In april 1965 schrijft K. Schippers als redacteur van het ‘tijdschrift voor teksten’ Barbarber aan de dichter C. Buddingh’ in Dordrecht dat ze van ‘de ouderwetse pointe’ af moeten. Een pointe is niet alleen maar het geestige slot van een mop. ‘Alles is pointe’: álles wat je opmerkt is te beschouwen als iets bijzonders. Het is oog hebben voor het bijzondere van het gewone. Een man koopt een pond zout en komt onder een auto. Ready mades, uit hun verband gerukte voorwerpen of voorvallen, ooit in 1917 door Marcel Duchamp begonnen met het verheffen van een urinoir tot kunst, werden geliefde bijdragen in het tijdschrift. Dat ‘álles pointe is’ wilde zeggen dat álles materiaal voor poëzie kon zijn.

Barbarber was in 1958 door de goed twintigjarigen Henk Marsman, Gerard Stigter en Gerard Bron begonnen als een gestencild blaadje nadat zij op de middelbare school in Amsterdam een aantal jaren de invloed hadden ondergaan van hun leraar Nederlands Rob Nieuwenhuys. Die,...