Het is helemaal niet vreemd om Pfeijffers hoofdpersoon Alkibiades ook als een held van onze tijd te zien. Hij is zo tegenstrijdig dat dat heldenschap ruim opgevat moet worden om alle eigenschappen te herbergen, samen met zijn verdiensten, het glorierijke, het beschamende, hautaine en manipulatieve. We hoeven alleen het décor van het oude Griekenland van de vijfde eeuw voor Christus, en met name de steden Sparta en Athene, wat op de achtergrond te zetten, zodat de held wat reliëf krijgt. Dan kan hij een spiegel zijn waarin we veel van onszelf herkennen.

Ilja Leonard Pfeijffer laat Alkibiades zelf in een extravagant aantal van bijna duizend pagina’s het verhaal van zijn rijke en woeste leven doen. Op het moment van schrijven is Alkibiades zevenenveertig jaar. Een jaar later, in 404 v. Chr., zal hij worden vermoord. Dat lot lag zijn hele leven op de loer, permanent in het bezit als hij was van veel vijanden en narrige vrienden. Dat hij zoveel te vertellen had zal menigeen verrassen want Alkibiades was geen lettré, eerder een man van de daad en iemand die daar ook prat op ging. Het moet Alkibiades’ ijdelheid, een van zijn prominente eigenschappen, zijn geweest die hebben gemaakt dat hij zo breedvoerig uitpakt. Te breed naar mijn idee, aangezien vele pagina’s zijn gevuld met de beschrijving van troepenverplaatsingen en gevechtshandelingen tussen Athene en Sparta, of tussen een van de vele steden en eilanden die gedwongen worden weer aan een oorlog mee te doen.

Pfeijffer mag namens Alkibiades lang van stof zijn, wie het geduld ervoor opbrengt wordt door de stijl en het vertelvermogen van Pfeijffer niets in de weg gelegd, integendeel, hij houdt het bewonderenswaardig consequent vol om gevarieerd en krachtig te schrijven, soms met wat extra pronkzuchtige zinnen en alinea’s. Dat Alkibiades een roman is hoeven we niet zo serieus te nemen nu Pfeijffer zich tamelijk goed aan de officiële historische feiten van Alkibiades’ leven houdt. Het leven van Alkibiades verandert zo vaak en onverwacht van richting dat hij er, zoals hij zelf zegt, rekening mee houdt ‘dat de gunstige wind aanhoudt tot hij omslaat’.

Het gaat om de persoon Alkibiades, waar hij voor staat.

Bust Alkibiades. Wikipedia9 tot
eeuwen verwoestend werk

Alkibiades is geen onbekende. We kennen hem van Plato’s dialoog met die naam waarin Socrates met hem bespreekt hoe hij kan voorkomen een publiekslieveling te worden die als beginnend politicus meteen al bedorven is. Van die waarschuwing is niets terecht gekomen, al was de adoratie van het publiek sterk wisselend. In het Symposium van Plato bekent Alkibiades wel dat hij zich altijd schaamt in de nabijheid van Socrates (omdat hij zich dan zo bewust is van zijn slechtheid), maar buiten de blik van Socrates begaat hij gewoon elke beschikbare zonde. Alkibiades zat het dan ook niet mee: van de beste familie, de rijkste en mooiste jongen van Athene, bekend in elke nachtclub en een goede klant bij bordelen. Hij trouwde Hipparete, de rijkste dochter van Griekenland.

Alkibiades moet ook niets hebben van ‘het hysterisch monogame’ en het Spartaanse collectivisme, gewend als hij is aan het vrije Atheense individu.

Alkibiades’ stiefvader Perikles had te weinig tijd voor hem zodat hij zich zelf opvoedde. Hij liet zich bijstaan door Socrates, met wie hij een speciale band had. Pfeijffer weet goed duidelijk te maken hoe bruisend de ambities van Alkibiades waren. ‘Mijn voornemen is om op een dag net als hij [Perikles] de leider van de leidende staat in de wereld te zijn en mijn naam de klank van ontzag te verlenen in de annalen van onze machtige vijanden.’ Dat was zijn ‘gevaarlijk realistisch streven’. Wanneer hij als opperbevelhebber Sicilië probeert te veroveren zegt hij dat het imperium van Athene geen grenzen kent en het uit is op ‘de rest van de wereld’. Hij maakte de bevolking ‘onderdeel van iets wat groter is dan zijzelf’ – een manier van oorlogvoeren die in de geschiedenis bekend werd als imperialisme en eeuwen zijn verwoestende werk deed.

Even herkenbaar is de aanhoudende rivaliteit tussen Sparta en Athene. Wanneer Alkibiades is overgelopen naar Sparta en daar zwarte soep moet eten (ze zijn daar nogal sober ingesteld), barst hij los: alles wat hij daar om zich heen ziet getuigde van ‘provincialisme, traditionele benepenheid, culturele kaalslag, slechte couture, een rampzalige cuisine en stilstand’. Het zijn daar ook ‘rechtlijnige militaire geesten’ bij wie je je afvraagt hoe ze het hebben vol kunnen houden tegen ‘het wufte, tuchteloze en ongeregelde Athene, met zijn wisselende haarmodes’. Hij moet ook niets hebben van ‘het hysterisch monogame’ en het Spartaanse collectivisme (‘als bijen klonten ze samen’), gewend als hij is aan het vrije Atheense individu. Rijkdom vonden Spartanen een last.

een kameleon

Vanwege zijn ideale maten heeft Alkibiades de reputatie van mooie man, maar voor dat men daarbij aan weekhartigheid denkt: hij was vooral een onverschrokken militair en veldheer die executies uit liet voeren met een vingerknip. Hij leidde een eigen leven. Man en vrouw zagen elkaar zo ongeveer alleen ‘s nachts. Een vrouw mocht niet in de ‘mannenkamer’ komen. Maar daar trok Hipparete zich niets van aan. Ze forceerde dat ze gewoon met Alkibiades om kon gaan en dat hij moest stoppen met zijn bezoeken aan bordelen en jongens. In een avondlang gesprek laat Pfeijffer Hipparete haar man voor zo lang het duurt in een vrouwvriendelijke figuur veranderen: ‘Wees minder Alkibiades en meer empathisch,’ zegt ze. ‘Geen man zal ooit een groot man zijn als hij niet ook een vrouw durft te zijn’ – een zin die een paar keer in het boek herhaald wordt. Wanneer Alkibiades veel later een andere vrouw krijgt, Timandra, is dat iemand met eenzelfde temperament. Zij blijft niet thuis wanneer haar man ten oorlog trekt, maar gaat met hem mee. Hij luistert graag naar ‘haar verfrissend barbaarse opinies over vrolijke futiliteiten en over de essentie van alles’.

Alkibiades is een ergerniswekkende windvaan, een kameleon, een opportunist, een leugenaar, een man met een dubbele agenda – een ook in de eenentwintigste eeuw veelvoorkomend type. Pfeijffer moet heel vaak zinnen beginnen met ‘Ik acteerde verbazing’, ‘Mijn werkelijke motief was’ en ‘Na mijn bedrog’, omdat hij altijd vooral op zijn eigen belang uit is. Om te kunnen overlopen naar Sparta moest hij contact zoeken met een oude vriend, Endios, die in Sparta een belangrijk man was. Maar vijf jaar eerder had hij hem gruwelijk verraden. Hij doet alsof het nooit gebeurd is en gaat zich overdreven conformeren aan de Spartaanse, bijna communistische manier van leven. Zo lang het nodig is.

steevast uit op oorlog

Het is een en al oorlog te land en ter zee in Alkibiades. Daar wordt in de Atheense volksvergadering over beslist op een manier die nogal eens verkeerd uitpakt. Zo nam men maatregelen tegen de kustplaats Mytilene omdat die gerebelleerd zou hebben tegen de dominantie van Athene. Keon, een onbehouwen en grofgebekte ‘maar charismatische’ spreker stelde voor alle mannen van Mytilene te executeren en de vrouwen en kinderen gevangen te nemen en te gebruiken als slaven. Daar was de volksvergadering het mee eens. Maar de volgende dag wilde men herziening van dit onzinnige besluit. Omdat hij niet wil dat het besluit wordt teruggedraaid houdt Keon een toespraak, in de geest van Geert Wilders. De mannen die het besluit nietig wilden verklaren zijn volgens Keon ‘van de pot gerukte sofisten’, ‘zielige, impotente mannetjes’, het zijn ‘intellectualistische mierenneukers’ die het volk van argumenten willen voorzien om alsnog tegen te stemmen, maar het ‘volk heeft geen boodschap aan argumenten’. Dit had effect, de executie ging door, het volk werd weer eens naar de mond gepraat, iets waar Perikles nog zo tegen had gewaarschuwd. Perikles vond het nodig dat het volk werd tegen gesproken. Hij ging tegen de publieke opinie is. Hij, deskundig, visionair, geliefd, kon het zich veroorloven. Jammer dat hij geen tijd had voor Alkibiades. Als hij er wel was geweest had Alkibiades zijn mond wel open gedaan tegen Keon.

In de buurt van Alkibiades loopt het populisme steevast uit op gruwelijke oorlogen.

Niet aflatende oorlogszucht beheerst Alkibiades. Wanneer er geen oorlog op til is wordt Alkibiades onrustig, weet hij niet wat hij met zichzelf aan moet. Hij wil scheep gaan, op zoek naar conflict: ‘Mijn intensieve ervaringen met de rechtlijnigheid en helderheid van militaire missies, strategieën, de mêlee van schepen en soldaten in een slag op leven en dood en de eenduidigheid van zeges en nederlagen hadden mij misschien ongeschikt gemaakt voor het gekonkel in de kronkelende stegen waar ik mij vroeger als een vis in het water had gevoeld. Alleen een soldaat kan begrijpen dat geen soldaat die de vijand in de ogen heeft gekeken nog kan wennen aan de vrede en al het kleingeestige gedoe wat daarbij komt kijken.’

Het is begrijpelijk dat Alkibiades niets ziet in een democratie die zich afspeelt in vergaderzalen. Alles draait in Alkibiades zogenaamd om democratie, maar het is een woord dat steeds iets anders betekent. Zelfs de democratie van Perikles is geen democratie. Hij deed alles op zijn eigen houtje. Hij was toevallig een welwillende en begenadigde figuur die iedereen zichzelf liet zijn. Alkibiades was ook verre van een democraat. De democraten in de volksvergadering van Athene waren een al grilligheid, geen pijl op te trekken. Men deed alsof Athene een echte democratie was. Het was in werkelijkheid vaak een ochlocratie, een regering door de massa, het gepeupel. Sparta, dat niet graag oorlog voerde (anders dan het Athene van Alkibiades), is democratisch, maar wel op een suffe manier. Alkibiades stelt gematigde figuren in Athene graag voor als slappelingen, zoals Nikias, die voortdurend bezig is de oorlogzucht van Alkibiades te temmen. Het populisme loopt in de buurt van Alkibiades steevast uit op gruwelijke oorlogen. Dat gebeurt vanuit een oorlogsideologie waarvan Alkibiades (‘onaangedaan als een rots’) grotendeels de initiator is (‘emoties vormen de grondstof van mijn constructies’).

Hedendaagse parallellen dringen zich op.

socrates

Omdat Socrates een speciale vriendschap onderhoudt met Alkibiades, de wildebras, de oorlogzuchtige, de wetteloze en hebzuchtige, is er sprake van morele incoherentie: Alkibiades’ moraal gaat niet coherent samen met die van Socrates, die niet oorlogszuchtig is, geen gebruik maakt van leugens, niet op wraak is belust, niet bewust aan misleiding doet en vrienden niet zal verraden. Socrates heeft hem dit onder zijn neus gewreven (ook in Plato’s dialoog Alkibiades), maar Pfeijffer gebruikt de ‘verfrissende’ Timandra, Alkibiades’ vriendin, om hem die incoherentie, die scheve verhouding, nog eens goed te laten beseffen. Hij vertelt haar over de schaamte die hem overvalt in het gezelschap van Socrates. Zijn eigen verklaring is dat hij zich dan bewust wordt van zijn tekortkomingen. Timandra vindt dat maar een magere verklaring. De werkelijke oorzaak van die schaamte is volgens haar dat zijn mentaliteit, zijn loopbaan en ambities gedreven worden door begeerten die Socrates juist diskwalificeert. Timandra krijgt wel gelijk van hem, maar hij voegt er meteen aan toe dat Socrates zich geen vuile handen hoeft te maken als filosoof die alleen de agora maar op en neer loopt. Maar hij, Alkibiades, politicus en veldheer, kan zich de morele rechtlijnigheid van Socrates niet permitteren. Socrates ‘kan zich in veiligheid zorgen maken over principes’. Alkibiades vergeet op dat moment dat hij een oorlogszoeker is die op een berekenende manier opzwepende toespraken houdt als deel van een ‘uitgekiende strategie’.

Je krijgt in de roman geen duidelijkheid omtrent de waarde van de democratie, die is permanent hangende. Komt de democratie van Perikles echt vanwege zijn zegeningen in aanmerking voor bescherming, of moeten we de teugels laten hangen naar het populisme zodat er lustig oorlog gevoerd kan worden en landen ingepikt? Pfeijffer geeft genoeg ruimte om daar van alles, ook in het licht van onze eigen tijd, over te denken.

het goede verdorven, de ondeugd rechtschapen

Pfeijffer laat Socrates en Alkibiades elkaar op een genante manier bewieroken. Dat is vreemd gegeven de morele incoherentie tussen hen. Maar misschien is deze tegenstrijdigheid precies Pfeijffers bedoeling, ter inleiding van een symbiose tussen de twee. Is dat niet wat hij met de roman wil zeggen: dat de moraal op losse schroeven staat, toen en nu niet meer eenduidig is? Een lang gesprek tussen Socrates en Alkibiades eindigt verbijsterend: met Socrates die ineens zegt dat hij altijd te weinig naar Alkibiades heeft geluisterd. Dat Alkibiades ‘waarlijk een groot spreker is’ en dat hij, Socrates, door hem betoverd is geraakt. Alles waar hij zijn leven aan heeft gewijd verwaait als de as in de wind na het horen van Alkibiades. Socrates gelooft nu iets dat hij zijn hele leven heeft veracht: ‘de omkering van alle waarden die ik ervaar na het horen van jouw betoog. Het goede is verdorven geworden en ondeugd rechtschapen.’ Is dit op pagina 592 een constatering van Socrates, dat de waarden zijn omgekeerd, of is het een observatie, vermoedt hij alleen maar dat de cultuur zo in de war is dat deugd nu een ondeugd heet?

Alkibiades is een krankzinnig project dat door zijn ontmoedigende lengte en de vele saaie en taaie pagina’s voor de helft is mislukt en voor de andere helft bijzonder is geslaagd.

De omkering van waarden waar Nietzsche het eind negentiende eeuw pas over had, wordt door Pfeijffer in zijn roman naar de vijfde eeuw voor Christus verplaatst. Is dit de moraal van de roman? Dat het goede voortaan verdorven is en de ondeugd rechtschapen?

Ondertussen is Alkibiades een krankzinnig project dat door zijn ontmoedigende lengte en de vele saaie en taaie pagina’s voor de helft is mislukt en voor de andere helft bijzonder is geslaagd door het stilistische walhalla dat er ook in te vinden is. De roman zorgt door de superieure stijl en de nodige filosofische en brisante morele motieven voor een luxueuze en veelvragende leeservaring.

Alkibiades door Ilja Leonard Pfeijffer is uitgegeven door De Arbeiderspers.