‘Ik ben niet heel trots, zeg ik maar eerlijk, op alles wat ik teruglees in die notulen,’ sprak Mark Rutte deze week tijdens het debat over de vrijgegeven notulen van de ministerraad. De reactie van de demissionaire premier kwam nadat RTL Nieuws had onthuld dat het kabinet volgens geheime notulen van de ministerraad de Kamer doelbewust informatie zou hebben onthouden tijdens de Toeslagenaffaire, en bovendien steen en been zou hebben geklaagd over kritische Kamerleden als Pieter Omtzigt en Helma Lodders van de coalitiepartijen CDA en VVD.

Na een barrage van kritiek uit de Tweede Kamer – Farid Azarkan van DENK kwam al in de eerste minuten van het debat met een motie van wantrouwen en Geert Wilders omschreef het kabinet als een ‘politieke maffiabende’ die onmiddellijk naar huis moest worden gestuurd – noemde Rutte het bespreken van individuele Kamerleden in de wekelijkse vergadering van het kabinet ‘ongepast’ en beloofde hij de Kamer voortaan beter te informeren.

Heel overtuigend klonk de oefening in nederigheid niet, al was het maar omdat Rutte stellig bleef ontkennen dat het kabinet de Kamer doelbewust onvoldoende had geïnformeerd.

Maar heel overtuigend klonk de oefening in nederigheid niet, al was het maar omdat Rutte stellig bleef ontkennen dat het kabinet de Kamer doelbewust onvoldoende had geïnformeerd, en al helemaal dat er politieke motieven zouden hebben meegespeeld. Het woordje ‘ongepast’ was ook precíes de uitdrukking die verschillende woordvoerders van de coalitiepartijen, onder wie Ruttes vroegere politiek assistent Sophie Hermans (tevens de zus van zijn huidige p.a. Carolien) eerder in het debat óók al hadden gebruikt: het had alle schijn van afgesproken werk om de gemoederen in de Kamer te bedaren en de formatie weer vlot te trekken.

Bovendien werd er afgelopen week in kabinetskringen nog heel anders gesproken over de woedende kritiek in de Kamer en de media. In de wandelgangen hoorde ik verschillende bewindslieden de term ‘hypocriet’ gebruiken: dat er in de ministerraad over de houding van Kamerleden van de coalitiepartijen wordt gesproken zou volkomen normaal zijn in dit coalitieland, en dat zou de gehele Kamer dondersgoed weten. Vooral de openlijke aanval op de integriteit van de ministersploeg was menig bewindspersoon in het verkeerde keelgat geschoten: ja, er waren fouten gemaakt, maar met de intenties was niets mis geweest.

precedentwerking

Afgelopen maandag al verscheen Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken, in Op1 om zijn verhaal te doen. Zichtbaar geëmotioneerd verklaarde hij dat het kabinet de kritische parlementariërs niet bewust heeft tegengewerkt, en dat de gesprekken met de ‘activistische Kamerleden,’ zoals hij ze volgens de notulen had genoemd, alleen maar waren bedoeld om nodeloze beschadiging van D66-staatssecretaris Menno Snel en van individuele ambtenaren van de Belastingdienst te voorkomen, en een oplossing voor de Toeslagenaffaire dichterbij te brengen.

Maar hoezeer het ook te waarderen is dat een minister de woede in de Kamer en de media durft te trotseren: er bleef toch een kiezeltje steken in de schoen. Want ook tijdens het Kamerdebat bleef het kabinet heen draaien om één van de grootste problemen in de Toeslagenaffaire, namelijk de onverbeterlijke neiging van de Belastingdienst om ‘precedentwerking’ tegen te gaan. Zoals ook al bleek uit het rapport van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag werden gedupeerde ouders in de Toeslagenaffaire systematisch door het Belastingdienst het bos ingestuurd, om te voorkomen dat ándere gedupeerden rechten zouden ontlenen aan toegekende schadeclaims.

Zo gaat het al decennia op vrijwel alle ministeries die met klachten van burgers te doen krijgen: om lastige kwesties klein te houden moet precedentwerking koste wat het kost worden voorkomen. Zo duurde het tot eind jaren negentig voor joodse oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden van de overheid een ‘tegemoetkoming’ kregen, zo moesten de overlevenden van het bloedbad in het Javaanse dorp Rawagade in 1947 tot 2011 wachten op een schadevergoeding van de Nederlandse Staat, en zo procedeert de IND steevast tot aan de Raad van State om te voorkomen dat ‘schrijnende gevallen’ onder de asielzoekers hun recht kunnen halen. Het zijn treurigstemmende voorbeelden van Hollandse krentenwegerij.

Zelfs op de dertigduizend euro schadevergoeding die het kabinet vóór 1 mei had beloofd, moet de helft van de gedupeerden nog wachten.

En laat dat nou precies zijn waar het kabinet volgens de veelbesproken notulen tijdens het Toeslagenschandaal op heeft gehamerd. Niet alleen Menno Snel, als staatssecretaris verantwoordelijk voor de afhandeling van de Toeslagenaffaire, stelde dat moest worden gepoogd ‘precedentwerking richting andere dossiers zoveel mogelijk te beperken,’ ook Wouter Koolmees kon zich volledig vinden in de aanpak van zijn D66-collega, en betoogde dat ‘precedentwerking zoveel mogelijk dient te worden voorkomen’.

Zo werd de Belastingdienst vanuit het kabinet eenstemmig aangespoord om schadeclaims zo klein mogelijk te houden, want stel je voor dat ook ándere gedupeerden hun recht kunnen halen – waardoor tienduizenden onschuldige burgers in zware schulden bleven steken. Zelfs op de dertigduizend euro schadevergoeding die het kabinet vóór 1 mei had beloofd, moet de helft van de gedupeerden nog wachten.

En zo moest ik weer denken aan de splinter en de balk: wie anderen hypocrisie verwijt, zou misschien eerst bij zichzelf te rade moeten gaan.