Elk jaar vieren we de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), die op 10 december 1948 werd aangenomen door de Verenigde Naties. Afgelopen december was het 75-jarig jubileum. Nederland waarborgt deze mensenrechten en op internationale ranglijsten scoort Nederland vrijwel altijd binnen de top 10 als het om mensenrechten gaat. Maar toch gaat ook hier soms iets mis. Want Nederland waarborgt het recht op water, dat sinds 2010 is opgenomen in de UVRM, niet altijd goed. Dat vinden tenminste verschillende mensenrechtenorganisaties, een groep advocaten, de kinderombudsman en de VN-rapporteur op het gebied van water en sanitatie. Want bij huishoudens die geen geld hebben voor de waterrekening, wordt de kraan dichtgedraaid. Per jaar zijn dat er honderden tot enkele duizenden.

Kwetsbaar

We gaan even terug naar medio juli 2020. Defence For Children en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) klaagden de Nederlandse staat en de waterbedrijven Dunea en PWN aan, omdat zij de waterkraan dichtdraaien bij huishoudens die geen geld hebben voor de waterrekening. Vaak zijn daar ook gezinnen met kinderen bij betrokken. Volgens de aanklagers schendt Nederland met dit beleid universele mensenrechten. Er werd een beroep gedaan op de door Nederland ondertekende verdragen, zoals de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Verdrag inzake de rechten van het kind. De uitspraak van die procedure viel uit in het voordeel van de staat en de twee waterbedrijven. Het huidige afsluitbeleid is niet in strijd met internationale verdragen en bovendien staat er nergens in de Nederlandse wet dat je niet mag afsluiten als er kinderen in het spel zijn, aldus het vonnis. Defence for Children liet het daar niet bij zitten en ging in hoger beroep. Die zitting was op 11 december 2023, maar een uitspraak volgt pas in maart 2024.

Merel Hendrickx is een van de advocaten die namens het Public Interest Litigation Project (PILP) en in samenwerking met het NJCM procedeert tegen de staat en de twee waterbedrijven. Volgens Hendrickx gaat de rechtszaak niet zozeer om de feiten, maar over de interpretatie van de wetgeving. ‘Het uitgangspunt in de procedure bij het gerechtshof is dat er een recht op water bestaat. De partijen verschillen alleen van mening over de reikwijdte van de bescherming van dat recht en of dat ook inhoudt dat kinderen in Nederland niet thuis van het water mogen worden afgesloten. De interpretatie van het recht op water en de reikwijdte wordt mede bepaald door internationale mensen- en kinderrechtenverdragen en bijvoorbeeld algemene aanbevelingen van het VN-Mensenrechtencomité of het Kinderrechtencomité.

Niet iedereen in Nederland mag van het water worden afgesloten. Kwetsbare personen mogen nooit worden afgesloten, maar ook die term laat nog ruimte voor interpretatie.

De staat en de drinkwaterbedrijven moeten in de procedure aantonen dat het gerechtvaardigd is om kinderen van het water af te sluiten. Een van de belangrijkste argumenten daarvoor is dat het systeem financieel onhoudbaar wordt als kinderen niet meer mogen worden afgesloten. Daarvan hebben wij alleen geen onderbouwing gezien, die lijkt niet te bestaan.’

Niet iedereen in Nederland mag van het water worden afgesloten. Kwetsbare personen mogen nooit worden afgesloten, maar ook die term laat nog ruimte voor interpretatie.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft in een definitie van de term op de website voor het aanvragen van een gratis Verklaring Omtrent Gedrag verschillende voorbeelden, zoals minderjarigen, zwangere vrouwen en zieke mensen. Als de term wordt toegepast op het huidige afsluitbeleid vallen minderjarigen erbuiten. Kinderen vallen volgens de wetgeving niet per se onder die categorie. Defence for Children vindt van wel. Zeker kinderen die in armoede leven zijn toch per definitie kwetsbaar, aldus de organisatie.

De macht om af te sluiten

In Nederland is de levering van water in handen van tien waterbedrijven die iedereen in Nederland moeten voorzien van schoon drinkwater. Zij hebben allemaal een monopoliepositie in hun eigen deelgebied, waar ze verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit en de levering van water. Dat doen ze onder toezicht van de overheid. De gemeenten en provincies zijn aandeelhouder van de drinkwaterbedrijven. Zij bepalen de waterprijs en moeten ervoor zorgen dat drinkwaterbedrijven niet te veel winst maken. De bedrijven hebben namelijk een zogeheten zorgtaak. Dat betekent dat water betaalbaar en toegankelijk moet blijven voor iedereen in Nederland. Drinkwaterbedrijven hebben dan ook geen winstoogmerk, maar er moet wel voldoende geld binnenkomen. Dat is nodig voor investeringen op het gebied van het verbeteren en herstellen van waterleidingen, en het goed kunnen filteren van het grond- en oppervlaktewater.

Juist die processen komen steeds meer onder druk te staan. Door klimaatverandering en vervuiling worden de kosten voor de winning en het filteren steeds hoger. Vewin, de overkoepelende brancheorganisatie van de tien waterbedrijven, slaat al enige tijd alarm. Verschillende onderzoeken tonen namelijk aan dat de productiecapaciteit verhoogd moeten worden om iedereen in Nederland te kunnen blijven voorzien van schoon drinkwater. En dat brengt flinke kosten met zich mee. Bij waterbedrijf Dunea zijn die investeringen zelfs per direct nodig. Mede daardoor betaalt de consument steeds meer voor het water dat uit de kraan komt. In 2023 betaalde je gemiddeld nog 16,50 euro per maand voor een tweepersoonshuishouden. In 2024 stijgt die prijs gemiddeld met 9 procent. Vergelijk je die kosten met andere basisbehoeften, zoals gas, dan is de waterrekening relatief goedkoop: voor gas betaalde je in 2023 gemiddeld 160 euro per maand.

Toch zijn er in Nederland ook mensen die moeite hebben met het betalen van de waterrekening. Zij krijgen te maken met wat schuldhulpinstanties ‘waterarmoede’ noemen. Vaak zijn dat kwetsbare huishoudens die meestal ook andere problemen hebben, zoals schulden.

Henny van der Most was decennialang schuldhulpverlener in de regio Den Haag en had een kantoor in Moerwijk. Zij kreeg veel te maken met mensen die werden afgesloten en ze opereerde als verbinder tussen de bewoners, het waterbedrijf Dunea en de gemeente Den Haag. ‘Gedurende mijn tijd als schuldhulpverlener kreeg ik regelmatig te maken met mensen die geen geld hadden voor de waterrekening. Dat gebeurde echt wel twee keer per maand en daar zaten vaak genoeg gezinnen met kinderen bij. Het probleem is dat deze groep zich vaak schaamt en contact krijgen erg lastig is. De brievenbussen liggen vol met ongeopende aanmaningen en de deur doen ze ook niet meer open. Ja, dan is het natuurlijk al vrij snel gebeurd.’

In ongeveer 80% van de gevallen worden afgesloten huishoudens al na een paar uur tot een dag weer aangesloten, omdat de rekening dan meteen wordt betaald.

Als schuldhulpverlener zag Henny een terugkerend probleem van het vooruitschuiven van betalingen. ‘Kijk, die waterrekening is relatief goedkoop en daardoor stel je ’m al snel even uit. Maar ook kleine rekeningen die je uitstelt, lopen op en dan zit je al snel aan een paar honderd euro. Als je in de bijstand leeft, is dat geen doen meer.’ Henny probeerde altijd haalbare en vooral humane betalingsregelingen te treffen met waterbedrijf Dunea, maar liep vaak tegen een moeizaam contact aan en onhaalbare betalingsregelingen van maximaal twee maanden. In 2018 richt Henny Amargi op, een project in samenwerking met de gemeente Den Haag, dat huishoudens met schulden en betalingsachterstanden vroegtijdig opspoort en helpt. ‘Vanaf Amargi liep het contact soepeler. Er kwam toen echt een samenwerkingsverband met de schuldeisers en daardoor konden we haalbare regelingen treffen die de mensen echt vooruithielpen.’

Maar het allerliefst ziet Henny dat hele afsluitbeleid in de prullenbak verdwijnen. Ze is in haar loopbaan vaak schrijnende gevallen tegengekomen. Zo was er een 91-jarige man die met gezondheidsklachten zonder water kwam te zitten. En ze heeft zelfs in haar eigen huis jerrycans met water gevuld voor gezinnen. ‘We zijn over de hele wereld bezig met allerlei projecten om te zorgen dat iedereen toegang tot schoon drinkwater heeft en dan gaan we in ons eigen land de kraan dichtdraaien. Dat vind ik gewoon niet kloppen.’

Aanmaningen

De rechtmatigheid van de afsluitingen is vastgelegd in de ‘regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater’. Daar wordt aangegeven hoe en vooral wanneer een waterbedrijf de kraan mag dichtdraaien. Voordat een waterbedrijf dat mag, moeten er eerst een aantal stappen worden doorlopen. Zo moet het waterbedrijf drie aanmaningen sturen. Daarna moet het waterbedrijf de gegevens van het huishouden doorgeven aan de gemeente en als laatste stap moeten ze persoonlijk contact opnemen door bijvoorbeeld aan te bellen. In ongeveer 80% van de gevallen worden afgesloten huishoudens al na een paar uur tot een dag weer aangesloten, omdat de rekening dan meteen wordt betaald. Voor de waterbedrijven is het afsluitbeleid daarom een gunstig drukmiddel. Tegelijk blijft er een groep van ruim 20% over die langdurig zonder water komt te zitten. Laura Jansen (niet haar echte naam) is een van die 20%. Zij werd in 2019 in Den Haag afgesloten door Dunea en heeft zeker drie maanden geen toegang tot schoon drinkwater gehad. In die periode had ze een dochter van 12 en een zoontje van zes in huis. De afsluiting heeft een grote impact gehad op het leven van Jansen.

‘Nadat ik thuiskwam van een weekendje weg en wilde gaan koken, kwam er geen water meer uit de kraan. Toen stortte ik helemaal in. Om toch aan water te komen, vulde ik vaak plastic kannen bij mijn moeder of bij openbare tappunten om te kunnen koken en onszelf met washandjes schoon te maken. Dunea heeft mij gewoon afgesloten en daarna hoorde ik niks meer. Ik kreeg alleen een brief, waarin stond dat ik niet betaald had. Op een gegeven moment werd ik door de school van mijn kinderen gebeld. Ze maakten zich zorgen, omdat ze er niet goed uitzagen. Ik heb toen mijn spullen gepakt en ben bij mijn moeder gaan wonen.’

Geen water hebben is niet alleen gevaarlijk voor de gezondheid en praktisch ingewikkeld, de mentale klap is ook erg zwaar. ‘Je voelt je gewoon geen goede moeder. Ik werd er ook depressief van, omdat je niet meer weet wat je moet doen. Er komt ook een stukje schaamte bij kijken, want je wilt niet dat zoiets bij je gebeurt. Daardoor sluit je jezelf af en zoek je geen hulp. Ik heb uiteindelijk het geluk gehad dat ik de juiste mensen ben tegengekomen, die mij konden helpen uit de schulden te komen. Maar anders was het mij niet gelukt. Dan was ik waarschijnlijk mijn kinderen en mijn huis kwijtgeraakt.’

Primaire zorgtaak

Van alle internationale verdragen is het kinderrechtenverdrag het breedst gedragen. 196 landen hebben het verdrag geratificeerd. Al die landen willen in dat verdrag wel hun eigen normen en waarden beschermen en daarom staat er volgens Merel Hendrickx dat ouders de ‘primaire zorgtaak’ hebben over hun kinderen. Specifiek die term heeft voor de nodige discussie gezorgd tussen de advocaten en de staat tijdens de tweede zitting. ‘In het oordeel van de rechtbank staat dat het Kinderrechtenverdrag niet voorschrijft dat kinderen geen nadeel mogen ondervinden van de keuzes van hun ouders. Volgens Defence for Children en NJCM is dat juist de kern van het verdrag, zeker als het nadeel bestaat uit een inbreuk op de kinderrechten. Dat ouders de primaire verantwoordelijkheid hebben voor hun kinderen, zoals staat in het Kinderrechtenverdrag, is ook deels bedoeld om het gezin te beschermen tegen te veel inmenging door de staat. Het is daarnaast een gedeelde verantwoordelijkheid; de staat moet ouders ondersteunen bij de zorgtaak ondersteunen.’

In het afgelopen jaar is Nederland zestien plaatsen gezakt op die ranglijst, van plaats vier naar plaats twintig. Slechte scores op het domein van gezondheid en het laten bestaan van een gunstig klimaat voor de rechten van het kind.

Uit een onderzoek van het tv-programma EenVandaag uit 2020 blijkt dat jaarlijks ongeveer vijfhonderd tot zevenhonderd huishoudens met kinderen worden afgesloten van het water. Defence for Children heeft de overtuiging dat kinderen onder geen enkele omstandigheid de dupe mogen worden van de problemen van de ouders en beroepen zich ter onderbouwing op het door Nederland ondertekende kinderrechtenverdrag. In een eerdere uitzending van Nieuwsuur sprak ook Margrite Kalverboer, de Kinderombudsman, haar steun uit en sloot zich aan bij de stelling van Defence for Children.

Noodfonds

Er is al langer kritiek op hoe Nederland kinderrechten waarborgt. Kinderrechtenorganisatie Kidsright publiceert samen met de Erasmus Universiteit jaarlijks een ranglijst van 193 landen om te meten hoe goed kinderrechten worden nageleefd. In het afgelopen jaar is Nederland zestien plaatsen gezakt op die ranglijst, van plaats vier naar plaats twintig. Oorzaak: slechte scores op het domein van gezondheid en het laten bestaan van een gunstig klimaat voor de rechten van het kind.

Ook de Adviescommissie Sociaal Minimum, die in opdracht van de Eerste Kamer bestaanszekerheid in Nederland onderzoekt, roept in hun meest recente rapport uit 2023 ‘Een zeker bestaan II’ op de zelfstandige positie van kinderen te versterken. Huishoudens met kinderen worden, als het aan de commissie ligt, nooit meer van het water afgesloten.

Het argument van de staat en de waterbedrijven dat zonder een afsluitbeleid de financiële situatie onhoudbaar wordt, legt de commissie naast zich neer. En ook een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het huidige beleid van tafel gaat en er een humaner alternatief voor in de plaats komt. Zo is D66 initiatiefnemer van een noodfonds om de waterrekening van kwetsbare huishoudens mee te betalen en de kosten van de waterbedrijven zoveel mogelijk te dekken. In Groningen heeft de lokale tak van D66 aan de gemeente gevraagd of zij bij Waterbedrijf Groningen de oproep wil doen om gezinnen met kinderen die afgesloten zijn van water, weer aan te sluiten.

Openbare tappunten

Dat het ook anders kan, laten verschillende lidstaten van de Europese Unie zien. In Frankrijk is het afsluiten van water altijd verboden en in Duitsland neemt de lokale gemeente de schuld over. Ook in België doen ze het anders. Daar krijgen de meest kwetsbare huishoudens 80% korting op de waterrekening en moet een waterbedrijf toestemming van een rechter krijgen voordat het mag afsluiten. In Hongarije wordt de druk verlaagd, maar blijft er tenminste vijftig liter water per dag door de kraan stromen. Vijftig liter per dag is de minimumeis van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), nodig om voldoende te kunnen drinken en te voorzien in je basisbehoeften. Nederland zit daar met het huidige afsluitbeleid ver onder.

Het is nu afwachten op het vonnis in maart 2024 dat bepaalt of Nederland daadwerkelijk mensenrechten schendt met het huidige afsluitbeleid.

Binnen de Europese Unie is er al langer discussie over de toegankelijkheid van water voor alle burgers in de lidstaten. In 2012 werd het eerste succesvolle burgerinitiatief, Right2Water, aangenomen door de Europese Commissie. Met meer dan 1 miljoen handtekeningen heeft het burgerinitiatief bijgedragen aan een wijziging van de Europese Drinkwaterrichtlijn. Die wijziging ging vanaf 2021 in en verplicht lidstaten om kwetsbare groepen een betere toegang tot schoon drinkwater te geven. Ook mensen zonder inkomen behoren tot de groep kwetsbare personen volgens de Commissie. Nederland vindt dat zij met de huidige openbare tappunten voldoende doet om ervoor te zorgen dat ook deze kwetsbare groepen de toegang tot schoon drinkwater behouden.

Maar als het aan Laura Jansen ligt, gaat de overheid juist meer doen voor de meest kwetsbaren in Nederland. ‘Ik vind het gewoon echt niet kunnen dat gezinnen met kinderen worden afgesloten van water. Het heeft echt een hele grote impact op je gezinssituatie.’ Het is nu afwachten op het vonnis in maart 2024 dat bepaalt of Nederland daadwerkelijk mensenrechten schendt met het huidige afsluitbeleid.

Reactie Dunea

Dunea laat in een schriftelijke reactie weten dat zij correct handelen in het kader van de wet en streven naar nul afsluitingen. Vragen over hoe rechtvaardig en maatschappelijk verantwoord zij het huidige afsluitbeleid vinden wil Dunea niet beantwoorden. Ook stelt Dunea dat zij niet overgaan tot afsluiting als zij signalen van de aanwezigheid van kinderen ontvangen. Maar uit verschillende onafhankelijke bronnen blijkt dat Dunea, ook wanneer zij van de aanwezigheid van kinderen wist, toch overging tot afsluiting.