Wanneer er van ‘machiavellisme’ sprake is, liggen een aantal mechanismen en eigenschappen meteen vast: er zal sprake zijn van list, van tactiek en van al of niet subtiele machtspelletjes. Men moet op zijn hoede zijn. Tot het machiavellisme behoort dat er onduidelijkheid is over de vraag of Machiavelli in De vorst alleen maar het feitelijke machtsstreven in de politiek heeft beschreven, of dat hij het ook als noodzakelijk in de politiek beschouwde.
Zeker is dat machiavellisme altijd op de loer ligt, maar dat het in de dagelijkse democratische politiek niet thuis hoort en door gisse waarnemers snel wordt herkend. Een van de middelen om machiavellisme tegen te gaan is transparantie, open kaart spelen. Daar is dan ook voortdurend vraag naar.
Er is machiavellisme in de politiek (Bolsonaro, Orbán, Duterte, Loekasjenko), maar ook in de menselijke omgang. Dat betekent elk moment bedacht zijn op berekening en dubbele agenda’s. Dat is niet bevordelijk voor de sfeer.
de spanning erin houden
De Spaanse jezuïet Baltasar Gracián, die leefde van 1601 tot 1658, is door zijn boek Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid bekend geworden als de ‘Machiavelli van de menselijke betrekkingen.’ Het boek, bestaande uit 300 aforistische fragmenten van gemiddeld 100 tot 150 woorden, werd in 1990 door Theo Kars in het Nederlands vertaald en is nu aan zijn vijftiende druk toe. Al op de eerste pagina staat dat open kaart spelen ‘onelegant’ is ‘en geen enkel doel dient.’ Men moet de spanning er in houden, dat wekt ontzag: ‘Behoedzaam zwijgen is het toevluchtsoord van de wijsheid.’
De rede, waar die ook uit bestaat, hij is niet van ijzer.
Dit mag geen uitnodigende entrée in het boek zijn, in het vervolg zal men op elke pagina wel iets tegen komen dat tegen de borst stuit of dat juist als verstandig en zinnig kan worden beschouwd. Het Handorakel is geen eenduidig boek. Veel woorden en begrippen moeten dubbel worden uitgelegd. Er is, bijvoorbeeld, nogal eens sprake van ‘gezond verstand.’ Dat is volgens Gracian ‘een geschenk van de hemel.’ Dat mag vaak het geval zijn, maar gezond verstand staat even vaak voor een platvloerse manier van denken, rechtlijnig, bot en gespeend van nuance.
Gracián noemt het gezond verstand ‘het voornaamste onderdeel van het harnas.’ De hele dag in een mentaal harnas lopen is niet bevorderlijk voor een soepele manier van denken. Maar dan blijkt dat harnas helemaal niet zo harnassig te zijn wanneer het gezond verstand ‘zich van nature richt naar alles wat het meest overeenstemt met de rede.’ De rede, waar die ook uit bestaat, hij is niet van ijzer.
Vanwege de ‘voorzichtigheid’ waarvan sprake is in de ondertitel zou je denken dat Gracián de hoeder is van een porseleinkast. Dat is niet zo: voorzichtigheid komt hier uit het Handboek Tactiek en wil zeggen behoedzaamheid, omzichtigheid en bedachtzaamheid ten behoeve van het verkrijgen van een gunstige machtspositie. Om dezelfde reden moet men met omzichtigheid proberen achter de drijfveer van een tegenstander te komen. Dat is de sleutel tot zijn wil. Die kun je dan bespelen.
toppen van zelfbewustzijn
De intelligente jongeling die Gracián voor ogen moet hebben gehad (maar nergens noemt) moet zich in de gegoede kringen gaan bewegen. Hij staat onder kalme hoogspanning, omgeven als hij is door etiquette, gewoonten, mores, verwachtingen en ongeschreven wetten. Ondertussen moet hij zichzelf leren kennen, en niet zo’n beetje.
Gracián brengt hem naar de toppen van zijn zelfbewustzijn. Hij moet leren veinzen als de beste. Hij moet nooit het achterste van zijn tong laten zien. Als het nodig is moet hij zich onnozel voordoen. Naïviteit als list. Hij moet nooit zijn bedoelingen laten blijken. Altijd onderkoeld reageren, hartstocht is de vijand van het gezond verstand. Humeurigheid en grilligheid zijn in de ban, kies altijd de partij van recht en rede. Wacht tot het gunstige ogenblik om toe te slaan. Weet wanneer de vrucht rijp is. Het leven is een strijd tegen de boosaardigheid van anderen. Niettemin: ‘Al uw daden dienen zo niet koninklijk, dan toch een koning waardig te zijn.’
Dat is geen geringe opgave, maar de jongeling krijgt van Gracián wel een heel arsenaal aan middelen om zijn positie en aanzien te verwerven en te consolideren. Wel is daar nog eerst ‘het lot’, de omstandigheden waaronder je geboren bent, rijk of arm, in het bezit van een fortuinlijke aard of van een tekort dat aangevuld moet worden.
Het nu zo courante ‘kwetsbaarheid’ komt in het Handorakel alleen voor als een tactisch gereedschap.
Je zou Graciáns jongeling een streber kunnen noemen, maar daarmee doe je hem te kort. Hij wantrouwt de wereld om hem heen wel (je mag met niemand familiair omgaan, ‘gemeenzaamheid en gemeenheid zijn aan elkaar verwant’), maar hij is ook uit op het verwerven van bescheiden, eervolle eigenschappen. Hij mag niet te eerzuchtig zijn, wil altijd op matigheid uitkomen en ‘verstandig’ zijn.
Wijsheid, verstandigheid en nuchterheid kunnen op zijn voorhoofd geschreven worden. Maar voor die te veel glans krijgen staan daar weer andere eigenschappen tegenover, zoals minachting voor ‘laag volk’ en ‘plebs.’ Of het negeren van vijanden: ‘geen betere wraak dan negeren, wat betekent uw vijanden in het stof van hun nietigheid begraven.’ Ook handig: ‘waakzame terughoudendheid.’ Die zorgt er voor dat de tegenstander zijn argwaan laat varen en toont wat er in hem omgaat. En hoe staat de jongeling tegenover vrienden?: ‘Men dient vrienden van nu te vertrouwen alsof zij morgen vijanden zullen zijn, en wel de ergste.’
kwetsbaarheid als tactisch gereedschap
Met dit mengsel van wantrouwen, list en zuiverheid brengt Gracián de lezer in een lastig parket. Hij moet alle kanten op denken. Zijn jongeling is afwisselend bescheiden en arrogant, wantrouwig en bereid de regels te laten vieren. Zijn zenuwen staan gespannen, maar hij wil alles toch met ‘zwier’ en ‘flair’ doen. Hij wil niet doorgaan voor een berekenend mens, ‘ook al kan men zonder berekening niet leven.’
We krijgen alle hoeken van de moraal te zien, terwijl Gracián de hoogste waarde toekent aan ‘een welomlijnde smaak’, ‘heldere redeneringen’, ‘zuiverheid van streven’ en rijpheid van oordeel.’ Maar ondertussen: ‘verpandt iemand nooit uw eer zonder de zijne als onderpand te hebben.’ Het nu zo courante ‘kwetsbaarheid’ komt in het Handorakel alleen voor als een tactisch gereedschap.
En dan te bedenken dat deze wantrouwige jongeling (die ik maar even heb bedacht om Graciáns aforistische inzichten een adres te geven) uit is op ‘zieleadel.’ Hij wil een volmaakt man in woord en daad zijn. Hij moet zeggen wat goed is, en doen wat eervol is. Het ene komt uit zijn hersens, het andere uit zijn hart.
Het is duidelijk dat Graciáns scherpzinnigheid van tijd tot tijd met hem op de loop gaat. Dan wentelt hij zich in een glorieus woord als ‘zieleadel’ dat men alleen bij hoogste uitzondering mag gebruiken. En helemaal niet van toepassing kan zijn op iemand die ook zo berekenend, listig, koud, eerzuchtig en onverschillig kan zijn als Gracián en zijn jongeling. Gracián heeft hem zoveel kanten gegeven dat hij niet meer tot één persoon is te smeden. Hij is daarvoor te veelkantig. Maar daarom niet minder interessant.
Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid door Baltasar Gracián is vertaald door Theo Kars en uitgegeven door Athenaeum.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.