Pearson Conserve is docent Engelse en Internationale Literatuur aan de Voltaire University in de Amerikaanse staat Philadelphia. Wanneer ze in Waanzin, de nieuwe roman van Lionel Shriver, de Russische schrijver Dostojevski wil behandelen moet ze rekening houden met de taalhygiënische regels die sinds enige jaren in het land gelden. Die schrijven voor dat ze geen woorden mag gebruiken die duiden op het bestaan van verschil in intelligentie. De taal moet Geestelijke Gelijkwaardigheid (GG) uitdrukken want alle mensen zijn gelijk, alle mensen weten evenveel. Er is sprake van ‘cognitief egalitarisme’. Wanneer iemand onhandig te werk is gegaan kan men niet zeggen ‘wat ben je toch een (domkop)’. Zo kan men het ook niet meer hebben over de verstandskies omdat dit discriminerend is ten aanzien van de andere kiezen. In de auto mag je het niet meer over ‘groot licht’ hebben, want dan zouden er mensen of kinderen kunnen bestaan die zo knap zijn dat men ze ‘een groot licht’ kan noemen. Zulke kinderen mogen er niet zijn.

Dat je vorst Mysjkin in Dostojevski’s roman i-woord (De idioot) bij tijden het wijste personage in de roman zou willen noemen kan, maar dan alleen wanneer het i-woord (intelligentie) vermeden wordt. Het gaat bij intelligentie om ‘passende gegevensverwerking’. Iemand intelligent, snugger, erudiet of geletterd noemen is arrogant en discriminerend. Het was provocerend van Pearson Conserve om haar studenten de opdracht te geven de roman i-woord te lezen. ‘De titel is een scheldwoord’, zegt de decaan van de universiteit die haar over haar gedrag onderhoudt. Het was niet provocerend, zegt Pearson, maar speels, het zet aan het denken. Mysjkin is niet i-woord, maar goed, deugdzaam en wijs. De decaan vraagt daarop: ‘U ziet wijsheid als iets dat in verschillende mate bij mensen voorkomt?’

de inversie

Lionel Shriver is in Waanzin sardonisch geestig. Ze trekt alles in het extreme, maar op een plausibele manier. Ze laat Pearson Conserve opgroeien in een gezin van heftig dogmatische Jehova’s Getuigen. Daar maakt ze zich met de grootste moeite uit los en wordt op haar zestiende opgevangen door de familie van haar beste vriendin Emory. Daar heeft ze het geweldig naar haar zin. Maar ondertussen voltrekt zich in Amerika een omkering van waarden, de ‘inversie’: om eindelijk de gelijkheid van alle mensen te respecteren is nu iedereen even goed in alles. Er worden geen kwalificaties meer gevraagd, geen testen meer uitgevoerd, geen cijfers meer gegeven, geen eisen meer gesteld. Gevolg: niets functioneert meer, de post werkt niet meer, rijbewijzen worden niet meer uitgegeven, auto’s ontploffen, kinderen leren niet meer rekenen, kinderen leren niet meer lezen. Martin Luther King wordt verweten ‘verwerpelijk welbespraakt’ te zijn. Inspecteur Colombo, de bekende inspecteur van de televisieserie uit de jaren zeventig, wordt alsnog genadeloos ontmaskerd als iemand die zich altijd veel dommer voor doet dan hij in werkelijkheid is. Hij heeft een paard van Troje in zich.

Ook al spint Shriver Waanzin iets te lang uit, haar harde psychologie, sardonische kijk op mensen en hun verhulde verlangens is sterk.

Voor Pearson is deze inversie een ramp. Ze is iemand die tegendraads, recalcitrant geboren is. Ze ziet altijd een andere kant. Als ze volwassen is vindt ze het leuk om intelligente kinderen te krijgen en zorgt ervoor dat ze sperma van iemand krijgt met een IQ van 140. Ze krijgt er twee razend knappe kinderen mee, Darwin en Zanzibar, maar die mogen hun intelligentie niet openlijk tonen. Ze doen zich in het openbaar dommer voor dan ze zijn. Zanzibar is de beste toneelspeelster van de klas. Daarom krijgt ze geen rol. Van een echte geliefde krijgt Pearson nog een dochter, Lucy. Die is matig intelligent en conformeert zich zo ijverig aan de gewenste dogma’s van de GG dat ze het ondogmatische gedrag van haar moeder aan de Kinderbescherming verklikt.

de bekwaamheidstest

Wrang, bitter en scherp is Shriver wanneer ze Pearsons beste vriendin Emory, de dochter van haar genereuze pleegouders, laat uitgroeien tot de vertolker van de waarden van de GG voor de televisiezender CNN. De twee groeien uit elkaar, Emory conformeert zich, wordt een beroemdheid, maar blijft voor Pearson grappig, boeiend, ontspannen, luchthartig, beheerst. Ze wordt ‘het intelligente gezicht van de domheid’, maar ook een gladde opportuniste. Terwijl Emory furore maakt gooit Pearson haar eigen ruiten in. Ze raakt van slag wanneer haar man (een boomchirurg) een ongeluk krijgt en in het ziekenhuis belandt. Tijdens het lesgeven weet ze zich niet meer in te houden. Al de opgekropte ergernis over de achterlijkheid van de Geestelijke Gelijkwaardigheid komt naar buiten. Ze wordt op staande voet ontslagen. Ze voelt zich bevuild door de waarheid te hebben gezegd. Haar gezin valt uit elkaar. Pearson raakt aan lager wal.

Na twee jaar min of meer op straat te hebben geleefd maakt ze kennis met mensen die het GG-regime ook niet langer verdragen. Hun beweging groeit langzaam, tot uiteindelijk een nieuwe omkering van waarden plaatsvindt. Pearson wordt hoogleraar aan een nieuwe universiteit. Maar: na de onderwijswoestijn van de GG wordt nu de intelligentie weer verheerlijkt, en weer op een extreme manier, met absurde maatregelen: men wil dat het IQ op ieders belastingformulier en creditcard wordt vermeld. En dat het getal ‘klein’ op de binnenkant van ieders pols wordt getatoeëerd. De nieuwe IQ-test waaraan men moet voldoen heet nu ‘bekwaamheidsconditie’.

Maar Pearson is niet voor niets recalcitrant geboren. Nadat Emory een tijdje uit de gratie van CNN was geraakt heeft ze zich weer compleet gevoegd naar de stroom van het nieuwe regime. Ze is nu ‘het gemoedelijke gezicht van de tirannie’. Pearson laat zich niet inpakken. Zij keert zich in een artikel in The Atlantic tegen de verheerlijking van de nieuwe, maar eenzijdige intelligentie: ‘Snuggere mensen kunnen gewetenloos zijn.’ IQ zegt niets over al die andere menselijke kwaliteiten die minstens zo waardevol zijn: verwondering, toewijding, punctualiteit, wellevendheid, nauwgezetheid, eergevoel, humor, gezond verstand, vrijgevigheid, loyaliteit, vriendelijkheid, oprechtheid, het brengen van offers voor anderen. Dit meet de bekwaamheidstest niet.

In de rivaliteit tussen Pearson en Emory is het natuurlijk Pearson die het onderspit delft. Emory stevent haar voorbij met haar publieke vaardigheden, gouden kijkcijfers, flexibiliteit, gebrek aan overtuiging, ontbreken van een ziel, haar onverstoorbare opportunisme. Wanneer Emory tijdens een forumdiscussie haar ommezwaai van Geestelijke Gelijkwaardigheid naar bekwaamheidsconditie vergoelijkt zegt Pearson hardop: ‘je hebt wel lef.’ Door de zaal wordt dat positief uitgelegd: ‘die durft’, terwijl Pearson bedoelt: schaam je.

Ook al spint Shriver Waanzin iets te lang uit, haar harde psychologie, sardonische kijk op mensen en hun verhulde verlangens is sterk. Shriver weet de gevoelige plekken te vinden. De omkering van GG naar B verloopt wat te veel zonder slag of stoot, het is al te simpel om het ene extreme te laten opvolgen door het andere. Mooi is dat Pearson zich door niemand laat inpakken en ‘intelligentie’ niet beperkt tot logisch denken, maar er een waaier van stevige menselijke eigenschappen van maakt die men niet zo maar verwerft. Daar moet voor gewerkt worden.

Waanzin door Lionel Shriver is vertaald door Marian van der Ster en Karina van Santen, en is uitgegeven door Atlas Contact.