Er was een tijd – heel lang geleden is het niet – dat de lobbybazen van VNO-NCW genoeg hadden aan een praatje hier, een praatje daar en af en toe een sms’je naar het Torentje om hun zin te krijgen. In 2008, toen de werkgeversorganisatie na jaren van onenigheid een akkoord over het ontslagrecht had gesloten met de vakbonden, legden toenmalig VNO-voorzitter Bernard Wientjes en algemeen directeur Niek Jan van Kesteren in de Volkskrant uit hoe dat werkte.
De kern van de zaak: zorgen voor goede persoonlijke contacten, begrijpen wat de andere partijen aan tafel nodig hebben, nooit zelf willen scoren in de media. Belangrijkste architect van het behoedzame beleid: Niek Jan van Kesteren, die als jonge beleidsmedewerker al in 1982 betrokken was bij het beroemde Akkoord van Wassenaar, en in 1999 aantrad als algemeen directeur.
Onder leiding van Hans de Boer is de sympathie voor de werkgeversorganisatie snel afgebrokkeld.
Zo ontwikkelde VNO-NCW zich tot de machtigste lobbyorganisatie van het land, en tot een een onontkoombare gesprekspartner voor het kabinet. In het Torentje werden de werkgeversbazen vertrouwde gasten, zeker na het vertrek van oud-vakbondsman Wim Kok: Jan Peter Balkenende bleek zeer benaderbaar, en diens liberale opvolger Mark Rutte al helemaal. In 2011 verklaarde de jonge premier tegenover een zaaltje van honderden werkgevers en een verslaggever van het Financieele Dagblad: ‘Als bedrijven mij vragen te helpen, dan ben ik er. Bijna iedere bestuursvoorzitter heeft mijn 06-nummer. Snel schakelen, bellen: dat is dit kabinet. Als ik naar internationale bijeenkomsten ga, heb ik altijd een hele boodschappenlijst van het bedrijfsleven bij me.’
Het Lobby-evangelie
Bij zijn afscheid als algemeen directeur in 2016 deed Niek Jan van Kesteren nog één keer zijn lobby-evangelie uit de doeken, in een gesprek met Ariejan Korteweg van de Volkskrant: ‘Wat je zegt moet kloppen. De boodschap moet helder zijn. En: het moet je gegund worden. Dat laatste is het belangrijkst. Als VNO-NCW een imago van arrogantie krijgt, kun je de club opheffen. Wij kunnen alleen meedoen als we aardig worden gevonden.’
Sindsdien moet Van Kesteren nog regelmatig aan die woorden hebben teruggedacht, want onder leiding van Hans de Boer – VNO-voorzitter sinds 2014 – is de sympathie voor de werkgeversorganisatie snel afgebrokkeld. Het begon toen De Boer nog geen jaar in functie was, en hij in een interview – tot grote woede van de linkse oppositie en de vakbonden – verklaarde dat het maar eens afgelopen moest zijn met het geluier van de uitkeringstrekkers: ‘Al die labbekakken die hier in een uitkering zitten, moeten aan het werk.’ Op zulke onbehouwen uitspraken was zijn voorganger Bernard Wientjes nooit te betrappen geweest.
Maar de genadeklap voor de maatschappelijke sympathie voor de grote werkgevers kwam in 2018, toen VNO-NCW ondanks hevig maatschappelijk protest maandenlang bleef vasthouden aan afschaffing van de dividendbelasting. Zo verklaarde Hans de Boer bij WNL ‘maling’ te hebben aan mensen die zich tegen de omstreden maatregel verzetten: ‘Het zijn opvattingen die niet deugen.’ Een maand later was het plan definitief van de baan.
‘Als VNO-NCW een imago van arrogantie krijgt, kun je de club opheffen. Wij kunnen alleen meedoen als we aardig worden gevonden.’
Onmacht
Aan de overlevingskunstenaar Mark Rutte, die aanvankelijk nog had beweerd dat hij er ‘tot in zijn diepste vezels’ van overtuigd was hoe goed de maatregel zou zijn voor de werkgelegenheid, bleef het politieke echec niet kleven. Rond Prinsjesdag verklaarde hij dit jaar onbekommerd dat het plan rondom de dividendbelasting ‘natuurlijk spectaculair is mislukt. Maar goed, ik was de enige die daar nog in geloofde. Soms gaat er in mijn baan wel eens iets mis.’ Nog veel onaangenamer voor VNO-NCW was wat de wendbare premier erop liet volgen: ‘Ik ben nooit een vriend van het bedrijfsleven geweest’.
Zo ging de vanzelfsprekende steun voor de werkgevers het raam uit – met dank aan Hans de Boer zelf – en kwam er een einde aan bijna veertig jaar zorgvuldig opgebouwde invloed in de achterkamers van de macht.
Des te pijnlijker was het om de VNO-voorzitter van de week te zien protesteren op het Malieveld, te midden van de boze bouwvakkers, gehuld in oranje jas. ‘Iemand moet de regie pakken!’, had hij een paar dagen eerder al vertwijfeld geroepen in De Telegraaf. Het was een onmachtig vertoon van een werkgeversvoorman die het maatschappelijke en politieke tij volledig heeft gemist. In de Malietoren, het hoofdkantoor van de lobbyclub, zal de laatste maanden wel vaker zijn verzucht: had Hans maar beter naar Niek Jan geluisterd.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.