De PVV van Geert Wilders zegevierde met 37 zetels. Radicaal-rechtse partijen (PVV, FVD, JA21), waarop bij de vorige verkiezingen al een op de vijf kiezers stemde, waren goed voor ruim een kwart van de stemmen, met een rechts blok als ruggensteun.
Deze overwinning berust op twee misvattingen: dat de essentie van een democratische rechtsstaat de ‘stem van de meerderheid’ is, en dat de uitsluiting van anderen meer vrijheid en bestaanszekerheid voor jezelf oplevert. De rechtsstaat is zo ingekleed dat die juist bescherming biedt aan minderheidsgroepen. Wie afwijkt van de norm, door huidskleur, geloof, geslacht, sociale klasse of seksuele oriëntatie, moet zich veilig kunnen voelen tegen de macht en kracht van de overheid en meerderheidsgroepen. In theorie geldt inderdaad wel de paradox van de democratie die zichzelf op democratische wijze om zeep helpt.
Een meerderheid kán de deur openzetten voor antidemocratisch gedachtengoed, zoals Hitler na de verkiezingen van 1933 door de Katholieke Centrumpartij aan een meerderheid werd geholpen om hem dictator te maken, of zoals in 2006 toenmalig minister Donner suggereerde dat de sharia in Nederland doorgevoerd moest kunnen worden als een tweederdemeerderheid dat wilde. PVV-stemmers lijken zich nu met een zekere wellust op die paradox te beroepen. Wat nou Grondwet of bescherming van minderheden; wat boeit het dat de PVV keer op keer een programma voert dat plannen bevat die tegen de democratische rechtsstaat ingaan, zoals door de Commissie Rechtsstatelijkheid vastgesteld. Als wij het willen, gaat het zo.
Bevestigen dat ‘de normale Nederlander’ de grootste aap op de rots is, lost niets op.
Daarbij komen we bij de tweede misvatting: dat de door Wilders beoogde uitsluiting of kleinering van de ‘ander’ (iedereen die afwijkt van de witte, cultureel christelijke, heteroseksuele Nederlander) meer vrijheid of welzijn oplevert. Of de PVV nu gaat meeregeren of niet, de boodschap is helder: grote groepen mensen hebben gestemd op partijen die geloven in eerste- en tweederangs burgerschap. De analyse dat dit voorkomt uit een links-economische behoefte is naïef-optimistisch: migratie was voor deze kiezers de doorslaggevende reden. Dit ‘wij’-tegen-‘zij’- denken was ooit omstreden, omdat het haaks staat op het liberale mensbeeld waarop Nederland zich lang liet voorstaan: gelijkwaardigheid en kansengelijkheid voor íédere staatsburger. Bevestigen dat ‘de normale Nederlander’ de grootste aap op de rots is, lost niets op. Niet de woningcrisis, de ggz-crisis, de armoedecrisis, de stikstofcrisis, de klimaatcrisis, oorlogen of migratiestromen. Niet drie decennia aan uitkleding van publieke voorzieningen en een scheef belastingstelsel. Het getuigt enkel van een radicaal gesloten houding, die het moet hebben van zondebokken en kortetermijnzelfbehoud – een houding waarvoor de kabinetten-Rutte een lange rode loper hebben uitgelegd.
De Commissie Rechtsstatelijkheid waarschuwde al in 2017, toen van de tien punten van de PVV er vijf in strijd met de Grondwet waren: ‘Wie ter bescherming van onze democratische rechtsstaat bereid is om de rechtsstaat zelf te ondermijnen, bijvoorbeeld door bepaalde groepen burgers voortaan als tweederangs te behandelen of uit te sluiten van rechten, vormt zelf een bedreiging voor de vrijheden die het fundament van onze samenleving vormen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.