Thunder only happens when it’s raining
Players only love you when they’re playing
Women, they will come and they will go
When the rain washes you clean, you’ll know
Fleetwood Mac – Dreams
Vlak bij de grens met Utah ligt in de woestijn van Arizona het stadje Colorado City, dat doet denken dat God in razernij wat huizen in de woestijn heeft neergesmeten. Aan de kant van Utah heet Colorado City Hildale en daar bevindt zich Zion’s Most Wanted Hotel. Het hotel heeft zijn naam te danken aan Warren Jeffs, die in 2006 door de FBI op de Ten Most Wanted List werd geplaatst. Jeffs was voorzitter van de Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints en voor hij in 2007 in Texas werd veroordeeld tot levenslang plus twintig jaar voor onder andere aanranding van kinderen woonde hij met vrouwen en kinderen in het gebouw dat nu Zion’s Most Wanted Hotel is geworden. Jeffs schijnt ruim tachtig vrouwen te hebben gehad.
Het hotel ademt de sfeer van een David Lynch-film. De receptie wordt bemand door twee kinderen, een jongen en een meisje van een jaar of tien. De jongen is iets jonger dan het meisje en op elke vraag die ik hem stel, antwoordt hij: ‘Dat moet ik met de manager bespreken.’ Hij gaat dan naar achteren, ik hoor een vrouwenstem, waarna hij terugkomt met een antwoord terwijl het meisje weemoedig voor zich uit blijft staren alsof ze nu al weet dat ze de rest van haar leven deze receptie zal bemannen.
Het is zondagmiddag, een graad of 22, het stadje ligt lamlendig in de late middagzon. Ik ben hier met Roos om een betrekkelijk jeugdige polygamist te bezoeken die duidelijk wil maken dat polygamie meer is dan sekteleiders die in de gevangenis belanden na seks met minderjarigen.
Een paar dagen vóór we aan deze reis begonnen, heb ik Roos verlaten omdat ik enkele weken eerder verliefd was geworden op een ander. De wonden zijn nog vers, wat de beste wonden zijn voor de schrijver, het roofdier en de slachter. Deze reis door vijf staten in het westen van Amerika is niet meer alleen een onderzoek naar liefde en seks in Amerika, maar ook een poging goed uit elkaar te gaan, voor zover pijn niet haaks staat op dat onschuldige woordje ‘goed’.
‘Je bent de mensen die je hebt ontmoet,’ schreef ik recentelijk. Roos zit in mijn bloed en ook al ga je zelf, dat betekent niet dat er geen rouw is. Maar ik rouw tussen alles door, zo heb ik altijd gerouwd. Op deze zondagmiddag confronteert de naam van het hotel me voornamelijk met mijn verliefdheid; most wanted is de kortste samenvatting van al het verlangen.
De laagste vorm van liefde
Marion, de polygamist, is in zijn achtertuin aan het barbecueën, we mogen een hotdog mee-eten. Hij draagt een bordeauxrode trui en een spijkerbroek en is eind dertig. Men zou hem ook met een skateboard onder de arm voorbij kunnen zien lopen. Marion heeft een eigen bedrijf, een callcenter; bedrijven hebben zelf nauwelijks meer telefonisten in dienst maar besteden dat uit aan callcenters.
Met onze hotdogs nemen we op tuinstoelen plaats. ‘Ik kan me liefde zonder geloof, zonder religie niet voorstellen,’ zegt Marion. ‘Wat is dat voor liefde? Apen kennen geen liefde.’
‘Apen kennen verbintenis,’ zegt Roos. Ik bijt in mijn hotdog, sap druipt op mijn broek. ‘De laagste vorm van liefde is verliefdheid, bewondering,’ verklaart Marion. Hij spreekt met de stelligheid van een man die geen twijfel kent. ‘God is er niet, daarom moet je hem vertegenwoordigen. God kan je geen watermeloen geven, daarom doet mijn zoon dat.’
Een zoon van Marion serveert ons watermeloen. De mens als plaatsvervanger van God, een charmante maar ook gevaarlijke gedachte.
Strakke buikjes
Het wordt langzaam koud, we gaan naar boven. Op de eerste verdieping bevindt zich de woonkamer, waar we wegzinken in leren banken. Marions eerste vrouw, Holly, en zijn derde vrouw, Lisa, serveren thee en komen dan naast ons zitten. Zijn tweede vrouw, Katie, is in Las Vegas en zal zich later bij ons voegen.
‘Ik had negen jaar een monogame relatie met Marion,’ vertelt Holly, ze draagt een grijs truitje, ‘maar polygamie verscheen aan de horizon. We wisten alleen niet wie het zou worden. Toen kwam Katie, het was 2013, het was een tornado. Het voelde alsof ik een leven had opgebouwd dat ik nu aan iemand anders moest geven. Ik zei steeds tegen Katie: “Het is niets persoonlijks, het is de positie die je inneemt. Daar heb ik het soms moeilijk mee.”’ Holly voegt eraan toe: ‘Ik had me geen betere zustervrouwen kunnen wensen, door hen voel ik me levendig.’
‘Hoe gaan jullie om met jaloezie?’ vraag ik. ‘Ik kijk weleens naar mijn zustervrouwen,’ zegt Holly, ‘en dan denk ik: wat hebben zij mooie haren en strakke buikjes, dat stoort me een beetje, maar ik ben niet competitief. Ik dwing mezelf er wel aan te denken dat ze seks hebben met mijn echtgenoot als ze met hem alleen zijn. Ik dril het in mijn hoofd, ik mag dat niet vergeten. Je moet namelijk in de realiteit blijven.’
Marion eet met smaak een hamburger. ‘Elk van de kamers van mijn vrouwen is zo verschillend,’ zegt hij, ‘neem de kamer van Lisa, er zijn in haar kamer wel tachtig schelpen, ze is dol op de zee en ze woont in de woestijn.’
‘En hoe ben jij zijn derde vrouw geworden?’ vraag ik. Lisa heeft lange blonde haren, draagt een bloesje van spijkerstof en een zwarte rok. Ze vertelt dat ze op de middelbare school iets had met Marion (‘heel onschuldig, we hebben amper gezoend’) maar uiteindelijk koos voor Mike. ‘Tien jaar lang had ik een gebroken hart,’ zegt Marion. ‘Ik was kapot.’
Ik kijk naar Holly, maar haar gezicht vertoont geen emotie. Ze kent het verhaal. Misschien is de behoefte de enige te zijn ietwat infantiel; de mens is een kuddedier dat maar niet kan ophouden ernaar te streven een unieke plaats in die kudde in te nemen.
Vroeg of laat gaat de liefde gepaard met het verlangen naar wraak
Lisa vertelt verder. Met Mike heeft ze drie kinderen, maar hij bleek verslaafd, werd een dief en belandde in de gevangenis. De oudste dochter van Mike en Lisa, 14 jaar, zit tegenover me in een trainingspak. Ze volgt het gesprek nauwlettend.
‘Ik dacht: ik kan het alleen,’ zegt Lisa. ‘Ik heb geen man meer nodig. Tot Marion verscheen die suggereerde dat ik misschien zijn derde vrouw zou kunnen worden. Hij wist het niet zeker, hij zei: “Laten we samen bidden.” We hebben gebeden, maar er gebeurde niets, maandenlang gebeurde er niets. Tot er op een middag een enorme bos bloemen bij me werd afgeleverd. Op het kaartje stond: “From Marion, Holly and Katie. Give us a call.” Toen heb ik gebeld. Het eerste jaar was vreselijk, ik zou liever mijn arm afhakken dan dat jaar nog eens over te doen.’
‘En zie je Mike nog weleens?’ vraag ik. ‘Soms rijd ik tien uur met de kinderen om hem op te zoeken in de gevangenis.’ ‘Het is onduidelijk of hij er ooit uit komt,’ zegt Marion, ‘we doen ons best, maar hij zit ook nog in zijn eigen gevangenis, die van de verslaving.’
Op een zomeravond staat Mike voor de deur, zo stel ik het me voor, en hij wil zijn leven terug. Een vleugje Tennessee Williams snuif ik op. Vroeg of laat gaat de liefde gepaard met het verlangen naar wraak.
Op de bank slapen
Roos lijkt overtuigd te zijn van het huiselijk geluk hier. Ze zegt: ‘Jullie houden zoveel van elkaar.’
Holly knikt en ze vertelt dat ze een kindje had dat dood ter wereld kwam. Toen ze weer zwanger was, was Katie er als tweede vrouw en ze zegt: ‘Het dode kindje noemen wij een angel baby, het kindje daarna heet rainbow baby, ik voelde dat mijn nieuwe kindje ook van Katie was, dat het echt ook ons kindje zou worden, ik wilde dat zij bij de bevalling was en niet Marion.’ Marion lacht. ‘Ja, ze hebben ervoor gezorgd dat ik niet bij de bevalling kon zijn, het was een complot van die twee.’
Roos is zwanger van mij, hoewel ze tegenover de polygamisten beleefdheidshalve doet alsof dat niet meer het geval is. We nemen niet alleen afscheid van een relatie, maar ook van een kind.
Katie arriveert uit Vegas met haar baby. Ze is tien jaar jonger dan Holly en Lisa, ze zegt: ‘Soms wordt Marion er midden in de nacht door een van ons uitgegooid, maar dan nemen de andere vrouwen hem niet op. Dan moet hij op de bank slapen. We roddelen ook veel over elkaar. Dat is het voordeel van polygamie. Er is altijd wel iemand om over te roddelen.’ Bij het afscheid vat Marion wat mij betreft alle polygamie samen in vier woorden: Keep your enemies close.’
In de auto zegt Roos: ‘Zie je wel dat je met meer vrouwen tegelijk van dezelfde man kan houden?’ ‘Ja,’ antwoord ik. ‘Dat kan misschien. Soms. Maar jouw pijn doet mij pijn.’
‘Als het gebroken hart van een ander jou zoveel pijn doet, waarom ren je dan altijd weg?’ vraagt Roos. ‘Hoeveel gebroken harten kan jouw hart aan?’
‘Mijn moeder heeft mijn hart gebroken,’ antwoord ik. ‘Dat was genoeg. Morgen Nevada. De sekswerkers.’
Onthechting
Ava draagt een blauw zomerjurkje. We zitten op de veranda van de Bunny Ranch, een bordeel aan de rand van Carson City in het noordwesten van Nevada. In de verte zijn de besneeuwde bergtoppen nog zichtbaar. Het bordeel bestaat uit een aantal aan elkaar gemonteerde mobile homes, maar binnen is de illusie van luxe levendig.
Ava is een Koreaans-Amerikaanse vrouw van in de twintig. Haar moeder is Koreaanse, haar vader was militair. Conor, de manager van het bordeel, een man van eind dertig met Russisch-Iers bloed die hiervoor bij een radiostation werkte, woont het gesprek bij om het zekere voor het onzekere te nemen. Hij heeft uitgelegd dat religieuze fanatici zich soms vermommen als journalisten om sekswerkers te bekeren.
‘Sekswerk is intiem, maar ik blijf professioneel, ook als ik een keer zelf klaarkom’
‘Emotionele intelligentie is belangrijk,’ zegt Ava, ‘je moet de dingen van elkaar kunnen scheiden. Ik ben twee weken hier, dan ga ik vier weken terug naar Michigan. Niet iedereen weet wat ik doe, maar ik heb een goed verhaal.’ Ava spreekt met een kalm soort intelligentie die ook iets van onthechting verraadt, misschien is alle werkelijke intelligentie ook onthechting.
Op weg naar het bordeel heeft Roos tegen me gezegd: ‘Het doet me pijn te denken aan al die keren dat je me afwees in bed. Dat je zei dat het normaal is iets minder sexdrive te hebben, dat het vanzelf terug zou komen. Maar het gaat niet vanzelf en het kwam niet terug. In m’n eentje probeerde ik alles: sexy blijven, verleidelijk ondergoed, jou verrassen, jou verleiden, anderen verleiden zodat je me weer spannend zou vinden, zodat je me kon straffen omdat je dat zo geil vindt. Je zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken, maar ondertussen investeerde jij je verlangen en speelsheid in andere meisjes. Tot op zekere hoogte wist ik dat en dacht ik: misschien helpt het. Misschien steken andere meisjes weer een vuur in je aan en neem je dat mee naar huis. Maar in ons huis wilde je niets meer aansteken.’
De hoerenloper als romanticus
Een oudere man, een bloemist, levert een prachtige bos bloemen af bij het bordeel. ‘Ja, dat gebeurt vaker,’ zegt Conor, ‘klanten geven de meisjes bloemen.’ De hoerenloper als romanticus. Ik kijk naar de bergen en denk aan de woorden van Roos: ‘In m’n eentje probeerde ik alles.’ Soms is de liefde dat: in je eentje alles proberen.
‘Het klinkt raar,’ zegt Ava, ‘maar sekswerk gaat om verleiding. En verleiding vereist intelligentie. Ik probeer de beste versie van mezelf te geven. Als er een klant binnenkomt, is er eerst de line-up, alle meisjes staan op een rij. Sommige mannen hebben fetisjen, en die kan ik dan zonodig doorverwijzen. Iedereen heeft andere specialiteiten.’
‘Wat zijn jouw specialiteiten?’ wil Roos weten. ‘girlfriend-experience,’ zegt Ava. ‘En als mannen een voetfetisj hebben, kunnen ze ook bij mij terecht.’ Ze toont haar voeten.
Roos wil nog weten wat liefde is. ‘Liefde,’ zegt Ava, ‘is als je geaccepteerd wordt.’
‘En hoe verhoudt intimiteit zich tot liefde?’ vraagt Roos. ‘Sekswerk is intiem, maar ik blijf professioneel, ook als ik een keer zelf klaarkom. Je krijgt iets terug van de klanten, ik had een keer een veertigjarige maagd die zei: je hebt me over een dood punt heen geholpen. En er zijn de onderhandelingen met de klant, ook intiem, je onderhandelt over de prijs, de extra’s. Het bordeel organiseert workshops zodat we beter worden in onderhandelen.’
Daarin lijkt sekswerk dan op reguliere liefde, die bestaat uit een oneindige reeks van vredesonderhandelingen zonder dat de vrede ooit bereikt wordt. Soms heb je zin in een nieuwe, frisse, vrolijke oorlog.
‘Literatuur is jouw excuus om een beul te kunnen zijn. Ik ben niet jouw ex, ik ben een overlevende van kamp Arnon, een survivor’
De zon gaat langzaam onder in Nevada, het is stil in het bordeel. Ava wil jong met pensioen gaan en dan een bandje beginnen en Conor zegt, terwijl hij me op de schouder slaat: ‘Ik ben blij dat jullie geen religieuze fanatici waren.’
Ten oosten van Carson City, op een uurtje of vijf rijden, ligt op tweeduizend meter hoogte het stadje Ely. Restaurants, motels, enkele bordelen – Nevada is de enige staat waar prostitutie legaal is – en een spoorwegmuseum. In Ely heb je het gevoel aan de buitenste rand van de mensheid te staan. Na Ely komt de dood. Niet voor niets heet de weg van Ely richting Reno ‘de eenzaamste autoroute’.
In het motel, dat wederom aan Lynch doet denken, krijgen Roos en ik ruzie. De huis-tuin-en-keukenhechtingen scheuren los. Ze zegt: ‘Als ik net zo meedogenloos was als je moeder kon zijn, zou ik tegen je zeggen: een relatie met jou is als een werkkamp en je beseft te laat dat het eigenlijk een vernietigingskamp is. Je werkt om jou te blijven inspireren en als de inspiratie op is, als je niet langer nuttig bent, dan zit je tijd erop. Je hoorde de verhalen over de vrouwen die voor je gingen, je zag de rook, maar je besloot het te negeren, het niet te geloven. Misschien is een goede schrijver niet veel anders dan een kampbeul. Voor jou is alles geoorloofd in naam van de literatuur. Literatuur is jouw excuus om een beul te kunnen zijn. Ik ben niet jouw ex, ik ben een overlevende van kamp Arnon, een survivor.’
Kamp Arnon, daar kan ik mee leven. Als het verwijt goed geformuleerd is, kan ik er zelfs van genieten.
Geil van buitenaardse wezens
Ze laat de tuin zien, een soort verwaarloosde Biergarten. ‘Ik ben getrouwd met Hector, een Mexicaan, voor zijn Green Card,’ zegt ze. ‘Maar hij rookte te veel hasj, kreeg hem niet eens meer overeind van de hasj. Toen ging hij met mijn zus naar bed. Daarna ben ik gescheiden. Er zijn zoveel andere mensen met wie je naar bed kan, waarom dan met mijn zus?’ Een goede vraag.
‘Ik had zoveel slechte seks zonder ervoor betaald te worden, ik dacht: dan kun je er beter voor betaald worden’
Ze laat de kamers zien. ‘Ik ben hier nu drie maanden,’ vertelt ze, ‘ik woon in het bordeel, waar anders? Dit is de kamer van Jerry the Alien.’ Op het bed zie ik een buitenaards wezen liggen, een pop met een grote open mond, duidelijk bedoeld om gepenetreerd te worden.
‘Sommige mannen worden geil van buitenaardse wezens,’ vertelt Lilly. ‘Maar voor buitenaardse wezens moeten ze ook betalen. Dit is mijn konijn. Ik knip zijn haren en daar maak ik wol van. Mijn zus is twaalf jaar jonger en verslaafd aan de heroïne, mijn broer was verslaafd aan de coke, maar die heeft zich doodgereden. Ik was serveerster in Aspen. Ik had zoveel slechte seks zonder ervoor betaald te worden, ik dacht: dan kun je er beter voor betaald worden. Mannen doen namelijk beter hun best als ze ervoor betalen, ze willen toch waar voor hun geld. Mijn vader was militair, hij heeft ons allemaal misbruikt, fysiek en emotioneel. Maar als ik mijn medicijnen neem, ben ik gelukkig. Met mijn therapeute skype ik. Ze vindt het niet fantastisch dat ik in een bordeel werk, maar wat kan ze eraan doen. Als je maar op je zelf past, zegt ze.’
‘En je woede?’ informeer ik. ‘Ik dood mijn woede met vriendelijkheid,’ antwoordt Lilly. ‘Hoe meer je met vriendelijkheid doodt, hoe beter het is.’ Dit is het treurigste bordeel van Amerika, misschien van de hele wereld. Even voelde alle liefde als binnenstebuiten gekeerde eenzaamheid.
‘Waar denk je aan?’ vraagt Roos in de auto. ‘Aan Lilly,’ zeg ik. ‘Aan die woorden: I kill my anger with kindness.’




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.