Aan Otto von Bismarck, de IJzeren Kanselier, wordt wel de uitspraak toegeschreven dat wetten net worsten zijn: je kan er maar beter niet bij zijn als ze gemaakt worden. Het zou zomaar kunnen dat Wopke Hoekstra aan die woorden heeft gedacht toen de Tweede Kamer hem onder druk zette om afgelopen week een samenwerkingsovereenkomst met Marokko openbaar te maken. In het ‘actieplan’ dat al een jaar geleden werd opgesteld, is onder meer afgesproken dat er zal worden gewerkt aan een uitleveringsverdrag, dat er verder zal worden onderhandeld over de hoogte van uitkeringen van Nederlanders in Marokko en dat de culturele banden zullen worden versterkt. Ook kwamen de landen overeen ‘de samenwerking en coördinatie op het terrein van migratie te verbeteren’.
Dat laatste was uiteraard de crux: al vele jaren weigert de Marokkaanse regering mee te werken aan de terugkeer van Marokkanen die als asielzoeker door Nederland zijn afgewezen. Al die tijd groeit de frustratie hier te lande over de overlast door ‘veiligelanders’ in en rond asielzoekerscentra: migranten uit ‘veilige landen’ als Marokko die geen reële kans hebben op een verblijfsvergunning, maar toch – en soms herhaaldelijk – asiel blijven aanvragen, vervolgens niet kunnen worden teruggestuurd, en bovendien steeds vaker voor problemen zorgen.
Ankie Broekers-Knol, de niet zo heel diplomatieke staatssecretaris van Justitie in het vorige kabinet, kan erover meepraten. In 2019 verklaarde de VVD-politica pardoes in de Tweede Kamer dat ze van Buitenlandse Zaken had gehoord dat de Marokkaanse regering haar weigerde te ontvangen om over de terugkeer te praten – waarna zelfs de Marokkaanse ambassadeur in Nederland op het laatste moment een afspraak met de staatssecretaris afzegde: een diplomatieke schoffering.
Dit alles nadat Stef Blok als minister van Buitenlandse Zaken in 2018 had verklaard dat de straffen van protestleiders in het Rifgebergte ‘aan de hoge kant waren’, tot woede van Rabat. Wat op de achtergrond ook niet hielp is dat Lodewijk Asscher als minister van Sociale Zaken in 2014 had aangekondigd dat er flink zou worden gekort op de uitkeringen van geremigreerde Marokkaanse Nederlanders om ze in overeenstemming te brengen met het ‘levenspeil’ aldaar. In de nadagen van zijn ministerschap moest Blok samen met zijn collega Sigrid Kaag van ontwikkelingssamenwerking zien te lijmen wat er te lijmen viel.
blaren op de tong
Zo kon het gebeuren dat Wopke Hoekstra zich vorig jaar als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken de blaren op de tong moest praten om de verhoudingen met Rabat te herstellen en de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers weer op gang te brengen – met het ‘actieplan’ in de binnenzak. Opeens werd Nederland voor het eerst in jaren weer genoemd in het rijtje ‘bevriende landen’ in de jaarlijkse toespraak van de Marokkaanse koning Mohammed VI op Onafhankelijkheidsdag, en zaten Wopke Hoekstra en zijn Marokkaanse collega Nasser Bourita in september broederlijk naast elkaar bij de jaarvergadering van de Verenigde Naties. En zo kon het gebeuren dat de Raad van State in oktober oordeelde dat uitgeprocedeerde asielzoekers uit Marokko weer vastgezet mochten worden, omdat er zicht was op uitzetting ‘binnen een redelijke termijn’.
Hoekstra had de precieze tekst van de deal graag geheim gehouden – ‘We zijn diplomatiek overeengekomen dat we dat soort documenten niet op straat gooien’ – en afgelopen week bleek waarom: het woord ‘mensenrechten’, waar eerdere bewindslieden de mond van vol hadden in relatie tot Marokko, komt in de gehele tekst geen enkele keer voor, maar wel de afspraak dat beide landen zich niet in elkaars ‘binnenlandse aangelegenheden’ zullen mengen. Lees: de sluimerende protestbeweging in de Rif, het lot van politieke gevangenen, de omstreden aanspraken op de Westelijke Sahara.
Geen wonder dus dat de linkse oppositie in de Tweede Kamer er meteen bovenop sprong: ‘Een onthutsende capitulatie,’ riep Tom van der Lee van GroenLinks. ‘We doen concessies aan een autocratisch bestuurd land, zonder dat er iets concreets tegenover staat.’
Goede relaties – zelfs met regimes waar van alles op aan te merken is – kunnen op den duur een stuk effectiever zijn dan roepen vanaf de zijlijn.
‘NL wil goede relatie met Marokko zodat afgewezen asielzoekers worden teruggenomen,’ twitterde Kati Piri van de PvdA. ‘Maar tegen welke prijs?’
Je zou kunnen zeggen: schandelijk dat Nederland de mensenrechten in de kou zet, in ruil voor een terugkeerdeal op de korte baan. Maar je zou ook kunnen vaststellen dat de getuigenispolitiek van de voorgaande jaren misschien goed voelde, maar geen enkel effect heeft gehad.
Toen Wopke Hoekstra er aan het begin van deze kabinetsperiode voor koos minister van Buitenlandse Zaken te worden, wekte dat wrevel binnen het CDA. Hoe kon hij zijn zieltogende partij weer op de rails krijgen als hij continu in het vliegtuig zat naar verre buitenlanden? Maar als een echte verrassing kwam zijn keuze niet. Als minister van Financiën had Hoekstra al zichtbaar plezier in zijn internationale bezigheden, zoals ikzelf kon noteren toen ik voor Vrij Nederland met hem op pad ging naar Berlijn en Washington. Als minister van Buitenlandse Zaken laat Hoekstra in ieder geval zien dat hij weet hoe internationale politiek werkt: goede relaties – zelfs met regimes waar van alles op aan te merken is – kunnen op den duur een stuk effectiever zijn dan roepen vanaf de zijlijn.
Ook daar had Otto von Bismarck een uitdrukking voor: politiek is de kunst van het mogelijke.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.