Het (enige) voordeel van ziek zijn is dat je eindelijk toekomt aan al die politieke memoires en (auto)biografieën die je altijd al eens hebt willen lezen. Vergeleken met Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is de politieke (auto)biografie in Nederland een onderontwikkeld genre. Weinig ministers en Kamerleden durven het aan hun gedachten en herinneringen aan het papier toe te vertrouwen. Koploper zijn al decennialang de tachtigers Frits Bolkestein en Ed van Thijn.
Sinds verkiezingen steeds meer om de persoon van de lijsttrekker draaien, is een nieuw genre ontstaan dat het midden houdt tussen memoires en een politiek pamflet: Alexander Pechtold wil investeren in het onderwijs, Sybrand Buma is gehecht aan normen en waarden, Gert-Jan Segers wil de kloof in de samenleving dichten. Nobele voornemens, maar wel erg dicht op de actualiteit van dat moment. Een diepgaandere vorm van zelfreflectie is kennelijk alleen weggelegd voor voormalige politici.
Politieke kleuterklas
Wat me opviel, was dat veel van die boeken uit de hoek van GroenLinks komen. Naast het openhartige Pluche van Femke Halsema herlas ik Een mooie hondenbaan dat Paul Rosenmöller, de wonderboy van de partij rond de eeuwwisseling, schreef over zijn tijd als parlementariër. Rosenmöller, met een radicaal verleden als lid van de maoïstische Groep Marxisten-Leninisten, havenarbeider, vakbondsonderhandelaar en stakingsleider, werd in 1989 gevraagd over te stappen naar de parlementsfractie van het piepjonge GroenLinks.
Als politiek leider van 1994 tot 2002 hoorde hij eerder bij de realo’s dan bij de fundamentalisten. Samen met zijn spindoctor Tom van der Lee (nu zelf Kamerlid) verkende hij de kansen om van een politieke kleuterklas een geloofwaardige regeringspartner te maken: een ideeënpartij op zoek naar macht. Rosenmöller voerde gesprekken met Jan Pronk over een paars-groen kabinet en met Ad Melkert en Jaap de Hoop Scheffer over een centrumlinkse coalitie. Plannen waarvan niets terecht kwam door de stormachtige opkomst van Pim Fortuyn. Een paar maanden later droeg hij het stokje aan Halsema over.
Realist bleef hij. Toen D66 in 2003 CDA en VVD aan een Kamermeerderheid hielp, schreeuwden SP en PvdA moord en brand over dat ‘verraad’. Rosenmöller toonde begrip: ‘Dat de Democraten aanvankelijk niet wilden deelnemen aan deze coalitie, is begrijpelijk. Ik vind het moedig en dapper dat D66 uiteindelijk deze stap toch heeft durven zetten.’
Pikante taferelen
Nu komt Paul Rosenmöller terug naar het Binnenhof – na omzwervingen door televisieland en de wereld van het voortgezet onderwijs. Klaver heeft hem gevraagd als fractieleider in de senaat. De nieuwe Rosenmöller noemt zich hard op de inhoud maar zacht op de persoon en gaf daar meteen blijk van door in een interview met de Volkskrant de liberale premier Rutte met complimenten te overladen: ‘Ik bewonder zijn werklust en uithoudingsvermogen en hij is buitengewoon benaderbaar. Als ik Rutte sms, antwoordt hij sneller dan mijn kinderen.’
Politieke meningsverschillen hoeven niet te betekenen dat je elkaar bij de enkels afzaagt, voegde hij daar in Met het oog op morgen aan toe. Dat kan nog pikante taferelen opleveren. Klaver maakt er geen geheim van dat het bij de Kamerverkiezingen tussen Rutte en hem zal gaan. GroenLinks zal het ‘kabinet van het grote bedrijfsleven’ onder geen voorwaarde gedogen. ‘We zijn bereid samen te werken met het kabinet,’ zei Rosenmöller daarentegen in de Volkskrant. Een uitgestoken hand accepteerde je, al moest die hand wel goed gevuld zijn. Benieuwd of die toverformule (niet gedogen, wel samenwerken) nog tot spanningen gaat leiden nu Klaver en Rosenmöller allebei een mooie hondenbaan hebben.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.