Dat Herman Stevens voor zijn roman De schandalen een titel heeft gekozen die eerder door Simon Vestdijk is gebruikt kan beter vergeten worden. Zoeken naar overeenkomsten levert niet veel op. De roman staat aardig op zichzelf.

Van een romantitel als De schandalen verwacht je schandalen. Maar er zijn schandalen en schandalen. Het is een schandaal als iemand een ander heeft bedrogen, iets beloofd heeft en zijn woord niet heeft gehouden. Maar je kunt ook zeggen: het leven is een schandaal. Het zit zo ingewikkeld in elkaar dat het zelfs voor een goed bedoelend mens niet te doen is. Dat is schandalig.

In De schandalen van Herman Stevens gaat het over het tweede soort schandaal. De hoofdpersoon, de leraar klassieke talen Erik, is bezig aan een proefschrift over de gedichten van Catullus, de lyrische dichter uit de eerste eeuw voor Christus wiens gedichten door Petrarca in jaar 1347 zijn gevonden. De 116 liefdesgedichten van Catullus hadden volgens Erik een duidelijk thema: ze gingen over ‘het schandaal van de liefde. De ongelijke strijd.’ Voor Erik waren Catullus’ liefdesgedichten ‘geen extatisch verhaal van een liefde die ondanks alles mislukte. De dichter had de mislukking ingebakken’. Dat komt door het schandaal van de ongelijkheid in de liefde: er was altijd een vragende partij. Er was altijd een partij die meer voelde. Die een kruisje zette in zijn agenda, die zich de eerste keer bleef herinneren, waar en wanneer.

Deze compacte samenvatting van de rol die Catullus in De schandalen speelt komt niet op deze manier in de roman voor. Daarin is pas na zo’n honderd pagina’s sprake van Catullus. Dat de ongelijkheid in de liefde in de hele roman resoneert is ook niet meteen duidelijk. Dat wordt, door Stevens goed gedoseerd, langzaam duidelijk. De andere hoofdpersoon, de in het begin van de roman zestienjarige gymnasiaste Roda, is nog niet in het leven van Erik gekomen en doet het nog met haar schoolvrienden. Maar wel zie je meteen dat Roda geen doorsnee leerling is. Ze is mooi en blond. School gaat haar gemakkelijk af. Ze weet al dat ze niet wil studeren, ze maakt geen probleem van vrijen (veelal neuken genoemd). Ze doet het met libertijnse losheid, maar tegelijk met een zekere dwangmatigheid. Haar vader is op haar twaalfde omgekomen bij een vliegtuigongeluk, haar ex-fotomodel moeder ziet alleen zichzelf en is hertrouwd met een man die Roda niet ziet staan. Haar moeder ziet Roda als ‘ballast’. Haar oudere zus Sonja is al het huis uit. Het bestaan van Roda remt haar moeder in het vaker op vakantie gaan met de ‘namaakvader’. Ze is eigenlijk ‘nooit gewend’ aan Roda, haar tweede kind.

In een verlaten ruimte vindt Erik een keer twaalf schilderijen van naakte vrouwen en een overall die stijf staat van de opgedroogde sperma.

Gedurende tweederde van roman zit je te wachten op iets dat op een schandaal zou kunnen lijken. Het ‘schandaal van de liefde’ doet zich lange tijd niet voor want Roda’s jeugdige verhoudingen met Rein, Beer, Michiel en Joost eindigen heel geciviliseerd aangezien die zich in het goed gesitueerde Nieuw Kralingen afspelen. Na haar eindexamen verzeilt Roda onder jongeren die niet altijd even zachtzinnig met haar omgaan. Ze vinden haar maar een kakmeid, ook al wil ze dat juist niet zijn. Ze laat het zich, lichtelijk onthecht, aanleunen.

Ondertussen heeft Erik een lange verhouding met Ilse, die er uiteindelijk voor kiest om alleen in Italië te gaan wonen. Waarna Erik, in Verona in een antiquariaat op zoek naar zeldzame uitgaven van Catullus’ 116 gedichten, de Italiaanse Nora ontmoet, met wie hij vier jaar samen zal zijn in de binnenstad van Den Haag, vlak bij het Noordeinde, in een huis dat gekocht is door zijn dan nog steenrijke vader, directeur van een reclamebureau. Net als de namaakvader van Roda (die doet in beton) is de vader van Erik niet speciaal van de geletterde soort. Dat verklaart waarom Erik weliswaar een deugdelijk leraar klassieke talen is (met een grensoverschrijdend smetje), maar zijn neus verder niet erg in de boeken steekt. Ook zijn bankiers-vrienden doen dat niet. Vriend Max weet hoe je met vrouwen omgaat: ‘Pakken. Je pakte ze, anders kreeg je later spijt.’ Als Erik één obsessie heeft, dan is het seks. Zijn moeder, lerares klassieke dans, heeft een eigen school in een gebouw waarin ook schilders hun atelier hebben. Daar vindt Erik in een verlaten ruimte een keer twaalf schilderijen van naakte vrouwen en een overall die stijf staat van de opgedroogde sperma. Dat windt hem elke keer als hij er komt hevig op.

een aanval van waanzin

Erik zou een eendimensionaal personage zijn als Herman Stevens de aandacht voor hem niet afleidde met soepele uitweidingen over het doen en laten van Eriks familie, zijn tijd met Ilse en Nora. Nora gaat uiteindelijk terug naar Italië. Hij laat haar makkelijk gaan, zonder schandaal. Dat geeft aan dat Erik geen groot hechter is. Hij beschouwt zichzelf als een lid van ‘de gelukkigste generatie in de geschiedenis van de mensheid’, wat een nogal dunne observatie is. Daar heeft hij er meer van: ‘Hij wilde graag dat de wereld zei dat hij bijzonder was. Simpel gezegd: hij hoopte op een vrouw die hem bewonderde, nog voor hij iets bewonderenswaardigs had gepresteerd.’ Maar hij wil ook dat hij als man opvalt omdat hij niet op zijn borst trommelde. Hij keek nooit in de spiegel. Voor zichzelf was hij ‘een vreemde’. In de schaduw van de Italiaanse Nora was hij ‘een onbeholpen man geworden’, een nep-Italiaan. Het ligt niet aan Eriks generatie, maar aan hem zelf, dat hij mensen waar hij mee omgaat als andere mensen ziet: ‘je kon alleen maar van iemand anders houden, en die bleef per definitie anders.’ Anderen werden hem niet snel vertrouwd. Stevens breekt hier met de populaire gedachte dat liefde samen één worden is, dat de verschillen door de liefde min of meer verdwijnen. Dat gebeurt in De schandalen niet, behalve in de seks.

Er gebeuren geregeld onverwachte dingen in De schandalen. Zoals de manier waarop Roda in het leven van Erik komt. Hij heeft een huis gekocht in een burgerlijk dorp tussen Leiden en Wassenaar. In dat dorp laat Roda de hond van een vriendin uit en stuit op Erik in de tuin van zijn nieuwe huis. Ze herkent hem: zij zat op zijn gymnasium, zelfs in zijn klas. De ongelijke verhouding die ontstaat tussen Erik en Roda is die van twee ‘anderen’ die elkaar vinden in wederzijdse seksuele afhankelijkheid. Roda wil voortdurend dat hij kijkt wanneer ze zich uitkleedt, wat ze te pas en te onpas doet. Wanneer ze in bed liggen houdt ze hem gespannen vast alsof ze nooit meer los wil laten.

Hoe goed Erik en Roda het in normale omstandigheden ook hebben, de ‘pijn’ en het ‘schandaal’ van de ongelijke liefde leiden tot een dramatisch einde.

Het gaat in de roman geregeld over ‘pijn’. Zowel Erik als Roda hebben ‘pijn’. Voor Erik doet de afstand tussen mensen ‘pijn’. Om de pijn niet te voelen moet je hem ‘omhelzen’. Het blijft van allebei wat vaag en dat is niet bevorderlijk voor goed inzicht in hun gevoelens. Roda is in normale doen een levendige en prettige vrouw, maar ze kan soms midden in de nacht een aanval van waanzin krijgen en half naakt de straat op hollen. Dan komen er teksten uit haar mond als: ‘Je snapt het niet. Ik wil niet op de wereld zijn. Ik wil niet meer.’ Dan blijkt dat de emotionele verwaarlozing van haar moeder en haar ervaringen met louche jongeren hun gevolgen hebben. Hoe goed Erik en Roda het in normale omstandigheden ook hebben, de ‘pijn’ en het ‘schandaal’ van de ongelijke liefde leiden tot een dramatisch einde. De vraag is of dat drama ontstaat door Roda’s verdrongen ‘trauma’s’, of door haar karakter.

De gevoelens (de ‘pijn’) en gedachten die Stevens Erik en Roda laat hebben blijven ‘theoretisch’ nogal onduidelijk. Zodra het daar niet over gaat blinkt de roman uit in het precies oproepen en beschrijven van sfeer, gevoelens en stemmingen. De ‘ongelijke strijd’ die de liefde volgens Catullus en Erik zou zijn, valt in De schandalen wel mee. Erik en Roda kunnen het (afgezien van haar aanvallen van gekte) het goed met elkaar vinden. Dat het toch mislukt, daar had Catullus al mee gerekend.

De schandalen door Herman Stevens is uitgegeven door Prometheus.