Deze reportage is ook te beluisteren.

Begin dit jaar schraapt een officier van justitie in een Amsterdamse rechtbank zijn keel tijdens het proces-Catanzaro. Waar normaal gesproken een betoog of uiteenzetting volgt, gebeurt er nu iets anders: de officier begint te rappen. Geen eigen werk, maar twee ‘bars’ van de Amsterdamse rapper JoeyAK: ‘En nu is Holy van mij, elke jongen die in de wijk strijdt die krijgt een Roly van mij’, klinkt het in de rechtszaal.

‘Holy’ is de bijnaam voor de Amsterdamse wijk Holendrecht, ‘Roly’ duidt op een Rolex-horloge. Strafrechtadvocaat Jan-Hein Kuijpers verdedigde JoeyAK (artiestennaam van Joël H, 27) in de zaak-Catanzaro tegen aanklachten van gijzeling, afpersing en zware mishandeling. Het rapcitaat was een opvallend moment, vertelt Kuijpers op de zolder van zijn advocatenkantoor in de Amsterdamse binnenstad. ‘Ik kan het me nog goed herinneren. De officier kon niet echt rappen, het klonk nergens naar zonder muziek.’ Glimlachend: ‘Mijn cliënt zat ook met zijn hand voor zijn gezicht.’

Kuijpers deed in de rechtszaal meteen zijn beklag. ‘Ik heb gezegd: wat zullen we nou krijgen, dat een liedje als bewijs van gijzeling gebruikt wordt? Ik had dat nog nooit gezien en vond het nogal ver gaan. De tekst had geen fluit te maken met de verdenking waarvoor Joey daar zat. Maar de officier kon het goed gebruiken. Zie je wel, hij is rijk, heeft zijn wijk onder de duim en spant jongens voor zijn karretje.’

VRIJ NEDERLAND VERNIEUWT

Er gaat veel veranderen bij Vrij Nederland. Zo gaan we de redactie uitbreiden, de website en het blad opnieuw vormgeven en ons meer richten op onze oorspronkelijke missie. Benieuwd? Lees hier meer!

internationale trend

Het voorval in de Amsterdamse rechtszaal past in een internationale trend. In Engeland speelden tussen 2020 en 2023 meer dan zeventig rechtszaken waarbij rapteksten werden ingezet als bewijs, volgens onderzoek van de Britse krant The Guardian. Een lopende zaak tegen de Amerikaanse rapper Young Thug riep internationaal controverse op wegens de centrale rol die zijn rapteksten kregen in de rechtszaal. Waarom zou een rapper zich tegenover een rechter moeten verantwoorden voor zijn kunst? Is dat geen ernstige inperking van artistieke vrijheid? En welke negatieve rapstereotypes spelen hier mee?

Young Thug (echte naam Jeffery Williams) groeide sinds zijn doorbraak in 2012 uit tot de bekendste vernieuwer van de hedendaagse hiphop. Totdat hij in mei 2022 werd opgepakt op verdenking van leidinggeven aan een criminele straatbende. In de rechtbank bleek al snel dat alles wat Thug in zijn muziek had gezegd tegen hem gebruikt kon worden. Video’s van aanklagers die zich in de rechtszaal met uitgestreken gezicht door Thugs abstracte straatjargon heen ploegen, zorgden voor vermaak onder rapfans en verontwaardiging vanuit de muziekindustrie. Het merendeel van de geciteerde tekstfragmenten bestond uit ogenschijnlijke algemeenheden als ‘Ready for war like I’m Russia’ of ‘I never killed anybody but I got something to do with that body’.

keiharde straatrap

In de zaak-Catanzaro wordt JoeyAK minder uitvoerig aangehaald. Het enige geciteerde tekstfragment is afkomstig uit het nummer ‘Blijf soldaat’, exemplarisch voor de keiharde straatrap waarmee JoeyAK naam maakte in de Nederlandse hiphop-scene. De raptekst wordt wel integraal opgenomen in het proces-verbaal. Kuijpers: ‘Het was geen hard bewijs, dat wist het OM ook wel. Meer een overtuigingsstuk om de strafmaat omhoog te krijgen. Je hebt wettelijk en overtuigend bewijs nodig, en daarom probeerde de officier Joey op te pompen tot een soort god. Maar dan een lelijke god.’

Steven Gilbers (32), hiphop-linguïst en docent Engelse taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen, volgt de rol van rapteksten in de zaken tegen Young Thug en JoeyAK met stijgende verbazing. Hij ziet een ontwikkeling die niet thuishoort in een democratische rechtsstaat. ‘Ik vind rapteksten in de rechtszaal heel gevaarlijk. Het is een directe aanval op de vrijheid van meningsuiting en expressie’, stelt Gilbers. ‘Teksten worden in deze zaken gebruikt als een soort beveiligingscamera’s. Alsof je de aanklacht ermee op beeld hebt. Dat is een fout, want het beeld is kunst.’ De zaak tegen JoeyAK is wat Gilbers betreft een goed voorbeeld. ‘De context is bij de geciteerde tekst helemaal weg. De artiest zegt gewoon dat hij de grote baas van zijn buurt is. Dat betekent niets, hij zet gewoon een karakter neer.’

Authenticiteit is een beginsel van hiphop. Rappers spelen een rol, hun teksten zijn fictie. De maatschappij moet beseffen dat hiphop kunst is.

Als hiphop-linguïst onderzocht Gilbers onder meer het werk van de in 1996 in Las Vegas doodgeschoten Amerikaanse raplegende Tupac Shakur. In de Young Thug-zaak herkent hij een diepgeworteld maatschappelijk onbegrip voor rap als muziekgenre. ‘Er heerst een fundamenteel misverstand onder mensen die zich niet daadwerkelijk hebben verdiept in hiphopcultuur: dat authenticiteit een kernbeginsel van hiphop is, betekent natuurlijk niet dat alles wat je zegt in je teksten waar is. Rappers spelen een rol, hun teksten zijn fictie. De maatschappij moet beseffen dat hiphop kunst en entertainment is.’

daderinformatie

Kuijpers kan zich daar deels in vinden. ‘Songteksten zijn vaak creatieve hersenspinsels en artistieke vrijheid moet heel ver kunnen gaan.’ Dat betekent volgens hem niet dat rapteksten geen rol kunnen hebben in een rechtszaak. ‘Als een rapper concrete daderinformatie in zijn teksten verwerkt, zal het OM dat gebruiken en heeft zijn advocaat wat uit te leggen aan de rechter. Een bekentenis in zingende of rijmvorm, telt ook. Het is gewoon dom om te doen, je brengt de zaak ermee aan het rollen. Als rappers dat nog niet wisten, weten ze het na Joey’s zaak wel.’ In maart werd JoeyAK veroordeeld tot vier jaar cel.

Kuijpers is niet bang dat Catanzaro als schrikbeeld zal leiden tot zelfcensuur in de hiphopscene. ‘Ik geloof niet dat het citaat een grote rol heeft gespeeld in de uiteindelijke veroordeling. Als Joey weer vrij is, gaat hij het echt niet over bloemetjes en bijtjes hebben, omdat hij bang is dat Justitie hem weer in de kraag vat. Je mag gewoon zingen over bendes, schietpartijen, moord en dat soort werk. Alleen is dat niet handig als je het ook echt gedaan hebt.’

Aan het begin van de zaak tegen Young Thug, verklaarde aanklager Fani Willis over de inzet van rapteksten: ‘Als jij besluit om je misdaden op een beat te bekennen, dan ga ik dat gebruiken.’ Volgens media-advocaat Michiel Coops geldt in Nederland ook dat bewijs in principe vormvrij is en het Nederlandse recht geen beperkingen stelt aan het opvoeren van kunstuitingen in strafzaken. ‘Bewijs is in Nederland in principe vormvrij. Je kunt uit elk gegeven bewijs destilleren, dus ook uit een muziektekst. Het zou bijzonder zijn als je een gepleegde misdaad heel specifiek beschrijft en je dat niet hoeft uit te leggen aan de rechtbank, omdat het muziek is.’

vooroordelen

Voor Gilbers maakt het niet zoveel uit of een tekst direct of ondersteunend bewijs vormt. Hij ziet een overkoepelend probleem waarbij rappers zichzelf continu moeten verantwoorden, omdat ze moeten opboksen tegen vooroordelen. Een blik op andere muziekgenres onthult volgens hem de dubbele standaard waar hiphop onder lijdt. ‘Als je de moorden in de muziek van Johnny Cash gaat optellen, heb je aan twee handen echt niet genoeg. Maar als het wordt gerapt, nemen we het serieus.’ De linguïst heeft ook wel een idee hoe dat verschil te verklaren valt. ‘Ik denk dat er een racistische ondertoon in zit. We vinden dit soort teksten geloofwaardiger bij minderheden dan bij witte mensen. Dat is natuurlijk heel pijnlijk en kwalijk.’

Uit eigen ervaring weet Gilbers hoe Justitie soms worstelt met het interpreteren en ontcijferen van rapteksten. ‘Ik werd vijf jaar geleden gemaild door de rechter-commissaris van de rechtbank Midden-Nederland met de vraag of ik als hiphoplinguïst een bepaalde rapvideo kon analyseren. Eigenlijk was de vraag: wat betekenen al die gebaren en woorden?’ Het sterkte hem in de overtuiging dat Justitie de benodigde kennis ontbeert om rapteksten juist te kunnen duiden. ‘Je zou hopen dat er binnen het OM mensen zijn die wat meer feel hebben met de cultuur. Het verzoek suggereert een kloof en ik heb er dan ook vriendelijk voor bedankt. Wie er uiteindelijk ook aan heeft meegewerkt, heeft geloofwaardigheid verleend aan een zorgwekkende ontwikkeling.’ Coops ziet er minder kwaad in. ‘Het inhuren van een derde partij die jouw standpunt verder onderbouwt, is in zijn algemeenheid geen zorgwekkende ontwikkeling.’

tegenreactie

Aangewakkerd door de ophef rondom de zaak tegen Young Thug is er in de VS een tegenreactie op gang gekomen. In 2022 schaarde een groep bekende artiesten onder aanvoering van rapgigant Jay-Z zich achter een wetsvoorstel genaamd ‘Rap Music on Trial’, dat het gebruik van rapteksten in New Yorkse rechtszalen aan banden zou moeten leggen. Met dit voorstel zou een raptekst pas als bewijs worden toegestaan als aanklagers de jury ervan weten te overtuigen dat deze in plaats van figuurlijk, letterlijk genomen moet worden. Een vergelijkbaar rechtsvoorstel is in Californië inmiddels aangenomen.

Als je de moorden in de muziek van Johnny Cash optelt, heb je aan twee handen niet genoeg. Maar als het wordt gerapt, dan nemen we het serieus.

Kuijpers acht het in Nederland niet noodzakelijk. Hij vertrouwt op de rechter als poortwachter van de artistieke vrijheid. ‘We hebben hier geen wet nodig die zegt dat je nooit rapteksten mag gebruiken als die niet direct te maken hebben met de verdenking. Dit is een heel vrij land en Nederlandse rechters zijn nuchter. Als een tekst geen relevantie heeft voor de zaak, wuiven ze het weg.’ Ook Coops ziet geen aanleiding voor hervorming. ‘Het feit dat een raptekst als ondersteunend bewijs kan dienen, zegt verder niets over de beoordeling daarvan door een rechter die zo’n tekst naast zich neer kan leggen omdat dit bewijs onvoldoende overtuigend is of gewoon irrelevant.’ Daarnaast stelt de media-advocaat dat rechtszaken met rapteksten als ondersteunend bewijs, zoals die van Young Thug en JoeyAK, in Nederland nog relatief zeldzaam zijn.

Gilbers zou wel graag een Nederlandse variant van ‘Rap Music on Trial’ zien, maar is pessimistisch. ‘Zeker met de regering die er nu komt. Geen politicus maakt zich hier boos over, omdat het vaak witte mensen zijn die niets hebben met rap. Ik heb het vermoeden dat dat wel anders zou zijn als het bij wijze van spreken om Nick en Simon zou gaan.’ Het is volgens hem aan artiesten en maatschappelijke partijen om zich net zoals in de VS te verenigen. ‘Muzieklabels en grote partijen die zich met cultuur bezighouden zouden hierop moeten ageren. Nu gaat het nog om rap, maar het is een glijdende schaal. Het gaat uiteindelijk ook om literatuur, rock en theater. Dit heeft niets met rechts of links te maken; iedereen die gelooft in een rechtsstaat zou ertegen moeten zijn dat kunstuitingen worden gebruikt als bewijs.’