De dagelijkse beelden van de verwoestingen die het Russische leger in Oekraïne, die Hamas in Israël en Israël in Gaza aanrichten dringen zich onontkoombaar op bij het lezen van de reportages die Joseph Roth schreef over de krijgsverrichtingen van het Oostenrijks-Hongaarse leger in zijn geboortestreek Galicië, in het huidige Oekraïne. Roths reportages zijn al meerdere keren gebundeld, maar steeds vindt men nog iets van waarde, zoals het vroege journalistieke werk (1919-1924) in Tussen de legers, ‘grensreportages’ langs de berucht veranderlijke grenzen van Oostenrijk, Polen, Hongarije, Rusland en Duitsland na de Eerste Wereldoorlog, en na de val van de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie in 1918.

Die val werd door Roth betreurd omdat de dubbelmonarchie voor hem gelijkstond aan beschaving. En Lemberg (het huidige Lviv), de belangrijkste stad van de regio, werd door Roth extra gekoesterd ‘als een klein filiaal van de grote wereld’. Je hoorde er Russisch, Pools, Roemeens, Duits en Jiddisch. Wanneer Roth dit in 1924 in de Frankfurter Zeitung schrijft was Galicië een deel van Polen geworden. Het Poolse nationale bewustzijn trad onmiddellijk in werking: men verzette zich tegen die veeltaligheid.

‘Ten onrechte’ volgens Roth: ‘Uniformiteit in natie en taal kan een kracht zijn, diversiteit in natie en taal is dat altijd.’ Er was in Lemberg in 1924 sprake van een ‘polyglotte kleurenpracht’. Dat de stad democratiseerde, vereenvoudigde en vermenselijkte hing volgens Roth samen ‘met haar kosmopolitische neigingen’. Roth, die zijn ogen niet in zijn zak had, ziet een luitenant compleet met oorlogsonderscheidingen en linten op zijn borst die een glazen pot met inmaak in zijn hand heeft. Hij draagt ook de boodschappentas voor zijn vrouw. ‘Deze duiksprong in het eeuwig menselijke’, schrijft Roth, ‘in de privésfeer, in het huiselijke, tempert de oorlogswolken van sporengerinkel en glanzende eretekens.’ Daar blijft het niet bij: in Lemberg vervagen bovendien de grenzen tussen ‘arrivés en bohemiens’. Sterker nog: ‘Alle scheidslijnen zijn getekend met bleek, nauwelijks zichtbaar krijt. Het is een stad van vage grenzen.’

VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT

Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer.

gruwelstoet en oorlogsleed

In 1920 begeeft Roth zich voor de Neue Berliner Zeitung in de Pools-Russische oorlog die woedde van februari 1919 tot maart 1921. Oorzaak van de oorlog: de grenzen tussen Polen en Sovjet-Rusland waren in het Verdrag van Versailles niet precies vastgelegd. Het Poolse leger was een makkelijke prooi voor de bolsjewieken. Het werd vrij snel omsingeld en de Poolse soldaten namen de vlucht. In zijn ooggetuigenverslag ziet Roth op een stralende wolkeloze zomerochtend wat de vluchtende Polen achterlaten: ‘hier een gebroken geweer, daar een paar nog bijna nieuwe laarzen, een achtergelaten veldkeuken, een vernielde ladderwagen, een dood paard, uniformresten, leidsels, een veldfles, afgerukte telefoonkabels.’ Daarna ziet hij de vluchtenden zelf: ‘Deze lui zijn duidelijk helemaal van streek, doodop, bleek, oververmoeid, vuil, gehavend.’

Roth is in meer algemene zin goed in het oproepen van de complete chaos die in een oorlog ontstaat wanneer een van de partijen een nederlaag leidt.

Deze citaten laten een stilistische bijzonderheid van Joseph Roth zien: zijn liefde voor de opsomming. Hij doet het vaak en zo dat het een pregnante en beeldende aanvulling is van wat hij aan het vertellen is. Je ziet de Poolse soldaten met elk woord ellendiger worden. Roth is in meer algemene zin goed in het oproepen van de complete chaos die in een oorlog ontstaat wanneer een van de partijen een nederlaag leidt: de aftocht van de Polen (‘totaal ontredderd’) als een variatie op de terugtrekking van Napoleons leger uit Rusland. Daar kwamen maar heel weinig soldaten van thuis.

De ironische nuchterheid van Roth in zijn reportages stelt hem in staat om zonder sentimenteel te worden te vertellen wat hij ziet. Het summum hiervan is zijn verslag in de Frankfurter Zeitung van november 1924 van de begrafenis van een Poolse verminkte soldaat. De rouwstoet van deze niet bij naam genoemde invalide werd gevormd door alle invaliden van de stad Lemberg, ‘alle restanten van wat ooit mensen waren geweest, de hinkenden, de blinden, mannen zonder armen, mannen zonder benen, de lammen, de bevenden, zij zonder gezicht en zij met een kapotgeschoten rug, de schurftigen, zij die aan de liefde kapot gegaan waren, zij die waanzinnig en zij die doofstom waren geworden, zij die hun geheugen verloren waren…’ enzovoort, enzovoort. Roth telde ‘duizenden verminkten’ achter de lijkwagen, in rijen van twee. Eerst hinkten de kreupelen, tweehonderd in getal. Je hoorde het onregelmatige getik van de krukken op de hobbelige straatstenen, daar tussen piepten en kraakten de gewrichten van de prothesen – volgt een lange opsomming van de andere gruwelen die in de eindeloze stoet te zien waren. Tegenover deze gruwelstoet en ander oorlogsleed staan even robuuste als fijnzinnige illustraties van Koen Broucke: met een grove kwast geschilderde aquarellen met een verrassend expressief effect. Het maakt Tussen de legers tot iets bijzonders.

een gevaar wil hij zijn

In dezelfde jaren van deze honderden reportages schreef Roth ook nog drie romans: Het spinnenweb, Hotel Savoy en Rebellie. Het spinnenweb erkende Roth later niet als zijn debuut, daarvoor vond hij het te zwak. Het is inderdaad te haastig geschreven. Niet alles wordt uitgewerkt wat uitgewerkt had moeten worden, maar psychologisch en wat betreft tijdgeest is Het spinnenweb niet om over te slaan. In zijn oorlogsreportages kijkt Roth terug op wat aangericht en gebeurd is, in Het spinnenweb gaat het over het heden van 1922, over de toekomst van de Weimarrepubliek en de opkomst van extreem-rechts in de persoon van het personage Theodor Lohse, een luitenant die aan zijn leven moet beginnen als hij uit de oorlog komt. Van bescheiden komaf zal hij lang een ondergeschikte moeten blijven, in zijn geval als huisonderwijzer van een adellijke pupil. Maar Lohse is een en al verbeten rusteloosheid, fantasieën over macht bedwelmen hem (‘Theodor de machtige!’).

Hij sluit zich aan bij een geheime rechtse beweging. Op brute wijze vermoordt hij een rivaal. Uit veertig scholen vormt hij een jonge gewapende ‘garde’. Hij haat openlijk joden ‘omdat ze macht bezaten’. Wanneer Theodor een jood zag, ‘pulkte hij ostentatief aan zijn das om de aandacht van de ander op het dreigende teken van het hakenkruis te vestigen.’ ‘Maar zijn ijver overweldigde hemzelf, drong naar buiten, verried hem, zijn vlijt werd gewantrouwd, zijn drift maakte hem verdacht.’ Maar hij leert te luisteren en te wantrouwen. ‘Hij wilde…wat hij wilde, was hem niet duidelijk. Leider wilde hij zijn.’ Hij wilde geen schakel in een keten zijn, maar het begin. Lohse spint een web waar hij zelf in verstrikt raakt.

Theodor Lohse is de ondergeschikte burger die koste wat kost hogerop wil, er alles voor over heeft, er doodsangsten voor uitstaat, bedriegt uit instinct, omgeven door vijandige vrienden. Hij wil minstens een Ludendorff worden als Hitler te hoog gegrepen is, ‘een gevaar’ wil hij zijn.

Op 6 november 1923 verschijnt de laatste aflevering van Een spinnenweb als feuilleton in de Weense Die Arbeiter-Zeitung. Twee dagen later, op 8 november, heeft de mislukte Bierkellerputsch van Hitler en generaal Ludendorff plaats waarmee ze de Weimarrepubliek omver wilden werpen. In Een spinnenweb is tamelijk precies te lezen door wat voor soort mensen, in wat voor geest dat gebeurde.

Tussen de legers. Grensreportages door Joseph Roth is vertaald door Els Snick en Annelore Kodde, Ari Hoste, Rebecca Luijten en Iris Van Goethem, studenten van de Vertalersvakschool. Illustraties van Koen Broucke en uitgegeven met een voorwoord van Erik Vlaminck door Van Oorschot.

Het spinnenweb door Joseph Roth is vertaald door Wilfred Oranje en uitgegeven door L.J. Veen Klassiek.