Al jaren komt met enige regelmaat het idee voor een hogere kiesdrempel uit de hoge hoed. VVD en CDA pleitten ervoor in hun verkiezingsprogramma’s, vorig jaar bleek volgens een peiling van 1Vandaag 60 procent van de Nederlanders voorstander van die ingreep te zijn, en afgelopen week startte een gezelschap onder wie oud-minister Jo Ritzen, oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy en Rabo Carbon-directeur Barbara Baarsma (inderdaad: bekend van het platform HerstelNL dat tijdens de coronapandemie kwetsbare mensen naar ‘veilige zones’ wilden overbrengen) een petitie om het verhogen van de kiesdrempel op de politieke agenda te krijgen. Binnen een paar dagen werd de oproep ruim 25.000 keer ondertekend.
Volgens de initiatiefnemers zou het verhogen van de kiesdrempel naar twee procent van de stemmen – waardoor alleen partijen met drie of meer zetels in het parlement zouden komen – niet alleen de huidige versnippering tegengaan, maar ook het vertrouwen in de politiek kunnen vergroten.
een kiessysteem dat ademt
Wie de wetenschappelijke literatuur erop naslaat, komt er al spoedig achter dat er voor die stelling geen snipper bewijs te vinden is. Integendeel: zoals de Amsterdamse politicoloog Tom van der Meer, tevens lid van de Staatscommissie parlementair stelsel, al in 2017 in zijn boekje Niet de kiezer is gek noteerde, is het vertrouwen in de politiek beduidend groter in landen met de meest evenredige kiesstelsels, dat wil zeggen: met een lage kiesdrempel.
Er zijn allerlei redenen te bedenken om het niet eens te zijn met de partijtjes van Sylvana Simons, Caroline van der Plas, Farid Azarkan en Thierry Baudet, maar kennelijk geven ze een stem aan kiezers die zich voordien niet gehoord voelden. In een kiessysteem dat ‘ademt’, waar dus ruimte is voor nieuwkomers, voelen kiezers zich in de regel beter vertegenwoordigd, en dat komt het vertrouwen ten goede.
Ook de bestuurbaarheid wordt door het verhogen van de kiesdrempel niet vergroot. Het probleem bij het vormen van werkbare meerderheidscoalities is de laatste jaren niet het bestaan van splinterpartijtjes in het parlement, maar het gegeven dat het electoraat van de traditionele grote partijen CDA, PvdA en VVD gestaag is afgekalfd, zodat we in het parlement nu te maken hebben met zeven middelgrote partijen. Ter vergelijking: in de jaren tachtig hadden die drie partijen samen nog 133 zetels, nu niet meer dan 58.
De stelling dat je met een kiesdrempel populistische partijen buiten het parlement zou kunnen houden, als je dat al zou moeten willen, is lastig te onderbouwen.
Dat probleem – als het al een probleem is – verhelp je niet door een paar kleine partijtjes uit het parlement te weren. Bovendien kan je je afvragen of meerderheidscoalities met dichtgetimmerde regeerakkoorden niet hun langste tijd hebben gehad: wisselende coalities per onderwerp kunnen de levendigheid van het democratische debat juist ten goede komen.
Ook de stelling dat je met een kiesdrempel populistische partijen buiten het parlement zou kunnen houden, als je dat al zou moeten willen, is lastig te onderbouwen: de PVV kwam in 2006 met negen zetels in de Kamer, en de LPF vier jaar eerder zelfs in één klap met 26 zetels.
Daar komt nog bij dat je tussentijdse afsplitsingen zoals die van Pieter Omtzigt, Nilüfer Gündoğan, Liane den Haan en Wybren van Haga (reden waarom we nu niet met zestien maar met twintig fracties en fractietjes van doen hebben) niet voorkomt met een kiesdrempel, tenzij je de wet zo verbouwt dat afsplitsers meteen uit de Kamer verdwijnen. Waarvan het gevolg zou zijn: nog meer verstikkende fractiediscipline – ook al geen opsteker voor de democratie.
weemoed
De initiatiefnemers stellen dat een hogere kiesdrempel het eenvoudiger zou maken om de grote thema’s van deze tijd – klimaat en stikstof, energie, gaswinning en de toeslagenaffaire – voortvarend aan te pakken. Maar laten dat nu net kwesties zijn die al decennia juist door de traditionele grote partijen zijn veronachtzaamd.
Het kan bijna geen toeval zijn dat het merendeel van de initiatiefnemers van de petitie verbonden is aan eertijdse volkspartijen die zich bedreigd voelen door de nieuwkomers op het politieke toneel: Jo Ritzen en Joop van den Berg zijn van de PvdA, Joost van den Akker van de VVD, Yvonne van Rooy van het CDA.
Je zou haast gaan denken dat de initiatiefnemers zich al dan niet bewust laten leiden door weemoedig terugverlangen naar de tijd dat de volkspartijen nog op grote meerderheden konden rekenen.
Wie met een kiesdrempel de democratie wil inperken, zal met betere argumenten moeten komen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.