Op 1 oktober, aansluitend op het jaarlijkse Nederlands Filmfestival, worden de Gouden Kalveren uitgereikt. Die zijn sinds vorig jaar genderneutraal. Dat wil zeggen dat er geen prijs meer bestaat voor beste mannelijke en beste vrouwelijke rol, maar slechts één prijs voor beste rol, die naar zowel een mannelijk, vrouwelijk of non-binair persoon kan gaan. Dat lijkt een belangrijke stap voor de vrouwenemancipatie en voor de integratie van non-binaire acteurs. Toch kwam er vorig jaar meteen veel kritiek op, en niet alleen vanuit de hoek van de samenleving die genderneutrale prijzen onzin vindt.

Hoewel de nominaties wat eerlijker waren verdeeld, met een 40/60 procent verdeling voor respectievelijk vrouwelijke en mannelijke acteurs, gingen vier van de vijf genderneutrale acteerprijzen (Beste Hoofdrol Speelfilm, Beste Bijrol Speelfilm, Beste Hoofdrol Dramaserie en Beste Bijrol Dramaserie) vorig jaar namelijk naar een man. De enige acteerprijs die aan een vrouw werd uitgereikt, was het Gouden Kalf voor Beste Hoofdrol in een Korte Film, die werd toegekend aan Laura Bakker voor haar rol in Heartbeats.

Aan de vooravond van de tweede genderneutrale Gouden Kalveren is het natuurlijk nog veel te vroeg om een oordeel te vellen over de eerlijkheid van genderneutrale prijzen. Er moeten eerst jaren overheen gaan om zoiets goed te kunnen beoordelen. Door toeval kan het immers zo zijn dat het merendeel van de prijzen een aantal jaar voornamelijk naar mannen of juist naar vrouwen gaat. Een op het oog oneerlijke verdeling per jaar zegt niets over de eerlijkheid van de verdeling in het algemeen. Zolang de prijswinnaars over een groot aantal jaren maar min of meer evenredig verdeeld zijn. De prijs zou immers naar de beste acteerprestatie moeten gaan en gender heeft geen invloed op acteren. Net zoals het niet per se oneerlijk is dat we al jaren een man als minister-president hebben, maar het wel wat zegt dat we nog nooit een vrouw als minister-president hebben gehad.

Het is dus nog veel te vroeg om te stellen dat een genderneutrale prijs vrouwen benadeelt. Maar het is wel tijd om te reflecteren op de manier waarop we acteerprestaties en filmrollen beoordelen. Een veelgehoord kritiekpunt op genderneutrale acteerprijzen is namelijk dat mannenrollen diepgaander, gelaagder en interessanter zijn dan vrouwenrollen en dat zo’n genderneutrale prijs daarom oneerlijk verdeeld zal worden – in ieder geval zolang er niet genoeg complexe vrouwenrollen geschreven worden en deze complexe vrouwenrollen ook de nodige financiering binnenharken.

Kan het zo zijn dat we vrouwelijke personages en vrouwelijke verhalen minder interessant vinden?

Het is belangrijk om te kijken naar wat we als maatschappij als een interessante rol ervaren. Kan het zo zijn dat we vrouwelijke personages en vrouwelijke verhalen minder interessant vinden? Dat wil niet zeggen dat de Gouden Kalveren niet genderneutraal zouden moeten zijn, maar wel dat de maatstaven die we gebruiken om acteerprestaties te beoordelen ook onder de loep genomen moeten worden. Want die zijn niet altijd zo objectief als we misschien denken.

Moeders, dochters, verzorgers

Want is het echt zo dat vrouwenrollen niet interessant genoeg zijn om een acteerprijs te winnen? Laten we kijken naar de Gouden Kalveren van vorig jaar, waar drie vrouwen, twee mannen en geen enkele non-binaire acteur werden genomineerd voor het Gouden Kalf voor Beste Hoofdrol in een Speelfilm: Elise Schaap in Mijn vader is een vliegtuig, Elsie de Brauw in Drijfzand, Fedja van Huêt in De Veroordeling, Martijn Lakemeier in De Oost en Romana Vrede in I Don’t Wanna Dance. Was Elise Schaaps rol als vrouw die met haar traumatische jeugd wordt geconfronteerd in Mijn vader is een vliegtuig minder interessant, minder complex dan Fedja van Huêts onderzoeksjournalist in De Veroordeling, die de prijs uiteindelijk won?

Vinden we Eva in Mijn vader is een vliegtuig wellicht minder interessant omdat de film zich voornamelijk in het gezinsleven afspeelt?

De Veroordeling is een film over de volharding van onderzoeksjournalist Bas Haan, die van gedachten verandert over de schuld van de klusjesman in de Deventer moordzaak als hij geconfronteerd wordt met een gebrek aan bewijs. Het is een ongetwijfeld goed geacteerde rol in een maatschappelijk belangrijke film. Maar is de rol echt minder gelaagd dan de rol van een vrouw die haar vage jeugdherinneringen moet reconstrueren om haar vreemde gedrag te begrijpen? Of vinden we Eva in Mijn vader is een vliegtuig wellicht minder interessant omdat de film zich voornamelijk in het gezinsleven afspeelt?

Alle drie de vrouwen die in 2021 werden genomineerd voor het Gouden Kalf voor Beste Hoofdrol in een Speelfilm werden dat voor rollen die te maken hadden met het gezinsleven, terwijl de twee mannen werden genomineerd voor rollen buiten het gezinsleven, respectievelijk in de journalistiek en de oorlog. Tegenwoordig zijn er zat vrouwelijke journalisten en vrouwelijke soldaten en er zijn ook mannen die een grote rol op zich nemen in het gezinsleven. Toch associëren we oorlog en journalistiek nog steeds vaak met mannen en mannelijkheid en het gezinsleven met vrouwen en vrouwelijkheid.

Diegenen die pleiten voor meer interessante filmrollen voor vrouwen hebben dus gelijk als ze stellen dat er vooral films lijken te zijn over typische vrouwen: moeders, dochters, verzorgers. Er is zeker iets te zeggen voor het stimuleren van minder traditionele vrouwenrollen. Maar naast de vraag of vrouwen in een typisch mannelijke rol wel beloond zouden worden voor hun acteerprestaties, is het de vraag of het echt zo is dat zulke typisch vrouwelijke rollen niet interessant zijn.

Bloemschilderijen

Het idee dat typisch vrouwelijke bezigheden niet interessant zijn, is diepgeworteld in onze samenleving. Zo worden borduren en weven, beide traditioneel beschouwd als vrouwenwerk, niet gezien als kunst. Maar ook wanneer vrouwelijke kunstenaars andere kunstvormen beoefenen, lopen ze tegen stereotypen aan. Over de grote bloemschilderijen van de Amerikaanse modernistische schilderes Georgia O’Keeffe schreef kunsthandelaar en kunstcriticus Samuel Kootz in 1930 bijvoorbeeld: ‘O’Keeffe was een vrouw en slechts in de tweede plaats een kunstenaar.’ Volgens hem waren haar bloemen ‘te seksueel’: ‘Veel van haar vroegere werk toonde een vrouwelijke preoccupatie met seks, een ongemakkelijke selectie van fallische symbolen in haar bloemen, een genot in hun ontluikende kwaliteiten.’

Hij vergeet daarbij dat hij degene is die de fallische vormen in de bloemschilderijen ziet; O’Keeffe zelf keerde zich altijd tegen dit soort Freudiaanse interpretaties van haar werk en stelde dat het haar ging om het uitvergroten van het echte object bloem. Volgens Kootz, en veel van zijn tijdgenoten, was O’Keeffe wel een getalenteerde schilder, maar maakte haar preoccupatie met ‘vrouwelijke’ dingen, zoals bloemen toch een tweederangs kunstenaar van haar.

Kunst gemaakt door vrouwen wordt vaak betrokken op de persoon, terwijl kunst gemaakt door mannen dat niet wordt.

Dit gaat terug naar de diepgewortelde misvatting dat vrouwen van nature persoonlijker, subjectiever en passiever zijn dan mannen. Vrouwelijke kunst zou daarom vaak over het zelf gaan, terwijl mannelijke kunst juist over de wereld gaat. Kunst over de wereld om ons heen wordt gezien als belangrijker, complexer en interessanter dan kunst over de wereld in ons. Ten onrechte, denk ik, want de innerlijke wereld is minstens even complex als de uiterlijke. Maar zelfs als we ervan uitgaan dat persoonlijke kunst minder interessant is omdat het minder universeel is, is deze tweedeling problematisch: wereld en zelf zijn immers met elkaar verweven, want het ik bestaat altijd in de wereld. Als ik iets over het zelf zeg, zeg ik iets over de wereld waarin het zelf bestaat en als ik iets over de wereld zeg, zeg ik iets over het zelf die de wereld ervaart.

Kunst gemaakt door vrouwen wordt vaak betrokken op de persoon, terwijl kunst gemaakt door mannen dat niet wordt. Volgens critici schilderde O’Keeffe geen bloemen, maar verbeeldingen van haar seksuele interesses. Haar kunst werd dus als persoonlijk gezien, terwijl we net zo goed kunnen beargumenteren dat haar kunst onpersoonlijk was. De modernistische schilder Mary Cassatt maakte bijvoorbeeld vooral schilderijen van vrouwen en kinderen. Cassatt trouwde zelf nooit en kreeg ook geen kinderen. Maar volgens de Amerikaanse kunstcriticus Clarence Joseph Bulliet was haar kunst het gevolg van een ‘obsessie in haar eenzame, maagdelijke hart’.

Het zijn voorbeelden van bijna een eeuw geleden – dit soort expliciet seksistische opvattingen worden nu niet meer zo snel gepubliceerd. Maar het is nog steeds makkelijk om kunst van vrouwen als persoonlijk te beschrijven. Ik schreef bijvoorbeeld eerder dat Mijn vader is een vliegtuig gaat over een vrouw die met haar traumatische herinneringen wordt geconfronteerd en dat De Veroordeling gaat over een man die de waarheid van de Deventer moordzaak probeert te achterhalen. Maar je zou evengoed kunnen stellen dat Mijn vader is een vliegtuig gaat over een vrouw die de waarheid probeert te achterhalen en De Veroordeling over een man die geconfronteerd wordt met zijn foute overtuigingen. Beide films zijn deels autobiografisch en laten zien hoe gebeurtenissen families kunnen ruïneren en hoe zoiets blijvende gevolgen kan hebben, maar in de promotie en besprekingen van de twee films wordt de ene film constant beschreven als een persoonlijk werk en de andere film niet.

Mannen zijn niet geïnteresseerd in vrouwelijke perspectieven

We zijn dus geneigd om vrouwelijke perspectieven als persoonlijk en subjectief te zien en mannelijke perspectieven als onpersoonlijk en objectief. Dat kan onze beoordeling van vrouwelijke prestaties beïnvloeden. Daarnaast blijkt dat mannen over het algemeen niet zo geïnteresseerd zijn in vrouwelijke perspectieven als vrouwen in mannelijke perspectieven. In de literatuur worden bijvoorbeeld vooral mannelijke perspectieven gelezen en beloond. In 2015 analyseerde auteur Nicola Griffith de winnaars van zes grote literaire prijzen van de laatste vijftien jaar. Griffith bekeek de winnaars van de Pulitzer, Man Booker Prize, National Book Award, National Book Critics’ Circle Award, Hugo en Newbery Medal en keek naar de gender van de winnaars en die van hun hoofdpersonen.

‘Wat literaire prijzen betreft, is het zo dat hoe prestigieuzer, invloedrijker en financieel lonender de prijs is, des te minder waarschijnlijk het is dat de winnaar over volwassen vrouwen schrijft.’

Daarbij ontdekte ze dat vooral boeken geschreven door mannen over mannen in de prijzen vielen. ‘Wat literaire prijzen betreft, is het zo dat hoe prestigieuzer, invloedrijker en financieel lonender de prijs is, des te minder waarschijnlijk het is dat de winnaar over volwassen vrouwen schrijft,’ concludeerde Nicola Griffith in haar onderzoek. ‘Dit betekent ofwel dat schrijfsters aan zelfcensuur doen, ofwel dat degenen die de literaire waarde beoordelen vrouwen beangstigend, onsmakelijk of saai vinden. De resultaten pleiten er in ieder geval voor dat het perspectief van vrouwen als oninteressant of onwaardig wordt beschouwd.’

Lees ookCannes in een notendop: mannen vinden vrouwen minder goed1 juni 2019
Ladies Night

Dat is niet alleen het geval voor jury’s van belangrijke prijzen, maar ook bij het bredere publiek. In 2006 ondervroegen Lisa Jardine en Annie Watkins van de Queen Mary University bijvoorbeeld honderd academici, critici en schrijvers over hun leesgewoonten. Zo vroegen ze of het laatste boek dat ze hadden gelezen geschreven was door een man of door een vrouw. Tachtig procent van de mannen had een boek gelezen dat door een man was geschreven, terwijl ongeveer de helft van de vrouwen een boek had gelezen dat door een man was geschreven. Uit hun onderzoek concludeerden Jardine en Watkins: ‘Mannen die fictie lezen, lezen meestal fictie van mannen, terwijl vrouwen fictie van zowel vrouwen als mannen lezen. Als gevolg daarvan blijft fictie van vrouwen een “speciale interesse”, terwijl fictie van mannen nog steeds de norm is voor kwaliteit, verhaal en stijl.’

In The Authority Gap keek Mary Ann Sieghart naar het lezerspubliek van bestverkochte boeken in het Verenigd Koninkrijk. De lezers van deze boeken waren ongeveer gelijk verdeeld, ontdekte ze: 54 procent was vrouw en 46 procent was man. Maar als je kijkt naar het lezerspubliek per gender van de auteur verschillen de resultaten. Bij de top tien van bestverkochte vrouwelijke auteurs is slecht 19 procent van de lezers man en 81 procent vrouw. Bij de tien bestverkopende mannelijke auteurs is dat veel gelijkmatiger verdeeld, met ongeveer 55 procent mannen en 45 procent vrouwen.

Dit onderzoek is geen representatieve studie van lezersgedrag, maar toont wel een tendens aan waar we alert op moeten zijn. Zo heeft Pathé bijvoorbeeld een terugkerende Ladies Night, waar feelgoodfilms worden gedraaid die over vrouwen gaan, maar geen soortgelijke vertoning voor mannen. Zo’n speciale avond voor ‘vrouwenfilms’ maakt van dit soort films een niche interesse. Films over mannen zijn gewoon films.

Herwaarderen

De afgelopen jaren is de roep om gendergelijkheid steeds groter geworden. Er lijkt langzaamaan wat verandering in genderongelijkheid in de kunsten te komen, hoewel het vooralsnog moeilijk te zeggen is of dat toevalstreffers betreft of dat het om een systematische verandering gaat. In 2018 en 2019 ging de prestigieuze literaire Booker Prize bijvoorbeeld naar drie vrouwen: in 2018 naar Anna Burns’ Milkman en in 2019 naar zowel Margaret Atwoods The testaments als Bernadine Evaristo’s Girl, Woman, Other. Maar de jaren daarna ging de prijs weer naar een man. In 2021 ging de Gouden Palm op het Cannes Filmfestival naar Julia Ducournau’s Titane, de tweede keer in de 75-jarige geschiedenis van het festival dat een vrouw die prijs won. Maar daarna ging de prijs weer naar een man.

Het al dan niet gendergebonden maken van deze prijzen lost het diepere probleem van genderongelijkheid niet op. Het integreren van de perspectieven van vrouwen, door ze niet alleen te zien als een weerspiegeling van hun gender, en het herwaarderen van typisch vrouwelijke interesses zou een begin vormen van echte gelijkheid in prijsuitreikingen.