Met mijn dochter ben ik bij Katy Perry.
Ze zit op mijn schouders. Ze is al groot.
Ze is bijna elf. Katy Perry zingt, mijn dochter gilt.
You’re gonne hear me roar.
Dat wil ik horen. Van mijn dochter. Haar kiezen op elkaar. Grommen zoals ik grommend op de fiets zat toen ik haar op ging halen. Toen ik haar op moest halen.

Ze zit zwaar op mijn schouder. Meisjeslijf, lange meisjesbenen. Bambi. Ik hou haar knieën vast. Ik weet dat ze nergens anders aan denkt dan aan dit moment met haar idool voor haar neus, in de muziek, op de schouders van haar papa.

Ze zingt mee: Oh oh oh oh oh oh oh oh.

Ik denk wel ergens anders aan. Ik haalde haar op na een telefoontje van de politie. Het ging niet goed met haar mama.

 

Katy Perry

Het zijn de laatste maanden van groep zeven. Voor haar een schooljaar in een kleine klas met vriendinnen die plots allemaal pubers werden. Zij zelf ook.