.
Diep in onze genen, zegt Blok, willen we een overzichtelijke groep om ons heen.
Daar denkt minister Sigrid Kaag heel anders over. Zij staat voor universele waarden die racisme, antisemitisme, xenofobie en groepsdenken bestrijden, zoals gelijkwaardigheid. Van ‘het tribale identiteitsdenken’ van Blok wil zij niets hebben: ‘redelijkheid, respect en tolerantie zal altijd als tegengeluid moeten worden gehoord.’ Heijne vindt dit mooie woorden, al te mooi, omdat ze terecht komen in een wereld waar ze niet meer op waarde geschat worden. Kunnen die woorden Stef Blok en de tribale denkers op andere gedachten brengen?
Nee. We houden er veel te weinig rekening mee dat mensen geen rationele wezens zijn, al hoopten we dat vurig toen de Verlichting ons aanspoorde om zelf na te denken.
zelfgenoegzaamheid
Met name in het derde en laatste deel van Mens/onmens weet Heijne een laag in de menselijke geest aan te boren waar het niet prettig toeven is. Daar bevindt zich alles waardoor we ons primair laten leiden, ook wie denkt dat hij altijd rationeel te werk gaat. Hoezeer we ook kinderen van de rationele Verlichting zijn, de ‘nieuwe kennis over onze biologie heeft ons laten zien dat wij allesbehalve rationele wezens zijn, dat wij vaak impulsief denken, veel te snel ons oordeel klaar hebben en propvol vooroordelen zitten.’
Juist die denkende en onderzoekende Verlichting heeft in zijn eigen voet geschoten door aan te tonen hoe weinig verlicht we van nature zijn: ‘Verlicht als we onszelf waanden, sloten we zelfgenoegzaam onze ogen voor onze eigen ambivalenties.’
‘Verlicht als we onszelf waanden, sloten we zelfgenoegzaam onze ogen voor onze eigen ambivalenties.’
Heijne zet de ‘ballerige zelfgenoegzaamheid’ van Stef Blok tegenover de ‘abstracte en vage’ zelfgenoegzaamheid van Sigrid Kaag, die denkt dat redelijkheid, respect en tolerantie voldoende zijn om die ballerigheid te bestrijden. Kaag ontkent ‘haar eigen ambivalenties’ schrijft Heijne, zij stelt zich haar eigen inborst en die van andere te rooskleurig voor, zonder egoïsme, louter gericht om de gemeenschap. Ze zou moeten erkennen hoe ambivalent ook de redelijkste mens is, hoezeer die ook alles gunstig naar zichzelf toe redeneert en zijn eigenbelang in het oog houdt.
Het gaat in Mens/onmens nogal eens over zelfgenoegzaamheid: die van de identiteitsdenker die zich in de cocon van zijn comfortabele identiteit terugtrekt, en die van de verlichte denker die tevreden denkt dat hij het tegenover zoveel irrationaliteit met zijn redelijkheid wel redt.
de bergrede
Wanneer Heijne het over de Bergrede gaat hebben kan er geen sprake meer zijn van zelfgenoegzaamheid. Dan worden de comfortabele zitjes verlaten. Dan is het bij elke alinea alsof Heijne een schop in je hoofd steekt om het zaakje daar eens flink om te spitten. Hij heeft het dan over de vraag of er een manier is om de tegenstellingen die hij zojuist heeft beschreven en geanalyseerd, te overbruggen.
Hoe vinden de ballerige Blok en de rooskleurige Kaag elkaar? Volgens Heijne door het lezen van de Bergrede, een tekst waarin Jezus ‘lijkt te zeggen dat een mens die het zichzelf niet werkelijk moeilijk maakt, niet tegen zijn eigen aandriften durft in te gaan, die zijn eigen opvattingen, zelfs zijn eigen “identiteit”, niet wil bevragen, niet echt een waardevol leven leidt – niet echt een mens is, eerder een onmens.’
Dit is geen kleinigheid, want het komt erop neer dat de mens volgens de Bergrede ‘nooit meer mens is dan wanneer hij zichzelf geweld aandoet, wanneer hij tegen zijn eigen instincten van veiligheid en zelfbehoud in handelt (…), wanneer hij zijn vijand tegemoet komt en wanneer hij opzoekt wat hij haat.’
Dit gaat recht tegen onze instincten in, schrijft Heijne, in commissie met de Amerikaanse bioloog Robert Morris Sapolsky, die ook van mening is dat het wij-zij-denken diep in ons verankerd is. Maar hoe dan ook: hoe overstijgen wij het wij-zij-denken, als we niet vijandig tegenover elkaar willen blijven staan?
Hoe overstijgen wij het wij-zij-denken, als we niet vijandig tegenover elkaar willen blijven staan?
De grootste angst van de mens is dat hij controle over zichzelf verliest. Onzekerheid, onduidelijkheid, geen vastigheid zijn funest. Dit zelfverlies moet worden voorkomen, maar de dreiging ervan kan louterend werken. Heijne citeert uit de Bergrede: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? (…) En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan?’
Er is niets comfortabels aan deze woorden.
Alleen liefhebben wie jou liefheeft noemt Heijne ‘verdovende veiligheid.’ Alles in de samenleving is erop gericht het ons gemakkelijk te maken. Het is niet de bedoeling daaraan al te zeer toe te geven, is Heijne’s conclusie. Anders zullen onze levens ‘even comfortabel als nietszeggend zijn’.
Heijne bereikt in het laatste deel van Mens/onmens grote hoogte wanneer hij, nadat hij het doodlopende wij-zij-denken heeft besproken, bij de Bergrede uitkomt. Daarin vraagt Jezus om een zeker ‘zelfverlies’ – om het opzoeken van de vijand, om het enigszins loslaten van de eigen identiteit, om het poreus maken van de eigen identiteit – waarmee ruimte wordt gemaakt voor anderen, voor die ‘zij.’
Het is een mooi, oncomfortabel essay.
Mens/onmens, een essay door Bas Heijne, is uitgegeven door Prometheus. 128 p., ISBN: 97890446414179. €19,99.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.