Arjen Fortuin zegt het aan de einde van zijn biografie over Gerrit Kouwenaar nog maar eens onomwonden. Benieuwd gemaakt door wat Kees Fens in 1995 schreef over Kouwenaars gedicht ‘men moet’ werd hij gegrepen door dat gedicht en meteen door het werk van Kouwenaar. Fens voorspelde dat de beginregels van dat gedicht zo maar klassiek zouden kunnen worden: ‘Men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis/nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen.’ Fortuin draait er niet omheen: ‘Ik vond Kouwenaars werk prachtig, het zat boordevol gevoel.’ ‘Prachtig’ voor het als ‘moeilijk’ bekend staande werk van Kouwenaar, dat lees je niet vaak.
Carel Peeters' Literaire Kroniek
Literaire Kroniek: Gerrit Kouwenaar wilde met zijn poëzie onthullen, ontdoen en ontwikkelen

Na biografieën over de andere Vijftigers Lucebert, Bert Schierbeek, Jan Elburg en Remco Campert is het nu de beurt aan Gerrit Kouwenaar (1923-2014), geschreven door Arjen Fortuin en Wiel Kusters. Zijn leven blijkt veel bruisender te zijn geweest dan men dacht op grond van zijn ‘zich moeilijk uitleverende gedichten’.


