Op de vraag van zijn vriend Leonard de Vos hoe het met zijn schrijversactiviteiten gaat, antwoordt de twintigjarige Frans Kellendonk in 1971: ‘Ik schrijf erg veel, heb nog meer ideeën, maar ben voorlopig nog lang niet tevreden over wat ik maak. Het heeft voor mij geen zin nu werk af te leveren dat slechter is dan dat van Dostojevski, Shakespeare of Thomas Mann. Daarom schrijf ik stug door totdat ik het helemaal “heb”.’ Een sterk antwoord. De solide ironie ervan bevestigt de vastberadenheid om niet te verzaken aan de literaire standaard.
Maar Kellendonk had dan ook al een heel schrijversleven achter de rug, zou je kunnen zeggen. Hij begon immers als twaalfjarige met het wekelijks redigeren en grotendeels schrijven van de Huiskrant van de familie Kellendonk. Wanneer de huisgenoten niet afkomen met de beloofde kopij was het aan Frans om nog extra in de pen van de oude Underwood typemachine te klimmen voor het oplepelen van huiselijke anekdotes, het bespreken van katholieke feestdagen, het volgen van de verhuisgangen van opa en het bijhouden van de punten die verdiend kunnen worden met het doen van klusjes voor moeder.
Deze activiteit werd in met de overgang naar de middelbare school in dezelfde geest voorgezet in Inkijk, het periodiek dat hij in het schooljaar 1965/66 met klasgenoten begon op het Sint Dominicuscollege in Nijmegen.
Hier werd meteen ook een tandje ernst bijgezet: het redactioneel meldt dat er ‘opvoedend materiaal’ geleverd zal worden. Het gaat meteen over de resultaten van het Vaticaans concilie. De Kerk is niet erg bij de tijd volgens de zich ‘Kelly’ noemende jonge Kellendonk. De liturgie kan men beter afschaffen. En de luxe waarin de paus zich baadt kan niet door de beugel.
Kelly maakt bezwaar tegen de komst van de reageerbuisbaby. Die zou het huwelijk overbodig maken.
In de rubriek ‘popmuziek’ behandelt hij The Byrds en The Beatles met instemming, maar vindt hij The Rolling Stones ‘zonder meer slecht.’ Apart gaat het over Bob Dylan, die breekt met de conventionele ‘lieveliedjespoëzie’ en staat voor ‘een filosofische levenshouding.’
Kelly maakt bezwaar tegen de komst van de reageerbuisbaby. Die zou het huwelijk overbodig maken: ‘De mensheid zal daardoor een liefdeloze massa worden, waardoor de voornaamste menselijke eigenschappen op de achtergrond zullen geraken, omdat de mens zijn wijsheid niet meer uit zijn eigen onvolmaaktheid zal kunnen putten.’
serieuze muzikale ambities
‘Je ziet hier al de contouren van Kellendonks cultuurkritische tragikomedie Mystieke lichaam (1986) opdoemen’, schrijft Jaap Goedegebuure in aansluiting op dit citaat. Hij doet dat in het boekje Jong in de jaren zestig. Frans Kellendonk en de muziek over Kellendonks jeugd en de jaren dat hij singer-songwriter wilde worden in de geest van Bob Dylan. Bij gebrek aan materiaal moest Goedegebuure hierover kort zijn in zijn biografie uit 2018 over Kellendonk. Maar daarin noemde hij toch een paar namen van vrienden die toen bondgenoot waren in deze ambitie, zoals zijn schoolgenoten Leonard de Vos en Martin van Heesch.
Dylan was het criterium, daaraan werd alles afgemeten.
Die meldden zich na het lezen van de biografie en diepten uit hun archief brieven, gedichten en teksten op waaruit blijkt hoe serieus Kellendonks muzikale ambities waren. Kellendonk schreef ballades in de geest van Dylan die Leo de Vos op muziek moest zetten en die door Kelly en Martin van Heesch op de gitaar en met een drummer ten gehoren zouden worden gebracht.
Dat optreden is er nooit van gekomen, maar de plannen waren allerminst vluchtig. Er werden veel teksten geschreven, vooral ballades, lange teksten met een verhalende inslag. Er werden de nodige vertalingen van Dylans songs gemaakt. Dylan was het criterium, daaraan werd alles afgemeten.
Hij stond achterop Frans’ agenda. Hij hing als affiche in zijn kamer. Hij tekende een portret van Dylan dat op hemzelf lijkt. Er waren plannen om een plaat met eigen werk uit te brengen. Die werd afwisselend Visions in blue en Paintings in blue genoemd. Op een ontwerptekening voor de hoes staat alvast dat CBS de plaat zal uitbrengen. Bij de inhoudsopgave wordt zoals het hoort vermeld hoe lang elke song duurt (‘5.37 min.’).
ideale mentaliteit
De Huiskrant en Inkijk waren opstapjes naar het andere periodiek van het Sint-Dominicuscollege: Climax. Daarin schrijft Kellendonk in 1966-67 gedichten en verhalen, afgewisseld met vertalingen van de songs van Bob Dylan. Hij wordt er ook de redacteur van die het gezicht gaat bepalen. Flauwe anekdotes of moppen over school zullen er niet in te vinden zijn, geen trivialiteiten, alles zal van ‘de hoogste kwaliteit’ zijn.
Al gauw werd Kellendonk en vrienden verweten dat ze de schoolkrant hadden geannexeerd.
Het intellectuele, tamelijk liberale klimaat van de school en het ‘dominicaner individualisme’ vond Kellendonk de ideale mentaliteit ‘bij het vormen van een eigen mening en een eigen persoonlijkheid.’ Kellendonk en zijn vrienden Hans Berkelmans en Martin van Heesch gingen de inhoud bepalen. Al gauw werd hen verweten dat ze de schoolkrant hadden geannexeerd. De klagers kregen te horen dat ze dan maar behoorlijke kopij hadden moeten inleveren. Kellendonk publiceerde zonder blikken of blozen zijn veertien pagina’s tellende verhaal ‘Phil Simon en het wijkende licht.’ Climax werd in de geest van de tijd inmiddels Kliemaks genoemd.
puberale thema’s met een zweem van ironie
Het is prachtig nagekomen materiaal dat Goedegebuure in Jong in de jaren zestig bij elkaar brengt. Het laat de geboorte van een schrijver zien: van de familie- en geloofsgeest in de Huiskrant, naar de Inkijk en zo verder naar de kritische en creatieve Kelly in Climax en Kliemaks. Zijn songteksten zijn niet puberaal persoonlijk, maar gaan eerder over puberale thema’s, met een zweem van ironie:
Dit lied is een ziekte,
De klank is verkeerd.
Ik moordde met woorden
En doe het steeds weer,
Ontkracht mijn gedachten
Met inkt en papier.
Maar het leed om dat meisje,
Reeds verdronken in bier,
Wil ik toch verklanken
Al lukt het me niet.
Oh, langharig meisje
Voor jou is dit lied.
In de puberale gedichten is zelfspot niet afwezig: ‘toen Kelly koning was/wist niemand hoe hij heette’, ‘toen Kelly koning was/had hij geen onderdanen’, ‘hij was een mens, een god/en tegelijk een duivel.’ In ballades als ‘City blues’ (‘15.30 min.’) is hij een kroniekschrijver die over het leven in de grote stad vertelt.
Hij schrijft gedichten over geloofstwijfel (‘mijn god zegt (me) niks’), het generatieconflict, het afscheid van een vader: ‘Ik zal mijn eigen leven nu gaan leiden,/Ik heb gebroken met oude tijden/En in stilte wappert nu mijn vlag.’ Bij zijn leeftijd en de tijdgeest horen maatschappijkritische gedichten, puberale romantiek en protestsongs. Dit zijn twee strofes uit ‘Een alledaags sprookje’, een Boudewijn de Groot-achtige songtekst over Jan, een kapitalist:
Ben je nu tevreden, Jan?
Je hebt geld en huizen,
De champagne bruist en
De violen spelen zacht.
De volle tafel wacht
Met heerlijke spijzen.
En al het geld dat je verdiende
Stroomt snel naar die goede vrienden.
Ben je nu tevreden, Jan?
Je bent een rijk man.
(…)
Ben je nu tevreden, Jan?
Je hebt blauwe wangen,
Ik zie je hangen
Vlak bij het pompstation.
Je voeten net boven de grond,
Je armen naar beneden.
Maar nu het touw zich heeft gesloten
En je de wereld hebt weggestoten
Ben je beslist tevreden, Jan.
Je bent een dood man.
Afgezien van gedichten en songteksten kwamen ook de nodige brieven van Kellendonk aan zijn beste vriend in die jaren, Leonard de Vos, boven water. Daaruit blijkt een nuchtere trouwhartigheid en een ironische manier van omgang met elkaar (hij sluit zijn brieven vaak af met ‘de meeste hoogachting’). Ze maken samen een reis naar Engeland waar Kellendonk vaak met genoegen aan terugdenkt.
Hij heeft ondertussen alle belangstelling voor meisjes; zijn interesse in jongens moet nog even wachten, tot zijn studententijd. Op de door hem geschreven songteksten, ook al worden ze niet echt ten gehoren gebracht, blijft hij gesteld (‘Ik hecht een wezenlijke waarde aan deze liedjes’).
In 1970 probeert hij nog een heuse band samen te stellen, waar hij Engels repertoire voor schrijft, Hij is er zelf de leadzanger van: ‘door veel te roken en te oefenen heeft mijn stem een prachtig TIMBRE gekregen.’ In dezelfde tijd, zo blijkt uit dit mooie supplement op de biografie van Frans Kellendonk, doet hij een gooi naar Dostojevski- en Shakespeare-schap. Niet minder.
Jong in de jaren zestig. De muziek van Frans Kellendonk door Jaap Goedegebuure is uitgegeven door Querido.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.