Culinair journalist Joël Broekaert onderzoekt een jaar lang de relatie tussen bonen en de menselijke geschiedenis. Dit de eennalaatste aflevering uit een serie van twaalf. Lees de eerdere delen hier!
‘Lebanon served Israel a 10-ton blow in the competition for regional supremacy,’ schreef The Jerusalem Post in mei 2010. ‘Lebanon struck down Israel’s world record for the largest plate of hummus.’
De Hummus Wars begonnen in 2006 met een campagnestunt van de Amerikaans-Israëlische voedselgigant Sabra: een Guinness World Record voor het grootste bord hummus – 400 kilo, 3,5 meter doorsnee. Libanon was furieus: zo’n traditioneel Libanees gerecht internationaal vermarkten als ‘Israëlisch’, dat zou ze wel eens miljoenen dollars per jaar kunnen kosten. Daarbij is hummus een kwestie van nationale identiteit en trots. In 2009 zetten de Libanezen een overtuigend nieuw record neer: een bordje hummus van 2.000 kilo.
Verrassend genoeg was het een Palestijn met Israëlisch staatsburgerschap die aankondigde de ‘trots van de staat’ in ere te zullen herstellen, de uitbater van een van de vele hummus-restaurants in het dorpje Abu Gosh. Dit Palestijns-Israëlische dorp is een populaire culinaire bestemming onder Joodse Israëliërs, omdat de inwoners worden beschouwd als ‘goede Arabieren’.
Hoewel er ook in Abu Gosh, net als in andere Palestijnse dorpen, veel inwoners zijn gedeporteerd en land is geconfisqueerd door de nieuwe Joodse staat in 1948, maken de Palestijnen in Abu Gosh daar niet zo’n punt van – althans niet publiekelijk –, want het Jood-vriendelijke imago is good for business. Het ‘veilige’ imago wordt versterkt door het grote benedictijnse klooster waar het omheen is gebouwd. Daardoor wordt het nog altijd onterecht als een christelijk dorp beschouwd, terwijl het voor 99,9 procent door moslims wordt bevolkt.
Jeruzalem is de slet van de geschiedenis: wie is er niet overheen gegaan?
4.000 kilo hummus settled the matter op 8 januari 2010 ten gunste van Israël. Enkele maanden later echter sloegen de Libanezen dus terug met de beslissende 10.000 kilo. Dat was vooralsnog de laatste slag in de hummus-oorlogen.
Hummus als culturele toe-eigening
Het is een knap staaltje culturele toe-eigening van beide kanten. Hummus – een hartige dip van gemalen kikkererwten en sesampasta met knoflook en citroensap – is geen Israëlische uitvinding, maar ook geen exclusieve Libanese aangelegenheid, noch Palestijns. Het is een Midden-Oosters gerecht.
Dit gevecht om de nationaliteit van de kikkererwt staat natuurlijk voor iets groters: de aanspraak op de historische binding met het meest betwiste stukje land op aarde. In de eerste vier alinea’s van dit verhaal zijn reeds voorbij gekomen: Joden, moslims en christenen, Joodse Israëliërs, Arabische Israëliërs, die ook wel Palestijnse Israëliërs worden genoemd, hoewel de term Palestijnen voornamelijk wordt gebruikt voor de inwoners van de Arabische Westoever en Gazastrook die Israël sinds de oorlog van 1967 bezet. De Libanezen vinden daar ook wat van, net als de rest van het Midden-Oosten.
Kortom, het is een zootje daar in de Levant. En dat is eigenlijk altijd zo geweest. Jeruzalem is de slet van de geschiedenis: wie is er niet overheen gegaan? Een bloemlezing…
Joodse diaspora
Volgens de Bijbel vertrok stamvader Abraham uit Mesopotamië richting Kanaän, omdat hij een deal had met God. In ruil voor Abrahams loyaliteit beloofde God: ‘Ik zal jou en je familie ná jou het land geven waar je nu als vreemdeling woont. Ik zal jullie het hele land Kanaän geven. Het zal voor eeuwig jullie eigendom zijn.’ (Genesis 17:8).
Daar is in feite het hele gelazer begonnen. Dit zou ergens tussen 2000 en 1500 voor Christus hebben plaatsgevonden. De eerste niet-bijbelse historische aanduiding van deze Hebreeërs stamt uit de dertiende eeuw voor Christus. Het is een monument ter ere van de Egyptische farao Merneptah waarin staat gegraveerd dat ‘Israël met de grond gelijk’ is gemaakt. Onder militaire dreiging van de Filistijnen bewogen de stamhoofden van de Israëlieten steeds meer richting een gecentraliseerde monarchie. Saul was in 1020 v. Chr. de eerste koning van Israël.
David na hem breidde zijn rijk succesvol uit. Zijn zoon Salomon liet de beroemde Tempel in Jeruzalem bouwen. Toen kwamen de Assyriërs, daarna de Babyloniërs, die de heilige tempel verwoestten en de Joden deporteerden. Niet veel later versloegen de Perzen de Babyloniërs. Ze verklaarden de Joden vrij en hielpen met het herbouwen van de tempel. Maar vanaf de zesde eeuw voor Christus leefden de meeste Joden buiten Palestina in grotendeels ongeassimileerde gemeenschappen. Vanaf dat moment was de Joodse diaspora een historisch feit.
Waarom flikkeren ze niet al hun hummus op een grote hoop? Probeer je eens voor te stellen hoe groot die schaal dan moet zijn.
Daarna kwamen de Romeinen en de tweede verwoesting van de tempel. Het Romeinse Rijk werd het Byzantijnse Rijk. Het christendom was ondertussen de staatsgodsdienst, ook in Palestina. Totdat de Arabieren onder leiding van de eerste islamitische kaliefen de Levant veroverden. Dat vonden de Middeleeuwse katholieke West-Europese koningen geen stijl, een islamitisch Jeruzalem. Dus die staken veel tijd en geld in kruistochten, jarenlange militaire campagnes om kleine staatjes in Palestina te stichten om van daaruit pelgrims te beschermen tegen de Arabieren en Turken. Het mocht niet echt baten. Na de val van Constantinopel in 1453 viel Palestina definitief in handen van de Ottomanen.
En dus rommelt het
Fast forward naar 1919, het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het Ottomaanse Rijk liep op zijn laatste benen en de Fransen en Britten hadden de buit al in het geheim zitten verdelen. Die laatsten zouden Palestina en Irak krijgen. Om het vertrek van de Ottomanen wat te bespoedigen, steunden ze de plaatselijke Arabieren in hun opstand tegen de Turken.
Tegelijkertijd stelde de Britse minister van Buitenlandse Zaken in zijn beroemde Balfour Declaration dat de regering ‘looked in favor [to the prospect of a] Jewish home [in Palestine].’ Die Joodse zionisten en de Arabieren hebben gezamenlijke belangen tegen de Ottomaanse overheersing, dus dat gaat wel goed samen. Dachten ze.
De afschuwelijke massamoord op de Europese Joden in de Tweede Wereldoorlog voedde het zionistische sentiment onder de overlevenden: de Joden wilden niet meer als minderheden in Europa leven, ze hadden recht op een eigen staat waar ze veilig zouden zijn. In 1947 besloot de internationale gemeenschap bij monde van de Verenigde Naties dat het Engelse mandaatgebied Palestina zou worden opgedeeld. Die Joodse staat kwam er. De Palestijnse niet. En dus rommelt het er vandaag nog steeds.
Ruim voor Abraham
En wie maakt de meeste aanspraak? U mag het zeggen. Ik zal u wel vertellen wie er sowieso als eerste was: die kikkererwt. De oudste die er gevonden zijn, zijn zeker 10.000 jaar oud. Dat zijn waarschijnlijk wilde geweest. De eerste grotere, gedomesticeerde exemplaren werden gevonden in opgravingen uit de Bronstijd in wat nu Israël en Jordanië zijn. Ruim voor Abraham.
De oorsprong van het gerecht ‘hummus’ is moeilijker te traceren. Hummus is niet alleen de naam van het gerecht, het is ook het Arabische woord voor kikkererwt. Dat lijkt een goede aanwijzing. Hoewel er ook wel verwezen wordt naar het woord hometz uit het Oude Testament: ‘Kom bij ons zitten en eet met ons mee. Je mag je brood bij ons in de hometz dopen.’ (Ruth 2:14). Het lijkt misschien wel op hummus, maar in modern Ivriet betekent hometz ‘azijn’.
Gebaseerd op de aardewerken schaal waar hummus traditioneel in het hele Midden-Oosten in geserveerd wordt, zeggen verschillende culinaire historici dat het een verfijnd stedelijk gerecht is dat waarschijnlijk ontwikkeld is voor de bestuurlijke elite. In dat geval zijn Beiroet of Damascus plausibele plaatsen van origine. Weer anderen wijzen naar dertiende-eeuwse kookboeken uit Cairo, waarin gerechten beschreven worden als koude puree van kikkererwten, azijn, gepekelde citroen, kruiden en specerijen.
Waarom flikkeren ze niet al hun hummus op een grote hoop? Probeer je eens voor te stellen hoe groot die schaal dan moet zijn. Dan zetten we dat wereldrecord op naam van ‘het Midden-Oosten’. En dan gezellig met z’n allen pitabroodjes dopen. Zoals John and Yoko al predikten in 1969: Give (chick)peas a chance.
Bronnen: K. Albala, Beans; N. Avieli, ‘The Hummus Wars revisited: Israeli-Arab food politics and gastromediation’, Gastronomica (fall 2016); T. Noble e.a., Western Civilization; R. Ranta, ‘Food and Nationalism: from foie gras to hummus’, World Policy Journal (fall 2015); D. Spechler, ‘Who invented hummus?’, bbc.com.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.