Zo ergens halverwege zijn nieuwe boek 21 lessen voor de 21ste eeuw trekt historicus Yuval Noah Harari me toch van leer tegen ‘de joden’. Het gebeurt onder het kopje van les numero 12, getiteld: Nederigheid: de wereld draait niet om jou.
De joden denken volgens Harari wel degelijk dat de wereld om hen draait. Ze twijfelen er niet aan dat ze het belangrijkste volk op aarde zijn. De joden zouden de grootste prestaties en uitvindingen van de mensheid op hun naam willen schrijven.
Joden zouden zichzelf als de centrale helden van de geschiedenis beschouwen en ze zouden vinden dat het Joodse volk de ultieme bron is van de menselijke moraal, van spiritualiteit, van geleerdheid, zelfs van yoga. Na zijn boek Sapiens hadden joodse lezers Harari nota bene gevraagd waarom hij het jodendom een kleine rol had toebedeeld in de wereldgeschiedenis.
Harari permitteert zich zijn kritiek, want, zo zegt hij, het is ‘mijn eigen volk’ en hij haalt van alles uit de kast om het jodendom te relativeren. Hij noemt aantallen aanhangers van de verschillende wereldreligies, vraagt of we kunstwerken kunnen opnoemen die zijn geïnspireerd door het Oude Testament. Hij beantwoordt de vraag direct, dat is ‘een makkie’: de David van Michelangelo, Nabucco van Verdi en andere. En zouden we kunstwerken kunnen opnoemen die geïnspireerd zijn op het Nieuwe Testament? Ook een ‘eitje’ volgens hem: Het Laatste Avondmaal, de Matthäus-Passion en andere. Maar, vraagt hij daarop, wat kunnen we noemen dat is geïnspireerd op de Talmoed? Niks zeker.
Ja, Harari raakt flink op dreef. Hij komt met een anekdote over wat hem overkwam bij een proefles yoga. De leraar had daar met droge ogen beweerd dat het eigenlijk de joodse stamvader Abraham is geweest die yoga heeft uitgevonden. Alle basishoudingen waren volgens de yogaleraar afgeleid van de vormen van letters uit het Hebreeuwse alfabet. Na Harari’s vraag om bewijzen was de man met een vaag verhaal gekomen en had met een Bijbelpassage geschermd die niks bewees. ‘Zo zie je maar weer,’ merkt Harari cynisch op, ‘zelfs yoga is eigenlijk uitgevonden door de joden.’
Verbroken betovering
Sympathiek dat Harari tekeer gaat tegen een groep waar hij zichzelf onder schaart en niet een andere groep op de korrel neemt. Maar dit stuk haalde mij uit zijn boek op een manier die exemplarisch is voor hoe Harari geregeld de betovering verbreekt: hij heeft het maar steeds over de joden en ik ken veel mensen die zich op verschillende manieren, van een beetje tot helemaal, joods voelen, maar zij vinden volgens mij helemaal niet wat Harari hun als groep allemaal in de schoenen schuift.
Ik wil maar zeggen: misschien is Harari soms een beetje te algemeen?
Soms word je d’r gek van: dan heeft hij het maar over de joden, en moet je dat binnen een context begrijpen, maar bedoelt hij vermoedelijk de ene keer de joden als religieuze hedendaagse en dan weer als culturele en hedendaagse of historische groep. En aan alle groepen worden meningen toebedeeld die ze lang niet allemaal hebben.
Dat is exemplarisch voor hoe verwarrend én te generaliserend Harari soms te werk gaat.
Ik kan nog wel wat zeveren: soms zegt Harari het één, dan weer het andere en uiteindelijk heeft hij van alles gezegd en wisten we dat eigenlijk al. Zo kan hij schrijven: ‘Een potentiële remedie tegen menselijke stupiditeit is een dosis nederigheid.’ Ja, klopt, maar gaat hij het de mensen vertellen en is het dan over? Je zou ook kunnen denken: schóling, dát is een remedie tegen stupiditeit, en ja, vele hoofdstukken verder gaat het over scholing. Is belangrijk tegen stupiditeit ja.
Nieuwe inzichten
Maar ik schreef ook ‘betovering’, want hoe generaliserend en alleen binnen een bepaalde context Harari soms ook schrijft, het is heerlijk om binnen een enkel boek op onderhoudende en ook interessante wijze verteld te krijgen waar we vandaan komen en wie we eigenlijk zijn (in Sapiens), wat er van ons terecht gaat komen in de nabije toekomst (Homo Deus) of wat onze voornaamste problemen zijn en hoe we ermee kunnen omgaan (21 lessen voor de 21ste eeuw). Als iemand nieuwe inzichten wil bieden in wie we zijn, hoe we nu zijn en straks kunnen leven, dan vind ik het gedeeltelijk waarmaken van die ambitie al voldoende om Harari’s boeken gretig te verslinden.
Dat hoor je vaker: mensen zeggen dat hun blik op de wereld veranderde door Sapiens.
Harari verkocht van Sapiens en Homo Deus samen al meer dan 12 miljoen exemplaren. Sapiens verscheen als eerste en schijnt het populairste: het staat al anderhalf jaar in bestsellerlijsten en toen Homo Deus in Nederland verscheen, schoot het in 2011 verschenen Sapiens de nieuwkomer pardoes voorbij in de wekelijkse verkoopcijfers. De faam van het boek met de onweerstaanbare ondertitel Een kleine geschiedenis van de mensheid werd verspreid door wereldleiders als Obama en Bill Gates. Het was ook een prachtig verhaal om te lezen: hoe we heersers van de wereld waren geworden omdat we zo goed zijn in verhalen vertellen, in abstract denken en daarom in samenwerken.
Ridley Scott gaat nu zelfs een filmversie van het boek produceren. ‘Het is een boek dat verandert hoe je de wereld ziet en onze bewerking moet hetzelfde doen,’ zegt beoogd regisseur Asif Kapadia. Dat hoor je vaker: mensen zeggen dat hun blik op de wereld veranderde door Sapiens. Harari verklaarde zelf over de verfilming: ‘Wij hopen wetenschap, fictie, geschiedenis, drama en talent te vermengen om de ongelooflijke reis van de mensheid tot leven te brengen. Van origine een onbelangrijke diersoort die nu op het punt staat om verheven te worden tot een godheid.’
Avonturenfilm
Dat idee, dat we gelijk de goden worden, staat uitgewerkt in Homo Deus. Ik kocht het meteen bij verschijning twee jaar geleden, want ik wilde graag verder lezen hoe Harari’s geschiedenisvariant van een avonturenfilm ging aflopen. Werd toch een beetje een open einde: volgens Harari zijn we onszelf in rap tempo overbodig aan het maken. We doen ons best om als goden te worden, maar als we goden zijn, dan zijn we dus geen mensen meer.
Sla ik mijn exemplaar nu weer open, dan zie ik het vol staan met potloodstreepjes en in de kantlijn opmerkingen waar ik geen chocola van kan maken. Hoogdravend noteerde ik daar gedachten in een poging terug te spreken: ‘Eloquente verwoording van wat we al weten!’ staat er wel drie keer in driftige hanenpoten geschreven en geregeld zet ik Harari daar vrij onverveerd in potlood op zijn nummer om al te algemene uitspraken.
‘In 2050 is liefde een biochemisch fenomeen.’
Maar mooi dat ik genoot. Bijvoorbeeld van Harari’s beschrijving van hoe in de toekomst twee geliefden elkaar zullen vinden via algoritmen. Uit de big data van het lichaam kan zoveel over persoonlijkheid en de emoties geleerd worden dat je straks veel beter een ware kan filteren uit de eindeloze hoop potentiële kandidaten om je heen (en dan heb je ook argumenten, hè, als de onnozele hals het zelf beter denkt te weten en niet verliefd wordt.)
We gaan volgens Harari op zoveel wijzen veranderen, ik vond het moeilijk er een beeld van te krijgen. Per mail vroeg ik hem daarom om nieuwe definities voor zeven kernbegrippen uit ons leven. Hoe zouden die in 2050 worden gedefinieerd? Harari was zo attent om te antwoorden. Zijn definitie van liefde in 2050 klonk inderdaad futuristisch: ‘In 2050 is liefde een biochemisch fenomeen en laten de meeste mensen het aan Google over om hun geliefden en echtgenoten uit te kiezen, omdat Google hen veel beter kent dan ze zichzelf kennen.’
Een andere definitie stelde me toch een beetje gerust, ik haalde eruit dat de mens nog niet geheel verloren was. Dat was zijn definitie van geluk: ‘In 2050 is geluk nog altijd ongrijpbaar, want ook al kunnen we de lichamen en hersenen van mensen manipuleren, we begrijpen nog steeds weinig van hoe de menselijke geest in elkaar steekt.’
‘Devote humanisten’
Inmiddels had onze literair chroniqueur Carel Peeters Homo Deus ook gelezen en hij was er helemaal verontwaardigd van geraakt. Hij schreef in Vrij Nederland: ‘Is de alom bejubelde Yuval Noah Harari niet eenvoudig een misantroop die zo snel mogelijk van de mens af wil om in het zalige rijk van de data en de algoritmen te kunnen verkeren?’ Volgens Peeters had Harari niks op met de mensheid. Hij kwam met een aantal citaten: Harari noemde het humanisme een ‘ideologie’, ‘de dominante wereldreligie’ en schreef over ‘devote humanisten’. Humanisme was volgens Harari: ‘zingeven aan een zinloze wereld’.
Hmmm. Ik probeerde Carel te weerleggen, maar ik moest snel bekennen dat naar de letter van Harari’s boek het humanisme straks niet meer voldoet, en ook al was ik niet zeker of Harari het ook echt zo wenste: hij leek het humanisme inderdaad nog het liefst zelf de nek te willen omdraaien.
Toch begon ik met opgewekt gemoed aan de drukproeven van het nieuwe boek dat nu verschijnt, waarschijnlijk omdat Harari’s definitie van geluk in 2050 nog in mijn hoofd zat, het gaf een zekere geruststelling dat we ook dan nog niet zullen weten hoe de menselijke geest in elkaar zit – lezer, ik weet niet eens precies te formuleren waarom dat geruststellend is, maar het omgekeerde voelt eng.
Geruststelling meteen weer weg bij het voorwoord van 21 lessen voor de 21ste eeuw. Harari spreekt ‘van Homo sapiens tot Homo sapiens, vlak voordat het gordijn voor onze soort valt’.
Ojee.
Het liberalisme is aan het verliezen. Revoluties in de informatietechnologie en de biotechnologie stellen onze soort voor de grootste uitdagingen ooit. Miljarden mensen zullen weldra hun baan verliezen. Vrijheid en gelijkheid worden dan ondermijnd. Digitale dictaturen kunnen de macht in handen van een kleine elite leggen. De massa wordt straks niet meer uitgebuit, maar wordt irrelevant.
Tjeempie.
De 21 hoofdstukken variëren in lengte en er zitten veel omwerkingen van essays bij. Harari behandelt álles wat speelt in onze tijd: nepnieuws, de Brexit, terrorisme, werk, oorlog (‘onderschat nooit de menselijke stupiditeit’), niet te doen om het hier allemaal even te gaan behandelen. Het wordt nu vaak zo algemeen dat je er weinig over kan zeggen of tegenin kan brengen. Wanneer Harari bijvoorbeeld in enkele bladzijden uitlegt wat rechtvaardigheid is en hoe ermee om te gaan. Of wanneer hij in een ander hoofdstuk zingeving behandelt. Eerste regel: ‘Wie ben ik? Wat moet ik met mijn leven doen? Wat is de zin van het leven?’
En toch leest het weer heerlijk, en toch zal het weer als warm brood over de toonbank vliegen. Waarom?!
Klein grut, grote zaken
Eerst dacht ik van doen te hebben met het Bas Heijne-effect. Deze helaas even gestopte columnist schreef wekelijks in NRC Handelsblad een stuk dat altijd eerst irritatie opwekte. In eerste instantie dacht ik altijd: ja, maar dat soort dingen vond ik zelf deze week ook al wel, hij zit het alleen heel overdreven mooi te verwoorden. Maar in de minuten en uren daarna volgde het besef dat Heijnes formuleringen zo raak waren geweest dat ik verder was gekomen in het denken over de beschreven kwestie (en dat was natuurlijk alleen maar gelukt omdat Heijne die dingen net iets beter had gezien.)
Ik durf het nu wel te vragen: hoe te leven?
Was zulks niet ook aan de hand bij Harari? Zat ik niet ook te denken dat ik algemeenheden las waar hij eigenlijk rake formuleringen toevoegde waarmee hij het denken over complexe kwesties een stukje verder bracht? Mensen noemen hem ook vaak een filosoof en geen historicus.
In elk geval formuleerde hij telkens precies de vragen die me boeiden. Niks klein grut. Of wél klein grut, maar dan klein grut dat toch grote zaken bleek te betreffen.
Enne… oplossingen? Ik durf het nu wel te vragen: hoe te leven?
‘Als tiener was ik een rusteloze tobber,’ schrijft Harari in zijn laatste hoofdstuk. Hij snapte niets van de wereld en vond geen antwoord op levensvragen als waarom er zoveel leed was. Volwassenen kwamen aan met verhalen over religie, nationalisme, met mythen over liefde, avontuur, kapitalistische mythen over economische groei, hij zou gelukkig worden door te kopen en consumeren.
De jonge Harari bedacht stoutmoedig dat het allemaal verzinsels betrof en toog naar de universiteit. Hij leerde er mythen doorprikken, maar daarmee had hij op zijn grote levensvragen nog geen antwoorden. Integendeel, hij moest zich op steeds kleinere deelvraagstukken concentreren. Hij promoveerde op autobiografische teksten van middeleeuwse soldaten. Frustrerend.
Het gevolg kennen we: de boeken die nu zo goed gelezen worden.
Maar was dat dan de oplossing op zijn getob? De grote levensvragen worden erin behandeld, pogingen tot antwoorden worden gedaan, en niemand die het enige en sluitende antwoord verwacht op al die wezenlijke vragen.
Maar: hoe te leven?
Nee, ook dit onderzoek en schrijven bleek niet de oplossing. Die bleek ergens anders te liggen, en niet in een verhaal. De oplossing kwam voor Harari in de vorm van een jaarlijkse meditatieretraite van maar liefst twee maanden en de overige tien maanden van het jaar dagelijks twee uur lang mediteren. Best hardcore. Vipassana: misschien eens proberen. (Bij ontevredenheid of werkloosheid zou ik in elk geval een cursus vipassana-docent overwegen: kan binnenkort wel eens veel werk in komen.)
Life of Brian-achtige taferelen
Verder denkend over het waarom van Harari’s succes stelde ik die vraag aan zijn Nederlandse uitgever: Arend Hosman van Thomas Rap. Die vertelde me hoe een boekverkoopster hem laatst het enorme succes verklaarde: de wereld waarin wij leven is zó complex geworden, mensen willen die wereld beter begrijpen en Harari stelt daarbij de juiste vragen en durft ook stelling te nemen. Het maakt hem tot gids voor deze tijd.
Zelf voegde hij daar nog aan toe dat Harari bestaande theorieën ter discussie durft te stellen, zijn eigen koers durft te varen én het aandurft om kennis uit andere wetenschappelijke disciplines bij zijn onderzoek te betrekken. Dat, zegt Hosman, maakt dat Harari ‘in staat is om nieuw licht te werpen op wie wij zijn, waar we vandaan komen en vervolgens ook waar we naartoe gaan’.
Vaak hoort hij dat mensen anders naar de wereld zijn gaan kijken na lezing van Harari en dat velen met name Sapiens als een lijfboek beschouwen. Harari dreigt soms zelfs als goeroe te worden gezien. ‘Onlangs was hij bij ons in Amsterdam,’ zei Hosman. ‘Toen vertelde zijn echtgenoot ons lachend dat Harari weleens bang is voor Life of Brian-achtige taferelen – denk aan de scène waarin Brian zijn volgelingen vertelt dat ze individuen zijn en zélf moeten nadenken, waarna zijn publiek op slaafse wijze exact diezelfde woorden herhaalt. Dat is het laatste wat Harari zou willen. Hij nodigt ons uit om dingen die vanzelfsprekend lijken opnieuw te overdenken.’
‘Mensen laten het aan Google over hun geliefden uit te kiezen, omdat Google hen beter kent dan ze zichzelf kennen.’
Nieuwe grote verhalen
Wat opvalt in 21 lessen voor de 21ste eeuw is een zekere verbetenheid in de kritiek op godsdiensten. Het begon me tijdens het lezen op te vallen hoe vaak Harari erop terugkwam. Op verschillende momenten komt religie ter sprake en wordt beargumenteerd waarom die niet deugt. Dat gebeurt niet op de felle wijze van strijders tegen het geloof – Harari doet het gelovende individu niet tekort terwijl evenwel de religies zelf worden afgedaan – maar waarom komt hij er zo vaak op terug? Ja, het geloof is een dominante factor in de wereldgeschiedenis, maar hé: de argumenten tegen kennen we nu wel.
Ik begon me af te vragen: zou hij er steeds op terugkomen omdat hij zo’n groot publiek bereikt en daar ook veel gelovigen onder zullen zitten? Misschien, maar gaandeweg leek het alsof hij nóg iets probeerde te doen: hij is zich ontzettend bewust van de leegte die het geloof achterlaat en lijkt er gezien zijn hele idee van ons succes dankzij verhalen en de eeuwenlange gerichtheid daarvan op religieuze verhalen van overtuigd dat er nieuwe grote verhalen moeten komen.
Ook de grote verhalen als communisme en nationalisme begint hij als een geloof te bespreken en hij schrijft af en toe dat er nog geen groot verhaal is. Daarmee schaart hij zich bij zo ontzettend veel mensen die schrijven over waar het naartoe gaat en heen zal gaan. Zovelen schrijven dat we in een tussentijd zitten, dat de oude verhalen hebben afgedaan en het wachten is op de nieuwe. We zouden leven in een tussentijd.
Volgens mij is elke tijd tussentijd.
Deep learning
De ondertitel van Harari’s een-na-laatste les, Zingeving, luidt: Het leven is geen verhaal. Dáár zit iets. Harari spiegelt ons wel een nieuwe toekomst voor als menselijke goden, maar dat is geen gesloten wereldbeeld – nee, op sommige terreinen zal álles worden overgenomen door algoritmen die met deep learning onze data mijnen en vervolgens concluderen wat goed is, maar op andere terreinen is de toekomst ongewis.
Zou Harari niet als conclusie uit zijn eigen ideeën (het leven is geen verhaal, we kennen de menselijke geest ook over vijftig jaar nog nauwelijks) moeten trekken: er kómen niet één of twee, of desnoods drie, dominante nieuwe verhalen, geen betere althans dan de onvolkomen en misleidende verhalen die ons nu worden voorgespiegeld? Dit waren de verhalen, mensen. De olifant met zijn grote snuit blaast ze allemaal uit.
Ga dáár maar eens mee leren leven – en eigenlijk probeert Harari dat ook als hij zijn heil zoekt in meditatie.
Moderne mythologie
Jawel, ik heb de drukproeven van dit boek weer helemaal ondergekladderd met gele arceringen en wijsneuzige notities. Vol hoogdravende weerleggingen en domme eerste reacties. Kortom: ik vind het geweldig dat Harari deze boeken schrijft. Dat hij in zevenmijlslaarzen door de geschiedenis stapt, daarbij allerlei specialisaties durft te betrekken en de grootste vraagstukken aanvat. Niet zeuren, dus, wanneer er bij de grote greep af en toe algemeenheden vallen. Dit zijn de vragen waar we over moeten spreken, dit zijn de plekken waar we moeten debatteren, dit is waar we het niet eens moeten zijn. Waar ik het hartstochtelijk eens ben met Harari, ben ik het ook in het geheel niet met hem eens.
Ik noemde al twee keer zijn definitie van geluk, waarin hij stelt dat we over vijftig jaar nog steeds weinig begrijpen van de menselijke geest. Hoezee! Eens! Welke gigantische hoeveelheden data er ook worden gevangen, geanalyseerd met deep learning in algoritmen worden gestructureerd, we zullen ook dan niet precies begrijpen wie wij zijn.
Fijn dat Harari dit onderkent. Vervolgens geeft hij alle krediet aan de niet-exacte disciplines: als mensen heer en meester van de wereld zijn geworden doordat ze zo goed samenwerken en als dat komt omdat ze in verzonnen verhalen geloven, dan zijn dichters, schilders, toneelschrijvers dus minstens zo belangrijk als soldaten en technici, zegt Harari.
Hij geeft alle krediet aan de kunsten en de niet-exacte wetenschappen: ‘Mensen voeren oorlog en bouwen kathedralen omdat ze in God geloven en ze geloven in God omdat ze gedichten hebben gelezen over God, omdat ze afbeeldingen van God hebben gezien en omdat ze gebiologeerd naar toneelstukken over God hebben zitten kijken. Op min of meer dezelfde manier wordt ons geloof in de moderne mythologie van het kapitalisme geschraagd door de artistieke creaties van Hollywood en de popindustrie. We geloven dat we gelukkiger worden als we meer spullen kopen, want we hebben het kapitalistische paradijs met eigen ogen op tv gezien.’
‘Hoe te leven? Voor Harari ligt de oplossing in een meditatieretraite van twee maanden en de rest van het jaar dagelijks twee uur lang mediteren. Best hardcore.
En even later: ‘Heb je enig idee hoeveel films, boeken en gedichten je door de jaren heen tot je hebt genomen en hoe die kunstwerken je ideeën over liefde hebben geboetseerd en bijgevijld?
Romantische komedies verhouden zich tot liefde zoals porno zich verhoudt tot seks en Rambo tot oorlog. En als je denkt dat je een deleteknop kan indrukken en alle sporen van Hollywood uit je onderbewuste en je limbische systeem kunt wissen, dan hou je jezelf lelijk voor de gek.’
Leve Harari! Driewerf hoera!
Eigenzinnige combinaties
Maar dan zegt Harari dat het straks geen zin meer zal hebben om kinderen Chinees te leren of hoe je een computer moet programmeren. Kunstmatige intelligentie zal binnenkort veel beter leren programmeren en op een wijze die veel te complex wordt om met die onoverzichtelijke mensenbreintje te overzien. Chinees spreken we straks vanzelf omdat algoritmen live vertalen en we via telefoon of mini-chips kunnen communiceren. De belangrijkste vaardigheden worden: aanpassingsvermogen, het vermogen om nieuwe dingen te leren en het vermogen je niet uit het lood te laten slaan door onbekende situaties.
Dat denk ik niet.
De menselijke geest, die we dus ook volgens Harari nauwelijks kennen, laat volgens mij al eeuwen zien dat ze blijft creëren: techniek, verhalen, wetenschap, troost, ga maar door. Leven, dat ís creëren. Nieuwe mensen: ze zijn én maken nieuwe en eigenzinnige combinaties van al wat is en wat was.
Oppermachtige algoritmen
Excuus, hier moet ik wat eigen hersenspinsels tegenover Harari zetten.
Harari roemt de algoritmen en hij zegt dat ze zoveel taken van ons lichaam en ons brein gaan overnemen dat ze met ons zullen samensmelten. Hij ziet de algoritmen oppermachtig worden, wellicht is er straks nog een kleine elite die een beetje controle over ze kan hebben, maar de massa wordt irrelevant (autorijden, maar ook democratie, een land regeren, blijven ademen, gelukkig zijn: het kan allemaal door algoritmen veel beter worden gedaan – zegt Harari).
Harari doet beweringen als dat je kinderen vaardigheden moet aanleren in plaats van kennis. Alsjeblieft: nee!
Ik zie heus dat algoritmen steeds meer kunnen, en denk ook dat ongekende prestaties geleverd gaan worden, misschien nog wel tot en met onsterfelijkheid aan toe, maar ik vind ook dat je moet blijven onderscheiden dat algoritmen een taal zijn: de taal van de bits. We zijn erin geslaagd om minuscule bouwstenen van het leven waar te nemen en kunnen nu zelfs van bits uitbreiden naar qbits: maar bits en qbites blijven slechts gebaseerd op wat wij met al onze gereedschappen bewust hebben kunnen waarnemen van de wereld.
Kortom: algoritmen kunnen volgens mij niet het héle leven omvatten. Onderschat niet wat er in ons onderbewuste en in ons creatieve denken gebeurt: van alles dat niet te vangen is in schema’s van bits of qbits.
Geur van een bloemetje
Harari doet beweringen als dat je kinderen vaardigheden moet aanleren in plaats van kennis. Alsjeblieft: nee! Om te creëren moeten mensen de geur van een bloemetje dat eenmaal werd geroken tijdens een schoolexcursie in de kinderjaren (en geheel vervormd werd onthouden) dertig jaar later kunnen koppelen aan de beschrijving van een kleur uit een roman, die weer wordt gekoppeld aan een wetenswaardigheid uit de handleiding van de nieuwe auto. Een mens maakt nieuwe combinaties van de kennis die door het hoofd speelt, niet alleen van wat op computerservers zit.
We combineren wat we zien of horen met wat er in onze cognitieve, tactiele en andere vormen van geheugen zit. Dat kun je in theorie misschien nabootsen, maar dat is dan nabootsen – ooit een computer zien schrikken?
Leer kinderen alsjeblieft meer dan vaardigheden. Vertel ze verhalen, toon ze juist nuanceverschillen in betekenis door ze talen te leren, vertel het idee van programmeren en hoe dat werkt, ja: stop er zoveel mogelijk in. Geef voeding aan onze volstrekt eigenzinnige wijze van creëren, Zolang algoritmen de menselijke geest niet kunnen blootleggen (wat Harari gelukkig nog wel vindt) moeten we kinderen niet alleen met algoritmen leren omgaan. Gooi er ladingen films in, muziek, kennis, toneel én boeken van Harari!



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.