‘Als de situatie verslechtert, kan de boosheid die wordt opgewekt door herhaalde discriminerende staandehoudingen, identiteitscontroles en fouilleeracties, ontaarden in rellen en oproer.’

Dit was de waarschuwing van Amnesty International aan Nederland in een rapport uit 2013. Een van de geïnterviewden in dat rapport is een zwarte hoofdinspecteur van de politie die uitlegt dat wanneer hij zonder uniform op straat loopt, hij door collega’s ‘op een heel brutale, onvriendelijke manier wordt staande gehouden’. Dit rapport kreeg toen nauwelijks aandacht van de politiek.

Twee jaar later werd de keel van Mitch Henriquez door Haagse agenten dichtgeknepen terwijl ze hard op hem insloegen. In bewusteloze toestand sleurden ze hem vervolgens hardhandig de politieauto in. Mitch overleed. Met als gevolg hevige rellen in Den Haag.

Een gesprek over de systemische oorzaken achter de dood van Henriquez kwam maar niet op gang.

Bijna alle media namen in eerste instantie de lezing van de politie over: ‘Een arrestant is overleden nadat hij in een politieauto onwel was geworden.’ Alleen omdat omstanders hadden gefilmd wat er gebeurde, moest de politie deze verklaring weer snel intrekken.

De reacties in 2015 op de rellen in Den Haag in het kielzog van de dood van Henriquez waren opmerkelijk. Het zou komen ‘vanwege de hitte en de Ramadan’, aldus burgemeester Van Aartsen. Premier Rutte noemde de relschoppers ‘achterlijke gladiolen’.

Een gesprek over de systemische oorzaken achter de dood van Henriquez kwam maar niet op gang. Terwijl de Haagse rellen naar aanleiding van zijn dood lieten zien dat het Amnesty-rapport gelijk had, verloor de Nederlandse politiek zich in de reflex van ‘de relschoppers zijn allemaal tuig’.

Structureel probleem

In 2020, na de wereldwijde protesten naar aanleiding van de politiemoord op de zwarte Amerikaan George Floyd, is de situatie anders. Zelfs het Nederland van Mark Rutte − die zelf door de rechter is veroordeeld voor racisme − kan niet langer ontkennen dat er een probleem is. Schoorvoetend erkende premier Rutte dat er ook in Nederland sprake is van racisme en discriminatie. De term institutioneel racisme wilde hij niet gebruiken omdat hij ‘niet houdt van sociologenjargon’. Rutte had net zo goed kunnen zeggen: ‘Ik moet meebuigen met de tijdsgeest maar dat wil ik eigenlijk niet.’

Meer diversiteit bij corpsen zal niet helpen. Zo was volgens een woordvoerder van de familie Henriquez een van de agenten die op Mitch insloegen zelf van Arubaanse afkomst.

Tegelijkertijd blijft de discussie in Nederland in 2020 alweer hangen in oppervlakkigheden. Activisten wijzen op racisme bij de politie als enige oorzaak voor de dood van mensen als George Floyd en Mitch Henriquez. Sommigen willen ‘bodycams’ bij agenten. Anderen vinden dat politiekorpsen diverser moeten worden. Dat zijn allemaal thema’s die aandacht verdienen. Maar als het gaat om de kwestie van politiegeweld zullen ze weinig tot niets uithalen.

In de Verenigde Staten zijn op veel plekken al bodycams aanwezig bij agenten. Maar die hebben niet verhinderd dat disproportioneel politiegeweld een structureel probleem blijft. Ook meer diversiteit bij corpsen zal niet helpen. Zo was volgens een woordvoerder van de familie Henriquez een van de agenten die op Mitch insloegen zelf van Arubaanse afkomst. Ook de agenten die betrokken waren bij de dood van George Floyd waren etnisch zeer divers.

Veiligheid als geprivatiseerd winstmodel

Wat in het Nederlandse debat vaak ontbreekt, is de systemische analyse.

We zijn Amerikaanser dan we denken. Bijna geen enkel land in Europa heeft zoveel ‘flexcontracten’ en zzp’ers als Nederland. De middenklasse verdwijnt langzaam maar zeker. Het aantal Nederlanders dat ondanks een baan niet rond kan komen zonder schulden op te bouwen, is enorm toegenomen. Tegelijkertijd ontstaat er een groeiende groep aan de onderkant die simpelweg niet meer mee kan draaien. En dan hebben het nog niet eens over de 40.000 daklozen, een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden.

Deze groep aan de onderkant zal uiteindelijk geen functie meer hebben in de samenleving, behalve in wat we een ontluikend Prison Industrial Complex kunnen noemen, waarin veiligheid een geprivatiseerd winstmodel wordt. Daarvoor worden al heel lang kiemen gelegd in Nederland.

Onze voorheen progressieve drugswetten worden stap voor stap teruggedraaid. Het collectief beboeten van arme mensen neemt gestaag toe. Door de GGZ-bezuinigingen is het aantal verwarde mannen op straat explosief toegenomen. In plaats van professionals en zorginstellingen, mogen agenten op straat met hen aan de slag gaan. Onderbemande en onderbetaalde agenten, dankzij de hervormingen van de kabinetten Rutte.

Overnemen van publieke diensten

Ondanks waarschuwingen van experts zoals de Nijmeegse hoogleraar en lid van de Hoge Raad Ybo Buruma is de politiek al jaren bezig met het versterken van het beeld dat Nederlandse straffen te mild zouden zijn. De norm verschuift in een klimaat waarin wij/zij-denken de boventoon voert. De maatschappelijke acceptatie van repressie en politiegeweld tegen ‘zij’, wie dat ook mogen zijn, wordt steeds meer opgerekt. Op Schiphol en op Zestienhoven zijn al detentiecentra voor vluchtelingen geprivatiseerd. In De Groene Amsterdammer beschreven Dieuwertje Kuipers en Kim van Keken hoe de private veiligheidsindustrie bezig is met het overnemen van publieke diensten.

Nederlandse agenten krijgen steeds meer middelen om geweld te gebruiken. Dit resulteert in een sluimerende militarisering van de politie.

Kortom: na de meer dan 50 miljard euro aan bezuinigingen op de verzorgingsstaat door Mark Rutte en de radicale herinrichting van Nederland naar een lagelonenland zonder vaste contracten, is er een perfect storm ontstaan waarin steeds meer mensen ‘overlast’ gaan veroorzaken door toenemende criminalisering van hun gedrag, kaalslag op sociale voorzieningen en zwaardere straffen.

Om dit allemaal in goede banen te leiden, krijgen Nederlandse agenten steeds meer middelen om geweld te gebruiken. Dit resulteert in een sluimerende militarisering van de politie. Zo zijn de in 2014 geïntroduceerde nieuwe uniformen van ons politiekorps bedoeld om beter te kunnen vechten. ‘Het nieuwe uniform is operationeel, zit lekker en kan tegen een stootje’, in de marketingtaal van de politie.

Modellen uit oorlogssituaties

Een van de vele zorgwekkende constateringen in het promotieonderzoek van Paul Mutsaers (Tilburg University) uit 2015 is wat hij een ‘uitwas’ noemt: modellen uit oorlogssituaties die door de Nederlandse politie worden toegepast, zoals het PsyCops project in Amsterdam-West. Militairen hebben daar agenten geholpen met observaties van wijkbewoners met als doel te infiltreren in hun privélevens. Inmiddels weten we dat dat geen uitwas was, maar een logische uitkomst die past in een bredere trend.

Daarom zullen maatregelen als meer diversiteit in het corps weinig structureel effect hebben op politiegeweld. Agenten moeten immers opereren in een systeem dat door beleidsmakers is bedacht. Er ligt dus een enorme taak voor media, wetenschappers, activisten en het Nederlandse publiek in het algemeen.

Dat stemt pessimistisch, want in Nederland hebben we er een handje van om systeemkritiek ondergeschikt te maken aan identiteitspolitiek.

Het idee dat er in beginsel iets mis zou kunnen zijn met de regels zelf, is te ‘radicaal’.

Nederlandse activisten verliezen zich te vaak in makkelijke slogans, zonder een grondige analyse laat staan een duidelijk programma. Veel Nederlandse wetenschappers, intellectuelen en opiniemakers weigeren open te staan voor een inhoudelijk debat over het aankomende Prison Industrial Complex of over institutioneel racisme. Veel te vaak gaat het ‘debat’ over de vraag of je dat soort termen mag gebruiken. Je afvragen of je iets mag zeggen is onze collectieve hobby, van links tot rechts, van zwart tot wit, van activist tot wetenschapper. Naast technocratisch gekissebis: ‘Volgden de agenten de regels juist of niet?’ Het idee dat er in beginsel iets mis zou kunnen zijn met de regels zelf, is te ‘radicaal’.

Daarom geen hoopvol of positief einde aan deze column. Want te veel Nederlanders volgen hun onderbuik die hunkert naar ‘een harde aanpak’. Ze dromen van een land waar zelfs BOA’s tot de tanden toe bewapend zijn en zijn niet bereid om te begrijpen dat ze daarmee hun kinderen en kleinkinderen tot grondstoffen maken van een nieuwe Nederlandse industrie waarin veiligheid een verdienmodel zal zijn.