Lieve Roos, lieve haas,

Op 31 maart schreef ik mijn laatste bericht uit een vliegtuig aan je. Ik had je twee dagen daarvoor verteld dat ik een affaire had en verliefd was. Niet veel later bleek je zwanger. Soms lijkt de werkelijkheid veel op een roman, niet altijd een even goede roman. Ik schreef: ‘Haas, misschien had ik eerder tot me moeten laten doordringen, dat ik twijfelde, niet aan jou, maar aan mij, of ik klaar was voor iets waar ik misschien niet klaar voor ben, een kind krijgen, me settelen. Misschien had ik eerder moeten zeggen: ik voel dat ik wil ontsnappen. Maar ik dacht: voel ik het wel goed, en er was zoveel mogelijk, er was ruimte voor veel, ik dacht dat ik kon ontsnappen binnen de parameters van onze relatie.’

We maakten onze reis, ik schreef, jij las mee en had de vrijheid wijzigingen in mijn stukken aan te brengen, je maakte foto’s, je kreeg een miskraam, we huilden, vochten (met woorden, al heb je ook één keer lauwe thee over mij heen gegooid toen ik zei...