Heel lang geleden is het niet dat Johan Remkes door het halve land de hemel in werd geprezen omdat hij erin was geslaagd in een paar maanden tijd de boze boeren en het kabinet weer met elkaar aan tafel te krijgen door te adviseren dat het omstreden ‘stikstofkaartje’ van tafel zou gaan en dat er twee ‘evaluatiemomenten’ zouden worden ingebouwd om te bezien of de deadline van vijftig procent stikstofreductie in 2030 op alle plekken in het land kon worden behaald, maar eerst en vooral door simpelweg in redelijkheid te luisteren en begrip te tonen voor de benarde positie van de boeren. Na bijna drie jaar van snelwegblokkades, brandende hooibalen en harde confrontaties met de politie kwam de opstand tot bedaren, verklaarde Caroline van der Plas van BBB dat ze ‘een beetje verliefd’ op Remkes was, en hield zelfs Mark van den Oever, de grofgebekte voorman van Farmers Defence Force, een tijdje zijn mond.
Maar met de Provinciale Statenverkiezingen in aantocht worden de schuttersputjes weer betrokken. Zo presenteerde BBB samen met JA21 het volstrekt onhaalbare plan om het aantal natuurgebieden in Nederland te halveren, want ‘wat is natuur?’ – terwijl de tijdens Rutte-I door CDA-staatssecretaris Henk Bleker getorpedeerde plannen voor aaneengesloten natuurgebieden in de Ecologische Hoofdstructuur de huidige stikstofcrisis juist zou hebben kunnen voorkomen. En zo verklaarden de twaalf provinciale lijsttrekkers van D66 dat ze BBB uitsluiten van coalitievorming, want ‘Partijen die de aanpak van stikstof en klimaat blokkeren, zullen ons recht tegenover zich vinden’ – terwijl de inzet nu juist zou moeten zijn eindelijk met de boze boeren tot een vergelijk te komen. Aan de vooravond van de Statenverkiezingen koersen de kemphanen weer af op een hopeloze verlenging van de impasse.
Te hopen valt in ieder geval dat de kemphanen na de Statenverkiezingen iets van die redelijkheid weten op te diepen, anders hebben uiteindelijk de natuur, de bouwers én de boeren alsnog het nakijken.
Komend jaar is het aan de provincies om de stikstofplannen van het kabinet uit te werken, piekbelasters uit te kopen en de bouw eindelijk weer vlot te trekken, maar de coalitievorming dreigt nu al uit te draaien op een eindeloze loopgravenoorlog. Op zichzelf is er niets mis mee de inhoudelijke tegenstellingen in verkiezingstijd helder naar voren te brengen: dan valt er wat te kiezen. Maar helemaal niemand is gebaat bij het bij het presenteren van onmogelijke plannen, het formuleren van breekpunten en het bij voorbaat uitsluiten van andere partijen. In een land waar het politieke landschap totaal versplinterd is en partijen met twaalf Kamerzetels al tot de grootsten worden gerekend, is het belangrijker dan ooit dat politieke tegenstanders de bereidheid tonen vroeg of laat weer met elkaar aan tafel te gaan. Maar de versplintering heeft het tegenovergestelde effect: profileringsdrang en hameren op het eigen grote gelijk komen voorop te staan, het oude besef dat het sluiten van compromissen niet alleen noodzakelijk is maar ook een edele kunst, lijkt totaal verdampt.
Je zou haast terugverlangen naar de tijd dat Henk Bleker en de rechtse populisten nog niet op het toneel verschenen waren, dat uitgerekend VVD-minister Pieter Winsemius de Ecologische Hoofdstructuur ontwikkelde, dat de boeren zich nog lieten vertegenwoordigen door de redelijke krachten binnen het CDA, en dat D66 zich het ‘redelijk alternatief’ noemde. Maar zulke gedachten hebben natuurlijk weinig zin.
Te hopen valt in ieder geval dat de kemphanen na de Statenverkiezingen iets van die redelijkheid weten op te diepen, anders hebben uiteindelijk de natuur, de bouwers én de boeren alsnog het nakijken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.