Dat een crisis ook een kans kan zijn is zo’n cliché dat het enige moeite kost het uit de pen te krijgen, in deze bange dagen waarin het coronavirus om zich heen grijpt en artsen zich kapot werken om de epidemie het hoofd te bieden.

Als mensen beginnen over de kansen die de crisis biedt is mijn eerste aandrang te roepen: hou je mond en ga koffie zetten, zoals Rosanne Hertzberger vorige week al schreef. Al was het maar omdat zulke kreten de afgelopen paar decennia vooral uit de mond van managementgoeroes en ander overbodig volk kwamen, en vervolgens tot in de top van het bedrijfsleven en bestuurlijk en politiek Nederland in volle ernst werden nagepraat: we zien geen problemen maar uitdagingen, succes is een keuze, we moeten onzekerheid omarmen en flexibel durven zijn in een geglobaliseerde wereld.

Toen al bekroop me regelmatig de gedachte hoe elitair en zelfzuchtig zulke praatjes vaak waren, want wat betekenden al die modieuze teksten voor mensen die niet de gelegenheid hadden gehad om dure managementopleidingen te volgen en topconsultant te worden, die met moeite school hadden afgemaakt en vervolgens massaal met slecht betaalde flexbaantjes en nulurencontracten werden afgescheept?

Zo kwam in één boze tweet het stille leed van honderdduizenden flexwerkers aan het licht.

De afgelopen weken is in een daverende klap duidelijk geworden hoe afhankelijk de samenleving is van de mensen die de afgelopen decennia systematisch werden afgeknepen: de mensen in de verpleegzorg en de thuiszorg, de ambulancebroeders, de beveiligers, de leraren, de schoonmakers, de postbestellers, de magazijnmedewerkers, de supermarktmedewerkers.

gratis complimenten

De eerste reflex van de politiek op zulke momenten is het uitdelen van gratis complimenten en douceurtjes, zoals Rob Jetten van D66 deed, toen hij afgelopen week de supermarkten via Twitter opriep om een ‘dikke bonus’ uit te keren aan ‘alle vakkenvullers en magazijnmedewerkers die ons hamstergekke land deze week op de been hebben gehouden’.

Het was ongetwijfeld goed bedoeld, maar de reactie van een supermarktmedewerker was even veelzeggend als alarmerend: ‘Ik wil geen bonus. Al jaren hebben wij geen loonsverhoging gehad die boven de inflatie uit is gekomen. Ik heb er liever structureel geld bij zodat ik iedere maand kan leven. In plaats van 1x om schulden af te lossen.’

Zo kwam in één boze tweet het stille leed van honderdduizenden flexwerkers aan het licht, die zich nu het schompes werken om het land overeind te houden, terwijl de duurbetaalde consultants gezellig thuis zitten te skypen of zoomen met hun collega’s, koffietje uit de fonkelnieuwe espressomachine bij de hand.

Juist voor de liberalen van D66 en de VVD, decennialang de kampioenen van de flexibilisering, zou de crisis aanleiding moeten zijn om hun ideeën over de arbeidsmarkt en de verdeling van de welvaart grondig op de schop te nemen.

Bij D66 werd er al maanden voor de crisis een aanzet toe gedaan. In het boekje Wat is sociaal-liberalisme? noemde Coen Brummer, directeur van de Mr Hans van Mierlo stichting, als de grootste uitdaging van deze tijd: de toenemende tweedeling. In Trouw deed hij er half maart nog een schepje bovenop onder de kop: de liberalen hebben wat goed te maken.

Ook bij de liberalen van de VVD zijn de eerste tekenen te zien van een omslag.

Het liberalisme is zijn sociale gezicht kwijtgeraakt, stelde Brummer. ‘De verhouding tussen arbeid en kapitaal is ontspoord, door een enorme toename van flexibele arbeidskrachten en zzp’ers. Het ontbreekt aan bescherming voor werkenden, maar ook aan regels die de samenleving beschermen tegen bedrijven en zelfstandigen die de samenleving laten opdraaien voor hun private voordeeltjes.’

Lees ookDe coronacrisis dwingt ons het probleem van onze arbeidsmarkt onder ogen te zien24 maart 2020

Zulke taal was tot voor kort alleen te horen uit de mond van de socialisten van de SP, die vervolgens door zelfvoldane liberalen als rooie rakkers werden weggelachen. Hier is, kortom, wel degelijk een nieuw inzicht aan het doorbreken.

Ook bij de liberalen van de VVD zijn de eerste tekenen te zien van een omslag. In het discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’ signaleerde fractievoorzitter Klaas Dijkhoff vorig jaar dat steeds grotere groepen mensen het gevoel hebben dat ‘het systeem’ niet meer voor hen werkt, dat de middenklasse in de knel dreigt te komen en ‘zich veilig moet voelen bij de gedachte dat de lasten fair verdeeld worden.’

Lees ookDe geschiedenis geeft de SP gelijk, nu de kiezer nog21 februari 2020

Het klinkt prachtig, die ontluikende nieuwe inzichten bij D66 en VVD, maar te hopen valt dat het niet bij woorden blijft. De mensen in de zorg, de beveiligers, de leraren, de schoonmakers en de vakkenvullers hebben er pas wat aan als die partijen hen ook op de langere termijn de waardering en de zekerheden bieden die ze verdienen. Een schone taak voor de commissies die zich nu buigen over de verkiezingsprogramma’s van volgend jaar. De crisis, kortom, is een kans voor de liberalen om wat goed te maken.