Om uit te leggen hoe je het beste ergens tegen kunt protesteren zonder dat je later spijt hebt van de aangerichte vernielingen en gebezigde scheldwoorden, vertelt Stine Jensen in haar boek Onderstroom wat er gebeurde in de zomer van 2014 in het Spaanse Andalusië. Daar werd geprotesteerd tegen de aanhoudende armoede en prijsverhogingen. Eenderde van de bevolking zou op of onder de armoedegrens leven. In plaats daar iets tegen te doen was de regering juist aan het bezuinigen. Hoe je boosheid daarover te uiten? Nu maar eens geen boze brief of demonstratie, dacht men in Andalusië, geen berichten op sociale media, maar iets bijzonders: het inschakelen van de beweging Flo6x8. Die ontregelt bij verrassing publieke debatten met flamenco-artiesten die zingend, stampend en dansend een parlementszitting verstoren. Het blijft niet bij één lied, zonodig worden de parlementariërs wel drie keer onderbroken met een interventielied.

In haar oratie bij het aanvaarden van de leerstoel Publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit afgelopen februari vergelijkt Stine Jensen de publieksfilosoof met de flamenco-artiesten. In het beste geval, hoopt ze, slaagt de publieksfilosoof er in ‘om een verrassende en originele denkinterruptie te plegen die je kijkrichting kantelt en de normale gang van zaken bevraagt’. De publieksfilosoof durft te ontregelen.

In plaats van het protest te stileren in een dans en lied doet Jensen als publieksfilosoof het met wat ze een ‘troika’ van drie middelen noemt: met het vergrootglas bestuderen van de aanleiding van de opwinding (close reading). Twee: door aandacht te hebben voor de onderstroom aan ideeën achter het protest. En als derde: laat niet los, blijf bij het probleem, zoek de hobbels en valkuilen op, daar begint het denken. Inspirerend voor Stensen is hierbij de Amerikaanse Donna Haraway, bekend van het fameuze Cyborg Manifest uit 1992 over het samengaan van natuur en wetenschap. Daar liet Haraway het niet bij, voor Jensen kunnen haar vitaliteit, vrolijkheid en een zekere postmoderne ongrijpbaarheid nog steeds ‘een radicale aantrekkingskracht’ uitoefenen.

hoestdrankfilosofie

Door de radicale aantrekkingskracht van Donna Haraway te combineren met de ambitie van de publieksfilosoof om te ontregelen, ontstaat een filosoof die zich onbeschroomd met alles inlaat en er niet voor terugschrikt om een stevige mening te hebben. Probleem is alleen dat Jensen als onbeschroomde publieksfilosoof maar tot op zekere hoogte bestaat. Wanneer Jensen zichzelf situeert in de inmiddels volwassen geworden wereld van de Nederlandse filosofie kan zij er niet onderuit te wijzen op het gevaar dat publieksfilosofie te veel gezien wordt als een ‘hoestdrankfilosofie’, als een medicijn voor allerlei psychische kwalen en kwaaltjes als depressie, concentratieproblemen en burn-out. Jensen is ‘de eerste om toe te geven’ dat zij als schrijfster en filosoof zelf de beste representant is van die hoestdrankfilosofie.

Niet als kritische flamenco publieksfilosoof, maar als hoestdrankfilosoof heeft Jensen zo’n zestig Lieve Stine-achtige boeken en boekjes geschreven met titels als Vriendschap is alles, Troostfilosofie, Alles over wie ik ben, Alles wat ik voel, Inspiratiekaarten voor omgaan met gemis, rouw en afscheid, enzovoorts. Hier is een filosofische heelster aan het woord als eerste hulp bij faalangst, een gesprek voeren, je gevoelens leren kennen, echte vrienden willen hebben, alles willen vragen over liefde en lust, over zussen, goeroes en emoties, over eerste liefde en wie je bent, over troostfilosofie, afscheid nemen en over dromen. Het zijn misschien niet allemaal flutboekjes, maar ze zien er wel als flutboekjes uit. Het is de lelijkste supermarktvormgeving. Dit is feelgood lectuur waarin alle positieve emoties als cavia’s gestreeld en bevestigd worden.

Jensens columns zijn goed geïnformeerd, geven vaak het gedachteproces weer en leiden naar een duidelijke, tamelijk gefixeerde conclusie die niet zo maar wegfladdert.

Hoe meer filosofisch inzicht je krijgt in een probleem, hoe meer je betrokken raakt en beter kunt formuleren waarom je een bepaalde keuze maakt, zegt Jensen in haar oratie. ‘Uiteindelijk probeer je als publieksfilosoof een mening te formuleren, waarbij je je bewust blijft van het fixerende karakter daarvan.’ Wie er zo over denkt loopt het gevaar naast een hoestdrankfilosoof ook een lichtgewicht filosoof te worden, iemand die als een vlinder op een probleem landt, daar een tijdje vertoeft, een mening vormt en weer wegfladdert, want hij/zij is zich bewust van het ‘fixerende karakter’ van die mening. Stel je voor dat je vasthoudt aan de mening die je hebt gevormd! Zo, fladderend en niet fixerend moet Jensen haar zestig boeken en boekjes geschreven hebben. Geen interrumperende flamenco-artiest te bekennen.

Maar dan hebben we niet gerekend met de columnist Stine Jensen. Driekwart van Onderstroom bestaat uit columns uit de NRC, behalve natuurlijk de recente mislukte flamenco-interruptie-column over het vermeende plagiaat van Rutger Bregman die zich zonder bronvermelding begrippen van anderen toegeëigend zou hebben. Is er iets van de ontregelende flamenco-artiest Jensen te vinden in de columns? Dat valt, gegeven het bestaan van de hoestdrankfilosofe en haar boekjes, verrassend mee. Jensen is in haar columns allerminst een fladderaar die haar meningen wegrelativeert. Ze heeft over veel een duidelijke en vaak zinnige mening. En wanneer het onzin is heeft ze er toch over nagedacht.

Ze vindt dat het ballensysteem voor het beoordelen van boeken, films en theater afgeschaft moet worden. De tabaksindustrie die jongeren aan het vapen wil krijgen beschouwt ze als crimineel. Pijnstillers zijn verslavend en bijna erger dan de pijn. Suiker is Jensens zwakke plek, dus las ze The World of Sugar. In West-Europa wordt 40 kilo suiker per persoon per jaar gegeten. De industrie buit deze zwakheid uit. Jensen ziet dat primatoloog Frans de Waal haar vriendin Donna Haraway niet voor vol aanziet wanneer ze de biologie van de mens niet zo serieus neemt en minstens zoveel belang hecht aan de cultuur waarin de mens opgroeit. Jensen staat achter haar. Zo gaat het in een kleine vijftig columns. Jensen moet niets hebben van de ‘tribale identiteitsgedreven woede’. Ze verdedigt hartstochtelijk het verzorgingstehuis voor ouderen en is tegen te veel enthousiasme voor euthenasie. Ze vindt de boerka een onderdrukkend kledingstuk. En vrouwen moeten gezien worden als round characters, mensen die niet op één kenmerk vastgepind willen worden.

Jensens columns mogen dan geen ontregelende interventies à la de flamenco-artiesten zijn, ze zijn goed geïnformeerd, geven vaak het gedachteproces weer, leiden naar een duidelijke, tamelijk gefixeerde conclusie die niet zo maar wegfladdert. Ze staan haaks op haar Lieve Stine-boeken.

Onderstroom. Over publieksfilosofie en andere overdenkingen door Stine Jensen is uitgegeven door Pepper Books.