OPNIEUW RELEVANT, WANT

Het is vandaag dertien jaar geleden dat een team wetenschappers het complete DNA-profiel van de neanderthaler in kaart bracht. Amade M’charek beschrijft de impact die dat heeft gehad op de genetica en ons leven.

Het was donderdag 14 november 1996. Ik was in München, in het laboratorium van Svante Pääbo, een geneticus wiens ster in de jaren die volgden tot grote hoogten zou stijgen. Ik keek snel in mijn lab-boek om te zien welke experimenten ik die dag zou gaan doen, en liep vervolgens door de ‘schrijfruimte’ om een kopje koffie te halen. De lange smalle computertafel in de schrijfruimte was bezaaid met champagneglazen, lege flessen en volle asbakken. Een collega kwam op me af. ‘Heb je het gehoord van Matthias? Er was een feestje gisteravond, want hij is erin geslaagd om voor de tweede keer het DNA van de neanderthaler te sequensen!’

Samen met de curator van het Landesmuseum in Bonn hadden ze vol spanning naar het computerscherm van de zogeheten DNA-sequenser gestaard. Zou de genetische code die daaruit komt rollen, dat wil zeggen de volgorde van de DNA-bouwstenen die samen de genetische kaart vormen − overeenkomen met de eerste kaart die het lab van de Neanderthaler had geproduceerd? Toen dat zo bleek te zijn, belden ze Svante om samen dit nieuws tot in de kleine uurtjes te vieren.

Uit veertigduizend jaar oud versteend botmateriaal van mensachtigen DNA te verkrijgen en dat vervolgens in kaart te brengen was een technisch hoogstandje en wel een feestje waard. Het probleem van oud DNA is dat het vaak is aangetast en in kleine stukjes geknipt door bacteriën. Dus meestal vinden onderzoekers het DNA van deze bacteriën of, door contaminatie, het DNA van de onderzoeker of iemand anders die met het materiaal in contact is geweest. Het succes van Matthias en Svante was dan ook een mijlpaal in het onderzoek naar zogenoemd Ancient DNA (oud DNA). Deze prestatie luidde het begin in van een nieuwe uitdagende onderzoekslijn met een ongekende maatschappelijke impact: de paleogenetica.

Mitochondriale Eva

Bijna tien jaar eerder was er al een vergelijkbaar moment waarop de genetica in het domein van de geschiedenis inbrak. In 1987 publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Nature een opzienbarende paper die het genetisch bewijs leverde voor de hypothese dat de mens één gemeenschappelijke oorsprong had en dat die in Afrika lag. In dat onderzoek werd op basis van het zogeheten mitochondriale DNA (DNA dat alleen van moeder op kind wordt doorgeven) geconcludeerd dat dit DNA terug te voeren is op één voorouder die zo’n 200.000 jaar geleden zou hebben geleefd. Deze Afrikaanse voorouder werd in een begeleidend editorial van het tijdschrift mitochondriale Eva genoemd.

De neanderthaler was een dergelijk fossiel waarvan gedacht werd dat er geen nakomelingen meer van rondliepen.

De onderzoekers, Alan Wilson en zijn team in Berkeley, werden overvallen door een mediacircus, want hun onderzoek werd onmiddellijk deel van een debat over het wel of niet bestaan van raciale groepen. De ‘mitochondriale Eva-paper’ leverde de genetische argumenten op grond waarvan het idee van biologische rassen onhoudbaar bleek en lokte daarom een controverse uit met de paleontologen. Volgens hen lag de oorsprong van de vroege mens veel langer terug, namelijk een miljoen jaar geleden. Deze vroege mens zou dus ook veel eerder uit Afrika gemigreerd zijn om zich vervolgens op verschillende plekken in de wereld te ontwikkelen tot verschillende rassen.

Een van de auteurs van de mitochondriale Eva-paper, Mark Stoneking, vatte in een interview met mij het probleem van de paleontologie puntig samen: ‘Ach, wij genetici weten dat onze genen hoe dan ook voorouders hadden, maar paleontologen kunnen alleen maar hopen dat hun fossielen nakomelingen hadden.’

De neanderthaler was een dergelijk fossiel waarvan gedacht werd dat er geen nakomelingen meer van rondliepen. Het bovengenoemde onderzoek naar neanderthaler mitochondriaal DNA wees op grote verschillen met de moderne mens en bevestigde het dominante idee dat de neanderthaler een dood spoor was. Maar Svante en zijn team waren meteen benieuwd of dat plaatje er anders zou uitzien als het geheel van het DNA onderzocht zou worden: het DNA dat we van onze moeder én vader erven en dat op onze 46 chromosomen in de celkern zit.

Verwantschap

In 2010 was de complete genetische kaart van de neanderthaler af. Terwijl het mitochondriale DNA op genetische afstand tussen mens en neanderthaler wees, maakte het DNA uit de chromosomen juist nabijheid zichtbaar. De mens en de neanderthaler bleken een heel aantal genen te delen. Uit de resultaten kon niet anders worden begrepen dan dat ze seks met elkaar hebben gehad en dat daar een substantieel aantal kinderen uit is voortgekomen. De neanderthaler was dus niet op een evolutionair dood spoor geraakt, maar leeft in ons voort.

Langzaam wordt nu duidelijk dat het genetisch materiaal dat de moderne mens van de neanderthaler heeft gekregen een cruciale rol speelt bij de opbouw van weerstand tegen virussen en bacteriën. Wellicht heeft dat het overleven van de mens in Europa mogelijk gemaakt.

Terwijl de dominante theorie stelde dat de moderne mens de neanderthaler had vervangen, toont de genetica een ander beeld: mens en neanderthaler hebben samengeleefd en meer dan genen alleen uitgewisseld. Dat zou ons een lesje in nederigheid kunnen geven, al was het maar om het simpele feit dat de neanderthaler meer dan 450.000 jaar wist te overleven, terwijl het een serieuze vraag is of de moderne mens dat gaat halen.

Maar hoewel onze verwantschap met de neanderthaler inmiddels breed wordt geaccepteerd, is die nederigheid nog ver te zoeken. In de zomer van 2016 was ik in Zuid-Frankrijk en bezocht het nationaal museum voor de prehistorie in Les Eyzies-de-Tayac-Sireuil. Bij de ingang werd ik getroffen door een reconstructie van een volwassen neanderthalerman en een kind. Ze zaten op de grond en wekten de indruk van een vader en een zoon die met elkaar in gesprek waren over de dingen van het leven. De scène bewerkstelligde nabijheid in plaats van afstand en herkenbaarheid in plaats van vreemdheid. Deze neanderthalers waren bovendien haast doorzichtig wit en nauwelijks behaard.

Langzaam drong het tot me door dat de genen hun werk hadden gedaan. De brute, domme, sterk behaarde en vaak aapachtige neanderthaler is met de ontdekking van onze genetische verwantschap menselijk, ja Europees geworden. In het Neanderthal Museum in Mettmann kunnen we de neanderthaler zelfs in pak bewonderen en zou je haast denken dat op de parkeerplaats ernaast zijn Tesla staat.

Nieuwe inzichten

Nu lijken die reconstructies onschuldig en het is natuurlijk mooi dat de beelden interesse en nieuwsgierigheid wekken. Maar wat te denken van rechtsradicalen die hun DNA nu laten testen op neanderthaler-genen? Want het onderzoek uit 2010 leek uit te wijzen dat de genen van de neanderthaler uitsluitend in bevolkingsgroepen buiten het Afrikaanse continent worden gevonden.

Dat feit werd door rechtsradicalen omarmd en verwantschap met de neanderthaler werd als de ultieme wetenschappelijke marker voor raciale superioriteit gezien. In recente studies worden echter steeds meer neanderthaler-genen in Afrika gevonden. Onze geschiedenis, de geschiedenis van de mensheid, wordt zo bezien van dag tot dag herschreven met behulp van nieuwe inzichten uit de genetica.