Sinds zijn internationale bestseller HEX is hij een grote naam in het thriller- en horrorgenre. Hij wint literaire prijzen met zijn romans en korte verhalen, en zijn werk wordt intussen in vijfentwintig landen verkocht. Hij is net terug van een Amerikaanse promotietour voor de Engelse vertaling van Echo. Het kloeke boek in zijn handen is zijn zojuist verschenen zesde roman, maar Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 1983) koestert het alsof het zijn eerste is.
‘Kijk,’ toont hij de voorkant, de illustratie op de omslag – in oplichtende tinten oogstrelend vormgegeven door Davy van der Elsken – en de plattegrond van het Amerikaanse stadje waar November zich afspeelt. ‘Heb je het kaartje gezien? Zó mooi is het geworden!’ Hij kan niet wachten op de lezersreacties. ‘Wat vond je eigenlijk van die scène met Levi?’ vraagt hij de interviewer. ‘Het is best schokkend wat daar gebeurt, vind jij dat te ver gaan?’ Zijn doel met November was namelijk om het handelen van de personages begrijpelijk te maken. ‘Zelfs als hun daden onmenselijk zijn, moet dat voorstelbaar zijn vanuit de situatie waarin ze zijn beland. Zodat je jezelf als lezer telkens afvraagt: zou ik zoiets ook kunnen doen?’
d&t-update
Ben je benieuwd naar onze recensie van November en de andere beste spannende boeken van het najaar? Lees dan hier de update van de Detective en Thrillergids.
een pact met duistere krachten
In die opzet is Olde Heuvelt absoluut geslaagd. Hoewel November zich in het buitenissige begeeft, zijn de bewoners van Bird Street en hun dilemma’s invoelbaar en geworteld in een herkenbaar heden. ‘Het kwaad in November is heel menselijk. Er zitten bovennatuurlijke elementen in het boek, maar het uitgangspunt is de vraag wat mensen over hebben voor hun eigen geluk.’ Het vierkoppige gezin dat de lezer leert kennen, woont in een straat in Lock Haven, Washington, waar de bewoners opvallend mooi en succesvol zijn. De kinderen grossieren in aangeboren talenten, de volwassenen zijn uitmuntend in de beroepen die zij uitoefenen, en het is een en al voorspoed en welstand.
‘Als je iemand moet doden omdat er anders verschrikkelijke dingen gebeuren, dan zoek je daar de meest praktische oplossing voor.’
Geleidelijk wordt onthuld welke prijs deze gemeenschap daarvoor betaalt. Verborgen voor de buitenwereld is er een pact gesloten met een duistere kracht die elk jaar in november om een menselijk offer vraagt. Om daaraan tegemoet te komen, zoeken de pactsluiters kandidaten met een doodswens die met hun hulp euthanasie willen plegen. ‘De insteek van al mijn boeken is: een praktische omgang met het bovennatuurlijke,’ zegt Olde Heuvelt met een fijne glimlach. ‘Als je iemand moet doden omdat er anders verschrikkelijke dingen gebeuren, dan zoek je daar de meest praktische oplossing voor.’
Dit is jouw eerste boek met louter Amerikaanse personages. Uit jouw nawoord blijkt dat je de gemeenschap eerst in Nederland situeerde. Waarom heb je toch voor Amerika gekozen
‘Het moest vooral een spannend verhaal worden waar de lezer lekker bij weg kan griezelen. Daarnaast stelt November sociaal-maatschappelijke issues aan de kaak: vrijwillige levensbeëindiging, euthanasie, zelfdoding bij jongeren. Dat zijn gevoelige onderwerpen. In Nederland zijn we daarin toch wat stappen verder dan in de Verenigde Staten. Daar zijn de wetten een stuk minder coulant, en daarom denk ik dat het verhaal daar beter tot z’n recht komt. In Washington State heb je wel de Death With Dignity Act, daar mag een arts de medicijnen verstrekken, maar níet toedienen. Je mag geen actieve euthanasie uitvoeren. Zelf vind ik dat ieder mens volledige zelfbeschikking moet hebben, en dat moet zo netjes mogelijk kunnen, zodat er geen treinconducteurs worden getraumatiseerd. Maar goed, daar staat iedereen op een eigen manier in.
Daarbij komt: de verlatenheid van zo’n stadje aan de rand van een uitgestrekt bos, dat heb je niet in Nederland. Twee weken geleden was ik in Washington State, en toen ben ik naar de plekken uit het boek gegaan. Dat is altijd een waanzinnige ervaring: als ik hier in Gelderland in Beek ben, waar HEX zich afspeelt, is het alsof ik mijn eigen boek inrijd. Het afgelopen half jaar heb ik, met behulp van Google Earth, in mijn hoofd zó actief in Lock Haven en in Bird Street gewoond. En nu heb ik Vietnamese take-away gehaald waar de personages dat doen, bij Sam’s Noodles Town! Maar de afstanden daar… als je vijf mijl rijdt, passeer je in Nederland duizend huizen, daar twee opritten. Dat leent zich goed voor gebeurtenissen op een geïsoleerde plek.
En het laatste argument dat meespeelt: ik heb een steeds internationaler lezerspubliek. Mijn vorige boek Orakel, over een achttiende-eeuws zeilschip dat in de duinen van Noordwijk wordt gevonden, is echt Nederlands. Ik wil dat een beetje afwisselen met boeken die zich in Amerika afspelen, misschien een keer Brazilië, net waar het verhaal om vraagt.’
Bestaat Lock Haven dus echt?
‘Nee. Wat wel bestaat, is het nabije dorpje Carnation. Het hele gebied, met de Snoqualmie River, de bossen in het natuurreservaat en de geschiedenis van die regio, dat is allemaal echt. Alleen het plaatsje Lock Haven met Bird Street is fictief. En dat heb ik naar Carnation gemodelleerd.’
Is het niet moeilijk om vanuit Amerikaanse personages te schrijven?
‘Ik heb American Studies gedaan en een half jaar in Noord-Amerika gewoond. Ook heb ik daar veel vrienden uit het schrijversvak en keer ik regelmatig terug. En daarnaast kennen we Amerika uit de populaire cultuur. Ik ben opgegroeid met de boeken van Stephen King en lees veel Amerikaanse literatuur. Voor mij zou het lastiger zijn om een boek te schrijven dat zich afspeelt in Midden-Frankrijk bijvoorbeeld. Daar ken ik de cultuur een stuk minder.’
‘Als een idee goed is – dat is bijna iets magisch – dan blijft het je achtervolgen. Als je het vergeet, dan was het blijkbaar niet goed genoeg.’
Tijdens het lezen dacht ik: echt iets voor een Nederlandse schrijver om in Amerika het euthanasiedebat te gaan voeren.
‘Er is in Amerika ook een jonge generatie die heel liberaal is. Voor wie het doodnormaal is dat gender een fluïde begrip is, en die geen moeite heeft met deze thema’s. Zij boksen op tegen een oudere generatie waar vooral witte Amerikanen onderdeel van zijn. Ik vond het wel leuk om Kaila, de zestienjarige dochter van het gezin uit November – een gekleurd meisje, tweede generatie Braziliaans-Amerikaanse – daar een tegenpool van te laten zijn. Grappig genoeg neem ik mezelf altijd voor om niet politiek zijn. Op sociale media spreek ik me daar nooit over uit. Ik schrijf om te entertainen. Het is nooit mijn bedoeling om er een debat mee te openen. Maar natuurlijk leg ik er een bepaalde gelaagdheid in. Dan gebeurt dit een beetje vanzelf.’
Je had het idee voor November al na het schrijven van HEX, dat tien jaar geleden uitkwam. In je nawoord zeg je dat je blijkbaar die tijd nodig had om het te kunnen schrijven.
‘Ik ben er in die tussentijd twee keer aan begonnen. Een keer kwam ik tot zo’n tachtig pagina’s. Ik had al een hele eerste scène over Django, de tienjarige zoon van het gezin, die fantastisch jazzpiano speelt en op bezoek gaat bij zijn pianoleraar. Die leraar is gebaseerd op mijn opa, die jazzpianist was in de Tweede Wereldoorlog. Maar er zat een bepaald gewicht in het thema dat elke keer op mij begon te drukken. Hoe ga ik dit verhaal vertellen? Hoe ga ik subtiel met deze onderwerpen om? Ik vroeg me af of ik daarvoor genoeg bagage had. Ik heb dus eerst Echo geschreven, wat eigenlijk een liefdesverhaal is, en Orakel, een veel avontuurlijker boek. En toen ik nu weer met November begon, was dat blijkbaar het perfecte moment, want het schreef zich haast vanzelf. Ik heb het in een moordtempo geschreven, in zes maanden.’
Heeft dat ook te maken met schrijftechniek die je beter beheerst?
‘Dat denk ik wel. Met elk nieuw boek groei ik als schrijver, dat hoor ik ook terug van mijn redacteuren. Bij Orakel heb ik bijna twintigduizend woorden uit het eerste manuscript geschrapt. Omdat ik de neiging had dingen te herhalen. Als ik van personage wisselde, gaf ik nog even een samenvatting van het voorgaande. Dat heeft een schrijver soms nodig bij een eerste versie, maar een lezer totaal niet. Nu laat ik ook belangrijke scènes off screen plaatvinden, tussen de wisseling van twee vertelperspectieven in. Bij November is het uiteindelijke boek nagenoeg zoals ik het had opgeschreven. Het is natuurlijk geredigeerd, de puntjes zijn nog op de i gezet, maar er is heel weinig uit weggehaald of herschreven. En dat is gewoon ervaring. Een soort souplesse, een verfijning van je verteltechniek. Het boek heeft ook een heel prettige constructie. Het gaat over de bewoners van vijf verschillende huizen, maar ik blijf bij die ene familie. De vier gezinsleden vormen een mooie mix: man, vrouw, tienerdochter en jongetje. Zij hebben allemaal een specifieke stem, en een eigen benadering van de gebeurtenissen. Daar kun je fijn mee doseren.’
Waarom bleef dit idee zo lang bij je?
‘Dat dóen goede ideeën! Daar ben ik van overtuigd. Ik heb geen bestand waarin ik mijn verhaalideeën bewaar. Ik heb nu ideeën voor drie, misschien vier boeken, sommige wat uitgebreider en andere nog heel globaal. Die schrijf ik niet op. Want als een idee goed is – dat is bijna iets magisch – dan blijft het je achtervolgen. Als je het vergeet, dan was het blijkbaar niet goed genoeg. Van dit idee wist ik: dat boek ga ik hoe dan ook schrijven. De vraag was alleen wanneer.’
d&t-brief
Wil je het hele jaar door op de hoogte blijven van alle ins & outs van het spannende boek? Schrijf je dan in voor onze maandelijkse Detective & Thrillerbrief.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.