Direct na de oorlog, nog in 1945, begon De Bezige Bij met het uitgeven van Het Woord, een literair tijdschrift onder redactie van Ferdinand Langen en Koos Schuur, vrij snel aangevuld met Jan Elburg en Bert Schierbeek. In een van de nummers was het ‘existentialisme en de kunst’ onderwerp van een essay geweest, maar Schierbeek vond dat er alle reden was om aan de filosofie van het existentialisme nog enkele ‘grondige essays’ te wijden.

Hij vond dat er stelling genomen moest worden tegenover ‘de ziekelijke belangstelling in binnen-en buitenland voor de “angst”, alsof er niets anders meer is in het leven.’ ‘Wij’, de redactie van Het Woord, ‘stimuleren op het ogenblijk meer de “domme intuïtie en levensvreugde” dan mee te zingen in het koor van Sartre, hoewel ik zijn verdienste zeker niet onderschat.’

De dan bijna dertigjarige Schierbeek was duidelijk bezig zijn houding in de tijd te bepalen. Hij wilde de angst niet ‘als enige drijfveer’ erkennen als...