Uit het archief
De Rotterdamse Modekoning Theo Sijthoff en zijn klantenkring van Bekende Nederlanders

Van Vanessa tot de Zangeres Zonder Naam, van Corry Konings tot Ria Lubbers en van Lou Prince tot Lee Towers: in de jaren tachtig liet een beetje Bekende Nederlander zich kleden door Theo Sijthoff. Ingrid Harms ging er in 1988 kijken. Wat heeft had de Rotterdamse Modekoning dat anderen niet begrepen? Een glitter-reportage.


Fotografie Goos van der Veen

20 min

De tune van de serie Dynasty knalt door de roezemoezige Anton Pieck-zaal van het Autotron in Rosmalen. Dames snellen over het oudroze tapijt naar het midden van de imposante ruimte. De heren volgen, aanvankelijk aarzelend, dan nieuwsgierig en ten slotte de beste uitzichtposities innemend.

Een man in smoking richt zich geroutineerd tot het publiek. Het licht weerkaatst in de ovalen stras-broche die de vlinderstrik vervangt. ‘Op deze warme voorjaarsavond in Rosmalen denk ik terug aan die zomerdag, jaren geleden, waar ik lieve, mooie herinneringen aan bewaar. Ik won toen… de Ronde van Rosmalen!’ Theo Sijthoff, ex-wielrenner en huidige modekoning van Rotterdam, leunt — een momentje maar — liefdevol tegen de vuurrode Ferrari Testa Rossa, het pronkstuk van de tentoonstelling. Dan vervolgt hij: ‘De mooie dingen zijn in 1988 weer een beetje terug in Nederland. En dat is goed. Welkom! In de wereld van glamour en glitter! De wereld van Cartier, Ferrari en natuurlijk van Theo Sijthoff!’

Als Willem Ruis in zijn beste dagen betovert de gentleman-speaker zijn meer dan driehonderd gasten.

Negen mannequins wervelen hoog in tempo langs het publiek (m/v) dat overwegend grijs en donkerblauw afstraalt.

Pailletten tinkelen zacht, zijden rokken ruisen. Gouden, zilverkleurige, rode, rose, kobaltblauwe creaties wisselen elkaar af op de tonen van Dynasty en all-time classics als New York en Chicago.

‘Corine, u hebt haar gezien in een film van Wim Verstappen, toont een tailleur van Nolan Miller uit de Dynasty-collectie. Angela, zij danste in het theater Folies Bergères in Parijs, maar vanavond is zij bij ons. Zij draagt een handgeborduurde paillettencreatie, ook uit de Dynasty-collectie. Een collectie van internationale allure, uitsluitend verkrijgbaar in de periferie van Rotterdam, bij Theo Sijthoff in zijn modewinkel Het Koetshuis. En hier is Wilga, een door de Nederlandse couturiers veelgevraagde mannequin, maar ze begon bij mij. Vuurrood is deze schitterende kanten jurk. Niet mijn favoriete politieke kleur, maar dé kleur voor supersnelle Ferrari’s en exclusieve mode.’

De heren glimlachen tevreden.

De dames laten zich niet afleiden. Die bevinden zich in een andere wereld, de glinsterende wereld van Dallas en Dynasty, van Alexis en Krystle (twee belangrijke personages uit Dynasty, red.), van prinsessen Stéphanie en Caroline van Monaco.

1 / 0
Theo en Tiny Sijthoff

Tiny is gekleed in een zwart zijden jurk en wollen jasje van Renzo, München. De oorbellen zijn van Les Bernard uit Dallas. Theo draagt een cool wool zomerkostuum van Jean Paul Gaultier voor Bogie. De das is van Lanvin.

Lou Prince

Lou draagt een tuxedo van Wilvorst uit de Dynasty-collectie. ‘De kleding die ik draag is heel belangrijk voor mij. Die maakt dat ik zelfverzekerd overkom. Pats! moet ik op het toneel kunnen staan, als was deze smoking speciaal voor mij gemaakt. Kleren maken de man, zegt het spreekwoord, en dat vind ik ook. Theo Sijthoff verfijnt wat ik grofweg in mijn hoofd heb: chic en tóch een beetje sportief. Nu ga ik drie maanden op tournee door Europa met de Sky Road Show van Sky Channel, kom ik in negentien landen op tv. Theo heeft helemaal uitgestippeld wat ik dragen moet. Hij heeft echt de trendfeeling en is ook een vader voor mij. Ik ben er trots op dat deze man tijd en interesse voor mij heeft.’

Ferraristen

Op uitnodiging van Ferrari-importeur Kroymans B.V. uit Hilversum zijn ze uit het hele land naar het automuseum gekomen: de Ferraristen, herkenbaar aan de das met ingeweven logo of het speldje in de revers, als ook de potentiële kopers van de Italiaanse superbolide, hun partners, zonen en een enkele dochter.

Geen bekende maar rijke Nederlanders. Nogal wat Bernhard-look-alikes onder de heren, bij de dames springt de eensgezindheid in taskeuze in het oog: croco. Klokkijken gebeurt op gouden Rolex-horloges, dan wel op met briljanten afgezette Cartiers. De collection 88 van dit juweliershuis, op deze avond gepresenteerd door in strakke zwarte pakjes gestoken meisjes met poezemasker op, trekt, nu de drank langzamerhand in de mand raakt, meer en meer aandacht. De handtastelijke belangstelling betreft vooral de rondingen van de anonieme modellen.

‘Die strakke blauwe jurk, is die te koop? Waar zit u precies?’

Pauze. Achter de glazen afscheidingsdeuren maken de modellen zich klaar voor het tweede deel van de show. Tiny Sijthoff, echtgenote van de Rotterdamse modekoning, helpt met aankleden. Zo ook dochter Natasja. Oma Sijthoff houdt nauwlettend de tafel met accessoires en hoedjes in de gaten. Jongste dochter Daniëlle stift haar lippen nog wat bij, ze loopt mee.

En daar verschijnt een plukje uit het publiek, enigszins verlegen. ‘Die strakke blauwe jurk, is die te koop? Waar zit u precies?’ Meerdere dames tonen zich geïnteresseerd in het stadsbermuda-pakje van Renzo uit München. Ook de eigen ontwerpen vallen in de smaak. Theo Sijthoff, wodka in de hand, geeft de belangstellenden een kaartje van zijn modestudio.

‘Het is allemaal camp wat ik doe,’ zegt hij even later, goedkeurend de begerige blikken negerend. ‘Dat hele Dynasty-verhaal is in wezen gevonden geld. Zo’n vijftig betaalde shows geef ik per jaar, niet meer, anders word ik gek. Mijn Koetshuis, daar gaat het om.’

1 / 0
Lee Towers

Lee draagt een cashmere-wollen Dynasty-smoking van Wilvorst. De satijnen strik met lange punten is van Theo Sijthoff, speciaal voor Towers gemaakt. ‘Van mijn eerste dag als Lee Towers heb ik in smoking opgetreden. Ik vind: je bent altijd netjes en nooit ouderwets. Die brede-schouderdingen zijn niks voor mij want ik heb al een ape-figuur. Mijn bovenmaat is 56, mijn broeken 51, mijn armen zijn veel te lang. Die smokings koop ik met vier, vijf tegelijk. Heb ze in zwart, donkerblauw, bordeauxrood, zelfs één in suède. Voor elk optreden heb ik er twee bij me. Ik zweet veel, die dingen zijn in no time versleten. Die smoking gaat ook niet uit. Ik trad op aan de Costa del Sol. De mussen vielen van het dak. Mijn collega-artiesten sloten weddenschappen of ik mijn jasje uit zou doen of niet. Niet dus. Daar ben ik principieel in, want je kleding hoort in wezen tot je repertoire. Toen ik mijn smoking de volgende dag bij de stomerij bracht dachten ze dat ik ermee in het zwembad gevallen was. Theo Sijthoff, daar kocht ik al jochie al broeken. Hij is met niks begonnen, net als ik. Hij neemt risico’s, doe ik ook. Allebei krijgen we veel kritiek, toch zetten we door. Dat bindt ons.’

Corry Konings

Corry draagt een zuiverzijden strokenrok van Momm Design, ontwerp Theo Sijthoff. De handgeborduurde paillettentrui is van Nolan Miller uit de Dynasty-collectie. De oorbellen zijn van Les Bernard, Dallas. ‘De combinatie die ik nu aan heb past precies in de sfeer van deze tv-opname voor de NCRV. Ik houd altijd in mijn achterhoofd: al ben ik maar drie minuten in beeld, mijn presentatie moet áf zijn. Thuis loop ik graag in een joggingspak en als ik in Walibi optreed doe ik iets sportiefs aan, een lekkere jeansbroek bij voorbeeld. Ik moet wel altijd iets aparters aan dan de mensen voor wie ik sta te zingen. Gewoon omdat ik Corry Konings ben. Mooie artiestenkleding is moeilijk te vinden. Dagen zoeken, ik reed er zelfs voor naar Brussel. Toen ik gescheiden was en Cor de Vries leerde kennen ging er bij mij thuis een frisse wind waaien. Het was Cor die zei: Zullen we eens bij Theo Sijthoff gaan kijken? Het fijne vind ik: je kunt bij hem voor alles terecht. Een pakje voor je optreden overdag en de chiquere dingetjes voor ‘s avonds. Theo adviseert me, Cor natuurlijk ook, maar ik ben eigenwijs. Ik draag wat ík het mooist vind, dan voel ik me zelfverzekerd.’

Scurples

In 1981, hij weet het nog precies, las Theo Sijthoff een boek van Judith Krantz, Scurples. Het maakte grote indruk op hem. Deze bestseller beschrijft het succesverhaal van de vrouw van een vermogend man. Ze heeft niet om handen en besluit haar onbetekenende leven een spannende wending te geven. Ze begint een zaak die de leukste en interessantste van de wereld zal worden. Haar formule is simpel: belangrijke artiesten en zakenmensen elkaar laten ontmoeten in een ambiance van mooie vrouwen, couture, bijoux en parfums. De juiste sfeer om wereldtransacties af te sluiten. Het verhaal van zaken doen na zessen.

Zó’n zaak zou Sijtfhoff graag willen. Met écht mooie exclusieve dingen, met glamour en glitter.

‘De in Scruples beschreven formule was aanzienlijk uitgebreider dan de mijne, maar de filosofie achter deze zaak, Theo Sijthoff in Het Koetshuis, is in wezen díé formule. En die benaderen we meer en meer. Succes trekt succes aan, zo werkt het gewoon. Ik krijg nu de meest fantastische aanbiedingen. Toen ik die nodig had waren ze er niet.’

Het is een doordeweekse dag, het is uitgesproken strandweer. In het hele land is de opruiming begonnen, maar niet bij Theo Sijthoff, want die doet niet aan uitverkoop.

Een oudere vrouw met boodschappentas betreedt resoluut Het Koetshuis. Twee mollige mannen die haar ongetrouwde broers zouden kunnen zijn volgen haar.

‘Goedemiddag, deze twee heren moeten een kostuum,’ meldt zij, nog in de deuropening. Het drietal wordt begeleid naar de herenafdeling.

Een punkig meisje, vorige week heeft ze een smoking gekocht, kauwgomt dat ze er bij nader inzien toch óók een echt smokinghemd bij wil. Dat kan.

Een oma, dochter en kleindochter ritselen en ruisen al de hele middag in steeds andere feestjurken heen en weer in de damesfeestafdeling.

‘Voor mij is iedereen gelijk. Of het nu mevrouw Ria Lubbers is of meneer zus en zo’

Via de telefoon komt het verzoek of er nog snel wat smokinghemden naar de stad kunnen worden gebracht, voor Lee Towers die vanavond in Rotterdam optreedt. Tiny geeft meteen opdracht tevens een mooi succes!-boeket bij de zanger te laten bezorgen.

Een echtpaar rekent af aan de kassa. Zal ik, zal ik niet? denkt de vrouw. Ze doet het. ‘Meneer Sijthoff, mag ik uw handtekening?’ Natuurlijk.

Glamour

Duurgeklede zelfverzekerde vrouwen, hel gewone niet-glamoureuze huisvrouwen, vrije jongens, grote ondernemers, ambtenaren, jong en oud.

Het enige type dat ontbreekt is het Japans georiënteerde Comme des Garçons-Yamamoto-publiek uit de hoofdstedelijke P.C. Hooftstraat.

‘Een aanzienlijk deel van onze klanten wil graag de etiketjes naar buiten dragen,’ zegt Miep Weyer (49), alweer twaalfeneenhalf jaar Sijthoffs rechterhand in administratieve, verkooptechnische en algemeen ondersteunende zin. ‘Je hebt mensen die het zó makkelijk kunnen kopen. Dan zijn er mensen met een grote sociale armoede in zich, die níéts anders in hun leven hebben dan kleding, uiterlijk vertoon. Voor wie de jurk of dat pak van levensbelang is. Maar er komen er ook die speciaal hebben gespaard voor dat éne grote feest in hun leven. Dan is er de glamourgroup. Voor mij is iedereen gelijk. Of het nu mevrouw Ria Lubbers is of meneer zus en zo. Veel mensen komen ook voor het sfeertje hier. Of om de modekoning in het echt te zien.’

Tiny Sijthoff (46) verklaart de verscheidenheid in bezoekers uit de manier van omgang met de klant: ‘Je hoort vaak mensen dat in een dure zaak in de stad minachtend bejegend worden omdat ze er niet chic genoeg uitzien of zo. Ik help een vrouw met een boodschappentas even graag als Vanessa. Ambassadeursvrouwen hebben we, de barvrouw komt hier ook en de timmerman met zijn vrouw. Iemand als mevrouw Lubbers vindt het fijn bij ons omdat ze lekker babbelen kan en eens even niet in die formele sferen zit. Iedereen die hier binnenkomt wordt als koning of koningin behandeld. Dat heeft te maken met onze eigen achtergrond. Mijn vader was gewoon een havenarbeider, Theo’s vader is failliet gegaan, we hebben samen ook de nodige zorgen gehad. Als je met niet begonnen bent weet je wat je overkomen kan.’

De modestudio bevindt zich in Oud-IJsselmonde, aan de zuidkant van Rotterdam. Schuin boven onze hoofden raast het verkeer van de Van Brienenoordbrug. Het interieur van het voormalige koetshuis is onlangs ingrijpend gewijzigd. Balken en bruine tinten hebben plaats gemaakt voor een marmeren vloer, het plafond is goudkleurig geworden, de spiegelende wanden zijn behangen met kleurige knipsels uit magazines. Boven onze hoofden imponeren ingelijste creaties van Fong Leng en een gigantische wielrenfoto van Theo zelf uit de jaren zestig.

Een rode loper veraangenaamt de entree. Rechts voor in de ontvangstruimte en vitrine met – helaas op een pop – de trouwjurk van Vanessa. Links is de bar waar oma Sijthoff (73) koffie schenkt in goudgerande kopjes waarop de handtekening van haar zoon. Herenklanten worden naar een ruimte linksaf geleid, het damesdomein flonkert rechts. Helemaal achterin zijn de aanbiedingen in merkkleding. De entresol boven de bar is gereserveerd voor exclusieve trouwkleding. In deze ambiance waar de zwijmelende pianoklanken van Richard Clayderman uitstekend gedijen detoneert een term als winkelpersoneel een beetje.

De vier aanwezige dames zijn tot in de puntjes verzorgde gastvrouwen en wat leeftijd betreft is hun leven begonnen. Het echtpaar Sijthoff is, tenzij op zakenreis, elke dag aanwezig. Dochter Natasja en Marco Keizer, medeverantwoordelijke voor de herenlijn, houden zich voornamelijk met nevenactiviteiten als shows en tv bezig.

Theo Sijthoff is nu eenenvijftig. Hij werd geboren om de hoek van de plek waar nu zijn modestudio gevestigd is. De begrippen mooi, verzorgd en mode boeien hem van jongs af aan. Als zestienjarige zag hij op een dag een meisje uit een deur komen. ‘Ze had reebruine ogen en droeg een hoedje dat je bij het paardrijden ziet’, vertelt Sijthoff. ‘Een droombeeld en dat is het nog steeds. Zoals dat meisje zich bewoog, hoe ze dat hoedje droeg. Dat had ik nog nooit gezien. Ik kan het niet uitleggen, maar ik had meteen het gevoel dat ik daarmee te maken wilde hebben. Met die uitstraling.’ Een bijzondere ervaring. De puber werd verliefd op de kleding in plaats van op het meisje.

‘Op mijn dertigste stortte ik volledig in en ben ik gestopt met de fietserij. Een beetje te veel doping gebruikt. Die lag voor het oprapen’

Hij werkte in de meubelzaak van zijn vader, maar dat was het niet. Geld verdienen met zijn racefiets, dát was spannend. Als je eerste werd kreeg je maar liefst vijfentwintig gulden. Nieuweling Sijthoff won meteen tweeëntwintig wedstrijden in een jaar. Op zijn eenentwintigste werd hij beroepsrenner en verdiende het brood voor zichzelf én zijn ouders. De meubelzaak was inmiddels failliet gegaan.

‘Bij de Zesdaagse van New York leerde ik vrij hard hoe het leven in elkaar stak. Maffiabazen met revolvers kwamen daar de kleedkamers binnen om duidelijk te maken hoe er gefietst moest worden. Niet zo eerlijk en niet zo aardig. Body and soul. Ik heb voornamelijk in Franse dienst gefietst, met Jan Jansen, Jacques Anquetil, Eddy Merckx. Op mijn dertigste stortte ik volledig in en ben ik gestopt met de fietserij. Een beetje te veel doping gebruikt. Die lag voor het oprapen. Je kreeg het gewoon van de dokter en van de bond. Als achttienjarige vond ik zes pilletjes op mijn nachtkastje. Als je goed in conditie bent hoeft het misschien niet eens zo schadelijk te zijn, maar het verhaal is dat je al snel denkt: als ik er zes neem is het goed, maar als ik er twaalf neem dan gaat het misschien nog véél beter.’

‘Controles waren er in mijn tijd niet. Nu blijken die pilletjes speed te heten. Onder begeleiding van dokter Rolink, de latere Ajax-arts en dokter Strikwerda ben ik afgekickt. Na een jaar was ik opgekrabbeld. Ik moet Tiny, mijn vrouw, daarvoor een enorme credit geven, want zij heeft me er doorheen gesleept.’

In deze periode die Sijthoff omschrijft als ‘geestelijk bijzonder onaangenaam en onrustig’ werkte hij aan de opbouw van een eigen zaak die – inderdaad – met mode van doen had.

‘Het is eigenlijk door meneer Van Gils gekomen. Tiny en ik woonden in een schuurtje van twee bij twee in Willemsdorp aan het water. Daar was een jachthaventje en Van Gils legde daar aan, omdat opa van Tiny’s kant zijn schip verzorgde. We raakten in gesprek over wat ik na mijn wielercarrière zou gaan doen. Hij zei: “Kom jij maar eens zes kostuums bij mij uitzoeken en probeer die te verkopen.” Dat lukte wonderwel en zo is mijn carrière als modeman begonnen. Nul diploma’s, niks. Ik kan heel goed verkopen, dat heb ik van mijn vader geleerd. Die is begonnen als stoepier voor een confectiezaak op de Nieuwendijk in Amsterdam. Het kostuum van zevenentwintig gulden vijftig in de etalage was de lokker, maar dát mocht niet verkocht worden. Daar stond de doodstraf op. De klanten moesten de deur uit met dat andere pak, van zevenendertig vijftig of meer.’

‘Hoe je de publiciteit moet bespelen heb ik in de wielrennerij gezien. De speakers bij wedstrijden hebben de publiciteit met hun vingers met de macht van de microfoon. Ik dacht: waar ik rijd staan duizenden mensen langs de weg, hoe onderscheid ik me van de rest? Ik was de eerste die zijn eigen naam op het shirt liet borduren. Waar ik ook reed, het publiek onthield mijn naam. Ik was dan niet de beste, wel de mooist geklede in de koers. In mijn vrije tijd zag ik er ook goed uit. Ik herinner de mooie Franse pakken van Claude Balmour, met stofknoopjes en satijnen randjes langs de revers.’

1 / 0
Mary Servaes, Zangeres Zonder Naam (in ruste)

De zangeres draagt een koningsblauwe zijden japon en een naar lila-roze zwemende paillettenmantel, beide voor haar ontworpen door Theo Sijthoff ter gelegenheid van haar Afscheidsconcert, november 1987. ‘Ik sta erom bekend altijd netjes gekleed te gaan. Vroeger naaide ik mijn jurken zelf, maakte ik de creaties van Dior en Balmain na. Voordat ik Theo Sijthoff ontdekte moesten Jo, mijn man, en ik helemaal naar Londen, daar kon je nog wel eens wat vinden. Theo heeft creaties waarin je je als vrouw vorstelijk kunt voelen. Voor mijn 50-jarig jubileum adviseerde hij me een gouden avondensemble met grote gouden rozen van Fong Leng. Dat sloeg in als een bom. Mijn afscheidsjapon wilde ik sober houden. Met die mantel erbij had het iets koninklijks. De jurk is mouwloos, zit erg prettig en de mantel is, ondanks de pailletten, helemaal niet zwaar. Ik kan me er goed in bewegen. In januari, op ons 40-jarig huwelijksfeest, heb ik hem ook gedragen. Alle jurken waarin ik ooit heb opgetreden heb ik bewaard. Het moeten er meer dan tachtig zijn. Het grappige is, dat ik dertig jaar geleden al strass-stenen kettingen in mijn haar droeg en wat is strass nu niet modern!’

Restauranteigenaren Anneke (50) en Deine (49) Leinse

Anneke draagt een appelgroen zomerpakje van Claude Bret, Paris. Deine een cool wool-zomerkostuum en zijden das van boordpunten is van Pierre Cardin. Deine Leynse: ‘Bij ons komen veel artiesten, zakenmensen en politici. Voor de verse vis, de kreeften, de oesters en mosselen uit Zeeland waar ik vandaan kom en waar ik natuurlijk mijn adressen heb. Ik moet er verzorgd uitzien, maar niet overdressed. Een donkerblauw pak aan met een mooi hemd eronder, dan voel ik me goed. Eén keer is het me overkomen dat een klant binnenkwam in eenzelfde pak als ik aan had. Ik ben meteen naar huis gegaan, want dat kan niet. Als je iets bij Sijthoff koopt, overkomt je dat niet. Mijn personeel is ook door hem aangekleed. De meisjes van de lunchroom en het terras dragen een halflange donkerblauwe rok met een mooie blouse, de jongens een zwarte broek, een goed wit hemd en een strikje. Allemaal Franse importkleding. Soms vergelijk ik me met Theo. Tweeëntwintig jaar geleden begon ik op deze plek een broodjeszaak. Het werd snelbuffet, toen bistro en nu heb ik een echte kwaliteitszaak met interessante gasten.’

King of Jeans

De grote stapel plakboeken op de zolder van het oude pand vertellen hoe het verder ging. Begonnen vanuit de achterkamer bij zijn ouders, vervolgens een eigen pandje van de dijk. Sijthoff specialiseerde zich in spijkerbroeken. Zeventig merken had hij in huis, hij afficheerde zichzelf in King of Jeans. In advertenties uit de jaren zeventig noemt hij zich King of Fashion, is inmiddels eigenaar van boetieks in IJsselmonde, Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht en verplaatst zich in een witte Bentley.

In de wielersport beleeft hij nog kortstondige avonturen als directeur sportif van de ploeg Aluminium Bazuin en als ploegleider van de Brandpunt-Buitenspel-formatie. Langzaam maar zeker, sluipt de glamour binnen: artiestenkleding, exclusieve bruidskleding, modeshows en kunsttentoonstelling op zolder, live-muziek en dan de eerste nacht van de Mode in de luxueuze Rotterdamse discotheek Studio 54, nu tien jaar geleden. Theo Sijthoff presenteerde daar creaties van ontwerpen als Fong Leng, Nina Ricci en Pierre Cardin, omlijst met optredens van bekende Nederlandse artiesten. Sijthoffs Nachten van de Mode zijn sindsdien jaarlijks terugkerende spektakels voor selecte gezelschappen in de Randstad.

De tekst van de advertentie? ‘Gerard Cox, Thérèse Steinmetz, Atje Keulen-Deelstra, Thijs van Leer, Anton Geesink, Peter Ressel, Het Cocktail Trio, minister Boersma, Frans Derks, Loekie Knol, Lee Towers, IJf Blokker, Wim Jansen, Eddy Merckx, Ansje van Brandenberg, Pistolen Paultje, Theo Koomen, Tom Blom, Harry van Hooff, Sem Nijveen en Benny Behr, Frieda Boccara, Tony Berk, minister Van der Stoel, Trio Hellenique, Eddy Pieters Graafland, Jan Jansen, Fanny Blankers-Koen, Barend Barendse dragen kleding van Theo Sijthoff. Waarom U eigenlijk nog niet?

Gelet op de politieke coryfeeën moet de advertentie van halverwege de jaren zeventig dateren. Ze zijn er vanaf de beginjaren, de bekende persoonlijkheden uit binnen- en buitenland. Uit de wereld van de sport, het amusement, de kunst en de politiek.

Tiny Sijthoff-Brouwer, ook zeven dagen van de week bezig met het imperiumpje aan de Nieuwe Maas, denkt te weten hoe dat komt. ‘Door de wielrennerij kende Theo natuurlijk al veel bekende mensen. Bij sportmanifestaties komen vaak artiesten, die wereldjes lopen door elkaar heen. Zelf kom ik ook uit een wielrennersfamilie. De broer van mijn moeder, André de Korver, was écht een hele goede, heeft meermalen de Tour de France gereden. Mijn broer Johnny Brouwer is uitgezonden naar de Olympische Spelen. Willeke Alberti kennen we al jaren, daar zijn we heel bevriend mee. Lee Towers kocht al bij ons toen hij nog in de fabriek werkte. Wij zijn wel altijd een zaak geweest waar dingen konden die anderen niet deden. Zo is dat ook met de artiesten gegaan. Die wilden een strikje zus, een biesje zo. We zeiden nooit nee, maar maakten het precies zoals de klant het wenste.’

Zijn cafeïne- en nicotineverslavingen combineert Sijthoff graag met intensief tv-gebruik

Miep Weyer verklaart de aantrekkingskracht uit de uitstraling van de modedetaillist, stylist, ontwerper en importeur. ‘Hij heeft in zijn wielercarrière hard leren werken én af moeten zien. Daar heeft hij de krachten leren gebruiken die je nodig hebt en dat tot het uiterste. Doorzettingsvermogen, discipline, maar vooral durf. Risico’s durven nemen. Theo’s durf in inkopen… er komen wel dingen binnen waar ik nerveus van word, zó extreem in mijn ogen, maar het gáát weg.’

De happy few

In de on-Dynasty-achtige kantoorruimte boven de studio parkieten de parkieten. De modekoning van Rotterdam is gekleed in een sportief polyzijden vest van Jean Paul Gaultier, zware cool wool pantalon van idem en witte katoenen coltrui van Giorgio Armani. Hij zit nu tweeëntwintig jaar in het vak. ‘Ik heb in Nederland de uitgaanskleding geïntroduceerd, de kleding van het feest. De zaak – met in gedachten de Scruples-formule – ademt ook feestsfeer uit. Ik verkoop een droom. Die kost geld, veel geld. Vanmiddag kocht een moeder een jurk voor haar dochter, zesduizend gulden. Ze vonden het de allermooiste jurk van de wereld en dat is hij ook. Die droom is voor hen die zesduizend gulden waard. De happy few van Nederland, een heel kleine groep, heeft zich altijd wel feestelijk gekleed, maar het was hier nauwelijks te koop. Dus men reed naar Düsseldorf, Brussel, Parijs. Dat is een beetje onlogisch natuurlijk. Dat kunnen wij zelf. Het is gegroeid, het dreigt me nu zelfs een beetje boven mijn hoofd te groeien, maar dat heeft weer te maken met het Dynasty-verhaal.’

Zijn cafeïne- en nicotineverslavingen combineert Sijthoff graag met intensief tv-gebruik. Buiten de stad wonen, geeft hij toe, heeft wat dat laatste betreft beperkingen: mooi wonen gaat ook in zijn geval gepaard met het veroordeeld zijn tot Nederland 1, 2 en 3. Maar in de beperking toont zich de meester.

Een paar jaar geleden begon Veronica met de serie Dynasty. Hoge kijkcijfers, ongekende populariteit. Alexis en Krystle werden in korte tijd een begrip. Zo niet vanwege hun niet aflatende ruzies en rivaliteit, dan toch vanwege hun kleding. Zelfs modebarbaren en bewuste niet-kijkers wisten wat Krystle-schouders waren.

Sijthoff vloog naar Dallas, Texas. Naar Nolan Miller, de kledingontwerper van de serie, en naar Les Bernard, verantwoordelijk voor de accessoires.

‘Achter al die Amerikaanse series zitten mensen met know-how en geld. Daar zit veel meer commercie achter dan je zo op het eerste oog ziet. Daar zit niet alleen een modelijn in, daar zit een mode-industrie achter. Die staat klaar om die hoeden, die mantelpakjes, die geraffineerde avondjurken uit te brengen. De kijkers willen namelijk zo’n jurk, zo’n hoed, zo’n pak. Dynasty is echt een magisch woord. De serie vind ik niet meer om aan te zien, maar de kleding is perfect: puur gemaakt op de mensen die ze dragen. Ik heb Nolan Miller ontmoet. Hij had nog niet van de Modekoning gehoord, dus het vergde enige moeite, maar het is gelukt. Ik was de eerste die zich uit Europa meldde. Mijn zaak is meer Dynasty geworden dan ik wilde, maar het is wel de stroomversnelling geweest waardoor mijn naambekendheid in Nederland ernstig is geworden. Als er nu over nú over uitgaanskleding gepraat wordt, valt automatisch mijn naam. Dat verhaal zag ik. Die Dynasty-collectie is mooi, maar ik heb aanzienlijk mooiere dingen.’

Zelfs de goudglanzende blazer die Whitney Houston droeg tijdens het Nelson Mandela-concert in Londen is er te koop

Sijthoffs stelling luidt dat de televisie, en met name de Amerikaanse series, meer en meer het modebeeld bepalen. Parijs en Milaan raken achterop. Nolan Miller, zegt hij, kleedt niet alleen Dynasty aan, maar ook veel Amerikaanse speelfilms. Die heeft de hoeden teruggebracht, de voiles, de sexy look. Een ander goed voorbeeld van modebeïnvloeding vindt Sijthoff Miami Vice, waarvoor Jean Paul Gaultier de basislijn – Don Johnson! – ontwierp: de wijdvallende kostuums, de zijden T-shirts met hoge kraag.

Nolan Miller, Les Bernard, Gaultier, Dior, Cardin, Valentino, Armani, Féraud, Corneliani, Lagergeld, Molenaar, ze zijn allemaal present in Het Koetshuis. Maar ook minder of totaal niet aansprekende namen als Renzo, Wilvorst, Hilary Floyd, Niendorf, Raphaëlle of Momm Design brengen bezoekers in staat van wilde begerigheid. Met een beetje fantasie kun je je in een pakje van Renzo en met een hoedje van de dames Poelman op Alexis voelen. Of prinses Caroline in die roze zijden met pareltjes afgezette jurk van Raphaëlle. Zelfs de goudglanzende blazer die Whitney Houston droeg tijdens het Nelson Mandela-concert in Londen is er te koop.

Professionele mode-watchers en stylisten trekken een pruimemondje als het over Sijthoff gaat. ‘Kinkerstraat chic, is het niet?’ Of: ‘Is dat niet die man die vorig jaar de manifestatie Amsterdam Modestad geopend heeft met die ordinaire show?’ Anderen zeggen dat die glitterende schitterende sector van uitgaans- en feestkleding hen persoonlijk weliswaar niet zo aanspreekt, maar dat Sijthoff, ere wie ere toekomt, op dat terrein terecht koning mag heten. En, voegen zij eraan toe, hij is de man die onbekende nieuwe dingen naar Nederland haalt.

Theo, Tiny en sinds kort ook Natasja – die een opleiding aan de Modeacademie gevolgd heeft – speuren in alle grote modesteden van Europa naar hún gading. Van de bekende beurzen moeten ze het niet hebben. Ze kijken er wel, om trends en lijnen te volgen, maar kopen er niet. Tiny, vooral gespitst op damescourture: ‘We lopen al zó lang rond, je oog valt op iemand in wie je iets ziet. Die houd je in de gaten, hoe ontwikkelt hij zich. Die zoek je op, in zijn kleine atelier. We proberen exclusiviteitscontracten te sluiten. Het is vrijwel allemaal enkele stuks die we kopen. Zeker voor de dames is dat noodzakelijk, want wat is erger dan in je droomjurk op een feest komen en er is iemand met hetzelfde aan als jij?’

‘Het is in wezen een roulettespel waar je instapt. Neem ik rood, wil ik paars, moet ik kort of lang. Ik praat toch over een ding van drieduizend inkoop. Vaak hebben we binnen een uur twee, drie ton uitgegeven, en dat drie, vier keer op een dag. Wel heb ik, als ik in Parijs, Londen of München ben, mijn klanten in mijn achterhoofd. Denk ik: dat is écht iets voot Laura, de vrouw van Lee Towers. Of ik zie iets dat ik geknipt vind voor Vanessa. We laten ook wel dingen maken. Steeds meer wordt ons gevraagd om met ideeën en suggesties te komen die de ontwerpers dan uitvoeren. Daar ben ik wel trots op.’

1 / 0
Elly van Hemert

Elly draagt een tailleur van Surabaya, Paris. ‘Dit pakje draag ik graag als ik een verjaardag heb of naar de schouwburg ga. Ik ben niet zo groot, meer van het sportieve type. Kleding moet voor mij een beetje strak zijn, zeker geen tierelantijnen hebben. Theo Sijthoff ken ik al meer dan twintig jaar, toen kwam ik bij hem al spijkerbroeken kopen. Soms, als ik ‘s middags uit school kom, rijd ik naar Het Koetshuis. Ga ik er echt heen om weg te dromen. Er hangt nu een lange rode kanten jurk van Raphaëlle, daar heb ik romantische fantasieën bij. Stel ik me voor hoe ik in die jurk op een groot feest walsen dans. Maar ik ben veel te klein voor die jurk. Bovendien kost hij zesduizend gulden en die heb ik niet.’

Henny van Dongen

Henny draagt een zijden avondjurk met handgeborduurde paillette uit de Dynasty-collectie van Nolan Miller. De accessoires zijn van Les Bernard. ‘Ik heb drie garderobes: een sportieve, een zakelijke en mijn Dynasty-kleding. Ik heb ook wel dertig hoeden. Grote, met brede randen, pillboxjes met voiles, baretten. Dat is echt een tic. Al vóór die serie op tv kwam was ik enigszins Dynasty-georiënteerd. Die glitter-uitstraling heeft me altijd aangesproken. Alexis is beslist mijn favoriete personage, niet alleen omdat ik op Joan Collins lijk. Ik voel me met haar verwant als energieke zakenvrouw. Ze heeft een onwezenlijk slecht en hard karakter natuurlijk, zo ben ik niet, maar ik vind haar duizendmaal interessanter dan die Krystle die de hele dag thuis mooi aangekleed op haar man zit te wachten. Als ik bij Theo Sijthoff binnen ben wordt het moeilijk. Ik zou alles wat hij heeft wel willen hebben.’

Rotterdam slaat terug

Is het niet interessanter naar jonge Nederlandse ontwerpers te kijken?

Tiny Sijthoff: ‘Ze komen hier dagelijks, met schitterende tekeningen, met echt mooie dingen. Het probleem is dat ze niet zakelijk kunnen denken. Ze willen er prijzen voor hebben waar ik Pierre Cardin of Chanel voor kan kopen. Ze wanen zich een Fong Leng of Frank Govers. Nederland, het is triest maar waar, telt helemaal niet mee in de modewereld. Er hangt ook zo’n zelfmaak sound omheen. In Duitsland kennen ze iemand als Frank Govers al niet meer.’

Theo is het met haar eens. ‘De vaderlandse couturiers doen mij nog het meest denken aan een verzameling Robert Pauls, goede imitatoren, maar als ze zelf een liedje moet zingen blijft het stil.’ Natuurlijk, er zijn uitzonderingen. ‘Fong Leng’, zegt hij begeesterd, ‘is in wezen een wereldontwerpster, maar ze maakt ook kunst en dat heeft Nederland niet gezien. Ze had helaas niet de guts om naar Amerika te gaan. Ze creëerde dingen, ze creëerde een Mathilde Willink. De lijnen die Willink droeg kan niet iedereen dragen, maar van de afgeleiden daarvan heb ik er duizenden verkocht.’

‘Ik was de grootste afnemer van Fong Leng. In Brabant zit een jongen in wie ik veel zie, Wim Dielissen. Hij maakte voor de COA-groep een collectie van André Privetti en die is zo mogelijk nog mooier dan die van Gaultier. Een onhollands talent, want hij maakt een pak dat te verkopen is. Wie het ook goed doet is Frans Molenaar, komt over als een echte modeontwerper, leeft in deze tijd. Maar Max Heymans en Dick Holthaus, waar zijn ze? Heymans maakt één jurk per jaar, voor Mary Dresselhuys. Holthaus durft niet eens meer op straat te komen. Frank Govers, nee. Die heeft een collectie van twaalf modellen. Die hele Amsterdamse clan rukt nu op naar Oud-IJsselmonde, want ze zijn er uitgestudeerd. De vrouwen van Peter Post en Sjaak Swart komen nu bij mij.’

De serie met hun glitter en glamour hebben ook zo hun effect op de bekende tv-Nederlanders. De geoefende kijker ziet de paillettenblazer oprukken, de accessoires glinsteren. De geoefende bladenlezer herkent de signatuur moeiteloos: de Sijthoff-touch.

Wie adviseer je? is een verkeerde vraag. Wie niet? lijkt me beter op zijn plaats.

Sijthoff zucht: ‘Ik denk dat ik tachtig procent van de Nederlandse artiesten cover. De lijst is gigantisch: Saskia en Serge, Frank en Mirella, Rob de Nijs, Lee Towers, Conny Vandenbos, Vanessa, Ron Brandsteder, Frank Masmeijer, Barry Hughes… moet ik écht doorgaan?’

‘Sonja ziet er goed uit. Kleedt zich zeer goed. Modisch prima’

Waarom komen ze naar hem?

‘Ik denk omdat ze op zoek zijn naar iets dat er niet is. Ze denken dat ik het heb of dat ik het maken kan. Ze komen hier en vinden dat ze er niét uitzien. Ik creëer iets, een onrustgevoel, en dat willen ze bevredigd zien.’

De eerste artiest was Leen Huizer, die kwam voor een smoking, want hij werd Lee Towers. ‘Een artiest die weet wat hij wil. Altijd een smoking. Zijn concerten hebben we ook aangekleed. Met veel artiesten maak ik een plan. Ik leef me in in het repertoire, wat wil de artiest, wat zingt hij of zij, wat voor teksten, hoe beweegt die persoon zich, voor welk publiek. Op die manier kun je iemand een enorm zelfvertrouwen geven. De kleding is in orde, daar hoeft die zanger zich geen zorgen meer over te maken. In het buitenland is dat een gangbare manier van werken, hier niet. Nederlandse artiesten hebben één fout: ze willen alles cadeau of ze wilen er heel weinig voor betalen. In tegenstelling tot een Diana Ross die hier binnenkomt en voor twintigduizend gulden jurken bij me koopt.

‘Er zijn uitzonderingen, mensen die wat ze ook doen het góéd doen. De Zangeres Zonder Naam bij voorbeeld. Je hoeft geen fan van haar te zijn om te kunnen constateren dat ze altijd veel werk maakte van haar kleding. Ik heb haar afscheidsjurk gemaakt. Waarom? Omdat ik de enige ben die een echte kledingadviseur is. Ik geef iets van wat ik in huis heb of ik ontwerp het zelf, geënt op de persoonlijkheid van dié mens. Zulke mensen zijn er niet, of nauwelijks, of ze zijn niet commercieel bezig.

Naast individuele artiesten hebben we ook hele shows aangekleed. De Honeymoon Quiz van de TROS, programma’s voor de NCRV, de KRO, de Miss Holland verkiezingen. Het grootste wat we tot nu toe gedaan hebben was ook meteen de grootste show ooit in Nederland; vertoond, Het Honderd Jaar Carré Gala begin dit jaar. Alle artiesten, van André van Duin tot en met Toon Hermans aangekleed. En het gaat maar door. Nu staan de Belgen op hun kop. De BRT is hier geweest, volgend seizoen gaan we ook voor de Belgische televisie shows aankleden.’

Gebroeders Teun (links, 39) en Willem (rechts, 37) van Rij, eigenaren van discotheek-nightclub Le Bateau in het Rot­terdamse Hiltonhotel. Uitgevers van het luxueuze maandmagazine Le Bateau. Organisatoren van de jaarlijkse Gouden Hart van Rotterdam-verkiezing.
Gebroeders Teun (links, 39) en Willem (rechts, 37) van Rij, eigenaren van discotheek-nightclub Le Bateau in het Rot­terdamse Hiltonhotel. Uitgevers van het luxueuze maandmagazine Le Bateau. Organisatoren van de jaarlijkse Gouden Hart van Rotterdam-verkiezing.
Gebroeders Teun (links, 39) en Willem (rechts, 37) van Rij, eigenaren van discotheek-nightclub Le Bateau in het Rot­terdamse Hiltonhotel. Uitgevers van het luxueuze maandmagazine Le Bateau. Organisatoren van de jaarlijkse Gouden Hart van Rotterdam-verkiezing.
Gebroeders van Rij

Teun van Rij draagt een zijde-linnen zomerkostuum van Giorgio Armani, zijden hemd en das van idem. Willem van Rij een zijde-linnen zomerkostuum van Chrisitian Dior, zijden hemd en das van idem. ‘Ons publiek varieert in leeftijd tussen twintig en zeventig jaar. Het zijn mensen die er goed uitzien. Een beetje glitter, net als bij Theo Sijthoff. We hebben hier regelmatig the top of the bill binnen: Prins Bernhard, Heineken, prinsen uit de onmogelijkste landen met platina Diners Club Cards. Speciale Story- en Privé-parties worden hier ook gehouden. Zelf moeten we met onze kleding een voorbeeld geven, een visitekaartje van de zaak afgeven. Wat we bij Sijthoff kopen kun je nergens krijgen. Tien jaar geleden zijn we zakenvrienden geworden toen hij in onze oude Studio 54 voor de eerste keer zijn Nacht van de Mode bracht. Theo is uit hetzelfde hout gesneden als wij. Hij houdt van nieuwe dingen uitproberen. Leuke plannen bedenken en organiseren. Nu bij voorbeeld met dat Modecentrum waar wij financieel in zitten en hij met zijn modekennis. Het zou bést wel eens zo kunnen zijn dat hij op 31 oktober van dit jaar het Gouden Hart van Rotterdam krijgt.’

Modisch prima

Een onbedwingbaar verlangen de kledingkeuze van een aantal tv-personality’s door te nemen welt op.

Wat vindt de modekoning van Sonja?

‘Sonja ziet er goed uit. Kleedt zich zeer goed. Modisch prima. Goede speld erbij, de juiste accessoires. Is over nagedacht. Kapsel vind ik niet goed, daar doet ze de meest vertwijfelde dingen mee. Bij Henny Huisman gaan mijn handen jeuken. De pakken die hij draagt zijn misschien niet eens zo lelijk, maar ze passen niet op die jongen. Dan Eddy Becker. Wat moet ik daar van zeggen. Die is voor de oorlog van huis gegaan. Jan Lenferink met zijn streepjeshemd vind ik wel een gimmick. Sandra ziet er goed uit en Anita Meijer, nota bene mijn oude buurmeisje, ziet er heel slecht uit. Die zou ik wel eens een mooie glitterjurk aan willen doen, maar nee, ze staat liever in een katoenen pakje. Frank Masmeijer aardig, Rot Brandsteder meestal goed. De rest ziet er medium uit.’

Heb je nog een droom? vraag ik Theo Sijthoff, vandaag gekleed in een vaak gewassen lila Valentino-polo en ruitjes broek.

‘Zeker. Zuid-Frankrijk. Wakker worden met koffie, een gekookt eitje erbij en vervolgens rustig uitkijken over la plage en la mer.

Maar eerst moet het Modecentrum Rotterdam nog van de grond. Ik zit in de raad van toezicht van een groep mensen die de luxueuze tegenhanger van het Amsterdamse Confectiecentrum gaat opzetten. Een schitterend gebouw, ontworpen door Henk Klunder, dat zal verrijzen aan de rand van Capelle. Slechts exclusieve topmerken zullen daar vertegenwoordigd zijn. Rotterdam slaat terug!’

CultuurSamenleving
Gerelateerd