Als politiek Den Haag in de aanloop naar Prinsjesdag niet druk bezig was geweest met de zorgen over de energierekening en de nieuwe onthulling in de Volkskrant over Sywert van Lienden, die op een geheime bandopname heeft uitgeroepen dat hij en zijn partners ‘gillend rijk’ zouden worden van de mondkapjesdeal, was ongetwijfeld de rel van de week geweest dat de VVD zich op de valreep verzet tegen de woonplannen van Hugo de Jonge.

Nadat de onvermoeibare minister voor Volkshuisvesting zijn voorstellen al naar de Tweede Kamer had gestuurd, kwam coalitiepartner VVD opeens in het geweer tegen een belangrijk onderdeel: het idee om ook bestaande koopwoningen door gemeenten te laten toewijzen aan eigen inwoners. Als het aan De Jonge ligt kunnen gemeenten straks niet alleen huurwoningen bestemmen voor bijzondere groepen als leraren, verpleegkundigen, politieagenten en eigen inwoners, maar ook nieuwe én bestaande koopwoningen. Zo hoopt De Jonge de leefbaarheid en de sociale samenhang in stand te houden in steden en dorpen.

Maar het toewijzen van bestaande koopwoningen is zo’n grove inbreuk op de vrije markt en het eigendomsrecht en bovendien zo moeilijk uitvoerbaar, dat de VVD het op de valreep niet te verteren vindt. Je zou kunnen zeggen: dat is nou de nieuwe bestuurscultuur, coalitiepartners vechten hun plannen uit waar het hoort, in het parlement. Je kan ook denken: praten ze in deze liefdeloze coalitie nog wel met elkaar, voor ze hun plannen naar de Kamer sturen?

Hoe dan ook is de grote vraag of De Jonge alsnog een meerderheid voor zijn plan weet te vinden, bijvoorbeeld met de progressieve oppositiepartijen. Ook als die meerderheid er komt, lijkt het me een mislukking in de dop. Hoe stelt de minister het zich voor? Waarom zou je je huis niet onderhands mogen verkopen aan een familielid, een vriend of wie dan ook van buiten de gemeente? En wie gaat dat controleren?

er zij licht, en er is licht

Een groter probleem is een ander sympathiek maar ondoordacht plan van de minister: de regulering van de middenhuur. Volgens de woonplannen van De Jonge wordt de beschermde huur opgetrokken naar woningen met een huur rond de 1100 euro, om exorbitante huurprijzen tegen te gaan. Dat klinkt mooi, maar het onbedoelde gevolg is dat tal van grote woningbouwprojecten alleen door de aankondiging van de plannen stil zijn komen te liggen.

Er mogen straks nog maar weinig dure huurappartementen worden gebouwd om de kosten van sociale huurappartementen te compenseren. Gevolg: grote beleggers, die doorgaans een marge van rond de vier procent winst moeten halen, haken af. Daarvan zou je natuurlijk kunnen zeggen: good riddance, ga je dure appartementen dan maar lekker bouwen in het buitenland. Maar de treurige conclusie is: als er niet meer gebouwd wordt, zijn ook de mensen met de lagere inkomens de pineut.

Hugo de Jonge ging al als wethouder en vervolgens als coronaminister te werk volgens wat hij de ‘Genesis I-strategie’ noemt, zoals Peter Kee en ik in ons boek Code Rood beschreven: ‘Zeg: er zij licht, en er is licht.’ Met andere woorden: stel hoge doelen, anders gebeurt er niks. Die strategie kan prachtig werken om de bureaucratie in dit overgereguleerde land in beweging te brengen. In eerste instantie waren projectontwikkelaars en bouwers ook zeer te spreken over de voortvarendheid waarmee Hugo de Jonge in de volkshuisvesting aan het werk is gegaan. Maar soms pakt het dus ongelukkig uit.

‘Ik zou haast zeggen: laat Hugo de Jonge jeugdbescherming erbij doen, met zijn Genesis I-strategie. Dan gebeurt er tenminste wat.’

Toch dacht ik van de week: waren er maar meer onvermoeibare ministers als Hugo de Jonge. Nadat een onderzoekscommissie onder leiding van hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning vorige week de schrijnende situatie in de jeugdbescherming aan de kaak had gesteld en vervolgens de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Jeugd hadden opgeroepen tot een ‘crisisaanpak’ omdat de overheid stelselmatig faalt in het beschermen van kwetsbare kinderen, kwamen minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind en staatssecretaris van Volksgezondheid Maarten van Ooijen met een Kamerbrief waarin ze de noodzaak van een nieuwe aanpak van de hand wezen. Er worden enkele tientallen miljoenen vrijgemaakt, onder andere voor ‘caseloadverlaging’ en een ‘zij-instroomregeling’ (terwijl het kabinet intussen een slordige 50 miljoen op de jeugdzorg bezuinigt). Daarnaast willen de bewindslieden ‘proeftuinen doorontwikkelen’ waarin informatie met andere hulpverleners beter wordt gedeeld. Dat was het zo ongeveer.

Terwijl duizenden kinderen in de ellende zitten, in de steek gelaten door de overheid, kwamen de twee bewindslieden met de volgende zin:

‘Tegelijkertijd noodzaakt de actuele problematiek in de huidige jeugdbescherming ons om te focussen en daarom moeten proeftuinen en de acties van het programma die zien op beleidsontwikkeling, onderzoek en de ondersteuning van de proeftuinen als eerste gericht zijn en zo veel mogelijk effect hebben op verbetering in de kind- en gezinsbescherming gezien de problematiek in de huidige jeugdbeschermingsketen, waarbij wij ons realiseren dat de brede blik op volwassenen problematiek en het daardoor ontwikkelde instrumentarium juist kan bijdragen aan de oplossing van de problematiek van ouders in een gezin evenals het voorkomen van de intergenerationele overdracht van de problematiek.’

Bent u daar nog? Ik zou haast zeggen: laat Hugo de Jonge jeugdbescherming erbij doen, met zijn Genesis I-strategie. Dan gebeurt er tenminste wat.