Toen ik jaren geleden – Mark Rutte was nog niet eens premier – in Vrij Nederland een interview deed met toenmalig PvdA-senator Han Noten over de staat van de democratie kwam hij met een treffende uitspraak: ‘Onder druk van de populisten denken de gevestigde partijen dat ze beter naar “het volk” moeten luisteren. Maar zo werkt het absoluut niet. Wanneer je vrouw zegt dat je eens wat vaker een bosje bloemen moet meenemen, moet je ook niet een uur later al met een bloemetje komen aanzetten. Dan zegt ze namelijk: ‘Ja, nu is het te laat, je doet het alleen maar omdat ik het zeg!’

De conclusie van Noten: de afstand tussen burger en politiek moet niet kleiner, maar juist gróter worden. Kiezers zitten niet te wachten op politici die ze naar de mond praten, ze willen gezagsdragers die durven te regeren.

Zelfs als het volk ‘Grijp in! Leid ons!’ staat te scanderen, lijkt Rutte te denken: nee, jullie wíllen eigenlijk helemaal niet worden geleid.

Aan die uitspraak van Noten moest ik weer denken toen Mark Rutte deze week tijdens het zoveelste coronadebat onder vuur werd genomen vanwege het halfhartige karakter van de nieuwe maatregelen – waarom de bibliotheken wel dicht en de sportscholen niet? – en het getreuzel waarmee ze tot stand waren gekomen.

steevast achter de feiten aan

Die kritiek achtervolgt Rutte al sinds de uitbraak van het virus, en wordt door de premier steeds beantwoord onder verwijzing naar de Nederlandse volksaard. We zouden een ‘trots en nuchter’ volkje zijn, zelfs een ‘tikje anarchistisch’, dat zich niet zomaar de wet laat voorschrijven: maatregelen zouden pas zin hebben als er draagvlak voor is.

Tijdens de eerste maanden van de crisis hield Rutte bij het bepalen van de corona-aanpak steeds één oog gericht op opinie-onderzoek, zoals Laurens Boven en Sophie van Leeuwen lieten zien in hun boek Stilte op het Binnenhof: eerst op de ‘flitspeilingen’ van het ministerie van VWS, later op het gedragsonderzoek van het RIVM.

Zo kon het gebeuren dat het kabinet al sinds het begin van de crisis steevast achter de feiten aanloopt: wie wacht op draagvlak is altijd te laat.

En het vreemde is: zelfs als de Nederlanders wél vragen om strengere maatregelen, blijft Rutte aan de rem hangen. Zo ging het ook begin oktober, toen de langverwachte tweede golf al lang een feit was. Op zes oktober bleek uit het maandelijkse ‘draagvlakonderzoek’ van I&O Research voor de NOS dat maar liefst twee derde van de Nederlanders aanscherping van het beleid wilde: bijna een verdubbeling van het percentage in een maand tijd. Maar terwijl de ziekenhuizen weer volstroomden duurde het nog een volle week voor het kabinet ingreep.

Het is een wonderlijk gegeven. Zelfs als het volk ‘Grijp in! Leid ons!’ staat te scanderen, lijkt Rutte te denken: nee, jullie wíllen eigenlijk helemaal niet worden geleid.

dansen rond het gouden kalf

Veelzeggend was Rutte’s uitspraak tijdens een persconferentie in september, toen het virus al weken met een nieuwe opmars bezig was en Rutte zelf moest bekennen dat de cijfers ‘ronduit slecht’ waren. ‘Het laatste wat ik ga doen is Nederland smeken zich aan de 1,5 meter te houden’, zei de premier. ‘Er is geen alternatief dan het aan de mensen zelf te laten.’

Het was alsof Mozes van de berg kwam en tegen het volk zei: blijven jullie maar even dansen rond het gouden kalf, het beloofde land komt wel een keer.

Maar wat gebeurde er toen het kabinet half oktober wél een reeks maatregelen aankondigde? Het vertrouwen in het kabinetsbeleid en in de premier steeg volgens het opiniepanel van EenVandaag prompt met bijna tien procent.

Rutte lijkt bij de corona-aanpak meer last te hebben van zijn eigen liberale wereldbeeld dan van de Nederlandse volksaard: de Nederlanders zijn veel volgzamer dan ze zelf willen geloven.

Han Noten had groot gelijk.