Dit verhaal is ook te beluisteren, met dank aan Blendle.

De afgelopen jaren heb ik me verbaasd over de groeiende aanwezigheid van het woord ‘ras’ in het publieke debat. En ik moet zeggen dat ik er niet aan kan wennen. In de slipstream van het antiracismedebat wordt dit woord, de vertaling van het Engelse race, steeds vaker gebruikt voor de classificatie van groepen. Mijn ongemak heeft te maken met de vermeend onproblematische vertaling. Soms gaat er iets verloren in een vertaling, soms zijn woorden haast onvertaalbaar.

Wat mij bevreemdt, is dat er net wordt gedaan alsof de woorden race en ‘ras’ aan elkaar gelijk zijn. Maar als we naar de context kijken waarin deze woorden verankerd zijn, dan lijkt het eerder om homoniemen te gaan: één woord met verschillende betekenissen, zoals ‘bank’ voor zitmeubel en geldinstituut.

‘Ras’ staat voor twee verschillende – ja, tegenstrijdige – ideeën: de veronderstelling van natuurlijke, genetische verschillen die identiteiten fixeren én het idee dat identiteiten sociaal en dynamisch zijn, dus aan veranderingen onderhevig.

Het woord ‘ras’ zoals we dat in het verleden in Nederland en Europa hebben gebruikt, stond voornamelijk voor biologische verschillen. Het refereerde aan de erfenis van de raciale wetenschappen. Een project dat wortel schoot tijdens de Verlichting, want de enorme diversiteit van de mens moest, net als die van alle andere levende organismen, geordend en geclassificeerd worden.

Deze racistische wetenschap, waarbij vermeend biologische verschillen verknoopt raakten met ideeën van inferioriteit en superioriteit, droeg bij aan praktijken van uitbuiting, onderdrukking en geweld in de kolonies.

De eerste die ras als criterium van onderscheid introduceerde, was de Franse arts François Bernier. Hij kon de mensheid op deze manier netjes in vier rassen opdelen, maar hij zag zowel biologische als omgevingsfactoren als oorzaak voor de zichtbare verschillen.

Werkpaardje

Voor Bernier en zijn zeventiende-eeuwse collega’s stond de ene groep niet per se hoger dan de andere. Het verbinden van vermeende raciale verschillen aan een hiërarchische orde ontwikkelde zich met de strijd over slavernij en de hoogtij van het kolonialisme. De verre reizen die wetenschappers dankzij het kolonialisme en de bijbehorende expedities konden maken, leverden een mer à boire aan materiaal over diversiteit waar wetenschappers hun kennis en fantasieën over raciale verschillen op los konden laten. ‘Ras’ werd zo het werkpaardje van de moderne anatomie en de fysische antropologie. Of zoals de Schotse negentiende-eeuwse anatoom Robert Knox het stelde: ‘race is everything’.

Deze racistische wetenschap, waarbij vermeend biologische verschillen verknoopt raakten met ideeën van inferioriteit en superioriteit, droeg bij aan praktijken van uitbuiting, onderdrukking en geweld in de kolonies, maar ook aan de ontwikkeling van de zogenoemde eugenetica ‘thuis’, in Europa en de Amerika’s. De eugenetica, oftewel het verbeteren van de kwaliteit van de bevolking middels biologie en selectie, ging van de wettelijk voorgeschreven dwangsterilisatie in verschillende landen, de VS in het bijzonder, tot het uitmoorden van groepen mensen die als minderwaardig werden gezien in nazi-Duitsland.

Lees ookHet gevaar van het woord ras: 'Mensen gaan weer denken dat het echt iets is'17 juli 2021
Geen wetenschappelijk bewijs

Om af te rekenen met de pseudowetenschappelijke legitimatie van discriminatie en geweld heeft de Unesco in 1951 de Unesco declaration on race gepubliceerd. Een studie waaruit bleek dat ondanks de miljoenen lichamen en schedels die gemeten zijn en de bibliotheken die zijn volgeschreven, er geen wetenschappelijk bewijs was voor het bestaan van zoiets als ras.

De problematische geschiedenis van ‘ras’ en het racisme werd, onder meer binnen de burgerrechtenbeweging, in de ogen gekeken en tot onderdeel gemaakt van emancipatoire bewegingen.

Terwijl deze conclusie in de schaduw van de Holocaust in Europa heeft geleid tot het taboeïseren van ‘ras’, werd het benoemen van en afrekenen met race in de VS juist onderdeel van het aan de orde stellen van racisme. De problematische geschiedenis van ‘ras’ en het racisme werd, onder meer binnen de burgerrechtenbeweging, in de ogen gekeken en tot onderdeel gemaakt van emancipatoire bewegingen. De dominante conclusie ook daar is dat ‘ras’ niet bestaat, ‘but it is real in its consequences’! En precies dat is de sociale constructie van ‘ras’.

Biologisch feit

Achter de begrippen ‘ras’ in Europa en race in de VS gaan realiteiten schuil die veel verder uit elkaar liggen dan de gemakkelijke vertaling zou doen vermoeden. Als we ons daarvan geen rekenschap geven, lopen we het gevaar ras als sociale constructie en dynamisch proces te verwarren met ras als onveranderlijke en rigide verschillen die in de biologie verankerd zijn.

Dat dit gevaar reëel is, laat de Nederlandse wetgeving duidelijk zien. Eerder heb ik op deze plaats geschreven over DNA-wetgeving die in 2003 van kracht werd. Daarin wordt het mogelijk gemaakt om het uiterlijk van een onbekende verdachte op basis van DNA vast te stellen door onder meer het ‘ras’ – zo staat het letterlijk in de wet – van de onbekende verdachte te bepalen. Op deze manier werd ras als biologisch feit door de wetgever geherintroduceerd.

Toen de minister in de Kamer werd gevraagd naar wat hij met ras bedoelde en of hij daar een definitie van kon geven, luidde zijn antwoord: ‘De Nederlandse wet- en regelgeving kent geen definitie van het begrip “ras”. Dit begrip wordt voornamelijk gebruikt om vast te stellen in welke gevallen burgers moeten worden beschermd tegen discriminatie. Daartoe wordt […] het begrip ruim uitgelegd en omvat het tevens: huidskleur, afkomst en nationale of etnische afstamming.’

Lees ookVan DNA kunnen we veel leren, als we er maar geen nationalistische fantasieën aan koppelen19 april 2022

In deze benadering, die ook besloten ligt in artikel 1 van onze Grondwet, is ras geen bestaand biologisch feit, maar een sociale constructie waarvan we ons bewust moeten zijn om burgers tegen mogelijk racisme te kunnen beschermen. Maar dat betekent ook dat we in de Nederlandse wetgeving één woord met tegenstrijdige betekenissen hebben, een homoniem.

Marokkanen

Het probleem is dat ‘ras’, in tegenstelling tot godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid en geslacht (hoewel ook dat laatste steeds minder welomschreven blijkt), een categorie is die niet feitelijk bestaat, maar sociaal, cultureel en economisch vorm krijgt in de samenleving.

Pas in 1966 verbond Nederland zich internationaal aan de verplichting om discriminatie strafrechtelijk te vervolgen; pas in 1970 werd de specificatie van de vormen van discriminatie in het Wetboek van Strafrecht een feit en pas in 1983 werd artikel 1 zoals we dat nu kennen met ‘ras’ als motief voor discriminatie in de Grondwet opgenomen. Achter deze wetgeving gaat een sociaal-constructivitische benadering van ‘ras’ schuil, maar in 2003, in het kader van de DNA-wetgeving, verwerd ras tot een biologische categorie.

In mijn discussies met juridische experts over deze problematische verschuiving krijg ik vaak te horen: ‘We hebben “ras” in de wet nodig, anders kunnen we gevallen van racisme niet vaststellen en veroordelen.’ Maar in de praktijk blijft ‘ras’ voor de rechtspraak ongrijpbaar, omdat het zoals ik hier beschrijf een sociaal construct is. Het moment dat er invulling aan het begrip moet worden gegeven, wordt het ‘huidskleur’, ‘afkomst’ of ‘nationale of etnische afstamming’.

Marokkanen zijn geen ras. Maar als je een groep mensen met een Marokkaanse achtergrond stigmatiseert en ze zelfs hun plek binnen de samenleving misgunt of ontzegt, is dat racisme. Om dat te bestrijden of bestraffen, hebben we het begrip ‘ras’ in de wetgeving niet nodig. Wat we wél nodig hebben, is kennis en inzicht in processen van racialisering, de wijze waarop groepen mensen tot ras worden gemaakt, en de daarmee gepaard gaande vormen van discriminatie en uitsluiting.