Het gebeurde geheel onverwacht en net op het moment dat ik de jolige Hollandse journalist uithing. Ik stond met tweeduizend meisjes van rond de veertien in een concertzaal en deed wat dan het gemakkelijkste is: me vrolijk maken over de hysterische bakvissen en alvast verzinnen hoe ik straks zou scoren met grappen en grollen waarin ik ze lekker belachelijk maakte. O, geweldig zou ik zijn, zo cool, zo vol ironie en sarcastisch bovendien.

Maar was ik niet die zelfgenoegzame lul met een stem in de media geweest, dan had ik al beter opgelet even geleden, voordat de zaal openging. Toen hadden we onder aan de trap gestaan naar de zaal in TivoliVredenburg, ik tussen de meisjes, van wie velen al uren buiten hadden gewacht in een rij.

De meisjes hadden eruit gezien alsof ze naar een schoolfeest gingen: hun beste shirts aan, sommigen opgemaakt, de haren op allerlei wijzen getooid. Ik had ook jongens gezien die zich meisjesachtig hadden aangekleed. En er waren meisjes bij geweest met kort...