Precies een jaar geleden liet Stef Blok, onze minister van Buitenlandse Zaken, aan de Tweede Kamer weten dat hij van plan was om door een groep van wijze personen uit te laten zoeken of je in bepaalde noodgevallen politieke steun zou kunnen geven aan een strafbombardement op een land zonder dat daar het vereiste volkenrechtelijk mandaat voor is.
Een mond vol maar eigenlijk was de vraag: mag ik een keertje stout zijn?
Een gevoelig punt, want in het verleden struikelde het kabinet-Balkenende I nadat het groen licht had gegeven aan de Amerikaans-Britse invasie van Irak. Achteraf bleek toen dat er géén massavernietigingswapens verborgen lagen en de ‘bewijzen’ daarvoor gemanipuleerd waren. (Wie staat de beruchte presentatie van Colin Powell in de VN-Veiligheidsraad niet voor de geest?)
De strekking van Bloks boodschap was vrij duidelijk: het kabinet-Rutte III wil van dat volkenrechtelijke vereiste af, want dan kunnen Rusland of China hun vetorecht gebruiken, en houdt het op.
De brief van Blok leest als een noodkreet: we staan een volgende keer in de Navo liever niet nog een keer alleen.
Daar kunnen dictators als Assad in Syrië misbruik van maken door het eigen volk met chemische wapens te bestoken. Dat moet bestraft kunnen worden zonder volkenrechtelijk mandaat. Blok noemde dat gruwelijke voorbeeld dan ook als aanleiding.
Begin april had Assad bij de stad Douma chemische wapens op Syriërs gegooid, waarop Trump reageerde met kruisraketten. In de Navo had het besluitvormende orgaan, de Noord-Atlantische Raad, zijn politieke steun voor die kruisraketten uitgesproken, maar Nederland kon als enige lidstaat van het bondgenootschap dat eigenlijk niet over de lippen verkrijgen (wel: ‘begrip’ tonen) door de erfenis van de Irakoorlog en Colin Powell.
een noodkreet
De brief van Blok leest als een noodkreet: we staan een volgende keer in de Navo liever niet nog een keer alleen, geef ons nou ruimte om politieke steun te geven als het eigenlijk niet mag.
Ondertussen waren de kabinetten-Rutte al een keer slordig en/of ondeugend en/of ruimdenkend geweest. Het regeerakkoord van Rutte-I sprak in 2010 wel over missies en het bevorderen van de internationale rechtsorde, maar brandde de vingers niet aan het verse rapport van de Commissie-Davids dat het Irak-debacle had geëvalueerd en een volkenrechtelijke grondslag geëist had.
Het regeerakkoord van Rutte-II stelde in 2012: ‘Voor een bijdrage aan internationale crisisbeheersingsoperaties is een volkenrechtelijk mandaat vereist of dient sprake zijn van een humanitaire noodsituatie.’ Dat zette dus al de deur op een kier naar missies zonder een mandaat, maar Rutte-III draaide dat ‘foutje ’ terug door te stellen: ‘Uitzendingen dienen in overeenstemming te zijn met het volkenrecht en bij voorkeur op grond van een duidelijk VN-mandaat’. Begrip werd dus een afgezwakte vorm van politieke steun, daarover schreef ik al eerder, een trouvaille die in het internationale concert minder op prijs werd gesteld.
Als destijds de Irakese dictator Saddam Hoessein niet was aangepakt, had hij de enorme olie-inkomsten kunnen misbruiken voor herleving van zijn atoomprogramma.
Het gezelschap deskundigen (onder leiding van professor Cyrille Fijnaut) dat Stef Blok van die dissonant moet verlossen is in oktober bijeen gekomen en bijna klaar met het advies. Je kunt er grofweg twee kanten mee op: bij het oude advies van de Commissie-Davids blijven, en dus aan een volkenrechtelijk mandaat vasthouden, of je kunt proberen het recht zo op te rekken dat je van een geldig mandaat kunt spreken zonder het verlammende veto in de Veiligheidsraad. Je kunt je van dat mandaat dan niets aantrekken en de lat voor politieke steun voortaan lager leggen. Niks geen ‘duidelijk VN-mandaat’, weg met de Commissie-Davids, weg met die belofte uit het regeerakkoord.
met alle gevolgen van dien
Op 4 december overleed de Nederlandse topdiplomaat Peter van Walsum. Laat hij nu net degene zijn die in 2010 een minderheidsstandpunt innam in de Commissie-Davids, die de Nederlandse politieke steun aan de onzalige Irakoorlog fileerde.
Van Walsum liet toentertijd optekenen dat een verantwoordelijke regering soms vitale internationale politieke belangen zwaarder moet laten wegen dan de volkenrechtelijke onrechtmatigheid. Als destijds de Irakese dictator Saddam Hoessein niet was aangepakt, had hij de enorme olie-inkomsten kunnen – sommigen zeggen zullen – misbruiken voor herleving van zijn atoomprogramma, met alle gevolgen voor de regio van dien.
Je zou de laatste eer aan Van Walsum bewijzen door zijn redenering te volgen, én door een volkenrechtelijk geitenpaadje te vinden dat de mogelijkheid van ingrijpen omarmt. Dan zijn de juridische tenen ontzien.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.