Dit interview komt uit de 43ste Detective en Thrillergids. Die hebben we dit jaar gevuld met 356 (!) recensies, de bekendmaking van de VN-Thriller van het Jaar, interviews, essays en true crime. Bestel ‘m hier!
Hotel-restaurant Bakker in Vorden, de Achterhoek. Aan de wanden hangen geweien en geweren, her en der zit een clubje oudere heren aan de mosterdsoep. Op het zonovergoten terras zit Charles den Tex, thrillerauteur. Zeven jaar geleden verhuisde de drievoudige Gouden Strop-winnaar vanuit Den Haag naar het oosten van het land voor de rust en de ruimte, en ook om beter te kunnen schrijven. En schrijven, dat deed hij. Met De Repair Club leverde Den Tex een imposante en bij vlagen ontroerende spionagethriller af. De hoofdrol is weggelegd voor John Antink, ex-chef van de Nederlandse inlichtingendienst. Samen met een paar maten runt hij een repareerclub die zich over meer dan kapotte koffiezetapparaten ontfermt – in het geheim herstellen ze grove fouten en desastreuze dwalingen uit het verleden.
De grote desillusie
De spion-pensionado is een wervelend neergezet personage, niet in de laatste plaats omdat hij op zijn schrijver lijkt. Ze zijn even oud, lopen veel zodat ze veel kunnen zien, wachten af. Bovenal is John Antink een typische Den Tex-held, wat verhaal betreft verwant aan Jan Stegger en Michael Bellicher uit eerder werk. Hij lijkt zijn leven op orde te hebben, maar wordt ingehaald door tegenslagen en dan ontdaan van zijn geheimen, waarop de grote desillusie volgt.
Het sovjet-geld dat in de jaren tachtig naar Nederland stroomde, vormt in De Repair Club het middelpunt van een schaduwoorlog tussen de Nederlanders en de Russen.
De persoon en het lot van Antink zijn de redenen waarom Den Tex überhaupt een spionageboek wilde schrijven. ‘Het interessante aan een spion is het leven met geheimen,’ vertelt hij. ‘Hij is een karikatuur van de mens en zijn geheimen, een uitvergroting van onszelf. Ik vroeg me af: wat gebeurt er met zo’n man als zijn geheimen wegvallen? Dan houdt hij op te bestaan. En toen besefte ik: o fuck, dat geldt ook voor mij. Dat geldt voor iedereen.’
De potentie om te ontdekken
Den Tex bestelt twee kroketten op witbrood en vertelt dat zijn wereldbeeld kantelde tijdens het schrijven van dit boek. ‘Stel je voor dat ik helemaal geen geheimen meer had. Dat iedereen alles van mij wist. Dan zou ik er geen zin meer in hebben. De literatuur is gebaseerd op het idee dat we geheimen met ons meedragen. Het geheim maakt het individu. We stappen op anderen af omdat we meer van hen willen weten, omdat we in hen willen graven. Degenen die beweren dat ze niets te verbergen hebben of geen geheimen van een ander willen weten, kramen onzin uit. De potentie om te ontdekken is zowel de aantrekkingskracht van mensen als de drijvende kracht achter het dichter tot elkaar komen. Intellectueel, seksueel, wat je wilt. Als dat er niet meer is, dan is iemand er helemaal niet meer. Ik heb dan ook een nieuw motto: koester je geheimen. Dat wil niet zeggen dat alle geheimen goed zijn, maar je moet ook niet bang voor ze zijn. Ze maken je tot wie je bent.’
Het verleden dat John Antink inhaalt, houdt verband met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in de late jaren tachtig. Toen de Communistische Partij en de KGB in de gaten kregen dat ze het niet droog gingen houden, begonnen ze met het wegsluizen van kapitaal naar het Westen. En daar kwam Nederland om de hoek kijken. In Dresden stelde het belastingparadijs-in-wording zich welwillend op naar de vermogende apparatsjiks. Vanwege het geld, natuurlijk, maar daar voegde Den Tex ook informatie aan toe. ‘Dat de kapitaalvlucht uit Moskou werd aangegrepen door de inlichtingendienst heb ik verzonnen, maar dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is. Ik denk altijd: als ik het bedenken kan, dan hebben ze het ook gedaan.’
Een van de KGB-agenten in kwestie is de jonge, blonde Poetin. Toentertijd was hij inderdaad in Dresden gestationeerd. Wat Den Tex over hem vertelt, is wat hij over hem te weten is gekomen tijdens zijn onderzoek: dat hij van meet af aan nergens zijn eigen naam onder zette, dat hij altijd iemand tussen zichzelf en zijn gesteggel had zitten, dat hij in Oost-Duitsland begon met het wegzetten van geld, dat hij van jongs af aan naar macht verlangde.
We are in war mode
In die zin houdt De Repair Club Nederland een spiegel voor, zoals wijlen spionagegrootmeester John le Carré de Engelsen liet reflecteren op het internationale optreden van Groot-Brittannië. Den Tex: ‘Door onze fiscale structuur is Nederland nog steeds de motor van crimineel Europa. Verschillende Italiaanse opsporingsrechters hebben ons met klem verzocht een bepaalde fiscale regeling dicht te draaien, want de hele maffia sluist z’n geld via Nederland weg. Daardoor zijn ze in Italië ongrijpbaar. En we mogen best beseffen dat we criminelen op deze manier naar ons toe halen. In Den Haag is daar nauwelijks aandacht voor. Wegkijken is beleidssport nummer één geworden. Rutte heeft het tot publieke kunst verheven.’
Het sovjetgeld dat in de jaren tachtig naar Nederland stroomde, vormt in De Repair Club het middelpunt van een schaduwoorlog tussen de Nederlanders en de Russen. Daarbij worden geen middelen geschuwd. Moord, infiltratie, desinformatie – het zit er allemaal in. En toch lijkt de fictie achter te lopen op de realiteit, nu er een echte, open oorlog in Europa woedt.
‘Ik kon niet vermoeden dat de erfenis van 1989 zo groot zou zijn als nu het geval blijkt,’ vertelt Den Tex. ‘Na het voltooien van dit boek bedacht ik dat ik nog niet klaar ben met de repareerclub. Ze hebben nog genoeg te doen, er zijn meer fouten te herstellen. En zo kreeg ik het idee om het tweede deel aan de Afghaanse tolken te wijden.’
Den Tex lacht om de ironie. ‘Met de tolken dacht ik dicht op de huid van de actualiteit te zitten, maar de wereld beweegt zo snel.’
Tijdens zijn research voor het vervolg wilde Den Tex een bezoek brengen aan het militaire hoofdkantoor van de NAVO in Brunssum. Het bleek een heel gedoe, de deur bleef dicht. Gelukkig kende hij oud-generaal Dick Berlijn, die het balletje aan het rollen bracht. Na drie maanden mailverkeer wist hij dan eindelijk een afspraak te regelen. ‘En toen kwam ik daar op de ochtend van 24 februari – de dag dat Rusland Oekraïne binnenviel.’ Een Britse militair ving Den Tex op. ‘Die zei heel koel: “I have to apologize, but we are in war mode at the moment.” Ik dacht: dit verzin je toch niet.’
Hij lacht om de ironie. ‘Met de tolken dacht ik dicht op de huid van de actualiteit te zitten, maar de wereld beweegt zo snel.’
Niet dat Den Tex daar hinder van ondervindt: zijn prioriteiten liggen elders. ‘Geen moment heb ik gedacht dat er iets aan het boek moest veranderen. Ik moet in de fictie blijven. Ook al zijn er veel dingen die kloppen aan dit verhaal, er zijn ook zat dingen die niet juist zijn. Mijn thriller moet op de realiteit lijken, even waarschijnlijk zijn, maar het is en blijft fictie.’
Een beerput van misinformatie
Lang was de premisse van de misdaadfictie simpel. Zodra de speurder de waarheid boven water haalt, is het gedaan met de ellende. De misdadiger wordt bestraft en het recht zegeviert. Dat fake news en desinformatie daar verandering in hebben gebracht, is goed verwerkt in De Repair Club. Zo mijmert de nieuwe chef van de inlichtingendienst Alisja Calder: waarheid en onwaarheid hebben geen vaste plaatsen meer, ze kunnen stuivertje wisselen zonder dat je er erg in hebt. En ze krijgt gelijk. De feiten verdwijnen in een beerput van valse informatie.
‘We zijn in de tijd van de bullshit terechtgekomen,’ zegt Den Tex ernstig. ‘En bullshit ligt niet op de as waarheid-onwaarheid. Die ligt ernaast. Als iemand liegt, dan weet die persoon wat-ie aan het doen is. Andersom weet iemand die de waarheid vertelt welke onwaarheid hij of zij niet verkondigt. Het gros van de mensen zit ergens op die lijn. Daaronder ligt de erkenning dat je op die as beweegt. Af en toe richting de waarheid, soms de andere kant op. Maar dan heb je mensen als Trump, Baudet en Poetin. Zij zeggen: het enige wat waar is, is wat ik zeg. Ze erkennen de lijn niet. En dat is het kenmerk van bullshit.’
De eerlijkheid zelve
Nu waarheidsvinding niet meer genoeg is in de strijd tegen de bullshit-artiesten rijst de vraag wat wel tegen hen werkt. ‘We leven in een bredere, ruimere wereld, waarin de lijn waarheid-onwaarheid niet meer de enige is,’ zegt Den Tex. ‘Elke dag krijgen we ermee te maken, bij elk stukje informatie vragen we onszelf af wat het nu werkelijk is. Is het propaganda, een leugen, bullshit? En zo ja, wat kun je ertegen doen? Ikzelf probeer de geëxpandeerde informatiewereld te integreren in mijn verhalen. En de hoofdpersoon moet daar, evenals vroeger, een weg in zien te vinden. Nu heb je te maken met John Antink, een spion. En dat is niet iemand die alleen de weg zoekt, maar iemand die ook wegen aanlegt. Hij speelt zelf met de werkelijkheid waarin hij opereert – nee, waarin hij leeft.’
De werkelijkheid als speelterrein. Het is een gek gegeven. Spion of geen spion, in het tijdperk van bullshit lijkt het er meer en meer op dat onze geheimen de eerlijkheid zelve zijn.
DETECTIVE EN THRILLERBRIEF
Wil je door het jaar heen op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen in de thrillerwereld? Schrijf je dan in voor onze Detective en Thrillerbrief.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.