Het gebeurde geheel onverwacht en net op het moment dat ik de jolige Hollandse journalist uithing. Ik stond met tweeduizend meisjes van rond de veertien in een concertzaal en deed wat dan het gemakkelijkste is: me vrolijk maken over de hysterische bakvissen en alvast verzinnen hoe ik straks zou scoren met grappen en grollen waarin ik ze lekker belachelijk maakte. O, geweldig zou ik zijn, zo cool, zo vol ironie en sarcastisch bovendien.

Maar was ik niet die zelfgenoegzame lul met een stem in de media geweest, dan had ik al beter opgelet even geleden, voordat de zaal openging. Toen hadden we onder aan de trap gestaan naar de zaal in TivoliVredenburg, ik tussen de meisjes, van wie velen al uren buiten hadden gewacht in een rij.

De meisjes hadden eruit gezien alsof ze naar een schoolfeest gingen: hun beste shirts aan, sommigen opgemaakt, de haren op allerlei wijzen getooid. Ik had ook jongens gezien die zich meisjesachtig hadden aangekleed. En er waren meisjes bij geweest met kort haar die meer jongensachtig liepen, een had met stuurse blik een meisje met blote buik aan de hand meegevoerd. Ik had een jongen gewikkeld in een regenboogvlag gezien, meisjes met blauw haar, met roze haar, met grijs haar (jongeren die hun haar grijs verven: intens gemeen vind ik het), maar mijn zelfgenoegzame ik had niet goed opgelet en niet geregistreerd hoe aardig ze allemaal deden. Beleefd was voor me plaatsgemaakt. Behulpzaam werd me informatie verschaft.

Voor mijn stuk had ik al in mijn hoofd geschreven over hoe erg duizend pubermeisjes stinken konden.

Er had ook een stand met merchandise gestaan, waar flink was getwijfeld: de hoodie of het shirt, toch de muts misschien? Temidden van de meisjes was het steeds warmer geworden. Ze waren steeds dichter en van alle kanten tegen me aan gaan drukken. Voor mijn stuk had ik al in mijn hoofd geschreven over hoe erg duizend pubermeisjes stinken konden. Soms waren ze ineens begonnen met gillen, maar had ik geen idee gehad waarom.

Toen de zaaldeuren waren opengegaan, was de massa in beweging gekomen en had mijn twaalfjarige me aan de hand meegesleurd. Twee banken over, een tafel ook. Lekker voor mijn stukkie, ik had aan een ondertitel gedacht als: hoe ik met een stel hysterische pubers over tafels en banken klom, in plaats van dat ik opmerkte hoe de meisjes erbij keken. Ze lachten een beetje om zichzelf, in hun ogen en glimlachjes lag tijdens het gillen ook een ironische distantie.

Het zoetgevooisde stemmetje

Ja, ik ging naar Billie Eilish met de gepokte en gemazelde houding van iemand die de Spice Girls heeft meegemaakt, en Take That, die heeft gehoord van Katy Perry en Ariana Grande en die geen enkele popster meer vertrouwt maar ze allemaal slechts als product van de muziekindustrie beschouwt.

Je ziet toch weinig grote popsterren die níét in hun bh of onderbroek op het podium staan.

Toch had ik beter moeten weten, want ik had thuis al genoten van het zoetgevooisde stemmetje dat steeds zong van I don’t wanna be you anymore. En ik had maar niet begrepen wat mijn twaalfjarige bedoelde als ze zong van If teardrops could be bottled / There’d be swimming pools filled by models. Ook had ik al genoten van de macabere eerste regels van het nummer ‘Bellyache’, die gaan van Sittin’ all alone / Mouth full of gum / In the driveway / My friends aren’t far / In the back of my car /Lay their bodies. En er was zo iets bijzonders opgevallen: Billie verkoopt geen seks. Je ziet toch weinig grote popsterren die níét in hun bh of onderbroek op het podium staan.

Sceptisch was ik natuurlijk ook omdat Billie Eilish zeventien is. Het kind is van 2001, geboren ná elf september, en had een biografietje: opgegroeid in Los Angeles bij twee acteur-ouders, die haar en haar broer thuis hadden geschoold. Maakte muziek met haar broer. Haar hele leven veganistisch, gekke ziekte: auditory processing disorder, wat werd uitgelegd als: ‘it’s hard for her to listen and absorb meaning in standard ways’ – iets waar niet alleen het grootste deel van de pubers in mijn omgeving maar ook het hele mannelijk deel van de bevolking aan lijkt te lijden.

Maar een kind van zeventien dat popster wordt en een publiek heeft dat voornamelijk uit nog jongere meisjes bestaat: ja, bengbeng-toettoet, peppi en kokkie, dat is precies de dunne stront die platenmaatschappijen uitspuiten.

Beleefd tegen mij

Mijn twaalfjarige was ik direct kwijtgeraakt toen we de zaal binnenstroomden. Ze was op een perfecte plek terechtgekomen, onderaan een trap die vlak voor het podium uitkwam. Ge-wel-di-ge plek, maar een volwassen man had er niet echt tussen gepast, dus was ik maar een paar meter naar achteren gaan staan, tegen de verste zijmuur van de zaal. Van daaruit had ik kunnen zien hoe ze meteen vriendinnen had gemaakt die ik uiterlijk niet kon onderscheiden van haar vriendinnen thuis.

Later zou blijken dat het om twee vriendinnenclubs ging die elkaar ook maar een paar uur geleden in de rij buiten hadden ontmoet. Een stel meiden zou vanavond laat nog weer terug naar Limburg moeten. Gelukkig had ik me gedienstig kunnen maken en was ik af en toe naar de bar getogen om flesjes water te kopen, die ik afleverde en die gezusterlijk werden gedeeld met de nieuwe vriendinnen. Aardig waren ze voor elkaar en beleefd deden ze tegen mij.

billie eilish

Put your middle finger up!

Er had me ook al wat moeten dagen toen Billies broer Fineas als voorprogramma was opgedoken: een jongen van eenentwintig al, in een gewone broek, met een overhemd, bril en zwarte leren schoenen, die afwisselend op piano en gitaar brave popliedjes had gezongen waarin zijn stem af en toe heel hoog was gegaan, hij zou zo die behulpzame jongen op de schaakclub kunnen zijn. Hij betoonde zich erg bescheiden, zei dat het publiek beautiful was en dat iedereen natuurlijk zat te wachten op Billie. Hij had zijn zus bedankt, nog eens gezegd dat de meisjes geweldig waren, en mooi, en de slungel had gemeld dat dit een van de leukste plekken was waar hij ooit had opgetreden.

Thuis was er op dat moment iets doorgedrongen tot de grote broer van mijn twaalfjarige. Ik kreeg een app met de vraag of zijn zusje echt bij Earthgang was! Dat bleek het voorprogramma: twee rappers die in hoog aanzien stonden bij grote broer en al waren getekend door J. Cole, die ik inderdaad ook had herkend als goeie rapper.

Earthgang was inmiddels bezig geweest en ik probeerde te luisteren, maar rappers kan ik vaak niet zo goed verstaan. Wel hoorde ik dat het publiek de opdracht kreeg: put your middle finger up! en vanaf dat moment groetten de mannen op het podium en het publiek elkaar hartelijk met de middelvingers in de lucht. Now repeat after me: I don’t give a fuck. Die tekst had ik ook goed kunnen verstaan. De hele zaal was aangeslagen en de mannen van Earthgang hadden over dit steeds herhaalde refrein heen gerapt.

Als toegift had de zaal samen de variant ‘Fuck Donald Trump’ gezongen.

Een rapper was dicht langs het publiek aan mijn kant gegaan, had vlakbij mijn twaalfjarige gestaan en ik had gemeend een vertederde lach op zijn gezicht te zien. Als toegift had de zaal samen de variant ‘Fuck Donald Trump’ gezongen. Wat ik wel had opgevangen aan tekst bleef hangen, het was slimme poëzie, diep in hiphop-taal gedrenkt, dus bolstaand van de mij onbekende referenties. You know I’m here for the nigga shit en Only outlet was the moon walk / Michael Jackson dances, so shuck and jive, nigga, bust a nine. Bepaald geen commerciële shit, wil ik maar zeggen.

Allemaal even rustig worden

Vriendelijke jongens en meisjes waren na Earthgang langsgekomen met flesjes water. Er waren al veel meisjes voorin flauwgevallen, wat tot schrijnende taferelen had geleid. Want als je flauwvalt voor het podium en wordt weggedragen door de security en EHBO’ers, dan ben je dus je plek kwijt en kun je Billie straks niet zien.

Het was gebeurd toen Billie aan haar tweede nummer bezig was. Ze had er helemaal niet uitgezien zoals op de foto’s – in felgekleurde combinaties – maar was opgekomen in een wijde zwarte bermuda, een wijd zwart shirt en grote zwarte schoenen. Ze had net zo goed tussen de Amerikaanse skatepunkers van weleer kunnen staan als naast de grunge-rockers van Nirvana en Pearl Jam. Als een gek was ze gaan springen. Ook haar zoetere popliedjes hadden een flinke beat gekregen. Het geweld kwam niet van een traditionele band (naast haar broer Fineas op toetsen en gitaar was er alleen een drummer) maar het leek wel heftige hiphop met in plaats van rap een zangeres.

Billie zei dat ze het oké vond als ze filmden, maar of ze dan niet ook naar het schermpje van hun telefoon wilden kijken maar direct naar haar, want: this is the only moment we have together, between us.

De zaal was volledig uit haar dak gegaan. Vol bewondering was ik geraakt toen Billie opeens had gezegd: en nu gaan we allemaal even rustig worden. De meiden hadden een paar keer diep moeten inademen en tot zichzelf moeten komen, want, zei Billie, straks wil ik weer even helemaal gek worden.

Even later weer een mooi moment waarop Billie haar fans vroeg hun telefoons even weg te doen. Ze zei dat ze het oké vond als ze filmden, maar of ze dan niet ook naar het schermpje van hun telefoon wilden kijken maar direct naar haar, want: this is the only moment we have together, between us.

Wilde branie

Directe aanleiding was dat ik me voorstelde dat de zaal geheel uit jongens bestond. Die hadden vast allemaal tegen elkaar aan gesprongen in een moshpit. Opeens zag ik dezelfde wilde branie bij de meiden, maar ik zag nog iets: de overgave waarmee werd gezongen. Ik zag een romantisch verlangen en ik herinnerde me de creativiteit en de diepgang bij de fans die Billie volgen op internet en op hun telefoons aan de slag gaan met haar teksten en beelden.

Thuis zou ik later nog meer over haar opzoeken en ontdekken dat ze een groot bewustzijn tentoon spreidde over hoe publiciteit werkt in deze door internet gedomineerde wereld, en dat ze als vijftienjarige al begreep dat ze nog weinig had meegemaakt op het gebied van liefde wanneer je het vergeleek met een ouder iemand, maar dat dit onverlet liet dat ze erover kon schrijven, en dat het niet voorgeschreven is dat je dit dan op een clichématige wijze doet.

Ik had het begrepen. Ik was geïnspireerd. Ik voelde de drift. Ik wíst het.

Het begon in mijn buik, de bovenkant van mijn onderarmen werden hard op die manier die men kippenvel noemt, richting mijn heupen begon het met meewiegen, maar het werd snel sneller. I don’t want to be me, zong ik luidkeels mee, anymore! En opeens stond ik te springen! Gelukkig kon in mijn donkere hoek tegen de zijmuur niemand zien hoe die ouwe man daar stond te flippen.

Ik had het begrepen. Ik was geïnspireerd. Ik voelde de drift. Ik wíst het.

Billie is écht en Billie is écht goed.