Liever luisteren dan lezen? Haroon heeft zijn verhaal ook ingesproken.
Ik woon aan de grachtengordel van Amsterdam, maar daar hoor ik eigenlijk niet thuis. Althans, dat gevoel krijg ik vaak van andere grachtengordelbewoners, die wél aan het rijkeluisplaatje voldoen. Generatie: babyboomer. Kledingstijl: kakkineus (à la Youp van ’t Hek) of lekker gek (à la Connie Palmen). Houding: dominant, alsof het hun gracht is.
Op de smalle trottoirs banjeren de witte heertjes en dametjes dwars door me heen, zonder me aan te kijken. Ik moet dan afbuigen op de weg of in het ergste geval opzij springen. Ligt het aan mijn geconcentreerde blik, die vaak bozig overkomt op anderen? Maar welke uitstraling ik ook heb, het rechtvaardigt toch niet zulk vijandig gedrag?
Ik heb net zoveel recht op de openbare ruimte in Amsterdam, een stad waar ik nota bene al mijn hele leven woon.
Na zo’n bijna-aanvaring of daadwerkelijke schouderduw voel ik de woede weer opborrelen. Waarom moet ik om de witte Hollander heen als die pontificaal blijft staan op een drukke plek? Ik ben geen toerist, maar ook een inwoner van dit land en heb dus net zoveel recht op de openbare ruimte in Amsterdam, een stad waar ik nota bene al mijn hele leven woon. Het duurt soms even voor ik die irritatie weer van me heb afgeschud. De vraag die de rest van de stadswandeling door mijn hoofd blijft spoken, de vraag die ik eigenlijk niet wil stellen of hoor te stellen is: werd ik zojuist gediscrimineerd vanwege mijn Pakistaanse looks? Loop ik vanwege mijn kleurtje andere Nederlanders in de weg?
Harde schouderduw
Ik vraag eerst voorzichtig aan mensen in mijn omgeving of ze dit ook wel eens ervaren. ‘Ja hoor,’ zegt mijn Colombiaans-Nederlandse vriendin Kathy (38). ‘Ik kreeg een keer een harde schouderduw van een oudere witte vrouw, omdat ik niet van de smalle stoep af ging. Toen ik er wat van zei gaf ze geen kik.’ Ook Kathy twijfelt soms aan haar eigen interpretatie van zo’n situatie. ‘Ik zie er niet heel donker uit, eerder Aziatisch. Is zo’n actie dan discriminerend bedoeld, of was die vrouw gewoon een trut? Mijn witte vrienden hebben deze ervaringen in elk geval niet. En ik kan het wel proberen goed te praten, maar mensen zoals jij en ik voelen dit soort dingen gewoon aan – we know.’
‘Voelt het eng om die ruimte te claimen, of is het juist empowering?’
Ik stuit op blogs van zwarte vrouwen met vergelijkbare ervaringen. Haja Marie Kanu beschrijft hoe ze in het openbaar vervoer van Londen ruimte moet maken voor witte dames én hun bagage, hoe ze soms meerdere keren tegen haar opbotsen en geen excuses aanbieden, en dat ze zich als zwarte vrouw onzichtbaar voelt in een witte wereld. Hannah Drake wilde zich daar niet bij neerleggen en riep de ‘hold your space-challenge’ in het leven, waarbij vrouwen van kleur werd gevraagd om 24 tot 48 uur niet uit de weg te gaan voor witte mensen. ‘Voelt het eng om die ruimte te claimen, of is het juist empowering?’ Haar blog kreeg veel steun, maar wekte ook weerstand bij witte lezers.
Geen manieren
Daarom besluit ik een wijd net uit te gooien en plaats een oproep in de journalistieke Facebookgroep ‘Roept u maar’, vragend naar ervaringen van minderheden in Nederland. Dat roept ruim driehonderd reacties op, die in een aantal kampen zijn op te delen. Zoals verwacht komen de meeste antwoorden van witte Hollanders die het belachelijk vinden dat ik de kwestie überhaupt wil bespreken. Waarom voelen ‘getinte personen’ zich altijd gediscrimineerd? Ook zitten er mensen bij die vinden dat ik het maatschappelijke debat schade toebreng door groepen zo tegenover elkaar te zetten, door in hokjes te denken. Laten we het hier vooral niet over hebben, of focus een keer op iets positiefs.
Een veelgehoord verweer is dat Nederlanders nu eenmaal een lomp volk zijn.
Tegelijkertijd lijkt iedereen zich aangesproken te voelen. Zo schrijven witte lezers dat ze net zo goed omver worden gelopen door Marokkanen en andere minderheden. Door segregatie zijn witte mensen in sommige wijken zelfs de etnische minderheid. Ik lees ook veel verhalen van vrouwen die uit de weg moeten voor mannen en dat mensen met een beperking al helemaal niet normaal over straat kunnen. Een veelgehoord verweer is dat Nederlanders nu eenmaal een lomp volk zijn, dat veel directer is en sneller de confrontatie aangaat, wellicht ook fysiek. De samenleving is sowieso verhufterd en mensen hebben geen manieren meer. Daarvan is iedereen de dupe, ongeacht je huidskleur.
Als ik al die reacties achter elkaar lees, lijken de straten van grote, drukke steden het strijdtoneel van allerlei sociaal-maatschappelijke kwesties; van macroniveau naar micro-agressies. Niet alleen in het bedrijfsleven en de politiek is de dominante witte heteroman nog altijd de baas, ook in het openbare leven. Vrouwen, etnische minderheden, lhbti’ers en gehandicapten moeten allemaal uit de weg gaan voor de boze witte man. Maar de grote variatie aan reacties doet me ook twijfelen aan mijn eigen onderbuikgevoelens. Zijn minderheden werkelijk tweederangsburgers in het openbare leven, of voelen we ons alleen gediscrimineerd, zoals critici suggereren? Beeld ik het me allemaal maar in?
in de meest letterlijke zin van het woord
‘Het is discriminatie in de meest letterlijke zin van het woord,’ zegt politiek socioloog Fenneke Wekker, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, die onderzoek doet naar leefruimte en hoe groepen zich daarin tot elkaar verhouden.
‘Iedere sociale setting dicteert wie daar ogenschijnlijk thuishoort. In een multiculturele buurt met veel nieuwkomers valt kleur veel minder op – ik heb mijn buurt daar zelfs op uitgekozen. Maar in de overwegend witte grachtengordel wordt een bruin persoon gezien als anders, als een uitzondering. Dus ook al zijn mensen zich er niet van bewust dat ze discrimineren, jij bent toch degene die op straat voor hen uit de weg moet. Het heeft alleen geen zin om een individu daarop aan te spreken, je moet namelijk de onderliggende structuren aanpakken.’
Wekker verwijst naar Het civilisatieproces van Norbert Elias (uit 1939). Minderheden die eerst moesten assimileren, eisen op den duur steeds meer ruimte op en willen gelijkwaardig worden behandeld. ‘Witte mensen moeten een ruimte delen met anderen, terwijl die ruimte ooit voor hen is gebouwd. Ze zijn al eeuwen een wit straatbeeld gewend, met witte winkeliers en witte politieagenten. Nu minderheden zich uitspreken en meer opvallen, voelen ze zich niet langer beschermd door hun wit-zijn. Je bent overigens niet gelijk een racist als je opkijkt wanneer een gekleurd persoon ergens binnenstapt. Vaak dicteert die sociale setting dat onderscheid, zonder dat je het doorhebt.’
Klasse neutraliseert vaak iemands kleur
We moeten dus niet te zwart-wit denken, wil de socioloog benadrukken. ‘Een mens is meer dan alleen zijn huidskleur. Iedereen heeft een waaier aan identiteiten die overlappen, dat is het idee van intersectionaliteit. Klasse neutraliseert vaak iemands kleur. Als je hoogopgeleid bent, beweegt en praat zoals de heersende klasse, valt je tint minder op. Anderzijds hoor je ook van minderheden: hoe veel ik me ook aanpas, het is nooit genoeg, ik blijf een tweederangsburger.’
‘Dezelfde mannen die vinden dat jij opzij moet, laten mij soms voorgaan. Misschien krijg ik zelfs een knipoog, omdat ze me een exotische dame vinden.’
Gender werkt ook twee kanten op. ‘Dezelfde mannen die vinden dat jij opzij moet, laten mij soms voorgaan, een half-Surinaamse vrouw. Misschien krijg ik zelfs een knipoog, omdat ze me een exotische dame vinden.’
Als er dus een hiërarchie is op straat, gebaseerd op de veronderstelling dat die ruimte meer van de een is dan van een ander, welke groepen zijn dan het meest kwetsbaar? ‘Dat zijn vooral degenen die zichtbaar afwijken van de norm,’ zegt Wekker. ‘Ik heb onderzocht hoe mensen met een duidelijke fysieke of verstandelijke beperking zich voelen in de openbare ruimte. Velen moeten zich constant weren tegen de blikken en zelfs opmerkingen van voorbijgangers. Soms zijn ze doodsbang in hun eigen straat. Ook kwetsbaar zijn vrouwen die ’s nachts alleen over straat gaan en feminiene mannen in een machowereld. Mensen hebben er nog grote moeite mee als je gender niet herkenbaar is.’
oogcontact
Ik weet dat ik het veel makkelijker heb dan andere groepen. Ik vrees nooit voor mijn veiligheid, alleen voor mijn eigen humeur. Waarom vind ik het dan zo belangrijk dat ik de ruimte krijg op straat? Misschien is het mijn eigen onzekerheid, omdat ik me als homo met een kleurtje al zo vaak een buitenstaander voel. Als je nergens echt bij hoort, is iedere lompe duw van een vreemde daar een bevestiging van.
Nu zou ik me even bot kunnen gedragen – ‘hold your space’, zoals Hannah Drake adviseert – maar ik wil ook niet als ‘kut-Marokkaan’ worden gezien. Dus ik houd me in. Het kost alleen veel energie om mijn mond te houden en al die tegenliggers te ontwijken om gezeik te voorkomen.
‘Ik houd mijn mond niet meer en neem alle ruimte in die mijn kleine lijfje nodig heeft.’
Mijn vriendin Charlene (37) ging confrontaties ook altijd uit de weg. ‘Mijn Surinaamse vader leerde me vroeger hoe ik wrijving kon vermijden. Niet langs een kassa lopen als je niks gekocht hebt, want dan moet je je tas openmaken. Kleed je netjes, geef niemand reden om te denken dat je minder bent. Mijn Nederlandse moeder wond zich soms op over racistische voorvallen, maar dan zei mijn vader: dat moet ze leren.’ De heftige reacties in de zwartepietendiscussie maakten Charlene weerbaarder. ‘Ik houd mijn mond niet meer en neem alle ruimte in die mijn kleine lijfje nodig heeft. Dat benoemde ik ook tijdens de uitvaart van mijn vader, die onlangs overleed. Ik doe het dus ook een beetje voor hem.’
Ook socioloog Wekker gaat nu op vreedzame manier de confrontatie aan. ‘Als ik merk dat ik uit de weg moet, probeer ik oogcontact te maken. Ik wil dan laten zien dat ik niet zomaar meebeweeg. Of ik blijf even staan, ook al wordt het ongemakkelijk.’
Een goede tip, al moet je het niet op de spits drijven of zelf een hufter worden. ‘Als iemand een agressieve uitstraling heeft, ga ik wel aan de kant, want op zo’n moment kun je niks veranderen.’ Maar stugge burgers die er nog steeds van uitgaan dat de zee voor hen splijt, moeten accepteren dat de samenleving niet alleen drukker, maar ook diverser wordt en dat iedereen zijn kont moeten kunnen keren. Zoals Wekker zegt: ‘Wen er maar aan dat ik er ben.’


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.