De filosofie van de rode draad zegt dat in een leven altijd een lijn is te ontdekken waaraan beslissingen, ontwikkelingen en gebeurtenissen zich met een zekere innerlijke logica hechten. Iemand die van zijn geloof is gevallen zal daarna, ondanks neigingen en verleidingen, niet meer in een geloof stappen. Iemand die altijd eindeloos aarzelt om avontuurlijke stappen te zetten zal, als hij ze eenmaal heeft gezet, volgens hetzelfde patroon gaan leven.
Zo zou er ook een rode draad kunnen zitten in de geschiedenis van een krant: dat de liberale signatuur van de krant steeds twee bondgenoten zoekt: bij het gematigde conservatisme én bij degenen die juist uit knellende banden willen breken via frivoliteit, emotionaliteit en een beetje wildheid. Zoals NRC Handelsblad.
verhouding ernst luchtigheid
John Kroon eindigt de inleiding van Slijpen aan de geest, zijn boek over vijftig jaar NRC Handelsblad, uitdrukkelijk met de mededeling dat men vergeefs zal zoeken naar een rode draad. Althans, een andere dan dat de krant ‘altijd bezig was zich aan de tijdgeest aan te passen met als onwrikbaar uitgangspunt de lezers zo goed mogelijk te bedienen met haar kerntaak: het brengen van nieuws en achtergronden voor een publiek dat, zoals in de beginselen van NRC Handelsblad staat, bereid is na te denken.’
Het werd door de redactie niet altijd begrepen dat de ernst van NRC Handelsblad al frivool genoeg was.
Het is misschien ook niet aan de biograaf om zo’n rode draad te signaleren, uit angst om iets vast te leggen dat liever los wil hangen. Maar een buitenstaander kan het niet zijn ontgaan dat NRC Handelsblad lange tijd met enige stijl heeft geworsteld met de verhouding tussen ernst en luchtigheid.
Ernst ging de krant altijd beter af dan omgaan met de ontspannen kanten van het bestaan. Daarvan werd de juiste maat niet altijd gevonden. Denk aan de vele malen dat men een enigszins luxe kleurenbijlage heeft proberen te maken, met M, met Focus, met Deluxe en Het Blad: bladen die het aura van advertentiefuik voor dure merken niet wisten af te schudden. Het ging uiteindelijk mis omdat de sfeer van de glossy’s zich toch te veel opdrong. Dat voelde niet goed.
Het werd door de redactie niet altijd begrepen dat de ernst van NRC Handelsblad al frivool genoeg was. Die toon van ernst met iets relativerends kwam van André Spoor, in 1970 de eerste hoofdredacteur van de krant die ontstond uit een fusie tussen de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad. De ziel van het Algemeen Handelsblad waar Spoor vandaan kwam, was veel meer bij de tijd dan die van de NRC, die bepaald conservatief was, maar dan wel in de zin van commentator J.L. Heldring.
Spoor had het internationaal journalistiek niveau voor ogen van Le Monde, Die Welt en The New York Times, ‘kwaliteitsjournalistiek’ waarin een zekere lichtheid onproblematisch was geïntegreerd. Het werden twee zielen in één krant, zoals Henk Hofland zei. De Handelsblad-redacteuren zagen hun Rotterdamse collega’s volgens Spoor als ambtenaren die de hoofdletters in de van persbureau’s afkomstige kopij van streepjes voorzagen en met hun andere hand een boterham uit een trommeltje aten. De Rotterdamse redacteuren vonden de Handelsblad-collega’s op hun beurt ‘een stel lorren die de hele dag in de kroeg hangen en achter de meiden aan zitten. Beiden typeringen waren niet helemaal onjuist’, vond Spoor.
ratten over de bureaus
Een krant is niet alleen tekst, foto’s, illustraties en advertenties, maar ook een bedrijf met een uitgever. Ook die kanten heeft Kroon op een natuurlijke manier in zijn relaas verwerkt. Wie gaf NRC Handelsblad uit, wie wilde het graag uitgeven, wie ging het uitgeven en hoeveel commotie gaf dat niet binnen de redactie en directies.
Kroon gaat ook de hoofdredacteuren langs, een functie binnen de redactie die niet altijd begeerd werd. Na goed tien jaar Spoor kwam de ironische Wout Woltz, gevolgd door de zakelijke Ben Knapen, de jurist Folkert Jensma, de zorgvuldige Birgit Donker, de harde Peter Vandermeersch en de in 2019 voor rust zorgende René Moerland.
Ook de huisvesting komt aan de orde: de ratten die over de Rotterdamse bureaus liepen, de onwil om naar de periferie van Rotterdam te verhuizen en de uitkomst uiteindelijk door interventie van burgemeester Eberhard van der Laan: de verhuizing naar het Rokin in Amsterdam.
En alle zaken die tegen de krant werden aangespannen bij de Raad voor de Journalistiek, maar door de krant meestal werden gewonnen. De duurzame columnisten krijgen een aparte behandeling: Henk Hofland/S. Montag, Frits Abrahams, Marjoleine de Vos, J.L. Heldring en de door alle roeien en ruiten gaande Youp van ‘t Hek (elf pagina’s).
prikkelend intellectuel gehalte
Het Cultureel Supplement was vanaf het begin een bepalend onderdeel, bedacht en geredigeerd door K.L. Poll. Ondanks zijn enigszins stijve persoonlijkheid was hij flexibel genoeg om van het Supplement een aantrekkelijke bijlage te maken, een onderdeel van de krant waar op vrijdag met een zekere gretigheid naar uit werd gekeken, vele jaren niet in het minst vanwege de bijdragen van Rudy Kousbroek.
John Kroon heeft het wat te summier over Kousbroek. Die zorgde voor het prikkelende intellectuele gehalte van de krant door regelmatig met onderwerpen te komen waar discussie over ontstond. Hij maakte voortdurend iets los. Het Cultureel Supplement splitste zich uiteindelijk af, waardoor het aparte katern Boeken ontstond. Dat is het minst avontuurlijke deel van de krant geworden. Het wordt verstikt door het vaste stramien waarin de stukken elke week worden gegoten.
eenvoudiger en luchtiger
NRC Handelsblad werd al snel een krant die ‘lol kreeg in primeurs’ en waarin de nieuwe journalistieke genres tot hun recht wilden komen: onderzoek, reportage, interview, achtergrond, veel achtergrond. Gezichtsbepalend bleven opinie en debat. ‘Elitekrant’ werd wel als een geuzennaam opgevat, maar toch zocht de krant regelmatig naar manieren om ook eenvoudiger en luchtiger te zijn.
In 2003 moest daar de bijlage Leven &cetera in voorzien, geïntroduceerd voor stukken over vrijetijdsbesteding en lifestyle: ‘voor de ontspannen kanten van het bestaan’: koken, wandelen, dvd’s, televisie. Hofland vroeg zich meteen af of het niet te lichtvoetig werd, Hubert Smeets irriteerde zich eraan, Jan Blokker vond het RTL Boulevard-achtig.
Tot dezelfde terugkerende aanvechting om iets tegen de ernst te doen behoorde in 1983 Wout Woltz’ bereidheid om NRC Handelsblad ‘emotioneler te maken’. In die geest ging Vandermeersch later minder zachtzinnig te werk als hoofdredacteur. Na drie weken in functie te zijn geweest hing hij een papier op met vijftien redactionele kritiekpunten. Aan de hand daarvan kon de redactie zich dagelijks wakker schrikken. NRC Handelsblad moest voortaan van het hoofd, het hart ‘en soms van de buik zijn.’
hang naar emotie
In 2012 vroeg Peter Vandermeersch: ‘Hoe emotioneel mag een krant zijn?’ en gaf zelf het antwoord: ‘We moeten aanklagen als dat moet. Het J’accuse van Zola moet ook op onze voorpagina. We mogen onze frustratie en onmacht uitschreeuwen.’ Dat was, schrijft Kroon nog steeds lichtelijk geschokt, ‘onmiskenbaar een breuk met het soort krant dat NRC Handelsblad al die jaren had willen zijn. Een krant waar distinctie de voorkeur kreeg boven emotie. Waar actiejournalistiek taboe was.’
Deze hang naar emotie leidde volgens Kroon soms ‘tot ontsporing’ in de krant, zoals in 2010 toen NRC Handelsblad op de voorpagina over zes kolommen met een forse foto schreef: ‘Zelfmoord acteur Antonie Kamerling’.
Politiek gezien heeft NRC Handelsblad in die vijftig jaar altijd in het beweeglijke liberale midden gestaan.
Iemand zoals ik die NRC Handelsblad vijftig jaar heeft gelezen krijgt in Slijpen aan de geest veel onverwachte achtergrond te lezen. Ruzies, strubbelingen, conflicten, animositeit, jaloezie, hooggestemde plannen. Het is het relaas van een onafgebroken worsteling van redacteuren onderling, met lezers, met directies, met redactiecommissies, met humeuren en temperamenten. Het ging om journalistieke, zakelijke, morele, politieke en culturele principes, door Kroon verteld met de nodige sprekende anekdotes en archiefstukken.
Ondertussen werd toch elke dag een krant gemaakt waar lezers en abonnees (oplage samen met nrc.next is 255.000) vooral naar uitkeken omdat er nogal wat interessante geesten in schreven. Redacteuren vormen de solide ondergrond, maar die interessante geesten zijn en waren de magneten van de krant: Ian Buruma, K. Schippers, Gerrit Komrij, Maarten ‘t Hart, Luuk van Middelaar, H.L. Wesseling, Abram de Swaan, Rita Kohnstamm, Paul Scheffer, Bas Heijne, Arnold Heumakers, Geert Mak, Beatrijs Ritsema, Louise Fresco, Adriaan van Dis, Joël Broekaert, Tommy Wieringa, Karel Knip, Maxim Februari, Arnon Grunberg, Kamagurka, Siegfried Woldhek en Cyprian Koscielniak.
salonpopulisten
Politiek gezien heeft NRC Handelsblad in die vijftig jaar altijd in het beweeglijke liberale midden gestaan, met progressieve uitstapjes en rechtse uitschieters. Een niet meteen opgemerkte neiging naar links werd al snel gecompenseerd met het aanstellen van een columnist met rechtse tentakels, zoals Afshin Ellian. Of zelfs met de PVV’er Martin Bosma, om maar niet te spreken van Thierry Baudet. Pim Fortuyn zou door NRC Handelsblad ‘gedemoniseerd’ zijn. Externe deskundigen bogen zich daar over. Dat Hofland Fortuyn consequent ‘een rare kwibus’ had genoemd kon geen demonisering worden genoemd.
Wel erkende de krant zelf dat door Fortuyn gesignaleerde misstanden niet waren opgemerkt, een vorm van zelfkritiek die de krant zich intern en extern wel vaker permitteerde. Redacteur Pieter van Os noemde een heel reeksje NRC-columnisten ‘salonpopulisten’ omdat ze voortdurend afgaven op ‘de politiek’, en de Tweede Kamer ‘de deurmat van de politiek’ werd genoemd (door Bas Heijne).
Dat de krant altijd een meneer moest zijn werd door de aanstelling van Brigit Donker doorbroken, maar wat is NRC Handelsblad voor iemand geworden? Is het nog de keurige bohémien die het met André Spoor was? Daar werd door de ruwe Peter Vandermeersch mee afgerekend. Met René Moerland is hij niet terug, maar allerminst achter de horizon verdwenen.
Is de krant nog identiek met de welgestelde, leidinggevende en denkende lezer die zich in de culturele voorhoede bevindt? NRC Handelsblad is zo veelzijdig geworden (zes katernen op zaterdag) dat enige fragmentatie en identiteitsverlies onvermijdelijk is. Het ruwe leven van de eenentwintigste eeuw heeft zich vanzelf opgedrongen. De harde realiteit komt gewoon de krant binnen, daar helpt geen distinctie tegen.
Slijpen aan de geest. Vijftig jaar NRC Handelsblad door John Kroon is uitgegeven door Prometheus.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.