Een klimaatcrisis, een coronacrisis, een stikstofcrisis, een asielcrisis, een wooncrisis en een energiecrisis: Nederland lijkt van de ene crisis in de andere te buitelen. Het is een verleidelijke gedachte de oorzaak van het onheil te zoeken in twaalf jaar Rutte, waarin tal van grote problemen op de lange baan werden geschoven door het uitblijven van klimaatmaatregelen, ondoordacht efficiency-denken in de zorg, het uitstel van de aanpak van de intensieve veehouderij, het afknijpen van de asielopvang, het onttakelen van het woonbeleid en de groeiende afhankelijkheid van het Russische gas, waar twaalf jaar geleden al volop voor gewaarschuwd werd. Het is ongetwijfeld waar dat de overheid zich te lang heeft laten leiden door belangen op de korte baan, waar we nu de rekening voor gepresenteerd krijgen, met grote maatschappelijke onvrede tot gevolg.
Maar ook de publieke perceptie van het onheil is de afgelopen decennia veranderd, zoals historica Beatrice de Graaf betoogt in haar essay ‘Crisis!’, dat deze week is verschenen. Daarin werpt ze de vraag op of we inderdaad met zo veel meer rampen, crises en ellende te maken hebben dan in vroeger tijden. Waar in de voorbije eeuwen onheil nog vooral ervaren werd als het levenslot dat we moesten dragen, al dan niet als straf van God, begon de staat zich in de loop van de twintigste eeuw steeds ingrijpender met de samenleving te bemoeien, ook met de gezondheidszorg en de bestrijding van rampen. Pas in de jaren zeventig sprak de overheid voor het eerst over ‘crisisbesluitvorming’.
Tegelijkertijd, stelt De Graaf, namen de afgelopen decennia de verwachtingen, de kritiek en de achterdocht van burgers ten opzichte van de overheid toe, terwijl de maatschappelijke veerkracht achterbleef: de ‘kwetsbaarheidsparadox’ maakt dat naarmate een land en een bevolking rijker en veiliger worden, de ontreddering des te groter is wanneer zich dan af en toe toch een crisis voordoet. Precies dat is wat we nu om ons heen zien gebeuren: het wantrouwen en zelfs de haat tegen de overheid nemen toe, compleet met woedende protesten, bedreigingen van politici en fluitconcerten tijdens de rijtoer van de Koning op Prinsjesdag, juist omdat de verwachtingen zo hoog zijn.
Alleen als de lasten en de pijn eerlijk worden verdeeld, houden de burgers het vol, en kunnen ze de veerkracht opbrengen om tijden van crisis te doorstaan.
Zo kon het gebeuren dat er nu zorgelijk over een ‘asielcrisis’ wordt gesproken, terwijl tijdens de Eerste Wereldoorlog nog in korte tijd een miljoen vluchtelingen uit België in Nederland werd opgevangen door talloze maatschappelijke initiatieven, zonder enige vorm van protest. Ter vergelijking: afgelopen jaar vroegen nog geen 35.000 mensen asiel aan in het steenrijke Nederland.
Op die manier kan je natuurlijk alle zorgen wegrelativeren: er is altijd wel groter leed en grotere saamhorigheid te vinden, in de historie of elders in de wereld. De zorgen van Nederlanders in deze tijd over het betalen van hun energierekening, de gezondheidszorg en de woningnood zijn wel degelijk reëel. Maar het kan geen kwaad te bedenken dat we niet alle heil van de overheid moeten verwachten als het leven tegenzit. Daar heeft ook de overheid zelf een rol in te spelen. De uitspraak van minister van Financiën Sigrid Kaag deze zomer dat we ‘allemaal een beetje armer’ zullen worden, was vast bedoeld als verstandige waarschuwing, maar doordat maatregelen uitbleven en grootwinkelbedrijven en energieleveranciers ongehinderd hun zakken konden vullen terwijl AOW’ers hun boodschappen en energierekening niet meer konden betalen, leidde die opmerking vooral tot hevige kritiek en felle protesten.
Dat is misschien wel de belangrijkste les die Beatrice de Graaf de lezers van haar essay voorhoudt: alleen als de lasten en de pijn eerlijk worden verdeeld, houden de burgers het vol, en kunnen ze de veerkracht opbrengen om tijden van crisis te doorstaan.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.