Studeerkamergeleerden die zich met de politiek bemoeien: het is maar al te vaak een ongelukkige combinatie. Van de Duitse intellectuelen die in naam van de ‘conservatieve revolutie’ tegen de wankele Republiek van Weimar ageerden tot Harry Mulisch die het Cuba van Fidel Castro de hemel in prees: achteraf blijft vooral een gevoel van schaamte over. Weimar ging ten onder door de machtsgreep van Hitler, Cuba bleek al spoedig een hel voor dissidenten.

Daar moest ik aan denken toen FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren onlangs voor een gezelschap van boze boeren suggereerde dat geweld tegen de dreigende onteigeningen gerechtvaardigd zou zijn. ‘Het is ook niet altijd gezond in een democratie als er een taboe rust op het gebruik van geweld,’ verklaarde hij, gevolgd door een tamelijk onnavolgbaar betoog: dat het volgens het Wetboek van Strafrecht toegestaan zou zijn geweld te gebruiken ‘om je eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed te beschermen tegen een wederrechtelijke aanranding,’ en dat het tweede amendement in de Amerikaanse Grondwet – het recht op wapenbezit – bedoeld zou zijn ter verdediging tegen de almachtige overheid.

Wat je Van Meijeren in ieder geval wel kunt verwijten is dat hij zich als tovenaarsleerling gedraagt, door krachten wakker te roepen die hij niet kan beheersen.

Bij de eerste woorden van Van Meijeren klonk nog een mager applausje, omdat het publiek nog niet helemaal doorhad wat hij bedoelde, maar de uitsmijter ging erin als koek: ‘Want uiteindelijk kan en mag het nooit zo zijn dat de boeren zich als makke lammetjes van hun grond gaan laten verdrijven!’

Wat Van Meijeren er níet bij zei, is dat het tweede amendement niet bedoeld is tegen de overheid, maar juist om de vrije staat te beschermen, zo nodig met burgermilities. Evenmin vermeldde hij dat onteigeningen door de staat – in Nederland altijd getoetst door de rechter – helemaal niet wederrechtelijk zijn, en gewelddadig verzet daartegen dus gewoon strafbaar. Van Meijeren zou beter moeten weten, als afgestudeerd jurist die ook nog een paar jaar doorbracht aan de Academie voor Wetgeving.

Over beide onderwerpen – gerechtvaardigd geweld en het tweede amendement – kan je een aardig boompje opzetten in een studentensociëteit of een souterrain aan een Amsterdamse gracht, waar Forum voor Democratie ooit als conservatieve denktank begon. Maar suggestieve intellectuele praat over gewelddadig verzet door een beëdigd parlementariër voor een gehoor van boeren die zich toch al tot het uiterste getergd voelen, is niets anders dan olie op het vuur.

tovenaarsleerling

Kamerlid Nilüfer Gündoğan, zelf uit de fractie van Volt gezet vanwege aanstootgevend gedrag, was er als de kippen bij om aangifte tegen Van Meijeren te doen wegens opruiing en aanzetten tot geweld. Het is nog maar de vraag hoe ver ze daarmee gaat komen, want volgens tal van juristen die zich de afgelopen dagen lieten horen, verkoopt Van Meijeren weliswaar klinkklare onzin, maar heeft hij zijn woorden zo gekozen dat aanzetten tot geweld lastig te bewijzen valt. Daar zal de FvD-parlementariër het vast zelf ook op gooien: dat hij zijn uitspraken nooit zo heeft bedoeld, en dat hij in dezelfde context juist tot geweldloos verzet heeft opgeroepen.

Maar wat je Van Meijeren in ieder geval wel kunt verwijten is dat hij zich als tovenaarsleerling gedraagt, door krachten wakker te roepen die hij niet kan beheersen. Het is wat de Duitsers ‘verantwortungslos’ noemen. Politiek hoort hand in hand te gaan met verantwoordelijkheid: niet alleen voor de letterlijke betekenis van de woorden die je gebruikt, maar ook voor de effecten die je woorden kunnen hebben op anderen die minder oog hebben voor de intellectuele finesses – zoals de driftige boerenzonen die zich bedreigd voelen en de hooligans die zich bij de protesten hebben aangesloten. Of, zoals Frits Bolkestein het ooit tamelijk onbarmhartig uitdrukte in zijn boekje De intellectuele verleiding: ‘Weinig dingen zijn gevaarlijker dan abstracte ideeën in lege hoofden.’