Je verwacht bijna dat Michel Houellebecq je in een nieuwe roman weer een wereld voor zal spiegelen waar de honden geen brood van lusten. Voor een deel is dat ook zo, aangezien de dingen voor de hoofdpersoon Paul Raison sinds enige tijd ‘een algemene wending’ hebben genomen die voor een ‘pseudoludieke, maar in werkelijkheid haast fascistische normatieve sfeer had gezorgd die het dagelijks leven gaandeweg tot in de kleinste uithoekjes had besmet’. Zulke geërgerde oprispingen op het niveau van de ondergang van de beschaving bepalen niet de sfeer van de roman. Ze worden ongemerkt weggedrukt door het aandacht opeisende familieleven waar Paul Raison mee te maken krijgt: zijn vader krijgt in het begin van de roman een herseninfarct.
Er is in Vernietigen niet één thematische kern van waaruit alles in deze bijna zeshonderd pagina’s moet worden gezien. Dus ook niet wat de titel suggereert: dat het over ‘vernietigen’ zal gaan. Als iets de boventoon voert, dan zijn het de familiale verhoudingen: met zijn vrouw, zijn zus, zijn broer, zwager, schoonzus, en met dokters en verpleegsters. De drie mysterieuze internationale aanslagen in Denemarken, Ierland en bij het eiland Formentera houden hem wel bezig, maar op een zakelijke manier omdat hij de vertrouweling is van de Franse minister van economische zaken. Die heeft op zijn beurt als lid van de regering contacten met de Franse Geheime Dienst die op zoek is naar de daders. En zijn vader heeft zijn hele leven in een hoge functie bij de Geheime Dienst gewerkt.
valideringsorgaan
Paul Raison is in de fase van zijn leven waarin hij al tien jaar gescheiden leeft van zijn vrouw Prudence. Ze wonen nog wel in hetzelfde huis vlakbij het Parc de Bercy en het ministerie. De koelkast hebben ze in tweeën gedeeld. Raison heeft ook zo’n tien jaar bij het ministerie van financiën gewerkt, maar is sinds kort een soort kabinetschef van minister Bruno Juge. Ze kunnen het goed met elkaar vinden, wat voor Raison veel betekent aangezien hij als bijna vijftiger een midlifecrisis doormaakt. Hij is tot op het bot onzeker geworden, terwijl anderen hem juist zien als iemand die zijn naam eer aan doet. Wat betreft zijn werk voor Bruno klopt dat ook, maar persoonlijk heeft hij zichzelf verwaarloosd. Hij is altijd een pragmaticus geweest die wel dacht dat hij aan de oppervlakte genoeg had, die dacht de genotzuchtige Epicurus te kunnen combineren met een vleugje katholiek cynisme van Pascal. Het ‘Met pijn en zonder hoop’ van Pascal moest worden aangelengd met de epicurische ‘gelukzalige onbekommerdheid’. Maar de combinatie werkt niet meer en Raison heeft ‘een soort stasis’ bereikt, een stilstand die samenvalt met het infarct van zijn vader.
Vernietigen morrelt aan overtuigingen, probeert geluk uit, zet begrippen onder druk en laat Raison ‘niet van de wereld houden’.
De personages die Houellebecq rond Raison groepeert zijn niet alleen zichzelf, maar vertegenwoordigen ook iets in de maatschappij of het leven. Hervé, de man van zijn zus Cécile, heeft extreemrechtse sympathieën en stemt op het Rassemblement National bij de aanstaande verkiezingen. Zijn zus Cécile gaat regelmatig te kerke. Raison haat Indy, de vrouw van zijn jongere broer Aurélien. Zij is journaliste, nog steeds op zoek naar een scoop die haar beroemd zal maken. Madeleine was aanvankelijk zijn vaders huishoudster, maar werd zijn toegewijde vrouw. Zij mag hem van zijn dokter verzorgen, tot de directie van het verzorgingshuis dat verbiedt. Met behulp van Hervé’s geweldloze breedgeschouderde rechtse vriendjes wordt hij uit het huis bevrijd. Wanneer dat Indy ter ore komt schrijft ze in haar sensationele scoop dat een rechtse knokploeg Raisons vader heeft gekidnapt. Slecht voor Bruno’s verkiezingen.
Wat Vernietigen voortstuwt is de afwisseling van Raisons aan de grond zitten en zijn oprechte belangstelling voor anderen, voor zijn vader, voor Madeleine, voor zijn religieuze zus. Door de hele roman heen rijdt hij heen en weer van Parijs naar zijn vaders schitterend ruime huis in een gehucht in de Beaujolais, vijftig kilometer van Lyon. Raison is in Vernietigen als de scherpe cynicus Houellebecq uit Elementaire deeltjes en Onderworpen, maar er is ook een nieuwe Houellebecq met gevoel voor het religieuze van zijn zuster, de zorgzaamheid van Madeleine, begrip voor zijn broer Aurélien en zijn vechtrelatie met Indy. Raison is hier de oudere broer van wie men denkt dat hij de wijsheid heeft. Ondertussen twijfelt hij aan de hele beschaving en samenleving. Voor hem staat het neoliberalisme op instorten. Sterker nog: sinds ‘de stompzinnige slachtpartij’ van de Eerste Wereldoorlog is de decadentie onherroepelijk ingetreden, dat was ‘de oorsprong van de eindfase van Europa’s verval’. Na de Tweede Wereldoorlog was het Grote Publiek aan het woord gekomen, dat werd het ‘valideringsorgaan’: iets was pas goed als het Grote Publiek het goed vond. Op hetzelfde moment zegt hij geen politieke overtuigingen te hebben, hij heeft zelfs ‘nooit aan politiek gedaan’, ook al is hij Bruno’s rechterhand en helpt hij hem bij de verkiezingscampagne.
nieuw geluk
Er loopt van alles door elkaar bij Paul Raison. Houellebecq schrijft het op zijn Balzacs onbekommerd op, de lezer uitdagend het hele leven erbij te betrekken, ermee in te stemmen, er vragen bij te stellen, het ongerijmd, maar toch reëel te vinden. Terwijl Raisons dagelijkse leven op geen enkele overtuiging berust begint hij in het ‘gelukkig toeval’ te geloven. Er ontstaat weer toenadering tussen hem en zijn vrouw Prudence. Dat toeval wil ook dat Bruno, die ook in scheiding ligt, deemoedig het hoofd buigt wanneer hij een nieuwe liefde vindt. Ze weten het van elkaar, maar zwijgen hierover in elkaars gezelschap ‘opdat de goden geen aanstoot nemen en hun hand niet op je drukken’.
Als er iets is dat Paul Raison ‘niet te verdragen’ vindt, dan is het ‘tijdelijkheid’, ‘het idee dat iets, wat het ook mocht zijn, ten einde zou komen’. Tegelijk erkent hij dat die tijdelijkheid een ‘wezenlijk’ kenmerk van het leven is. Dat ervaart hij aan den lijve: de pijnlijke plek die hij al een tijdje in zijn kaak voelt blijkt kanker. Hij beseft dat zijn nieuwe geluk met de erotisch ontwaakte Prudence eindig is, hoeveel moeite hij ook doet het uit te stellen.
terroristische zombies
Vernietigen morrelt aan overtuigingen, probeert geluk uit, zet begrippen onder druk, laat Raison ‘niet van de wereld houden’, maar hij staat s’ morgens wel op in het idyllische huis van zijn vader en laat zich in de wintertuin bedwelmen door het uitzicht, het landschap, de lichtval en verenigt zich daarna gelukzalig met Prudence. Ondertussen is hij nog steeds in crisis, probeert hij zich verre te houden van ‘filosofen van de zalvende soort’ die vinden dat je de menselijke conditie moet aanvaarden ‘met haar grootsheid en beperkingen’. Sommigen opperden zelfs ‘het weerzinwekkende idee dat je er een zekere vorm van waardigheid in diende te ontdekken’. Maar ondertussen is het overduidelijk dat Houellebecq Raison sympathie laat opvatten voor de ‘waardige’ dokter Leroux die zijn vader onder zijn hoede heeft, en naar Maryse, de verpleegster die zo dapper meewerkte aan de ontvoering uit het ziekenhuis.
In elke roman van Houellebecq komt een pijnlijke, existentiële situatie voor, iets hopeloos rampzaligs voor de mensheid. Wie zijn de aanslagplegers op het reusachtige containerschip van 400 meter, op de migrantenboot waarbij 500 doden vielen, en op de spermabank in Denemarken, waarbij geen doden vielen? De hypothese van de geheime diensten is dat de onbekende terroristen een nieuwe soort strijders aan het ontwikkelen zijn, ‘beter inzetbaar dan menselijke soldaten, omdat ze niet tot empathie of morele scrupules in staat zouden zijn’. Het gaat om een hybride mensensoort, geen mens, geen robot, maar dat wel zelflerend zijn gang zal gaan: het zullen niet tot mensen te herleiden terroristen zijn. De wereld zal te maken krijgen met een nieuwe soort, met terroristische zombies.
In plaats van die rationaliteit, maakt voor Raison vaak ‘biologie’ de dienst uit, geweld, emotie, verlangen, gevoelens. Het is alsof Houellebecq in Vernietigen alle hypothesen over de menselijke drijfveren uitprobeert.
Paul Raison heeft zichzelf lang als ‘een koel rationeel iemand’ gezien. Dat is hij ook in de buurt van zijn baas en vriend Bruno. Het ministerie van Economische Zaken floreert en Bruno wordt in al zijn bescheidenheid als een briljant en wijs man gezien. Maar onder Pauls rationele buitenkant woedt het hevig en wordt de westerse beschaving door hem als op weg naar het einde gezien, inclusief die ‘liberale doxa’ die winstbejag als voldoende menselijke motivatie ziet voor het leveren van de mentale energie ‘die nodig is om een complexe sociale structuur in stand te houden’ – waarmee gezegd is dat Raison zijn diepe cultuurpessimisme kennelijk ook wel eens kon vergeten. Hij hecht kennelijk aan die ‘complexe sociale structuur’.
In plaats van die rationaliteit, maakt voor Raison vaak ‘biologie’ de dienst uit, geweld, emotie, verlangen, gevoelens. Dat is een verleidelijke, maar lastige veronderstelling want die leidt onder meer tot het recht van de sterkste, tot het hebben van de meeste spierballen. ‘De biologie’ geeft ook ruimte aan menselijke emotie en gevoelens, zeker, maar er is een zekere rationaliteit voor nodig om daar ruimte aan te geven. Het is alsof Houellebecq in Vernietigen alle hypothesen over de menselijke drijfveren uitprobeert.
vernietigen
Het is heel jammer dat deze vaak sfeervolle roman voortaan door het leven moet met de titel Vernietigen. Houellebecq geeft zoveel ruimte aan zuivere, niet bedorven gevoelens bij Raison, bij Bruno en leden van zijn familie, dat de titel de lading niet dekt. Dat de aanslagplegers op vernietiging uit zijn is duidelijk, maar de roman wordt er niet volledig door in beslag genomen.
Het slotakkoord van de roman staat ook haaks op de titel, en liegt er niet om: Raison is niet van plan van iedereen die hem komt bezoeken ‘afscheid’ te nemen. Integendeel: ‘hij zou op geen enkel moment iets anders dan een redelijke optimistische en zelfs humoristische houding tentoonspreiden. Hij zou doen wat iedereen deed, hij zou zijn stervensproces verborgen houden. Je mag je generatie en je tijd dan minachten en zelfs haten, je behoort er toch toe, of je nu wilt of niet, en handelt overeenkomstig de heersende opvattingen; om je eraan te ontworstelen heb je uitzonderlijke geestkracht nodig, en die had hij nooit gehad’.
Bij monde van Houellebecq is dit een opmerkelijk inschikkelijke Paul Raison. Deze verzoening met de tijd waarin hij leeft zorgt ervoor dat je op Vernietigen terugkijkt als een roman waarin Houellebecq gul ruimte geeft aan gevoelens. Die geven onmiskenbaar kleur aan de levens van Paul, Prudence, Maryse en Madeleine. Er worden ook levens in de roman omgewoeld en dat zorgt voor pijnlijk inzicht en de nodige reflectie bij de lezer. Maar Vernietigen zorgt niet voor de noodzakelijke lichte verbijstering, die wel ontstond bij Elementaire deeltjes, Onderworpen en Serotonine – verbijstering, dat de wereld zo in elkaar zou steken. Vernietigen snijdt daarvoor niet diep genoeg.
Vernietigen door Michel Houellebecq is vertaald door Martin de Haan en uitgegeven door De Arbeiderspers.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.