Friedrich Nietzsche spoorde zijn lezers aan ‘te worden wie ze zijn’. Worden wie je bent is vreemd, omdat je moeilijk kunt worden wie je al bent. Het is niet de eerste paradox die vruchtbaar is gebleken. Het is minder rechtstreeks dan het ‘Ken uzelf’, de aansporing aan het begin van de tempel van Apollo in Delphi. Bij Nietzsche moet je er proefondervindelijk achter zien te komen wat je in je hebt: het herkennen van je vermogens (goed zijn in het leren van talen), eigenschappen (snel van begrip zijn), angsten (geen bloed kunnen zien), het herkennen en ontwikkelen van je voorkeuren (niet van massa’s houden).

Dat proefondervindelijke, het zich bewust worden van vermogens en eigenschappen, heeft zelden bewust plaats en is ook niet iets dat zich van ene dag op de andere voordoet. Het is doorgaans een proces van jaren. En het gaat vaak bijna ongemerkt. Je kunt er op een kunstmatige manier achter komen bij het afleggen van tests, maar dat zijn vaak tests over concrete vaardigheden. Het gaat dan niet om existentiële vermogens en eigenschappen als daadkracht, remmingen, verlangens, angsten, inzicht of zelfvertrouwen.

Al te star

Het gaat Nietzsche er uiteindelijk niet om dat je letterlijk voor altijd ontdekt wie of wat je bent. Dat zou wat al te star zijn. Maar wel dat je een zeker zelfvertrouwen verwerft waarmee gewerkt en gedacht kan worden. Het komt dan vaak aan op een combinatie van schijnbare tegenstellingen, zoals ‘solide en flexibel’. Het gaat er niet om je ‘ware zelf’ te vinden of je ‘onveranderlijke essentie.’ Die zijn er doorgaans niet en als ze er zijn, zijn ze veel te zelfgenoegzaam.

Worden wie je bent wordt gezien als een langlopend proces dat nooit eindigt omdat, zoals de klassieke uitspraak luidt, de reis belangrijker is dan de aankomst. Maar soms wil men ook wel ergens aankomen. Zoals de Denker des Vaderlands Daan Roovers overkwam. Die hield eens een lezing over het worden van wie je bent en vertelde over de twee jaar dat ze steeds minder ijverig medicijnen studeerde. Tot ze op een dag de filosofie ontdekte en begreep dat alles in haar al lang die kant op moest. De gewaarwording je bestemming gevonden hebben is geen kleine ervaring.

Lees ookLiteraire Kroniek: In het denken van Daan Roovers overheerst de gematigdheid21 mei 2019
Wandelende filosofen

‘Worden wie je bent’ is vaak een ‘een strijd’, een hindernisbaan, het inslaan van verkeerde wegen, meerdere keren je hoofd stoten, doodlopende wegen bewandelen. Het is niet zelden gewoeker. Om er achter te komen wie je bent is in de filosofie het wandelen een vaak aangewend middel geweest, van Socrates tot Rousseau, van Kant tot Nietzsche, van Thoreau tot Ton Lemaire. Hun gedachten werkten het beste in beweging.

Kaag bewandelt de klassieke verkeerde wegen, ook letterlijk als hij in de bergen verdwaalt.

Iets wilder pakte de Amerikaanse filosoof John Kaag het aan: hij trok op zijn negentiende naar de Zwitserse bergen rond Sils Maria waar Nietzsche zijn voetstappen had achtergelaten. Na zeventien jaar keert hij ernaar terug met zijn vrouw en dochtertje en doet daarvan verslag in Hiking with Nietzsche. Becoming Who You Are en betrekt daarbij zijn persoonlijke ontwikkeling en ‘groei’ tot het schrijven van dit boek op zijn zesendertigste. Kaag bewandelt de klassieke verkeerde wegen, ook letterlijk als hij in de bergen verdwaalt en een pikzwarte koude nacht alleen door moet brengen. Daarna is hij nergens meer bang voor.

En hij krijgt zijn beloning met een verblijf in het Nietzsche Haus in Sils Maria, waar de filosoof in 1883 Also Sprach Zarathustra schreef. Zarathustra is een ‘bergmens’, iemand die de mensheid van grote hoogte gadeslaat. Door hem te lezen tijdens zijn trektocht (lopend en liftend) verlangt Kaag ‘naar diepte en hoogte’, net zoals Nietzsche en Zarathustra. Alle drie willen ze de frisse lucht van de hoogte om zich in het dal nog beter en gezonder te voelen met de lokale bewoners.

Maar de bergen zijn niet alleen voor de frisse lucht, ze zijn er ook voor de afgronden en het afgrondelijke. Het isolement dat Nietzsche zocht, en Kaag in zijn geest, leidt onvermijdelijk tot gedachten over de grenzen van het bestaan, tot het uitdagen van het Niets en het flirten met zelfmoord.

Losmaken van Nietzsche

Kaag confronteert zich met alle heikele aspecten in Nietzsches werk. Wanneer het over de Übermensch gaat betekent dit dat hij aan zelfoverwinning moet doen en het in de hoogte moet zoeken: ‘how easy it would be to remain in de valleys, to be satisfied with mediocrity.’ Wanneer hij net als Nietzsche een ‘vrijgeest’ wil zijn, zal hij zich moeten losmaken. Dat is niet eenvoudig te realiseren als echtgenoot en vader.

Kaags loyale echtgenote geeft hem wel de ruimte (hij gaat er alleen op uit), maar ondertussen moet ze niets van Nietzsche hebben (ze vindt hem een ‘marauding fool’, een plunderende idioot). Ze is zelf ook filosoof, maar een Kantiaan. Die staat voor alles waar Nietzsche zich van afkeerde: voor orde, harmonie, rationaliteit en, bovenal, voor plicht, voor de categorische imperatief.

Kant was niet van het op trektocht gaan, zijn wandelingen beperkten zich tot een dagelijks namiddag-ommetje in Koningsberg waar de bewoners hun horloge gelijk op konden zetten. Kaag worstelt duidelijk met zijn Kantiaanse middenklasse-vaderschap en zijn Nietzscheaanse dionysische nonconformisme. Kaag wordt maar tot op zekere hoogte wie hij is, maar weet voldoende over zichzelf om staande te blijven.

Al te zeer of te vaak veranderen is funest voor een enigszins werkbaar en stabiel bestaan.

De lastige en ingewikkelde manier waarop men wordt wie men is, wil zeggen dat men niet zo snel afstand doet van wat men op deze manier heeft verworven aan kennis over zichzelf. Omdat het leven en het bestaan dynamische aangelegenheden zijn zullen mensen zich wel eens moeten aanpassen, hun leven moeten veranderen. Maar al te zeer of te vaak veranderen is funest voor een enigszins werkbaar en stabiel bestaan. Ook al laat je ze genoeg vieren, je moet niet los van je ankers raken.

Karakter en persoonlijkheid

Het is aan alles duidelijk dat Yuval Noah Harari Nietzsche niet kon gebruiken voor zijn 21 lessen voor de 21ste eeuw (in Homo Deus noemt hij hem een paar keer terloops). Hoe flexibel de vrijgeest Nietzsche ook was, hij vond dat mensen er achter moesten zien te komen wat ze in zich hebben: dat ze worden wie ze zijn. Wanneer ze daar enigszins in geslaagd zijn, is het niet de bedoeling dat wat ze hebben geleerd over zichzelf weer makkelijk opgeven. Het is niet voor niets tot hun karakter en persoonlijkheid geworden.

Lees ookYuval Noah Harari weet wie wij zijn en waar we naartoe gaan30 augustus 2018

Dat opgeven van wat je door de jaren heen hebt verworven en lenig hebt gehouden, is wel wat Harari noodzakelijk vindt voor de komende decennia: de technische ontwikkelingen zullen volgens Harari zo snel gaan dat mensen zichzelf niet ‘één keer, maar twee keer, misschien wel zelfs drie, vier keer moeten heruitvinden tijdens hun leven.’ Hier, en hier niet alleen, slaat Harari op hol. Hij doet afwisselend alsof hij niets weet over hoe de toekomst eruit zal zien (‘we hebben geen idee hoe China of de rest van de wereld er in 2050 uit zal zien’), maar tegelijk is hij in uitermate stellig, bijvoorbeeld wanneer hij zegt dat ‘een gebrek aan continuïteit het meest saillante kenmerk’ van de komende tijd zal zijn.

Harari raakt regelmatig van zijn ankers en doet dan verregaande uitspraken die hij nauwelijks weet te verantwoorden.

Hij heeft niet begrepen dat gebrek aan continuïteit zo ongeveer het ergste is dat een leven kan overkomen, hoezeer men ook van verandering en afwisseling houdt. Continuïteit moet er zijn opdat er verandering en afwisseling mogelijk is. Harari is zich maar half bewust van de impact van zulke beweringen. Maar dat weerhoudt hem er niet van met zwaar geschut te werken om degenen uit te schakelen die zijn beweringen met enige scepsis bejegenen. Zoals wanneer hij zegt dat degene die zich in de toekomst niet voortdurend opnieuw uitvindt de komende decennia zal moeten doorbrengen als ‘een achterlijk fossiel.’

Een totale ramp

Harari raakt regelmatig van zijn ankers en doet dan verregaande uitspraken die hij nauwelijks weet te verantwoorden. Het zou een totale ramp zijn, en voor een totale vervreemding van de mondiale samenleving zorgen wanneer werkelijkheid zou worden wat Harari voorziet: dat ‘het vreemde het nieuwe normaal wordt.’ Wanneer dat het geval zal zijn, dan zullen mensen dramatisch vervreemden van de werkelijkheid, want geen enkel houvast meer hebben. Ze zouden leven in een vreemd pakhuis en in paniek raken.

Met een zekere wellust schetst Harari hoe mensen zouden moeten overleven in de komende decennia: ‘Om in zo’n wereld te overleven en het te redden zul je heel wat mentale flexibiliteit nodig hebben en een groot emotioneel evenwicht. Je zult herhaaldelijk een deel van je eigen expertise moeten loslaten en je thuis moeten voelen in het onbekende.’ Maar je thuis voelen in het onbekende is alleen mogelijk als je ook thuis bent in het bekende, om niet in een verwarrend labyrint te verzeilen.

Wanneer het zal zijn zoals Yuval Harari het voorziet zal er alles aan gedaan moeten worden om het te voorkomen, want het is een horrorscenario: ‘Het leven,’ schrijft Harari, ‘zal desintegreren en de continuïteit, de logische samenhang tussen de ene en de andere levensfase, zal steeds meer zoekraken. De vraag “wie ben ik?” zal prangender en ingewikkelder worden dan ooit.’

Hiking with Nietzsche. Becoming Who You Are door John Kaag is uitgegeven door Granta.

21 lessen voor de 21ste eeuw door Yuval Noah Harari is vertaald door Inge Pieters en uitgegeven door Thomas Rap.