Haat ik mezelf? Haat ik eigenlijk mezelf? Na het lezen van het eerste hoofdstuk van The Velvet Rage begin ik daar héél even aan te twijfelen.

Ik gun me acht uur in de trein van Zwitserland naar Nederland om te begrijpen waar iedereen het nu over heeft. Zuid-Duitsland biedt een welkom decor om bij weg te dromen naar een half leven eerder. Toen, in de kast, zou ik volgens auteur Alan Downs een gevoel van zelfhaat hebben ontwikkeld. Ik probeer m’n 15-jarige zelf voor de geest te halen. Zou het?

Als een gloednieuwe bestseller dendert The Velvet Rage door mijn vriendengroep. M’n vriend is er een jaar eerder in begonnen, op aanraden van een vriend, die het kreeg getipt, en voor wie het een ware eyeopener was. Nu is er ook de Nederlandse vertaling.

Het door velen tot ‘gaybijbel’ omgedoopte boek is al vijftien jaar oud. Uitgever Nijgh & Van Ditmar besloot het nu pas te vertalen ‘omdat ik veel van mijn vrienden over het boek hoorde, en het voor een paar van hen echt van enorme betekenis was geweest’, mailt een publiciteitsmedewerker. Ook auteurs van het fonds wezen de uitgever erop.

Want The Velvet Rage: Overcoming the Pain of Growing Up Gay in a Straight Man’s World mag dan in 2005 zijn uitgekomen, de verkopen ervan stijgen nog ieder jaar. Dat zei Downs zelf in ieder geval, rond het uitkomen van zijn herziene editie in 2012 tegen The Guardian. Nu Fluwelen woede. De pijn voorbij: opgroeien als homo in een hetero-mannenwereld er is, zal dat gestage succes ook in Nederland nog wel even doorbranden.

Bij het lezen van het boek bekruipt me het ongemakkelijk gevoel dat dat niet alleen maar positief is.

Vreselijk geheim

Volgens psycholoog Downs groeien homomannen op met ‘een vreselijk geheim’, lees ik op zijn eerste pagina’s. Ze verbergen hun ‘vloek’ achter ‘een gordijn van karmozijnrood fluweel’, en dan die verpletterende zin: ‘Verwijder die zorgvuldig aangebrachte lagen, want alleen dan kun je het geheim duidelijk zien voor wat het is: zijn eigen zelfhaat.’

Vervolgens deelt Downs het leven van de homoman op in drie fases. Eerst is er het jongetje dat een ‘groot geheim’ met zich meedraagt. Nog voordat hij er woorden aan kan geven, merkt hij namelijk dat hij anders is. Hij schaamt zich voor zijn seksualiteit en probeert die zo veel mogelijk te verbergen. Het jongetje is bang anders de liefde van zijn ouders kwijt te raken.

Het doel van het boek is, volgens Downs, ‘om homoseksuele mannen te helpen de fase van authenticiteit te bereiken’.

Eenmaal uit de kast, fase twee, voelt hij vaak geen schaamte meer voor zijn seksualiteit, maar heeft hij wel ‘een hardnekkige overtuiging’ ontwikkeld dat hij ‘in essentie’ geen liefde waard is, aldus Downs. Hij moet er dus voor zorgen dat op andere manieren van hem gehouden kan worden.

Die waardering dwingt hij af door het mooiste lichaam te boetseren, de meest extravagante feestjes te geven of de meest succesvolle carrière te hebben. Hij wordt een ‘validatie-junkie’. Hij vergeet alleen dat de waardering die hij zo krijgt betekenisloos is. Het is lege validatie, en hij raakt depressief, of zelfs suïcidaal. Voor de quick fix grijpt hij naar drank, drugs en seks, soms zelfs tot verslaving aan toe.

Allemaal omdat ik homo ben

Het doel van het boek is, volgens Downs, ‘om homoseksuele mannen te helpen de derde fase van authenticiteit te bereiken’. In die fase komt de homoman tot inkeer. Hij overwint de schaamte, durft zijn gemankeerde schoonheid aan de wereld te tonen. Hij komt erachter wat hij écht leuk vindt, en omdat hij eerlijk naar zichzelf kan zijn, kan hij ook eerlijke relaties aangaan. Hij keert terug naar zijn authentieke zelf.

Laatst nog dronk ik om me beter te voelen, herinner ik me. Ik ontspande er echt van. Ik heb een periode seks gehad met mannen die ik alleen kende via een app. Ik ga wel eens naar de sportschool, ook al heb ik geen zin. Ik geniet ervan om etentjes te geven, en om dan net iets beter m’n best te doen dan mensen verwachten.

Maar, denk ik nu, geniet ik daar écht van? Of doe ik dat alleen maar om waardering af te dwingen? En vind ik mijn werk (journalistiek) en mijn grootste hobby (theater) wel écht leuk? Of hijs ik mezelf ermee op een podium om gezien en geliefd te worden?

En, doe ik dat allemaal omdat ik homo ben?

Gepathologiseerd

‘Ik probeer me intussen heel hard te herkennen in The Velvet Rage,’ app ik rond Frankfurt geïrriteerd naar m’n vriend. Ik voel me gepathologiseerd. Alsof ik een negatief stempel opgeplakt heb gekregen. Ziet deze Downs de wereld niet te veel vanuit zijn spreekkamer? Vanuit zijn clientèle van rond de veertig, vijftig, opgegroeid tijdens de aidscrisis in het conservatieve Amerika?

Een homo zonder mentale issues, ze zouden dáár eens een boek over moeten schrijven.

In Downs’ tweehonderdvijftig pagina’s tellende boek komt het woord ‘schaamte’ 319 keer voor, soms acht keer per pagina, maar het lukt mij maar niet om me te schamen voor mezelf. ‘Heel weinigen van ons voelen die schaamte,’ schrijft Downs daarover, ‘maar bijna allemaal worstelen we met de particuliere overtuiging dat “als je echt de hele, onverbloemde waarheid over me zou weten, je zou weten dat er niet van me te houden valt”.’

Dus al voel ik geen schaamte, dan is het er tóch? Ik heb mijn schaamtegevoel gewoon verstopt, en ben ondertussen dat monster van een minderwaardigheidsgevoel hard aan het compenseren? Een homo zonder mentale issues, ze zouden dáár eens een boek over moeten schrijven.

Jij bent dit

Waarmee ik mijn cynisme verder legitimeer, is dat The Velvet Rage ook gewoon een slecht geschreven boek is. Het staat bol van de clichés en herhalingen. Anekdotes van anonieme oud-cliënten ondersteunen wel héél 1-op-1 Downs’ analyses. Downs, die niet inging op een interviewverzoek, wisselt continu van perspectief en omhult zich met vaagheden.

Zijn generaliserende analyses worden amper wetenschappelijk onderbouwd. Het boek van de klinisch psycholoog met een PhD telt slechts vijf voetnoten. Hij noemt nog net dat hij is getraind in de dialectische gedragstherapie, maar legt nergens uit wat die inhoudt. Het legt amper rekenschap af van eerdere, andere theorieën. Dit is het, schrijft hij, jij bent dit.

Er stijgt bovendien een sterk achterhaalde freudiaanse geur op uit zijn karakterschets van de universele homo op de eerste pagina’s. Door ‘onze’ slechte band met onze vader, kunnen wij homo’s later ook moeilijk gezonde relaties aangaan met mannen, bijvoorbeeld. Doordat we ter compensatie naar onze moeders trokken, zijn onze vrouwelijke kanten het meest bevestigd, beweert Downs.

En dan las ik nog Downs’ eigen levensverhaal. Hij groeide op in een streng-christelijk gezin in het conservatieve Louisiana. Hij verborg zijn homoseksualiteit door een vrouw te trouwen, een huwelijk dat enkele jaren standhield. Stapte daarna midden in de ‘homo-explosie’ in San Francisco, woonde in ‘de meest homoseksuele steden’ van de VS: New York, New Orleans, Fort Lauderdale.

Na zijn hiv-diagnose liet hij ‘geen middel onbeproefd, geen wijn onaangeroerd’. Hij had twee doelen: ‘geld verdienen, en met zoveel mogelijk mannen naar bed gaan’. Ondertussen maakte hij een bliksemcarrière als ‘bedrijfsbeul’ – hij werd ingehuurd om mensen te ontslaan – maar kwam er uiteindelijk via de klinische psychologie achter waar het leven echt om draait, wie hij was en wat hij wilde. Toch zijn het de verhalen van ‘mijn cliënten, niet de mijne, die deze pagina’s vullen’, schrijft hij.

Ik betwijfel het.

Zelfacceptatie

Tegen de tijd dat mijn trein Amsterdam Centraal binnenrolt, besluit ik: dit boek gaat niet over mij. Sterker nog, ik lach het weg.

Enkele maanden later wordt de Nederlandse vertaling aangekondigd. Een avond over het boek in het Amsterdamse Compagnietheater is snel uitverkocht. ‘Voor mij staat zijn boek als een huis,’ schrijft documentairemaker Nicolaas Veul in het voorwoord, waarvan een deel in Het Parool verschijnt. ‘Fluwelen woede is mijn nieuwe bijbel geworden,’ zegt Alex Klaasen op de cover. ‘Alan Downs legt in Fluwelen woede haarfijn uit hoe zelfacceptatie werkt,’ zegt Iebele van der Meulen, hoofdredacteur van de L’HOMO, op de achterflap.

Wat zie ik over het hoofd?

Ik bel Veul op om te vragen waarin hij zich zo herkent. Vooral het hoofdstuk over de jongen met het grote geheim, zegt hij. ‘Hoe hij beschrijft dat je als jongen onvrij bent door een geheim. Bang om niet goed genoeg te zijn, afgewezen te worden.’ Veul merkte hoe hij daarom al veel te vroeg met de grote vragen des levens worstelde. ‘Mag ik er zijn? Wat is er mis met me? Kan ik als homo straks een gelukkig leven leiden?’

Lees ookHet dilemma van de homoman: conformeren of je anders-zijn omarmen?25 juli 2019Mede naar aanleiding van het boek maakte hij zelfs een documentaire: Pisnicht – The Movie, die afgelopen zomer uitkwam. Over de invloed van het gebruik van homo als scheldwoord, en over zijn eigen relatie met zijn vader, die nogal een sportman was, en hij helemaal niet.

In het voorwoord schrijft Veul hoe zijn vader het woord mietje of watje in de mond nam. Als hij niet presteerde met judo. Voorzichtig was met skiën. Dat leidde tot spanningen. ‘Ik was de vleesgeworden antithese van mijn vader, een jongen die niet de inborst had van een echte kerel, maar vol zat met “vrouwelijke” eigenschappen. Hij had geen idee wat hij met mij aan moest.’

Toen Veul jaren na zijn coming-out The Velvet Rage las, wist hij direct dat het over hém ging. ‘Ik merkte dat ik nog steeds met een aantal issues rondliep.’

Ik herken dit alles totaal niet in mijn vader. Hij badmintonde, ik badmintonde. Ik heb zwemmen nooit echt leuk gevonden, mijn vader ook niet.

Geen haar op Veuls hoofd die overwoog om zijn gevoelens voor jongens al vroeg met zijn vader te delen. Ik daarentegen heb altijd geweten dat mijn ouders mijn homoseksualiteit prima zouden vinden. Een coming-out is alleen zo awkward.

Toen Veul jaren na zijn coming-out The Velvet Rage las, wist hij direct dat het over hém ging. ‘Ik merkte dat ik nog steeds met een aantal issues rondliep,’ zegt hij. ‘Dat ik niet goed heb geleerd mezelf te verbinden, mezelf te laten zien, bijvoorbeeld. Compensatiedrang.’ Het boek hielp hem bij zijn ‘helingsproces’.

Over schaamte

En de professionals dan? Wat vinden zij van het boek? Ik mail een handvol psychiaters. ‘Het viel me op dat Downs zich minimaal baseert op gedegen wetenschappelijke onderzoeken,’ is mijn sturende inleiding. ‘In hoeverre heeft Downs een punt? Of ziet hij de problematiek te veel vanuit zijn spreekkamer?’

‘Er zijn veel variaties waarop mannen zich herkennen in het boek,’ zegt Ben Ruesink. Hij is psychiater en mede-oprichter van het LHBT-platform van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. ‘Net als dat er variaties zijn in beleving van homoseksualiteit: in de stad, op het platteland, vroeger of nu.’

Ruesink vindt The Velvet Rage ‘een heel mooi boek. Het heeft me ook persoonlijk geraakt.’ Hij herkent veel ervan in zijn eigen praktijk. Over schaamte. Over het opgroeien in maatschappij waar een andere norm heerst.

Maar in hoeverre is dat inherent aan homoseksualiteit, vraag ik. ‘Meer mensen voelen zich een minderheid,’ beaamt Ruesink. ‘Ook joodse en zwarte mensen. Het zijn van een minderheid kan gevoelens van onveiligheid en stress met zich meebrengen, zogenoemde minderheidsstress. Alleen, anders dan bij homoseksualiteit behoort het gezin bij raciale of religieuze groepen vaak tot dezelfde minderheid. Je kan buiten op straat veel meemaken, maar als je thuiskomt is het in de regel veilig.’

Sociale schokdempers

‘Ondanks de heersende trans- en homofobie gaat het met de meeste LHBT’ers goed,’ zegt Ruesink. Hij legt uit hoe iedereen anders ‘geëquipeerd’ is en ‘copingvaardigheden’ heeft meegekregen in zijn jeugd. Oftewel: in hoeverre heb jij de tools gekregen om je te ontwikkelen? ‘Als je goed bent gezien, gehoord en gespiegeld, dan bouw je eigenwaarde op, een zelf dat stabiel is, en tegen een stootje kan.’

Natuurlijk heb ik onzekerheden en slechte dagen, maar die komen voor zover ik weet niet voort uit m’n ‘anders-zijn’.

Wat waren mijn ‘spiegels’? Mijn vriendengroep op de middelbare school, de meest fluïde verzameling mensen die ik kende. Mijn ooms, die trouwden toen het mocht en bewezen dat ‘mijn soort’ succesvol en gelukkig kan zijn. Het theatercircuit waar ik in m’n vrije tijd in verkeerde, en waar ik lang niet de enige homo was. Mijn eerste relatie, die ik een half jaar na m’n coming-out kreeg en jaren duurde.

Het zijn vast deze sociale schokdempers geweest die me deels hebben behoed voor homofobie. Ze boden me een kans om in een cruciale fase, zoals Downs het beschrijft, emotioneel volwassen te worden. De kans om te ontdekken waar ik écht blij van word, en complimenten of kritiek te krijgen op wie ik écht ben, in plaats van op een gefabriceerde versie van mezelf. Natuurlijk heb ik onzekerheden en slechte dagen, maar die komen voor zover ik weet niet voort uit m’n ‘anders-zijn’.

Een reflectiemoment

Ondanks het feit dat ik me er niet in herken, is The Velvet Rage niet totaal waardeloos voor mij, besef ik des te meer na de gesprekken met de psychiaters, Nicolaas Veul, m’n ouders en vrienden. Het biedt op z’n minst een reflectiemoment. Na een tweede lezing voel ik me haast een geluksvogel met mijn ‘spiegels’.

Critici wuiven The Velvet Rage vaak weg als stereotyperend. Een columnist van de grootste krant van Canada, Toronto Star, noemde het in 2011 ‘een van de meest kortzichtige beschouwingen van het homoleven die ik ooit heb gelezen’. Vorige maand nog sabelde de Volkskrant het boek neer in een tweesterrenrecensie door te stellen dat ‘Downs compleet doorslaat in zijn gepsychologiseer van de vaak nogal lauwe grond’.

Door het boek na de eerste lezing naar de papierbak te verwijzen, heb ik mijn leeservaring boven die van zo veel anderen geplaatst.

Ik heb nu moeite met dat soort besprekingen. Ze gaan voorbij aan de duizenden mannen over de hele wereld – het boek is inmiddels vertaald in 27 talen – die wél steun vinden in zijn analyses. Die het als aanleiding gebruiken om het gesprek met hun ouders aan te gaan, of om naar een psychiater te stappen. Om Velvet Rage-praatgroepen op te richten. Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling wil een Amsterdamse groep zich nieuw leven inblazen, lees ik op Facebook.

Door het boek na de eerste lezing naar de papierbak te verwijzen, heb ik mijn leeservaring boven die van zo veel anderen geplaatst. Ik probeerde bovendien die ervaring te staven met de expertise van psychiaters. In plaats daarvan, besef ik, moet ik aan de slag.

Emotionele emancipatie

Dat zegt ook psychiater Ruesink: ‘Laten we de mensen die wél deze ervaringen hebben, omarmen. Hoe is jouw ontwikkeling gegaan? Wat is jouw narratief geweest? En wat heeft jou geholpen om dat niet zo te hoeven ervaren? Dat je gezien werd?’

‘We moeten de ruimte durven te geven aan onze kwetsbaarheden,’ zegt ook Nicolaas Veul. ‘Durven toe te geven dat iets ons pijn heeft gedaan. Dat is de weg naar heling. Het boek is geen wondermiddel, maar het geeft ons de taal om uit te leggen hoe het is om op te groeien als gay.’ Bovendien: ‘We hébben een probleem, laten we dat niet vergeten,’ zegt Veul. ‘LHBT-psychiaters staan echt met hun armen te zwaaien.’

Lees ookEn de homo, hij worstelt voort18 april 2018LHBT’ers kampen bovengemiddeld met psychische problemen, verslavingen, depressies en suïcidaliteit. Goed nieuws is dat homo’s niet meer vaker te maken krijgen met geweld dan hetero’s, volgens de LHBT-monitor 2018 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Maar dat neemt niet weg dat LHBT’ers zich vaker onveilig voelen op straat en vaker worden gepest.

‘Welk effect heeft homodiscriminatie op ons emotionele huishouden?’

‘Ik ben me gaan realiseren hoe gemakzuchtig we denken over deze zaken,’ zegt Veul, die ‘nooit had gedacht’ dat hij zich hier druk over zou maken. Ja, onze sociale rechten zijn zo goed als geregeld. Maar ons juridisch welzijn is wel het minimum. Daarna komt onze mentale gezondheid. ‘Welk effect heeft homodiscriminatie op ons emotionele huishouden?’ zegt Veul. Hij ziet het boek als symbool voor die nieuwe emancipatiegolf. ‘We hebben gevochten voor gelijke rechten. Nu is er de fase van emotionele emancipatie.’

Spiegelen

Journalist Haroon Ali, een vriend van Veul, schreef een halfjaar geleden nog in Vrij Nederland dat Downs’ theorie ‘niet voor iedere homo’ geldt. En dat klopt, natuurlijk. Niet iedere homo houdt van feestjes, mode en alcohol. En niet voor iedere homo die daar wél van houdt, is dat een probleem.

Het gaat hier alleen om de ervaringen van die ándere mensen. Toegegeven, Downs’ generaliserende taalgebruik met Amerikaanse overdrijvingen helpt daarbij niet, en zeker in de Nederlandse vertaling klinkt hij nogal belerend en kort door de bocht. (Overigens is in dit verband ook het boek Straight Jacket uit 2016 aan te raden, van de Brit Matthew Todd, die grotendeels de analyse van Downs volgt, maar dan genuanceerder.)

Maar iedere keer dat iemand The Velvet Rage afdoet als stereotyperende, pathologiserende onzin, is een gemiste kans. Een kans om te begrijpen waarom anderen zich wél herkend voelen in het boek. Om te begrijpen wat we nodig hebben in onze opvoeding, en daarna. Een kans om iemand die dat vroeger heeft gemist te ‘spiegelen’, te zien, te horen. En dus een kans om diegene alsnog die authentieke, emotioneel volwassen man te laten worden die zovelen veel te laat pas durven te zijn.