Er gaat de laatste tijd vrijwel geen dag voorbij zonder een nieuw schrijnend bericht over de uitholling van de publieke sector. Deze week onthulden de NOS en Nieuwsuur dat de arbeidsinspectie de afgelopen twaalf jaar geen enkele keer de arbeidsomstandigheden van de bagage-afhandelaars op Schiphol heeft gecontroleerd, zodat ze op de luchthaven voor een habbekrats hun ruggen en knieën kapot moesten werken voor bedrijven die elkaar kapot concurreren, omdat Schiphol de afhandeling van de bagage heeft uitbesteed. Bij de arbeidsinspectie had het management bedacht dat ‘zelfregulering’ en ‘zelfinspectietools’ prima zouden werken. De verplichte interne risicorapporten werden door de inspectie – zelf zwaar onderbezet – nauwelijks gelezen.

Kort na het bericht over de arbeidsinspectie kwam een onderzoeksgroep onder leiding van de Leidse hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning met eveneens treurig stemmende bevindingen, maar dan over de jeugdbescherming: de wet werkt niet omdat de jeugdzorg aan het instorten is. ‘De situatie in Ter Apel is vergelijkbaar met die in de jeugdbescherming,’ verklaarde Bruning in een interview met Follow the Money. ‘We laten kinderen met de zwaarste problemen in de kou staan.’

Bruning is bepaald niet de eerste die aan de bel trekt: er ligt inmiddels een hele stapel rapporten over de droevige staat waarin de jeugdzorg verkeert sinds de decentralisatie in 2015, onder het tweede kabinet-Rutte van VVD en PvdA. Het overdragen van de jeugdzorg aan de gemeenten zou goedkoper, efficiënter en minder bureaucratisch zijn omdat de zorg dan dichtbij ouders en kinderen georganiseerd kon worden. Het tegendeel bleek het geval. De zorgvraag steeg, de kosten liepen gierend uit de hand, de expertise verdween en op de markt verschenen tal van incompetente en soms zelfs malafide aanbieders, die elkaar kapot concurreerden terwijl veel gemeenten – toch al armlastig en onderbezet – geen idee hadden waar ze mee bezig waren.

Zo kon het gebeuren dat duizenden kwetsbare kinderen nu vele maanden in onveilige situaties moeten wachten op hulp, terwijl jeugdzorgorganisaties en de Raad voor de Kinderbescherming te kampen hebben met overspannen medewerkers, hoog ziekteverzuim en een groeiend personeelstekort – nog verergerd door de coronacrisis – en komt het steeds vaker voor dat het aan zorg en begeleiding ontbreekt als kinderen onder toezicht zijn gesteld en/of uit huis zijn geplaatst.

Goddank is er nu het rapport van Mariëlle Bruning en haar onderzoeksgroep, dat ferm onderstreept wat eigenlijk allang bekend was.

De uithuisplaatsingen kwamen afgelopen jaar in het nieuws door de toeslagenaffaire. Opeens heette het dat meer dan 1.600 kinderen van gedupeerde ouders door de staat ‘ontvoerd’ zouden zijn: vooral politieke partijen aan de populistische kant van het spectrum maakten er een nummer van. De opgewonden praat in de Tweede Kamer over de ‘ontvoeringen’ was natuurlijk tendentieuze kletskoek. Dat tienduizenden gezinnen door toedoen van de Belastingdienst systematisch en zonder enige rechtvaardiging in de armoede werden gedreven is een van de grootste schandalen van de naoorlogse geschiedenis – daar is gaan twijfel over mogelijk. Maar daar is allerminst mee gezegd dat daaropvolgende uithuisplaatsingen óók onrechtmatig zouden zijn, laat staan ‘ontvoeringen’ door de staat: over iedere uithuisplaatsing wordt in Nederland een oordeel geveld door de rechter, op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.

Zo bleek maar weer hoe verleidelijk het in de politiek is om groot misbaar te maken over de rel van het moment, in plaats van op zoek te gaan naar de grondoorzaak van het probleem, in dit geval: de wijdverbreide en hardnekkige misvatting dat decentralisaties en marktwerking de oplossingen zouden zijn voor ieder probleem.

Goddank is er nu het rapport van Mariëlle Bruning en haar onderzoeksgroep, dat ferm onderstreept wat eigenlijk allang bekend was. Te hopen valt dat het kabinet er eindelijk lering uit trekt, want er is maar één conclusie mogelijk: het Rijk moet de verantwoordelijkheid voor de jeugdbescherming weer op zich nemen. De onderzoekers riepen minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind deze week op om direct in te grijpen. Waarop de bewindsman liet weten dat hij in november – inderdaad: in november – met een brief komt.